Rechtbank Oost-Brabant
ECLI:NL:RBOBR:2026:5777
Inhoudsindicatie
Het eerste verzoek strekt tot vernietiging van een besluit van het bestuur van de VvE. Het bestuur van de VvE heeft verzoeker een schriftelijke waarschuwing gegeven vanwege gesteld handelen in strijd met het huishoudelijk regelement van de VvE. De kantonrechter wijst het verzoek toe. Er is sprake van een besluit van een orgaan van de VvE dat op een rechtsgevolg is gericht. Het besluit wordt vernietigd omdat de totstandkoming van het besluit niet voldoet aan de vereist die voortvloeien uit de redelijkheid en billijkheid. Er is geen enkel bewijs van enig handelen in strijd met het huishoudelijk reglement en er is ook geen (gedegen) onderzoek gedaan naar de ontvangen signalen. Evenmin is sprake geweest van hoor- en wederhoor. Het tweede verzoek strekt tot vernietiging van het besluit van de ALV om de hiervoor genoemde waarschuwing niet in te trekken. Dit verzoek wordt afgewezen omdat er geen sprake is van een op enig rechtsgevolg gericht besluit wat voor vernietiging in aanmerking komt.
Citeert (4)
- ECLI:NL:RBAMS:2025:9075 Rechtbank Amsterdam 18-11-2025
- ECLI:NL:RBROT:2023:4020 Rechtbank Rotterdam 28-04-2023
- ECLI:NL:RBNHO:2022:11768 Rechtbank Noord-Holland 02-11-2022
- ECLI:NL:RBAMS:2025:6096 Rechtbank Amsterdam 19-08-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (23.974 tekens)
OOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummers: 11717442 \ EJ VERZ 25-246 en 11887010 \ EJ VERZ 25-442
Beschikking van 16 juli 2026
in de zaken van
[verzoeker]
,
te [plaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. M. Simmeren,
tegen
VERENIGING VAN EIGENAARSAPPARTEMENTENGEBOUW [verweerder],
te [plaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: de VvE,
gemachtigde: mr. A.J.C. Goldhoorn,
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van [verzoeker] ex artikel 5:130 BW met 9 producties, ingekomen op 23 mei 2025 in de zaak 11717442 \ EJ VERZ 25-246
- het verzoekschrift van [verzoeker] ex artikel 5:130 BW met 6 producties, ingekomen op 19 september 2025 in de zaak 11887010 \ EJ VERZ 25-442
- het identieke verweerschrift van de VvE in beide zaken,
- de aanvullende productie van [verzoeker] in beide zaken,
- de mondelinge behandeling van 16 juni 2026. Beide zaken zijn gelijktijdig behandeld vanwege het samenhangende feitencomplex. Partijen en hun gemachtigden hebben hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er besproken is.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
[verzoeker] is eigenaar van het appartementsrecht, rechtgevend op het uitsluitend gebruik van het appartement gelegen aan de [adres] te [plaats] (hierna: het appartement) en de bijbehorende berging. Het appartement met toebehoren maakt deel uit van het complex [verweerder] .
2.2.
In het in de Splitsingsakte van toepassing verklaarde Modelreglement is onder hoofdstuk “K. Overtredingen” in artikel 29 onder meer bepaald:
“Artikel 29
1. Bij overtreding of niet-nakoming van een der bepalingen van de wet, van het reglement of van het eventuele huishoudelijk reglement, hetzij door een eigenaar, hetzij door een gebruiker, zal het bestuur de betrokkene een schriftelijke waarschuwing doen toekomen per aangetekende brief en hem wijzen op de overtreding of niet-nakoming.
2. Indien de betrokkene binnen een maand geen gevolg geeft aan de waarschuwing kan het bestuur hem een boete opleggen van ten hoogste een bedrag dat door de vergadering voor zodanige overtredingen of niet-nakoming is bepaald voor elke overtreding of niet-nakoming, onverminderd de gehoudenheid van de betrokkene tot schadevergoeding, zo daartoe termen aanwezig zijn, en onverminderd de andere maatregelen, welke de vergadering kan nemen krachtens de wet of het reglement. (…)”
2.3.
In het Huishoudelijk Reglement is, voor zover van belang, opgenomen:
“Artikel 2 – Hinderbepalingen
2.1
Ongestoord woongenot
Het is iedere bewoner verboden last of hinder te veroorzaken aan de andere bewoners.”
