Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Oost-Brabant

ECLI:NL:RBOBR:2026:5566

2026-02-13 Civiel recht; Personen- en familierecht C/01/423087/ FA RK 26-429
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Uitspraakdatum
2026-02-13
Publicatiedatum
2026-08-04
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/01/423087/ FA RK 26-429
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De officier van justitie is ontvankelijk in zijn verzoek, omdat de uitgebreide neurocognitieve stoornis (NAH) van betrokkene zich nog in de herstelfase bevindt. Hierdoor is zijn NAH nog niet chronisch en valt dit nog niet onder de reikwijdte van de WzD.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (12.083 tekens)
RECHTBANK OOST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht




Zaaknummer: C/01/423087 / FA RK 26-429
Datum uitspraak: 13 februari 2026




Beschikking zorgmachtiging




op het verzoek van de officier van justitie voor





[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
wonend en verblijvend in [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. J.J.M. Cliteur uit Rosmalen.






1Het verloop van de procedure


1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen van de officier van justitie, binnengekomen bij de rechtbank op 4 februari 2026.



1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 13 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:


betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;



[naam] , psychiater;



[naam] , arts-assistent;



[naam] en [naam] , begeleiders;


de moeder van betrokkene, via een telefonische verbinding.







2Wat vaststaat


2.1.
De rechtbank heeft een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 6 februari 2026.





3Het verzoek


3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.





4Het verweer


4.1.

Namens betrokkene wordt verweer gevoerd. De advocaat voert aan dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in zijn verzoek nu betrokkene kampt met NAH-problematiek, waarvoor de Wzd is ingericht.
Daarnaast bepleit de advocaat dat het verzoek moet worden afgewezen:

- primair, omdat de zorgmachtiging niet kan dienen als een overbruggingsmachtiging bij gebrek aan feitelijk perspectief op een plaatsing bij Huize Padua;


subsidiair, omdat bij betrokkene geen sprake is van verzet;


meer subsidiair, omdat een zorgmachtiging niet doelmatig is nu betrokkene bij zijn moeder kan verblijven;


uiterst subsidiair, dat de vormen ‘toedienen van vocht en voeding’, ‘toedienen van medicatie’, ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’ en ‘het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek’ moeten worden afgewezen.







5De beoordeling


5.1.
De rechtbank volgt de advocaat niet in zijn verweer en verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.



5.2.
De rechtbank sluit zich aan bij het oordeel uit de medische verklaring dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een uitgebreide neurocognitieve stoornis door traumatisch hersenletsel (NAH).



5.3.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de psychiater toegelicht dat betrokkene nog steeds in de herstelfase zit, waardoor de NAH niet chronisch is. Betrokkene kan alleen als cliënt in de zin van artikel 1 lid 1 letter c van de WzD worden aangemerkt als uit een verklaring van een ter zake kundige arts blijkt dat hij in verband met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke handicap is aangewezen op zorg als bedoeld in het derde lid van dat artikel. In een besluit van 20 april 2020 zijn bepaalde aandoeningen gelijkgesteld met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke handicap. Daarbij is onder meer niet-aangeboren hersenletsel aangewezen. Een van de voorwaarden om niet-aangeboren hersenletsel gelijk te stellen als hiervoor bedoeld is dat het dezelfde gedragsproblemen of regieverlies veroorzaakt als een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap. In de nota van toelichting bij het Besluit van 20 april 2020 is echter vermeld dat niet-aangeboren hersenletsel alleen onder de reikwijdte van de WzD valt wanneer het zich in de chronische fase bevindt, de fase waarin duidelijk is welke stoornissen en beperkingen blijvend zijn. Dat is bij betrokkene (nog) niet het geval. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn verzoek.



