Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Oost-Brabant

ECLI:NL:RBOBR:2026:4323

2026-04-01 Civiel recht; Personen- en familierecht 424201__FA_RK_26-1042
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Uitspraakdatum
2026-04-01
Publicatiedatum
2026-06-15
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
424201__FA_RK_26-1042
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Betrokkene heeft een alcoholverslaving maar is geen willoos werktuig van haar verslaving. Daarom is er geen sprake van een stoornis in de zin van de Wvggz en wordt het verzoek om een zorgmachtiging te verlenen afgewezen.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.982 tekens)
RECHTBANK OOST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht



Locatie 's-Hertogenbosch



Zaaknummer: C/01/424201 / FA RK 26-1042
Datum uitspraak: 1 april 2026




Beschikking zorgmachtiging




op het verzoek van de officier van justitie voor





[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. P.J.A. van de Laar uit Eindhoven .





1Het verloop van de procedure


1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 12 maart 2026.




1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:


betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;



[mentor] , mentor;



[dochter 1] , dochter tevens mentor;



[dochter 2] , dochter;



[zorgverantwoordelijke 1] , zorgverantwoordelijke;



[zorgverantwoordelijke 2] , zorgverantwoordelijke.







2Wat vaststaat


2.1.
Voor betrokkene is mentorschap ingesteld.





3Het verzoek


3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.



3.2.
Ter onderbouwing wordt in de stukken en tijdens de mondelinge behandeling het volgende gesteld. Betrokkene heeft een alcoholverslaving en dit leidt tot gevaar voor de psychische gezondheid, gevaar voor de lichamelijke gezondheid en ernstige verwaarlozing. Het alcoholgebruik heeft cognitieve schade veroorzaakt in combinatie met een gebrekkig voedingspatroon. De cognitieve problemen lijken verder toe te nemen. Betrokkene verzorgt zichzelf onvoldoende. Doordat zij thuiszorg weigert heeft dit als gevolg dat er problemen zijn op het gebied van hygiëne, medicatie-inname, wondzorg en voedings- en vochtintake. Een opname is noodzakelijk zodat betrokkene een langere periode abstinent is van gebruik en er nader onderzoek naar haar cognitief functioneren kan worden gedaan. Daarna kan worden gekeken of betrokkene nog thuis kan wonen of toch naar een meer beschermde omgeving moet. De dochters van betrokkene en ook haar mentor maken zich veel zorgen om haar. Zij vinden het thuis niet langer veilig voor betrokkene, maar kunnen niks omdat betrokkene zelf geen problemen ziet. Als de dochters bij hun moeder op bezoek komen ligt ze met lege wijnflessen in bed, die probeert ze dan te verstoppen. Soms zien ze boodschappen, maar meestal is de koelkast leeg. Het contact met haar vader wordt volgens de dochters ook steeds minder. Afgelopen twee jaar is door de hulpverlening hard gewerkt om het huishouden draaiende te houden en om een goede basis te zetten. Volgens de mentor is betrokkene soms heel verdrietig en zou ze het graag anders willen. Betrokkene heeft een fijne band met haar dochters maar in de huidige setting lukt het niet om betrokkene de hulp te bieden die ze echt nodig heeft.





4Het verweer


4.1.
Door en namens betrokkene is tijdens de mondelinge behandeling verweer gevoerd tegen het verzoek. Betrokkene ontkent niet dat zij in het verleden veel alcohol heeft gedronken, maar ze stelt dat dit in de afgelopen periode beheersbaar is. Het klopt dat haar rijbewijs is ingenomen, maar dat was zes jaar geleden en toen dronk ze nog veel, dat is nu niet meer zo. Zij doet (bijna) ieder dag boodschappen en kookt zelf. Eerder bracht haar buurvrouw ’s avonds eten, maar dat waren alleen maar kant-en-klaarmaaltijden en daar houdt betrokkene niet van. Overdag kijkt ze televisie, doet ze boodschappen en gaat bij kennissen op bezoek. Hiervoor gebruikt zij haar scootmobiel. Als hobby doet betrokkene aan breien. Elke ochtend komt de thuiszorg om haar te helpen met wassen en aankleden en om ontbijt klaar te maken. Thuiszorg kwam in het verleden ook in de middag om betrokkene te helpen met koken en om haar klaar te maken voor de nacht. Het tijdstip waarop ze kwamen (ergens tussen 16:00 en 20:00 uur) kwam betrokkene echter niet uit en ze vond het te vroeg om naar bed te gaan. Daarom heeft ze de thuiszorg in de middag afgezegd. Avondeten koken en naar bed gaan doet betrokkene zelfstandig. De thuiszorg in de ochtend heeft ze eigenlijk ook niet nodig, maar als ze die afzegt en in de toekomst toch weer nodig zou hebben, dan krijgt ze die niet meer. Betrokkene heeft haar leven op de rit en is tevreden met hoe het nu gaat. Het ene moment gaat het wat beter dan het andere moment en dat accepteert ze, aldus betrokkene.



