Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Oost-Brabant

ECLI:NL:RBOBR:2026:4814

2026-07-09 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 25/2628
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Uitspraakdatum
2026-07-09
Publicatiedatum
2026-07-07
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
25/2628
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Ziektewet. Beëindiging uitkering. Eiseres claimt verdergaande beperkingen en ook een urenbeperking. Arbeidskundig voert eiseres aan dat ze de geselecteerde functies niet kan uitvoeren. Geen aanleiding om te twijfelen aan de verzekeringsgeneeskundige en de arbeidskundige beoordeling. Beroep ongegrond

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (14.139 tekens)
RECHTBANK OOST-BRABANT


Zittingsplaats 's-Hertogenbosch



Bestuursrecht



zaaknummer: SHE 25/2628


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juli 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. J. Jansen),


en




de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: mr. B.H.C. de Bruijn).



Samenvatting


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) per 6 juli 2024. Eiseres is het niet eens met de beëindiging van haar ZW-uitkering. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de beëindiging.



1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV de ZW-uitkering van eiseres terecht per 6 juli 2024 heeft beëindigd. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Procesverloop


2. Het UWV heeft met het besluit van 5 juni 2025 bepaald dat eiseres vanaf 6 juli 2024 geen recht meer heeft op een ZW-uitkering, omdat zij op 17 mei 2024 meer dan 65% kan verdienen van het loon dat zij verdiende voor zij ziek werd.



2.1.
Eiseres is tegen dit besluit in bezwaar gegaan. Met het besluit van 29 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.



2.2.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



2.3.
Eiseres heeft een aanvullend beroepschrift ingediend. Het UWV heeft op dit aanvullend beroepschrift gereageerd met een aanvullend rapportage van de verzekeringsarts bezwaar & beroep (B&B).



2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 4 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, mr. M.L.A.M. Gadiot, kantoorgenoot van de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV.




Relevante feiten en omstandigheden


3. Eiseres was werkzaam als brokerage rater bij [naam] . voor gemiddeld 39,77 uur per week. Op 18 augustus 2022 heeft eiseres zich voor dat werk ziekgemeld. Na beëindiging van haar dienstverband heeft eiseres een ZW-uitkering ontvangen. In mei 2024 heeft een Toetsing Verbetering Belastbaarheid Tweede Ziektejaar (‘TVB2’) plaatsgevonden. Dat heeft geleid tot de besluitvorming zoals weergegeven onder het kopje ‘Procesverloop’.




Beoordeling door de rechtbank


4. De rechtbank beoordeelt of het UWV op juiste gronden de ZW-uitkering van eiseres heeft beëindigd per 6 juli 2024. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.



4.1.
De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.



Standpunten van partijen



5. Het UWV vindt dat eiseres vanaf 6 juli 2024 geen recht meer heeft op een ZW-uitkering, omdat zij meer dan 65% van haar laatstverdiende loon kan verdienen. Het UWV verwijst ter onderbouwing van zijn standpunt naar de rapporten van de verzekeringsarts B&B en de arbeidsdeskundige B&B. De arbeidsdeskundige B&B vindt eiseres niet geschikt voor haar eigen werk, maar vindt dat eiseres wel geschikt is voor ander werk. Het UWV stelt dat eiseres met haar beperkingen de functies medewerker logistiek (SBC-code 111220), administratief productiemedewerker (SBC-code 315132) en teamondersteuner uitkeringsinstantie (SBC-code 315100) kan verrichten. Het loon dat eiseres met deze functies kan verdienen leidt, afgezet tegen het loon dat eiseres in haar laatst verrichte werk verdiende, tot een verdiencapaciteit van 81,46%.

6. Eiseres is het hier niet mee eens. Volgens eiseres zijn haar beperkingen onderschat. Daarnaast is er volgens eiseres ten onrechte geen urenbeperking aangenomen. Tevens vindt eiseres dat de voor haar door het UWV geselecteerde functies niet geschikt zijn.



