Rechtbank Oost-Brabant
ECLI:NL:RBOBR:2026:5677
2026-07-02
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/01?427054 FA RK 26-2553
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzoek zorgmachtiging toegewezen. Geen sprake van wilsbekwaam verzet. Medische verklaring voldoet aan eisen ondanks dat onderzoek slechts via een dichte deur heeft plaatsgevonden.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2022:123 Hoge Raad 04-02-2022
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (11.607 tekens)
RECHTBANK OOST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/427054 / FA RK 26-2553
Datum uitspraak: 2 juli 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. M.C.S. Lalesse uit 's-Hertogenbosch.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 15 juni 2026.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 1 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
[naam] , psychiater;
[naam] , zus van betrokkene;
[naam] , moeder van betrokkene.
2Het verzoek
2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
3De beoordeling
3.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Wilsbekwaam verzet
3.2.
De advocaat heeft afwijzing van het verzoek bepleit omdat de advocaat twijfelt of betrokkene wilsonbekwaam is. De advocaat heeft niet toegelicht op basis waarvan moet worden aangenomen dat sprake is van wilsbekwaamheid en heeft eveneens niet gespecificeerd ten aanzien van welke zorgvormen betrokkene wilsbekwaam is.
3.3.
Voor zover de advocaat hiermee een beroep doet op wilsbekwaam verzet, zal de rechtbank dit beroep niet honoreren. De psychiater ter zitting heeft desgevraagd aangegeven weliswaar geen duidelijkheid te kunnen geven over de wils(on)bekwaamheid van betrokkene, maar dat het feit dat betrokkene al jaren op zijn kamer zit zonder daar een probleem in te zien, doet vermoeden dat betrokkene niet in staat is tot een redelijke afweging van zijn belangen. Gelet op het feit dat de zorgverantwoordelijke op grond van art. 1:5 en 8:9 lid 4 Wvggz moet beoordelen of er sprake is van wilsonbekwaamheid, acht de rechtbank de verklaring van de psychiater ter zitting voldoende om uit te gaan van de wilsonbekwaamheid van betrokkene. Nu uit de medische verklaring blijkt dat volgens de onafhankelijk psychiater sprake is van wilsonbekwaamheid en de advocaat van betrokkene het bezwaar tegen verplichte zorg niet tot nauwelijks heeft toegelicht, is er naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding voor een aanvullende verklaring van een onafhankelijk arts zoals volgt uit HR 4 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:123. Daarbij merkt de rechtbank ten overvloede op dat een dergelijke aanvullende verklaring in deze situatie ook niet kan worden gevergd, nu betrokkene ter zitting heeft verklaard niet mee te zullen werken aan enig onderzoek door een psychiater. Hij ziet het nut hier niet van in, omdat hij vindt dat hij niets mankeert.
De medische verklaring
3.4.
Daarnaast heeft de advocaat ter zitting naar voren gebracht dat het verzoek moet worden afgewezen, omdat betrokkene niet fysiek is gezien door de onafhankelijk psychiater en de medische verklaring daarmee niet voldoet aan de wettelijke vereisten.
3.5.
Volgens vaste jurisprudentie dient de psychiater het in de Wvggz voor de diverse vormen van verplichte zorg voorgeschreven medische onderzoek in beginsel aldus te verrichten dat hij de betrokkene in een direct contact, dat wil zeggen: in diens fysieke aanwezigheid, spreekt en observeert. Dit is slechts anders indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om een weigering van de betrokkene om aan een onderzoek mee te werken, maar ook andere omstandigheden kunnen meebrengen dat onderzoek in fysieke aanwezigheid van de betrokkene niet of slechts beperkt mogelijk is. In die gevallen zal, met het oog op de beoogde maatregel, steeds op de best mogelijke manier moeten worden getracht inzicht te verkrijgen in de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene en de noodzaak tot het treffen van de beoogde maatregel.
3.6.
In onderhavige situatie heeft de onafhankelijk psychiater betrokkene enkel door de deur kunnen spreken en niet fysiek kunnen onderzoeken. De redenen daarvan heeft de onafhankelijk psychiater in de medische verklaring uiteengezet. Betrokkene heeft geweigerd om zijn kamerdeur open te doen ondanks meerdere pogingen hiertoe, zowel verbaal als ook fysiek door de moeder van betrokkene. Daarbij was sprake van actief verzet van betrokkene om de deur te openen. Betrokkene heeft de afgelopen jaren ook de deur voor de hulpverleners van de GGZ niet opengedaan. Recent heeft er ook een gesprek met een andere psychiater door de deur plaats gevonden. De onafhankelijk psychiater geeft aan dat, in overleg met de geneesheer-directeur, de beoordeling door de deur het hoogst haalbare is en het opnieuw pogen betrokkene te zien niet doelmatig zou zijn geweest. Het verder vertragen van het proces is echter mogelijk wel schadelijk voor betrokkene en zijn familie. Ook de psychiater ter zitting heeft verklaard dat er veel moeite is gedaan om betrokkene fysiek te zien. De onafhankelijk psychiater heeft de deur proberen te forceren. Dit is echter niet gelukt. De volgende stap zou zijn om de politie te vragen om de deur open te breken. De onafhankelijk psychiater was van oordeel dat dit echter niet proportioneel zou zijn.
