Rechtbank Oost-Brabant
ECLI:NL:RBOBR:2026:5781
2026-08-14
Strafrecht
01/231950-25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Vrijspraak van artikel 6 WVW (primair) en 5 WVW (subsidiair). Verkeersongeval op 12 mei 2024 in Veldhoven. Geen forensisch onderzoek verkeer verricht. Onvoldoende objectief bewijs in het dossier om objectief te kunnen vaststellen dat verdachte vlak voor het ongeval daadwerkelijk een rood verkeerslicht heeft genegeerd. De twee getuigenverklaringen laten op dit punt meerdere mogelijkheden open.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (13.454 tekens)
vonnis
RECHTBANK OOST-BRABANT
Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01-231950-25
Datum uitspraak: 14 augustus 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [2001] ,
wonende te [adres] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 31 juli 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 16 juli 2026.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
T.a.v. primair:
hij op of omstreeks 12 mei 2024 te Veldhoven als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, Zilverbaan zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
-gekomen op, althans nabij de kruising van deze Zilverbaan met de afrit van de A67,
-geen gevolg te geven aan een verkeersteken dat eeen gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor zijn, verdachtes, rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde en/of (vervolgens)
-zonder af te remmen, althans zonder zijn snelheid tijdig en/of voldoende te verminderen en/of tijdig zijn voertuig tot stilstand te brengen,
-die kruising is op- en/of overgereden en/of (vervolgens)
-te botsen, althans in aanrijding te komen met een motor, welke die kruising gezien zijn, verdachtes, rijrichting van rechts -vanaf de afrit A67- naar die Zilverbaan overstak, althans wilde oversteken,
waardoor die motor tegen een zich rechts van die motor bevindende auto is geschoven en/of is gebotst,
waardoor een ander (die motorrijder genaamd [slachtoffer] )
zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken bovenbeen, waarvoor een operatie noodzakelijk was, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
T.a.v. subsidiair:
hij op of omstreeks 12 mei 2024 te Veldhoven, in ekl geval in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg,
-gekomen op, althans nabij de kruising van deze Zilverbaan met de afrit van de A67,
-geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat eeen gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor zijn, verdachtes, rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde en/of (vervolgens)
-zonder af te remmen, althans zonder zijn snelheid tijdig en/of voldoende te verminderen en/of tijdig zijn voertuig tot stilstand te brengen,
-die kruising op te rijden en/of over te rijden en/of (vervolgens)
-is gebotst, althans in aanrijding is gekomen met een motor, welke die kruising gezien zijn, verdachtes, rijrichting van rechts -vanaf de afrit A67- naar die Zilverbaan overstak, althans wilde oversteken,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
hij op of omstreeks 12 mei 2024 te Veldhoven als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, Zilverbaan zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
-gekomen op, althans nabij de kruising van deze Zilverbaan met de afrit van de A67,
-geen gevolg te geven aan een verkeersteken dat eeen gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor zijn, verdachtes, rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde en/of (vervolgens)
-zonder af te remmen, althans zonder zijn snelheid tijdig en/of voldoende te verminderen en/of tijdig zijn voertuig tot stilstand te brengen,
-die kruising is op- en/of overgereden en/of (vervolgens)
-te botsen, althans in aanrijding te komen met een motor, welke die kruising gezien zijn, verdachtes, rijrichting van rechts -vanaf de afrit A67- naar die Zilverbaan overstak, althans wilde oversteken,
waardoor die motor tegen een zich rechts van die motor bevindende auto is geschoven en/of is gebotst,
waardoor een ander (die motorrijder genaamd [slachtoffer] )
zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken bovenbeen, waarvoor een operatie noodzakelijk was, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