2.4.
Op 23 april 2025 heeft er een algemene ledenvergadering (ALV) plaatsgevonden. In de uitnodiging voor deze ALV is opgenomen:
‘Agendapunten:
a) van de Voorzitter
(…)
Aandacht voor reglement 1992 en Huishoudelijk reglement
Doelstelling huidig bestuur!
Aandachtspunt:
o.a. HHR 2.1
Het is iedere bewoner verboden last of hinder te veroorzaken aan de andere bewoners.'
2.5.
Tijdens de ALV van 23 april 2025 heeft het bestuur van de VvE, op dat moment onder leiding van de heer [A] , aan [verzoeker] mondeling een officiële waarschuwing gegeven over zijn gedrag. Aansluitend is aan [verzoeker] tijdens die ALV een schriftelijke waarschuwing overhandigd. De schriftelijke waarschuwing luidt als volgt:
“Onderwerp: Officiële Waarschuwing wegens ongewenst gedrag.
Beste heer [verzoeker]
Aanleiding tot dit schrijven is het gedrag van de afgelopen jaren welke jegens bewoners, bezoekers en werklieden in en rondom het gebouw [verweerder] als volgt is over gekomen:
- intimiderend
- en/of schofferend (middels schelden en tieren)
- en bedreigend
Bovenstaande heeft er zelfs tot tweemaal toe geleidt dat de politie om assistentie is verzocht, in verband met het door u gebruikte verbaal geweld (tot bloedens toe) tegen inmiddels voormalige bewoners.
Dit getoonde gedrag is aanleiding voor het Bestuur van [verweerder] om:
U een Officiële Waarschuwing te geven!
Naar aanleiding van het in het huishoudelijk reglement opgenomen artikel 2.1:
Het is iedere bewoner verboden last of hinder te veroorzaken aan de andere bewoners.
Ervan uitgaande dat deze Officiële Waarschuwing voor u voldoende zal zijn om uw vertoonde gedrag aan te passen, een passieve houding en benadering, is wellicht een vervolg hieraan overbodig?”
2.6.
[verzoeker] kon zich niet verenigen met de inhoud van de waarschuwing en heeft de VvE verzocht de waarschuwing in te trekken.
2.7.
Op 20 juni 2025 heeft het toenmalig bestuur van de VvE haar ontslag aangekondigd. Tijdens de ALV van 21 augustus 2025 is een nieuwe bestuurder benoemd: Commitment VvE Beheer.
2.8.
Op 22 augustus 2025 heeft de ALV opnieuw vergaderd. Op de agenda stond het onderwerp “waarschuwing aan de heer [verzoeker] ”. Commitment VvE Beheer heeft bij monde van de heer [B] het verzoek van [verzoeker] om de waarschuwing in te trekken aan de orde gesteld. De meerderheid van de leden heeft daarop te kennen gegeven de waarschuwing te willen handhaven. De notulen van deze vergadering zijn niet verstrekt.
3Het verzoek en het verweer
In de zaak 11717442 \ EJ VERZ 25-246
3.1.
[verzoeker] verzoekt – samengevat - het op 23 april 2025 genomen besluit te vernietigen dan wel nietig te verklaren en de VvE, uitvoerbaar bij voorraad maar met uitzondering van [verzoeker] , te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
Aan het verzoek heeft [verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd.
Het besluit waarbij een officiële waarschuwing is gegeven, is in strijd met redelijkheid en billijkheid genomen. Het besluit bevat geen objectieve onderbouwing van de klachten en voorafgaand aan de gegeven waarschuwing heeft geen hoor- en wederhoor plaatsgevonden. Het bestuur heeft dus geen zorgvuldige belangenafweging kunnen maken. [verzoeker] is ook niet vooraf geïnformeerd over de voorgenomen waarschuwing en dus tijdens de ALV van 23 april 2025 daarmee overvallen. De waarschuwing kan niet alleen juridische consequenties hebben maar tast [verzoeker] ook aan in zijn persoonlijke integriteit. Tot slot zijn er geen aanwijzingen voor ongepast gedrag van verzoeker.
3.3.