De redenen voor de beslissing van de rechtbank





De zorgvuldigheid van het medisch onderzoek



7. Eiseres heeft in beroep niets aangevoerd over de zorgvuldigheid van het onderzoek. Gelet op de onderzoeksactiviteiten die door de verzekeringsartsen zijn verricht is de rechtbank van oordeel dat de medische rapporten zorgvuldig tot stand zijn gekomen. De verzekeringsartsen hebben duidelijk, begrijpelijk en zonder tegenstrijdigheden uitgelegd hoe zij tot hun beoordeling zijn gekomen.



De medisch inhoudelijke beoordeling



8. De rechtbank beoordeelt of eiseres met wat zij heeft aangevoerd twijfel heeft doen ontstaan aan de juistheid van de besluitvorming door het UWV. De rechtbank oordeelt hierover als volgt.

9. Het UWV is ermee bekend dat eiseres fysieke klachten heeft. De primaire verzekeringsarts heeft de beperkingen die uit deze klachten voortkomen vastgelegd in een functionele mogelijkhedenlijst (FML) in de rubrieken 1 (persoonlijk functioneren), 2 (sociaal functioneren), 4 (dynamische handelingen) en 5 (statische houdingen) en 6 (werktijden). De verzekeringsarts B&B heeft in zijn rapportage van 2 juli 2025 uitgelegd dat er reden is om de eerder door de primaire verzekeringsarts opgestelde FML aan te passen door aanvullende beperkingen aan te nemen. Die zijn vastgelegd in de FML van 2 juli 2025.

10. Eiseres stelt dat er onvoldoende rekening is gehouden met de klachten aan haar rug tussen de schouderbladen. Er is sprake van chronische aandoeningen, te weten een bindweefselaandoening en fibromyalgie. Deze aandoeningen gaan gepaard met wijdverspreide musculoskeletale pijn, stijfheid en verminderde spierkracht. Dit resulteert in structurele beperkingen bij fysieke handelingen zoals tillen, dragen, repeterende bewegingen en langdurig statische belasting. Tevens stelt eiseres dat zij verder beperkt is wat betreft zitten. Tot slot is het niet mogelijk om langer dan 30 minuten te fietsen, 20 minuten achter de computer te zitten en langer dan één uur auto te rijden, aldus eiseres. Eiseres verwijst daarbij naar een intakeverslag interdisciplinaire medisch specialistische revalidatiebehandeling van Medinello van 27 november 2025 en naar een brief van reumatoloog K.M. El Mokayad van 7 november 2024.



10.1.
De verzekeringsarts B&B heeft in zijn rapportage van 26 maart 2026 toegelicht dat er geen medische redenen zijn om verdergaande beperkingen aan te nemen. Met de fibromyalgie is rekening gehouden bij het opstellen van de FML. Het intakeverslag van Medinello en de brief van de reumatoloog bevestigen wat al bekend is qua klachten, diagnose en behandeling. Het is niet duidelijk of de beperkingen die genoemd worden in het intakeverslag van Medinello conclusies zijn van de revalidatiearts of dat deze waarderingen zijn van eiseres zelf. Er wordt in het intakeverslag van Medinello namelijk uitgegaan van ‘PSK’, wat staat voor patiënt specifieke klachten. Als dit al de conclusie is van de revalidatiearts, dan ontbreekt de weging hiervan ten opzichte van het onderliggende medische substraat, aldus de verzekeringsarts B&B.



10.2.
De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de beoordeling van de verzekeringsarts B&B. Uit de door eiseres ingebrachte medische stukken kunnen de door eiseres gestelde (verdergaande) beperkingen niet worden afgeleid. Zoals de verzekeringsarts B&B terecht aangeeft, wordt er in het intakeverslag van Medinello gesproken over patiënt specifieke klachten, waardoor de rechtbank daar geen conclusies uit kan trekken. De rechtbank heeft er oog voor dat eiseres veel beperkingen ervaart door haar klachten en dat eiseres deze beperkingen niet volledig terugziet in de beoordeling van de verzekeringsarts B&B. Volgens vaste rechtspraak is echter niet de persoonlijke klachtbeleving van eiseres bepalend, maar moeten de beperkingen – inclusief de omvang daarvan – medisch objectiveerbaar zijn. De beroepsgrond slaagt niet.