5.4.
Wat betreft het verweer van de advocaat op het punt van de overbruggingsmachtiging geldt het volgende. Volgens de verklaring van de psychiater bij de mondelinge behandeling staat betrokkene al op de wachtlijst bij Huize Padua, zijn medewerkers van Huize Padua al betrokken bij de behandeling van betrokkene in [verblijfplaats] en is de verwachte actuele wachttijd voor plaatsing bij Huize Padua nu ongeveer twee maanden. Dat zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende aanknopingspunten om te kunnen concluderen dat wel sprake is van perspectief op plaatsing bij Huize Padua zodat daarmee een overbruggingsmachtiging kan worden toegewezen.


5.5.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit (het aanzienlijk risico op) ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.



5.6.
De uitgebreide cognitieve stoornissen van betrokkene zorgen ervoor dat betrokkene gedesoriënteerd is in tijd, trager denkt en last heeft van geheugenklachten. Betrokkene geeft aan dat zijn hoofd gaat tollen als sprake is van te veel prikkels. Daarnaast heeft betrokkene moeite met het zelfstandig verrichten van zijn ADL. Hoewel dit eerder tot agressie en boosheid kon leiden, gaat het nu beter met betrokkene. De psychiater heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat dit komt door de bejegening van betrokkene op de afdeling, het zo prikkelarm mogelijk verplegen en begeleiden en de intensieve één-op-één begeleiding (van 08.00 tot 22.00h, 7 dagen per week). Zonder deze begeleiding en bejegening wordt gezien dat betrokkene snel overprikkeld raakt en dat de spanning toeneemt. Eerder heeft dit geleid tot agressie incidenten.



5.7.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.



5.8.
Anders dan de advocaat is de rechtbank van oordeel dat er geen mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft een beperkt ziekte-inzicht. Hij geeft aan mee te werken aan de behandeling, maar de situatie blijft heel broos. Daarnaast geven zowel betrokkene als zijn moeder aan dat zij graag willen dat betrokkene naar huis gaat. Gelet op de noodzaak van de intensieve één-op-één begeleiding en – zoals de psychiater bij de mondelinge behandeling nader heeft toegelicht – de verslechtering van de toestand enkele uren nadat betrokkene overprikkeld is geraakt (bijvoorbeeld door teveel bezoek of door een tijdelijke vermindering van de een-op-een-begeleiding) hetgeen des te sterker zou worden als betrokkene terug zou keren naar huis, is dit momenteel niet mogelijk. Daarom is verplichte zorg nodig.



5.9.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
- opnemen in een accommodatie.



5.10.
De verzochte vormen van verplichte vorm ‘het toedienen van vocht en voeding’, ‘het toedienen van medicatie’, ‘het verrichten van medische controles’ en ‘het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening’ zullen worden afgewezen, nu niet gebleken is dat deze vormen noodzakelijk zijn om het ernstig nadeel terug te dringen.



5.11.
De rechtbank volgt de advocaat voor het overige niet in zijn uiterst subsidiaire verweer en zal de verzochte vormen ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot het gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’ en ‘beperken van het recht op het ontvangen van bezoek’ toewijzen. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat deze vormen noodzakelijk zijn om betrokkene te beschermen tegen overprikkeling en dus voor zijn herstel.



5.12.
Anders dan de advocaat is de rechtbank van mening dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde beoogde effect hebben en dat de zorgmachtiging doelmatig is. Bij de moeder thuis kan betrokkene niet de juiste bejegening (voortdurende en professionele een-op-een-begeleiding) krijgen, hetgeen naar de verwachting van de psychiater onmiddellijk zal leiden tot overprikkeling en daarmee voor betrokkene zal leiden tot terugval in zijn herstel. Daarnaast zijn de vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.





6De beslissing


De rechtbank:



6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.9. staan kunnen worden toegepast;



6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 augustus 2026;



6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.










Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026 door mr. M.F.M.T. Franke, rechter, in aanwezigheid van de griffier en op schrift gesteld op 13 februari 2026.





!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!





!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!


























!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!







Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.




ECLI:NL:RBOBR:2025:8906


Besluit houdende wijziging van het Besluit zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk
gehandicapte cliënten in verband met het aanwijzen van ziekten en aandoeningen die gelijkgesteld
worden met een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, Stb. 2020, 129.