De VvE verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en voert daartoe het volgende aan. [verzoeker] heeft geen belang bij vernietiging van de waarschuwing omdat het een waarschuwing is zonder aangekondigde rechtsgevolgen. Verder is er een meerderheid binnen de VvE die meent dat de waarschuwing terecht is gegeven. De VvE kan het handelen van [verzoeker] weliswaar niet onomstotelijk bewijzen maar moet normerend kunnen optreden bij alarmerende signalen.
In de zaak 11887010 \ EJ VERZ 25-442
3.4.
[verzoeker] verzoekt primair om het besluit van 22 augustus 2025 tot niet-intrekking van de waarschuwing te vernietigen. Subsidiair verzoekt [verzoeker] het besluit nietig te verklaren, althans zonder rechtsgevolg te achten, met veroordeling van de VvE in de proceskosten. Aan het verzoek legt [verzoeker] ten grondslag dat het besluit in strijd met de redelijkheid en billijkheid is genomen.
3.5.
De VvE verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en heeft tijdens de mondelinge behandeling, in aanvulling op het verweerschrift, het volgende aangevoerd. Er is geen sprake van een besluit. Het bestuur van de VvE heeft de ALV verzocht om een standpunt in te nemen met betrekking tot het wel of niet intrekken van de op 23 april 2025 gegeven waarschuwing. Het bestuur heeft slechts een instructievraag neergelegd bij de ALV. Het geven van die instructie, namelijk dat de waarschuwing niet ingetrokken dient te worden, is niet aan te merken als een nieuw besluit van de ALV.
4De beoordeling
In de zaak 11717442 \ EJ VERZ 25-246
4.1.
Het verzoek van [verzoeker] is binnen de daartoe gestelde termijn ontvangen zodat hij ontvankelijk is in zijn verzoek.
De waarschuwing gegeven op 23 april 2025 is een besluit
4.2.
De eerste vraag die voorligt, is of de door het bestuur op 23 april 2025 gegeven schriftelijke waarschuwing kwalificeert als een besluit dat vatbaar is voor vernietiging of nietig verklaring op grond van artikel 2:15 respectievelijk 2:14 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Omdat er in de hiervoor genoemde artikelen niet nader is gedefinieerd wat moet worden verstaan onder een besluit, heeft de kantonrechter aansluiting gezocht bij het bestuursrechtelijke besluitbegrip. De kantonrechter heeft als uitgangspunt genomen dat er sprake moet zijn van een besluit van een orgaan van de VvE dat op een rechtsgevolg is gericht Tussen partijen is niet in geschil dat de waarschuwing op 23 april 2025 is gegeven door het bestuur. Het bestuur is een orgaan van de VvE waarmee aan het eerste vereiste is voldaan.
4.3.
Volgens de VvE is er echter geen sprake van een in rechte te bestrijden besluit omdat de waarschuwing niet op een rechtsgevolg is gericht. De gegeven waarschuwing is niet meer dan een opdracht aan [verzoeker] om zijn gedrag aan te passen. Enig gevolg heeft het bestuur daar niet aan verbonden.
4.4.
De kantonrechter volgt de VvE niet in dit standpunt. De kantonrechter stelt voorop dat de bevoegdheid voor het geven van een schriftelijke waarschuwing door het bestuur van de VvE, is vastgelegd in artikel 29 van het modelreglement. Het met het geven van een schriftelijke waarschuwing beoogde rechtsgevolg is beëindiging van een met de wet, statuten of reglementen strijdige situatie. Indien de waarschuwing dat effect niet zou sorteren, kan het bestuur nadere sancties opleggen. Op die mogelijkheid wordt in de gegeven waarschuwing ook gehint met de woorden ‘Ervan uitgaande dat deze Officiële Waarschuwing voor u voldoende zal zijn om uw vertoonde gedrag aan te passen (..), is wellicht een vervolg hieraan overbodig?’ Dat het bestuur niet tot vervolgmaatregelen is overgegaan, is niet doorslaggevend bij karakterisering van het besluit.
Weliswaar kan (het bestuur van) de VvE de leden van de vereniging ook zonder specifieke wettelijke of contractuele grondslag (mondeling) aanspreken op hun gedrag, zoals de VvE tijdens de mondelinge behandeling heeft benadrukt, maar het in een ALV geven van een officiële schriftelijke waarschuwing zoals hier voor ligt, strekt veel verder. Gezien de aard, impact en signaalwerking van een dergelijke maatregel, is een aan de wet, statuten of toepasselijke reglementen ontleende bevoegdheid daartoe noodzakelijk en het modelreglement voorziet ook in zo’n grondslag.