11. Eiseres stelt dat sprake is van cognitieve klachten, waaronder concentratieproblemen, verminderde mentale belastbaarheid en problemen met informatieverwerking. Het UWV heeft daar onvoldoende rekening mee gehouden, aldus eiseres.




11.1.
De verzekeringsarts B&B heeft in zijn rapportage van 26 maart 2026 toegelicht dat de disfunctionele cognities een belemmerende rol spelen in de klachtenbeleving van eiseres. Het betreft echter zogenoemde persoonlijke factoren en geen ziekte of gebrek an sich. Deze factoren vallen dan ook buiten beschouwing bij een verzekeringsgeneeskundige beoordeling in het kader van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten en worden daarom niet meegewogen in het vaststellen van de belastbaarheid.



11.2.
De rechtbank kan de motivering van de verzekeringsarts B&B volgen. In het intakeverslag van Medinello wordt enkel gesproken over disfunctionele cognities betreffende pijn, en daaruit kan niet worden afgeleid of daadwerkelijk sprake is van medisch objectiveerbare cognitieve klachten. Eiseres heeft verder geen andere medische informatie ingebracht die ondersteunt dat ten aanzien van het cognitief functioneren beperkingen moeten worden aangenomen. Uit de rapportage van de primaire arts van 23 mei 2024 en de rapportage van de verzekeringsarts B&B van 2 juli 2025 blijkt verder dat tijdens de spreekuren geen bijzonderheden met betrekking tot de aandacht, concentratie en andere cognitieve functies zijn waargenomen. De beroepsgrond slaagt niet.


12. Eiseres stelt dat zij door de constante pijn zeer vermoeid is. Er is sprake van een verstoorde energiebalans en verminderde recuperatiecapaciteit. Een urenbeperking is daarom op zijn plaats, aldus eiseres.




12.1.
De verzekeringsarts B&B heeft in de rapportage van 2 juli 2025 toegelicht dat er op basis van de Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid geen medische indicatie is om een urenbeperking aan te nemen. Daarvoor zijn de medische feiten, het dagverhaal en de aangenomen beperkingen van belang. Er is weliswaar sprake van chronische pijnklachten waardoor ook het slapen wordt onderbroken, maar dit leidt niet tot een structurele recuperatiebehoefte van eiseres overdag waardoor een energetische indicatie voor een urenbeperking aan de orde zou zijn. Gelet op het dagverhaal ontstaat de recuperatiebehoefte vooral na (fysieke) activiteit. Indien er gedoseerd belast wordt gedurende dag is een urenbeperking niet aan de orde.



12.2.
De rechtbank kan deze toelichting van de verzekeringsarts B&B volgen. Ook de verwijzing van de verzekeringsarts B&B naar het dagverhaal van eiseres kan de rechtbank volgen, omdat hieruit niet blijkt van een dusdanige recuperatie dat een urenbeperking noodzakelijk is. Volgens eiseres zijn de pijnklachten dermate ernstig dat ze is aangewezen op een urenbeperking, maar een medische onderbouwing daarvan ontbreekt. Met wat eiseres heeft aangevoerd en het ontbreken van een medische onderbouwing voor een urenbeperking ziet de rechtbank geen aanleiding om te oordelen dat een urenbeperking noodzakelijk is. De beroepsgrond slaagt niet.



De arbeidsdeskundige beoordeling




13. Eiseres vindt de drie geselecteerde functies niet geschikt door haar klachten. De arbeidsdeskundigen van het UWV gaan bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid uit van de beperkingen die de verzekeringsartsen in de FML hebben vastgelegd. Zoals de rechtbank hiervoor al heeft geoordeeld, heeft de verzekeringsarts B&B die belastbaarheid juist weergegeven. De arbeidsdeskundige B&B mocht daarom bij het bepalen van de functies uitgaan van deze beperkingen. De arbeidsdeskundige B&B heeft voldoende adequaat gemotiveerd waarom deze functies geschikt zijn en de rechtbank ziet geen reden om hieraan te twijfelen.





Conclusie en gevolgen


14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.






Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.




Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.C. Veelenturf, rechter, in aanwezigheid van mr. M.P. Kool, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2026.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.



Centrale Raad van Beroep 19 november 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1684, overweging 4.7.