Rechtbank Oost-Brabant
ECLI:NL:RBOBR:2026:3892
2026-05-08
Strafrecht
01-025042-24
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Oplichting, meerdere malen gepleegd
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2022:1252 Hoge Raad 27-09-2022
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (42.254 tekens)
verkort vonnis
RECHTBANK OOST-BRABANT
Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01.025042.24
Datum uitspraak: 8 mei 2026
Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [2007] ,
wonende te [adres] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 23 september 2024 en 24 april 2026. In deze zaak is op 3 oktober 2025 een overeenkomst tussen verdachte en het Openbaar Ministerie gesloten betreffende proces- en vonnisafspraken (hierna: de overeenkomst). De rechtbank heeft kennisgenomen van deze overeenkomst, van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van de verdediging naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 22 augustus 2024. Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Feit 1
Hij in of omstreeks de periode van 14 oktober 2023 tot en met 25 maart 2024 in Best, Den Bosch, Den Haag, Dordrecht, Drunen, Eindhoven, Geldrop, Helmond, Mierlo, Oirschot, Oss, Valkenswaard en/of Veldhoven, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten verdachte en (onder andere) [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk oplichting van personen als bedoeld in artikel 326 Wetboek van Strafrecht;
Feit 2
Hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 december 2023 tot en met 9 maart 2024 in Best, Den Bosch, Den Haag, Dordrecht, Drunen, Eindhoven, Geldrop, Helmond, Mierlo, Oirschot, Oss, Valkenswaard en/of Veldhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, personen en/of bedrijven die in de bijlage worden genoemd, heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een of meer grote geldbedragen en/of gouden sieraden door:
- zich (telefonisch) voor te doen als een medewerker van een bank, en/of
- (in die hoedanigheid) voornoemde personen erop te wijzen dat criminelen op dit moment hun geld afhandig maken en dat een medewerker van de technische dienst langs komt aan huis, en/of
- (vervolgens) bij voornoemde personen thuis langs te gaan om zoveel mogelijk geld af te schrijven met hun pinpas door middel van een SumUp-pinapparaat en/of
(even later) door middel van een geldautomaat, en/of
- (vervolgens) voornoemde personen te overtuigen dat het verstandig is om contant geld en gouden sieraden mee te geven zodat dit veilig kan worden opgeborgen bij de bank;
De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
Overwegingen met betrekking tot de overeenkomst.
De overeenkomst houdt in dat:
de verdediging geen onderzoekswensen indient;
de verdediging geen bewijsverweren voert en al ingediende onderzoekswensen intrekt;
de verdediging de tenlastegelegde feiten niet zal betwisten;
de verdachte geen (nadere) verklaring hoeft af te leggen;
de verdachte mee zal werken aan een onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming en zich zal houden aan eventueel door de Raad voor de Kinderbescherming te adviseren bijzondere voorwaarden;
de verdachte zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken.
het Openbaar Ministerie zal requireren tot een vrijspraak van feit 1 en een bewezenverklaring en kwalificatie van feit 2;
het Openbaar Ministerie zal ter terechtzitting een strafeis van 120 dagen jeugddetentie waarvan 117 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar vorderen waarbij aan het voorwaardelijk deel naast de algemene voorwaarden ook de bijzondere voorwaarden worden verbonden zoals die mogelijk worden geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming.. Daarnaast zal het Openbaar Ministerie een werkstraf voor de duur van 180 uur vorderen;
het Openbaar Ministerie zal ter terechtzitting vorderen om de vorderingen van de benadeelde partijen tot een bedrag van € 6.623,93 toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast zal het Openbaar Ministerie de schadevergoedingsmaatregel vorderen.
Het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank is bij haar beoordeling van de procesafspraken en het afdoeningsvoorstel uitgegaan van het kader dat de Hoge Raad heeft gegeven in zijn arrest van 27 september 2022.