3.7.
Deze omstandigheden maken dat het naar het oordeel van de rechtbank redelijkerwijs niet mogelijk is geweest om betrokkene in een direct contact te onderzoeken. De onafhankelijk psychiater heeft vervolgens in de medische verklaring voldoende toegelicht op welke gronden hij tot de conclusie komt dat ten aanzien van betrokkene aan de wettelijke vereisten voor verplichte zorg is voldaan, namelijk door raadpleging van de zorgverantwoordelijke, de (inwonende) familie van betrokkene en het dossier.
De verdere beoordeling
3.8.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een obsessief compulsieve stoornis.
3.9.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling.
3.10.
Betrokkene verblijft al jaren op zijn kamer/in zijn huis. Betrokkene is in een sociaal isolement geraakt en werkt en studeert niet. Er is geen enkele deelname aan de maatschappij. Daarnaast is er sprake van zowel fysieke als mentale verwaarlozing. Betrokkene is vervuild en ligt al ongeveer anderhalf jaar voornamelijk in bed, waarbij hij al enige tijd geen controle heeft over zijn blaas dan wel urine moedwillig laat lopen. Betrokkene eet en drinkt slecht, wat in 2024 ook heeft geleid tot een opname in het ziekenhuis. Ook is er sprake van totale cognitieve onderstimulatie. Daarnaast is betrokkene bang om dingen aan te raken met zijn handen, zo moet zijn moeder de tv bedienen, bedient betrokkene zijn telefoon uitsluitend met spraakherkenning en opent betrokkene deuren alleen als het echt niet anders kan met zijn ellenboog.
3.11.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
3.12.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft geen ziektebesef in -inzicht. De afgelopen jaren is veelvuldig geprobeerd om de noodzakelijke zorg op vrijwillige basis te verlenen, echter zonder resultaat. Betrokkene laat namelijk niemand van de hulpverleners toe. Daarom is verplichte zorg nodig.
3.13.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
3.14.
De verzochte vorm van verplichte zorg ‘het toedienen van vocht en voeding’ zal worden afgewezen, omdat is gebleken dat deze vorm van verplichte zorg op dit moment niet noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden.
3.15.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
4De beslissing
De rechtbank:
4.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 3.13. staan kunnen worden toegepast;
4.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 januari 2027;
4.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2026 door mr. J. van Kesteren, rechter, in aanwezigheid van mr. M.N.H.E. van Riel, griffier.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Familie- en Jeugdrecht
Locatie 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/427054 / FA RK 26-2553
Datum uitspraak: 2 juli 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. M.C.S. Lalesse uit 's-Hertogenbosch.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 15 juni 2026.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 1 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
[naam] , psychiater;
[naam] , zus van betrokkene;
[naam] , moeder van betrokkene.
2Het verzoek
2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
3De beoordeling
3.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Wilsbekwaam verzet
3.2.
De advocaat heeft afwijzing van het verzoek bepleit omdat de advocaat twijfelt of betrokkene wilsonbekwaam is. De advocaat heeft niet toegelicht op basis waarvan moet worden aangenomen dat sprake is van wilsbekwaamheid en heeft eveneens niet gespecificeerd ten aanzien van welke zorgvormen betrokkene wilsbekwaam is.
3.3.
Voor zover de advocaat hiermee een beroep doet op wilsbekwaam verzet, zal de rechtbank dit beroep niet honoreren. De psychiater ter zitting heeft desgevraagd aangegeven weliswaar geen duidelijkheid te kunnen geven over de wils(on)bekwaamheid van betrokkene, maar dat het feit dat betrokkene al jaren op zijn kamer zit zonder daar een probleem in te zien, doet vermoeden dat betrokkene niet in staat is tot een redelijke afweging van zijn belangen. Gelet op het feit dat de zorgverantwoordelijke op grond van art. 1:5 en 8:9 lid 4 Wvggz moet beoordelen of er sprake is van wilsonbekwaamheid, acht de rechtbank de verklaring van de psychiater ter zitting voldoende om uit te gaan van de wilsonbekwaamheid van betrokkene. Nu uit de medische verklaring blijkt dat volgens de onafhankelijk psychiater sprake is van wilsonbekwaamheid en de advocaat van betrokkene het bezwaar tegen verplichte zorg niet tot nauwelijks heeft toegelicht, is er naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding voor een aanvullende verklaring van een onafhankelijk arts zoals volgt uit HR 4 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:123. Daarbij merkt de rechtbank ten overvloede op dat een dergelijke aanvullende verklaring in deze situatie ook niet kan worden gevergd, nu betrokkene ter zitting heeft verklaard niet mee te zullen werken aan enig onderzoek door een psychiater. Hij ziet het nut hier niet van in, omdat hij vindt dat hij niets mankeert.