4.5.
[verzoeker] heeft naar het oordeel van de kantonrechter voldoende belang bij zijn verzoek tot vernietiging of nietigverklaring van het besluit waarbij hem een schriftelijke waarschuwing is gegeven. Door de in de ALV gegeven waarschuwing staat [verzoeker] binnen de VvE te boek als een intimiderende man. Een dergelijke aantijging tast iemand aan in zijn eer en goede naam, wat een in rechte te respecteren belang oplevert.
De totstandkoming van het besluit voldoet niet aan de vereisten die voortvloeien uit de redelijkheid en billijkheid
4.6.
De kantonrechter is op grond van artikel 2:15 BW, in samenhang gelezen met artikel 5:130 BW, bevoegd een besluit van een orgaan van de VvE te vernietigen wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW wordt geëist. Artikel 2:8 lid 1 BW bepaalt dat een rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken, zich als zodanig jegens elkander moeten gedragen naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. Een besluit is vernietigbaar indien het naar inhoud of de wijze van totstandkoming in strijd is met de voornoemde gedragsregel. De toetsingsmaatstaf is of het orgaan van de VvE bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en naar billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.
4.7.
Het bestuur van de VvE heeft zich, zoals de VvE tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard, enkel gebaseerd op signalen die zij van leden van de VvE ontving over [verzoeker] . Enig onderzoek naar de juistheid van deze signalen is niet verricht en evenmin is [verzoeker] in de gelegenheid gesteld om zijn kant van het verhaal te doen.
Bij een zorgvuldige voorbereiding van een besluit hoort dat signalen niet klakkeloos voor waar worden aangenomen. Dat geldt des te meer als er geen concreet bewijs voorhanden is van de gestelde overlastgevende gedragingen en er een groot tijdsverloop zit tussen de ontvangen signalen en het geven van een waarschuwing daarvoor. De concrete signalen die door de VvE in de procedure zijn ingebracht stammen uit 2022, terwijl het bestuur pas in april 2025 is overgegaan tot het geven van een waarschuwing. De reden dat [verzoeker] niet eerder een waarschuwing heeft ontvangen, is volgens de VvE dat er destijds een ander bestuur was dat niet op deze signalen heeft geacteerd. Het opvolgend bestuur, met [A] als voorzitter, heeft deze signalen kort na aantreding alsnog opgepakt en de waarschuwing aan [verzoeker] gegeven.
4.8.
Wat er van deze reden ook zij, het bestuur had alsnog eerst deugdelijk onderzoek moeten doen naar de gegrondheid van de signalen en hoor- en wederhoor moeten toepassen. Pas dan had het bestuur een gedegen afweging kunnen maken om wel of geen officiële waarschuwing te geven en deze afweging van een motivering kunnen voorzien. Dit alles heeft het bestuur niet gedaan. [verzoeker] is zelfs niet in kennis gesteld van het voornemen om een officiële waarschuwing aan hem uit te reiken. Hij had ook bij het lezen van de uitnodiging niet hoeven te vermoeden dat hem een dergelijke waarschuwing boven het hoofd hing. De waarschuwing aan het adres van [verzoeker] is namelijk verhuld op de agenda gezet (zie overweging 2.4).
4.9.
Uit de eisen van redelijkheid en billijkheid vloeit voort dat een besluit zorgvuldig tot stand moet komen. Gelet op het voorgaande is het besluit van het bestuur om [verzoeker] een officiële waarschuwing te geven op meerdere punten onzorgvuldig tot stand gekomen. Alleen al om die reden kan het besluit niet in stand blijven. De kantonrechter zal de verzochte vernietiging dus toewijzen. De inhoud van het besluit zal daarom verder onbesproken blijven.
De VvE moet de proceskosten betalen
4.10.