4.2.
De advocaat van betrokkene betwist dat sprake is van een psychische stoornis in de zin van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz). Er is geen duidelijke diagnose. De ziekte van Korsakov wordt genoemd, maar die diagnose is nooit gesteld. Er moet duidelijk vaststaan dat er sprake is van een stoornis. Voor een alcholverslaving in de zin van de Wvggz moet blijken dat het drankgebruik het leven van betrokkene compleet beheerst, maar er zijn geen concrete feiten die daarop wijzen. Betrokkene geeft adequaat antwoord op vragen die haar worden gesteld en ziet er redelijk verzorgd uit. Van ernstig nadeel is bovendien geen sprake. Betrokkene heeft een netwerk en kan zichzelf staande houden. Zij eet en drinkt, komt haar dagen door en heeft contact met derden. Het verzoek moet volgens de advocaat dan ook worden afgewezen.









5De beoordeling


5.1.
Op grond van artikel 6:4 lid 1 van de Wvggz kan de rechtbank een zorgmachtiging verlenen als aan de voorwaarden die hiervoor gelden wordt voldaan. Zo moet (onder andere) het gedrag van betrokkene leiden tot ernstig nadeel en dit gedrag moet het gevolg zijn van een psychische stoornis.



5.2.
Volgens de onafhankelijke psychiater die de medische verklaring heeft afgegeven is bij betrokkene sprake van een stoornis in gebruik van alcohol (middelgerelateerde en verslavingsstoornis). Een alcoholverslaving kan worden gezien als een psychiatrische ziekte, maar dat is op zichzelf niet genoeg om aan de voorwaarden voor het verlenen van een zorgmachtiging te voldoen. De Hoge Raad heeft namelijk bepaald dat een middelenverslaving zodanig ernstig moet zijn dat iemand hierdoor geen zelfstandige keuzes meer kan maken (HR 8 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:559). Hij of zij moet als het ware een ‘willoos werktuig’ van zijn of haar verslaving zijn geworden. Pas dan is aan het vereiste van een psychische stoornis voldaan.



5.3.

De alcoholverslaving moet betrokkene dus zodanig in haar greep hebben dat het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen zo ingrijpend wordt beïnvloed dat het ernstig nadeel dat hieruit voortkomt niet aan betrokkene kan worden toegerekend.
Uit de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken blijkt weliswaar dat er sprake is van alcoholgebruik bij betrokkene, maar dat sprake is van een stoornis in het kader van de Wvggz is naar het oordeel van de rechtbank, gelet op het verweer van betrokken, onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd. Dat betrokkene een ‘willoos werktuig’ is van haar verslaving blijkt niet uit de stukken en is tijdens de mondelinge behandeling door de vertegenwoordigers van de GGZ ook niet nader toegelicht. De rechtbank kan op basis van wat er is gezegd en geschreven niet vaststellen dat betrokkene met de reeds ingezette hulpverlening niet (langer) in staat is om te functioneren, dat er (levens)gevaarlijke situaties ontstaan en dat de thuissituatie voor de thuiszorg onhoudbaar is geworden. Rapportages van de woonbegeleiding en/of thuiszorg ontbreken. Bij de stukken zitten ook geen meldingen van ernstige incidenten die zich in de afgelopen periode zouden hebben voorgedaan. Betrokkene ontkent niet dat zij in het verleden (te) veel alcohol heeft gedronken, maar stelt dit nu niet meer te doen. Zij heeft haar leven zoals dat nu is geaccepteerd, ook de momenten waarop het wat minder goed met haar gaat. Van suïcidaliteit is geen sprake. Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene duidelijke en adequate antwoorden op de aan haar gestelde vragen en kon zij zowel aan het begin als aan het einde goed aangeven waarom de zitting werd gehouden en dat een zorgmachtiging volgens haar niet nodig is.
De rechtbank begrijpt dat er zorgen zijn over betrokkene vanwege haar drankgebruik en dat zij mogelijk meer alcohol drinkt dan goed voor haar is. Dat de verslaving dermate ernstige vormen aanneemt dat deze verslaving betrokkene zodanig in haar greep heeft dat er ernstige schade voor betrokkene en diens omgeving ontstaat of dreigt te ontstaan, kan de rechtbank, alles in acht nemende echter niet vaststellen. Dit betekent dat er niet aan de voorwaarden voor het verlenen van een zorgmachtiging wordt voldaan en dat het verzoek zal worden afgewezen.








6De beslissing


De rechtbank:



6.1.
wijst het verzoek af










Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026 door mr. L. Jongen, rechter, in aanwezigheid van de griffier.








Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.