De medische verklaring
3.4.
Daarnaast heeft de advocaat ter zitting naar voren gebracht dat het verzoek moet worden afgewezen, omdat betrokkene niet fysiek is gezien door de onafhankelijk psychiater en de medische verklaring daarmee niet voldoet aan de wettelijke vereisten.
3.5.
Volgens vaste jurisprudentie dient de psychiater het in de Wvggz voor de diverse vormen van verplichte zorg voorgeschreven medische onderzoek in beginsel aldus te verrichten dat hij de betrokkene in een direct contact, dat wil zeggen: in diens fysieke aanwezigheid, spreekt en observeert. Dit is slechts anders indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om een weigering van de betrokkene om aan een onderzoek mee te werken, maar ook andere omstandigheden kunnen meebrengen dat onderzoek in fysieke aanwezigheid van de betrokkene niet of slechts beperkt mogelijk is. In die gevallen zal, met het oog op de beoogde maatregel, steeds op de best mogelijke manier moeten worden getracht inzicht te verkrijgen in de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene en de noodzaak tot het treffen van de beoogde maatregel.
3.6.
In onderhavige situatie heeft de onafhankelijk psychiater betrokkene enkel door de deur kunnen spreken en niet fysiek kunnen onderzoeken. De redenen daarvan heeft de onafhankelijk psychiater in de medische verklaring uiteengezet. Betrokkene heeft geweigerd om zijn kamerdeur open te doen ondanks meerdere pogingen hiertoe, zowel verbaal als ook fysiek door de moeder van betrokkene. Daarbij was sprake van actief verzet van betrokkene om de deur te openen. Betrokkene heeft de afgelopen jaren ook de deur voor de hulpverleners van de GGZ niet opengedaan. Recent heeft er ook een gesprek met een andere psychiater door de deur plaats gevonden. De onafhankelijk psychiater geeft aan dat, in overleg met de geneesheer-directeur, de beoordeling door de deur het hoogst haalbare is en het opnieuw pogen betrokkene te zien niet doelmatig zou zijn geweest. Het verder vertragen van het proces is echter mogelijk wel schadelijk voor betrokkene en zijn familie. Ook de psychiater ter zitting heeft verklaard dat er veel moeite is gedaan om betrokkene fysiek te zien. De onafhankelijk psychiater heeft de deur proberen te forceren. Dit is echter niet gelukt. De volgende stap zou zijn om de politie te vragen om de deur open te breken. De onafhankelijk psychiater was van oordeel dat dit echter niet proportioneel zou zijn.
3.7.
Deze omstandigheden maken dat het naar het oordeel van de rechtbank redelijkerwijs niet mogelijk is geweest om betrokkene in een direct contact te onderzoeken. De onafhankelijk psychiater heeft vervolgens in de medische verklaring voldoende toegelicht op welke gronden hij tot de conclusie komt dat ten aanzien van betrokkene aan de wettelijke vereisten voor verplichte zorg is voldaan, namelijk door raadpleging van de zorgverantwoordelijke, de (inwonende) familie van betrokkene en het dossier.
De verdere beoordeling
3.8.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een obsessief compulsieve stoornis.
3.9.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling.
3.10.
Betrokkene verblijft al jaren op zijn kamer/in zijn huis. Betrokkene is in een sociaal isolement geraakt en werkt en studeert niet. Er is geen enkele deelname aan de maatschappij. Daarnaast is er sprake van zowel fysieke als mentale verwaarlozing. Betrokkene is vervuild en ligt al ongeveer anderhalf jaar voornamelijk in bed, waarbij hij al enige tijd geen controle heeft over zijn blaas dan wel urine moedwillig laat lopen. Betrokkene eet en drinkt slecht, wat in 2024 ook heeft geleid tot een opname in het ziekenhuis. Ook is er sprake van totale cognitieve onderstimulatie. Daarnaast is betrokkene bang om dingen aan te raken met zijn handen, zo moet zijn moeder de tv bedienen, bedient betrokkene zijn telefoon uitsluitend met spraakherkenning en opent betrokkene deuren alleen als het echt niet anders kan met zijn ellenboog.
3.11.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
3.12.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft geen ziektebesef in -inzicht. De afgelopen jaren is veelvuldig geprobeerd om de noodzakelijke zorg op vrijwillige basis te verlenen, echter zonder resultaat. Betrokkene laat namelijk niemand van de hulpverleners toe. Daarom is verplichte zorg nodig.
3.13.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
3.14.
De verzochte vorm van verplichte zorg ‘het toedienen van vocht en voeding’ zal worden afgewezen, omdat is gebleken dat deze vorm van verplichte zorg op dit moment niet noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden.
3.15.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
4De beslissing
De rechtbank:
4.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 3.13. staan kunnen worden toegepast;
4.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 januari 2027;
4.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2026 door mr. J. van Kesteren, rechter, in aanwezigheid van mr. M.N.H.E. van Riel, griffier.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.