hij op of omstreeks 12 mei 2024 te Veldhoven, in ekl geval in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg,
-gekomen op, althans nabij de kruising van deze Zilverbaan met de afrit van de A67,
-geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat eeen gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor zijn, verdachtes, rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde en/of (vervolgens)
-zonder af te remmen, althans zonder zijn snelheid tijdig en/of voldoende te verminderen en/of tijdig zijn voertuig tot stilstand te brengen,
-die kruising op te rijden en/of over te rijden en/of (vervolgens)
-is gebotst, althans in aanrijding is gekomen met een motor, welke die kruising gezien zijn, verdachtes, rijrichting van rechts -vanaf de afrit A67- naar die Zilverbaan overstak, althans wilde oversteken,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
Bewijs.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. Vastgesteld kan worden dat verdachte een rood verkeerslicht heeft genegeerd, gelet op het feit dat verdachte direct na het ongeval tegen getuige [getuige ] en later ook tegen de politie spontaan en uit eigen beweging heeft gezegd dat hij door rood was gereden. Verdachte reed op een weg waar een maximumsnelheid van tachtig kilometer per uur gold. Dit betreft een rechte weg en het zicht voor verdachte was goed. Door toch een rood verkeerslicht te negeren heeft verdachte onvoldoende aandacht voor het verkeer gehad. Er was daarmee niet enkel sprake van een enkel moment van onoplettendheid. Gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad is er dan ook sprake van aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag. Daarnaast is ook sprake van zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer, bestaande uit een gebroken bovenbeen waarvoor het slachtoffer een operatie heeft moeten ondergaan.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsman heeft op de in de pleitnota genoemde gronden integrale vrijspraak bepleit, omdat – kort gezegd – niet kan worden vastgesteld dat verdachte een rood verkeerslicht heeft genegeerd. De andere ten laste gelegde gedragingen kunnen wel wettig en overtuigend worden bewezen, maar kunnen niet tot de conclusie leiden dat sprake was van aanmerkelijke schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) dan wel gevaarzettend gedrag in de zin van artikel 5 WVW.
Vrijspraak.
De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt.
Op 12 mei 2024 heeft omstreeks 10:25 uur een verkeersongeval plaatsgevonden op de kruising van de Zilverbaan met de afrit van de A67 (Oeienbosch) te Veldhoven. Verdachte was bestuurder van een personenauto (Seat) en reed op de Zilverbaan in de richting van Veldhoven. Hij naderde de kruising met de afrit van de A67. Het slachtoffer, [slachtoffer] , kwam met een motor vanuit de afrit van de A67. Rechts van de motorrijder bevond zich een personenauto (Skoda) die werd bestuurd door getuige [getuige ] . Zij wachtten beiden op het voor hen geldende rode verkeerslicht en wilden linksaf slaan. Op het moment dat het verkeerslicht voor hen groen werd, trokken zij op. Op dat moment kwam verdachte met zijn auto in botsing met de motorrijder die op zijn beurt weer in botsing kwam met de Skoda. Door de botsing is de motorrijder ten val gekomen. Hij heeft hierdoor een gebroken bovenbeen opgelopen.
Allereerst merkt de rechtbank op dat het een uiterst summier dossier betreft, zonder forensisch onderzoek verkeer (voorheen VOA). Zo is er geen onderzoek gedaan naar de verkeerslichtinstallatie zodat de rechtbank niet op basis hiervan kan vaststellen of, en hoe lang, het verkeerslicht rood licht uitstraalde op het moment dat het voertuig van verdachte dit verkeerslicht passeerde. De getuigenverklaringen van [slachtoffer] en [getuige ] op dit punt laten meerdere mogelijkheden open, namelijk dat verdachte voorbij een oranje of nét op rood gesprongen verkeerslicht was gereden, of dat de verkeerslichtinstallatie niet naar behoren functioneerde, zodat bijvoorbeeld zowel het verkeerslicht van verdachte als dat van het slachtoffer groen uitstraalde. Ook bevat het dossier geen objectieve informatie over hoe hard verdachte reed.