[verzoeker] heeft verzocht om de VvE, met uitzondering van [verzoeker] zelf, te veroordelen in de proceskosten. De interne draagplicht van [verzoeker] in de door de VvE gemaakte kosten voor deze procedure volgt uit het splitsingsreglement. In de splitsingsakte is geen uitzondering opgenomen voor het geval een eigenaar tegen de VvE een procedure voert. Een dergelijke uitzondering is ook niet opgenomen in het modelreglement. Er is evenmin een wettelijke regel die meebrengt dat een eigenaar van zijn interne draagplicht is ontheven in een situatie als hier aan de orde. Tenslotte is niet gesteld en ook is niet gebleken van een zodanige uitzonderlijke situatie dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de VvE [verzoeker] in dit geval aan zijn interne draagplicht houdt. Het daarop gerichte verzoek wordt dan ook afgewezen.
4.11.
De VvE moet als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [verzoeker] worden begroot op:
- griffierecht
€
90,00
- salaris gemachtigde
€
576,00
(2 punt × € 288,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
810,00
In de zaak 11887010 \ EJ VERZ 25-442
4.12.
Het verzoek van [verzoeker] is binnen de daartoe gestelde termijn ontvangen zodat hij ontvankelijk is in zijn verzoek.
Er is geen sprake van een besluit
4.13.
Ook hier ligt eerst de vraag voor of er sprake is van een besluit dat vatbaar is voor vernietiging of nietigverklaring. De agenda en/of de notulen van de ALV van 22 augustus 2025 zijn niet overgelegd. De kantonrechter heeft daarom alleen de mededelingen van partijen om te kunnen beoordelen of sprake is van een besluit.
4.14.
[B] , de namens Commitment VvE beheer optredend bestuurder, heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij een ALV heeft uitgeroepen om te kunnen beoordelen hoe te reageren op het verzoek van [verzoeker] om de waarschuwing in te trekken. Hij wilde van de leden horen hoe zij tegen dat verzoek om intrekking aankeken. [B] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat als de leden in meerderheid voor intrekken van de waarschuwing zouden zijn geweest, hij daartoe was overgegaan. Omdat er geen meerderheid was, heeft hij het besluit waarbij de officiële waarschuwing gegeven is, in stand gelaten. Het gaat volgens de VvE hier dus niet om een besluit van de ALV maar alleen om een instructievraag van het bestuur van de VvE aan de leden.
4.15.
Zoals uit punt 4.4. van deze beschikking volgt, is het bestuur van de VvE het orgaan dat op grond van artikel 29 van het modelreglement de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het geven van een schriftelijke waarschuwing. Het bestuur is dan logischerwijs ook het orgaan dat bevoegd is een eerder besluit daartoe in te trekken. Die bevoegdheid komt niet de ALV toe. Van een zelfstandig besluit, genomen op het verzoek van [verzoeker] tot intrekking van de waarschuwing, door en tijdens de ALV op 22 augustus 2025 is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake. Dat de ALV een nieuwe waarschuwing heeft gegeven aan [verzoeker] blijkt ook nergens uit. De uitleg van de [B] over de gang van zaken komt de kantonrechter het meest begrijpelijk voor. Van deze uitleg uitgaande, is er naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van een op enig rechtsgevolg gericht besluit. Dat brengt met zich mee dat er ook niets is om te vernietigen, dan wel nietig te verklaren. Het verzoek van [verzoeker] daartoe zal dus worden afgewezen.
[verzoeker] moet de proceskosten betalen
4.16.
[verzoeker] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat de processtukken van de VvE in beide zaken identiek zijn, ziet de kantonrechter aanleiding het gemachtigdensalaris te halveren. De proceskosten van de VvE worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
288,00
(2 punt × 0,5 punt × € 288,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
432,00
5De beslissing
De kantonrechter
In de zaak 11717442 \ EJ VERZ 25-246
5.1.
vernietigt het bestuursbesluit van 23 april 2025,
5.2.
veroordeelt de VvE in de proceskosten van € 810,00 te vermeerderen met de kosten van betekening als de beschikking wordt betekend,
5.3.
verklaart deze beschikking ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
In de zaak 11887010 \ EJ VERZ 25-442
5.4.
wijst het verzoek van [verzoeker] af,
5.5.
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 432,00 te vermeerderen met de kosten van betekening als de beschikking wordt betekend.
Deze beschikking is gegeven door mr. B.C.W. Geurtsen-van Eeden en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026.
Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2025:9075 r.o. 4.3, ECLI:NL:RBROT:2023:4020 r.o. 3.1, ECLI:NL:RBNHO:2022:11768 r.o. 5.1.
Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2025:6096, r.o. 5.16.