Verdachte heeft weliswaar ter plekke tegen [getuige ] en de politie verklaard dat hij door rood was gereden. Echter, daartegenover staat dat verdachte bij de politie tijdens zijn verhoor heeft verklaard dat het verkeerslicht in zijn beleving groen was. Hij heeft daarbij verklaard aan te nemen door rood te zijn gereden, omdat het kruisende verkeer ook reed en de bestuurder van de Skoda vrij boos op hem was. De rechtbank betrekt hierbij tevens de houding en het gedrag van verdachte ter terechtzitting. Zo heeft verdachte ter terechtzitting, als antwoord op de vraag hoe hij zichzelf als bestuurder kan omschrijven, verklaard dat hij door anderen wel eens een ‘slome muis’ wordt genoemd. Mede gelet op het verhandelde ter zitting heeft de rechtbank het vermoeden dat bij verdachte mogelijk sprake is van een verstandelijke beperking.
De verklaringen van verdachte bij de politie en ter terechtzitting komen de rechtbank geloofwaardig en authentiek over. Gelet op voorgaande valt niet uit te sluiten dat verdachte door de hectische situatie na het ongeval dichtklapte of emotioneel blokkeerde en daarom gezegd heeft dat hij door rood was gereden, terwijl dat mogelijk niet zo was. Ter terechtzitting heeft verdachte ook verklaard dat hij niet meer weet of hij door een rood verkeerslicht was gereden en dat de verklaring bij de politie dat hij door rood moet zijn gereden, een aanname is geweest.
Gelet op voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat het dossier onvoldoende objectief bewijs bevat om objectief te kunnen vaststellen dat verdachte vlak voor het ongeval daadwerkelijk een rood verkeerslicht heeft genegeerd. Dit komt erop neer dat de rechtbank verdachte onschuldig acht, omdat het tegendeel met onvoldoende zekerheid kan worden vastgesteld. Verdachte zal dus van de primair en subsidiair ten laste gelegde feiten worden vrijgesproken.
DE UITSPRAAK
T.a.v. het primair en subsidiair ten laste gelegde:
De rechtbank verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W. Heijninck, voorzitter,
mr. M.M.L.A.T. Doll en mr. I.C. Meuris, leden,
in tegenwoordigheid van mr. S. Durmuş, griffier,
en is uitgesproken op 14 augustus 2026.
RECHTBANK OOST-BRABANT
Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01-231950-25
Datum uitspraak: 14 augustus 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [2001] ,
wonende te [adres] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 31 juli 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 16 juli 2026.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
T.a.v. primair:
hij op of omstreeks 12 mei 2024 te Veldhoven als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, Zilverbaan zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
-gekomen op, althans nabij de kruising van deze Zilverbaan met de afrit van de A67,
-geen gevolg te geven aan een verkeersteken dat eeen gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor zijn, verdachtes, rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde en/of (vervolgens)
-zonder af te remmen, althans zonder zijn snelheid tijdig en/of voldoende te verminderen en/of tijdig zijn voertuig tot stilstand te brengen,
-die kruising is op- en/of overgereden en/of (vervolgens)
-te botsen, althans in aanrijding te komen met een motor, welke die kruising gezien zijn, verdachtes, rijrichting van rechts -vanaf de afrit A67- naar die Zilverbaan overstak, althans wilde oversteken,
waardoor die motor tegen een zich rechts van die motor bevindende auto is geschoven en/of is gebotst,
waardoor een ander (die motorrijder genaamd [slachtoffer] )
zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken bovenbeen, waarvoor een operatie noodzakelijk was, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
T.a.v. subsidiair:
hij op of omstreeks 12 mei 2024 te Veldhoven, in ekl geval in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg,
-gekomen op, althans nabij de kruising van deze Zilverbaan met de afrit van de A67,
-geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat eeen gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor zijn, verdachtes, rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde en/of (vervolgens)
-zonder af te remmen, althans zonder zijn snelheid tijdig en/of voldoende te verminderen en/of tijdig zijn voertuig tot stilstand te brengen,
-die kruising op te rijden en/of over te rijden en/of (vervolgens)
-is gebotst, althans in aanrijding is gekomen met een motor, welke die kruising gezien zijn, verdachtes, rijrichting van rechts -vanaf de afrit A67- naar die Zilverbaan overstak, althans wilde oversteken,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
hij op of omstreeks 12 mei 2024 te Veldhoven als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, Zilverbaan zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
-gekomen op, althans nabij de kruising van deze Zilverbaan met de afrit van de A67,
-geen gevolg te geven aan een verkeersteken dat eeen gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor zijn, verdachtes, rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde en/of (vervolgens)
-zonder af te remmen, althans zonder zijn snelheid tijdig en/of voldoende te verminderen en/of tijdig zijn voertuig tot stilstand te brengen,
-die kruising is op- en/of overgereden en/of (vervolgens)
-te botsen, althans in aanrijding te komen met een motor, welke die kruising gezien zijn, verdachtes, rijrichting van rechts -vanaf de afrit A67- naar die Zilverbaan overstak, althans wilde oversteken,
waardoor die motor tegen een zich rechts van die motor bevindende auto is geschoven en/of is gebotst,
waardoor een ander (die motorrijder genaamd [slachtoffer] )
zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken bovenbeen, waarvoor een operatie noodzakelijk was, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
hij op of omstreeks 12 mei 2024 te Veldhoven, in ekl geval in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg,
-gekomen op, althans nabij de kruising van deze Zilverbaan met de afrit van de A67,
-geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat eeen gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor zijn, verdachtes, rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde en/of (vervolgens)
-zonder af te remmen, althans zonder zijn snelheid tijdig en/of voldoende te verminderen en/of tijdig zijn voertuig tot stilstand te brengen,
-die kruising op te rijden en/of over te rijden en/of (vervolgens)
-is gebotst, althans in aanrijding is gekomen met een motor, welke die kruising gezien zijn, verdachtes, rijrichting van rechts -vanaf de afrit A67- naar die Zilverbaan overstak, althans wilde oversteken,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
Bewijs.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. Vastgesteld kan worden dat verdachte een rood verkeerslicht heeft genegeerd, gelet op het feit dat verdachte direct na het ongeval tegen getuige [getuige ] en later ook tegen de politie spontaan en uit eigen beweging heeft gezegd dat hij door rood was gereden. Verdachte reed op een weg waar een maximumsnelheid van tachtig kilometer per uur gold. Dit betreft een rechte weg en het zicht voor verdachte was goed. Door toch een rood verkeerslicht te negeren heeft verdachte onvoldoende aandacht voor het verkeer gehad. Er was daarmee niet enkel sprake van een enkel moment van onoplettendheid. Gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad is er dan ook sprake van aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag. Daarnaast is ook sprake van zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer, bestaande uit een gebroken bovenbeen waarvoor het slachtoffer een operatie heeft moeten ondergaan.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsman heeft op de in de pleitnota genoemde gronden integrale vrijspraak bepleit, omdat – kort gezegd – niet kan worden vastgesteld dat verdachte een rood verkeerslicht heeft genegeerd. De andere ten laste gelegde gedragingen kunnen wel wettig en overtuigend worden bewezen, maar kunnen niet tot de conclusie leiden dat sprake was van aanmerkelijke schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) dan wel gevaarzettend gedrag in de zin van artikel 5 WVW.
Vrijspraak.
De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt.
Op 12 mei 2024 heeft omstreeks 10:25 uur een verkeersongeval plaatsgevonden op de kruising van de Zilverbaan met de afrit van de A67 (Oeienbosch) te Veldhoven. Verdachte was bestuurder van een personenauto (Seat) en reed op de Zilverbaan in de richting van Veldhoven. Hij naderde de kruising met de afrit van de A67. Het slachtoffer, [slachtoffer] , kwam met een motor vanuit de afrit van de A67. Rechts van de motorrijder bevond zich een personenauto (Skoda) die werd bestuurd door getuige [getuige ] . Zij wachtten beiden op het voor hen geldende rode verkeerslicht en wilden linksaf slaan. Op het moment dat het verkeerslicht voor hen groen werd, trokken zij op. Op dat moment kwam verdachte met zijn auto in botsing met de motorrijder die op zijn beurt weer in botsing kwam met de Skoda. Door de botsing is de motorrijder ten val gekomen. Hij heeft hierdoor een gebroken bovenbeen opgelopen.
Allereerst merkt de rechtbank op dat het een uiterst summier dossier betreft, zonder forensisch onderzoek verkeer (voorheen VOA). Zo is er geen onderzoek gedaan naar de verkeerslichtinstallatie zodat de rechtbank niet op basis hiervan kan vaststellen of, en hoe lang, het verkeerslicht rood licht uitstraalde op het moment dat het voertuig van verdachte dit verkeerslicht passeerde. De getuigenverklaringen van [slachtoffer] en [getuige ] op dit punt laten meerdere mogelijkheden open, namelijk dat verdachte voorbij een oranje of nét op rood gesprongen verkeerslicht was gereden, of dat de verkeerslichtinstallatie niet naar behoren functioneerde, zodat bijvoorbeeld zowel het verkeerslicht van verdachte als dat van het slachtoffer groen uitstraalde. Ook bevat het dossier geen objectieve informatie over hoe hard verdachte reed.
Verdachte heeft weliswaar ter plekke tegen [getuige ] en de politie verklaard dat hij door rood was gereden. Echter, daartegenover staat dat verdachte bij de politie tijdens zijn verhoor heeft verklaard dat het verkeerslicht in zijn beleving groen was. Hij heeft daarbij verklaard aan te nemen door rood te zijn gereden, omdat het kruisende verkeer ook reed en de bestuurder van de Skoda vrij boos op hem was. De rechtbank betrekt hierbij tevens de houding en het gedrag van verdachte ter terechtzitting. Zo heeft verdachte ter terechtzitting, als antwoord op de vraag hoe hij zichzelf als bestuurder kan omschrijven, verklaard dat hij door anderen wel eens een ‘slome muis’ wordt genoemd. Mede gelet op het verhandelde ter zitting heeft de rechtbank het vermoeden dat bij verdachte mogelijk sprake is van een verstandelijke beperking.
De verklaringen van verdachte bij de politie en ter terechtzitting komen de rechtbank geloofwaardig en authentiek over. Gelet op voorgaande valt niet uit te sluiten dat verdachte door de hectische situatie na het ongeval dichtklapte of emotioneel blokkeerde en daarom gezegd heeft dat hij door rood was gereden, terwijl dat mogelijk niet zo was. Ter terechtzitting heeft verdachte ook verklaard dat hij niet meer weet of hij door een rood verkeerslicht was gereden en dat de verklaring bij de politie dat hij door rood moet zijn gereden, een aanname is geweest.
Gelet op voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat het dossier onvoldoende objectief bewijs bevat om objectief te kunnen vaststellen dat verdachte vlak voor het ongeval daadwerkelijk een rood verkeerslicht heeft genegeerd. Dit komt erop neer dat de rechtbank verdachte onschuldig acht, omdat het tegendeel met onvoldoende zekerheid kan worden vastgesteld. Verdachte zal dus van de primair en subsidiair ten laste gelegde feiten worden vrijgesproken.
DE UITSPRAAK
T.a.v. het primair en subsidiair ten laste gelegde:
De rechtbank verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W. Heijninck, voorzitter,
mr. M.M.L.A.T. Doll en mr. I.C. Meuris, leden,
in tegenwoordigheid van mr. S. Durmuş, griffier,
en is uitgesproken op 14 augustus 2026.