De rechtbank heeft bij de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting op 24 april 2026 benadrukt dat de vragen van artikel 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering leidend zijn bij de beoordeling van de tenlastelegging. Ook is aan partijen uitdrukkelijk te kennen gegeven dat de rechtbank geen partij is bij, en niet is gebonden aan, de gemaakte procesafspraken en het afdoeningsvoorstel.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte bij de totstandkoming van de procesafspraken en het afdoeningsvoorstel is bijgestaan door zijn advocaat.
De rechtbank heeft tijdens de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting op 24 april 2026 de overeenkomst en de consequenties daarvan met verdachte besproken. De verdachte heeft ten overstaan van de rechtbank expliciet bevestigd de inhoud van de gemaakte afspraken en de procesrechtelijke gevolgen hiervan te kennen, te begrijpen en hiermee in te stemmen.
De rechtbank stelt op basis van het verhandelde ter terechtzitting vast dat verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan de procesafspraken en de voorgestelde afdoening en daarmee afstand te doen van bepaalde verdedigingsrechten. De wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen doet daarnaast geen afbreuk aan het aan verdachte op grond van artikel 6 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens toekomende recht op een eerlijk proces. Dat betekent dat de rechtbank acht kan slaan op de gemaakte procesafspraken.
Conclusie.
De rechtbank ziet met betrekking tot de bewezenverklaring geen aanleiding om van het afdoeningsvoorstel af te wijken. Dit betekent dat de rechtbank verdachte zal vrijspreken van het onder 1 ten laste gelegde en het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen acht.
De bewijsmiddelen.
Indien tegen dit verkort vonnis een rechtsmiddel wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring en eventuele bewijsoverwegingen opgenomen in een aanvulling op dit verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan dit verkort vonnis gehecht.
De bewezenverklaring.
De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte:
Feit 2
op tijdstippen omstreeks de periode van 9 december 2023 tot en met 9 maart 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, met het oogmerk om zich en
/of
een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, personen die in de bijlage worden genoemd, heeft bewogen tot de afgifte van grote geldbedragen en/of gouden sieraden door:
- zich (telefonisch) voor te doen als een medewerker van een bank, en/of
- (in die hoedanigheid) voornoemde personen erop te wijzen dat criminelen op dit moment hun geld afhandig maken en dat een medewerker van de technische dienst langs komt aan huis, en/of
- (vervolgens) bij voornoemde personen thuis langs te gaan om zoveel mogelijk geld af te schrijven met hun pinpas door middel van een SumUp-pinapparaat en/of (even later) door middel van een geldautomaat, en/of
- (vervolgens) voornoemde personen te overtuigen dat het verstandig is om contant geld en gouden sieraden mee te geven zodat dit veilig kan worden opgeborgen bij de bank;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.
De strafbaarheid van het feit.
Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermeld strafbaar feit.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.
Oplegging van straf en maatregel.
De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft, conform de overeenkomst, gevorderd verdachte te veroordelen tot 120 dagen jeugddetentie met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 117 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De officier van justitie vordert om aan het voorwaardelijk deel, naast de algemene voorwaarde, ook de bijzondere voorwaarden te verbinden, zoals geadviseerd in het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 16 maart 2026. Daarnaast vordert de officier van justitie om verdachte een werkstraf voor de duur van 180 uur op te leggen.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie bevindt zich in het digitale dossier.
Het standpunt van de verdediging.
De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd en heeft de rechtbank verzocht aan te sluiten bij de overeenkomst. Ter zitting heeft verdachte zich bereid verklaard de door de RvdK geadviseerde bijzondere voorwaarden na te komen.
Het oordeel van de rechtbank.
Verdachte heeft zich over een langere periode schuldig gemaakt aan het met anderen plegen van een grote hoeveelheid oplichtingen. Hij was degene die bij de slachtoffers aan de deur ging met een pinapparaat. Uit het strafdossier komt naar voren dat verdachte dit op grote schaal heeft gedaan. Hij heeft samen met anderen een flink aantal slachtoffers op geniepige wijze sieraden en grote geldbedragen afhandig gemaakt. Zij hebben zich daarbij bewust gericht op oudere mensen. Verdachte en zijn medeverdachten hebben de slachtoffers, die zoals gezegd allemaal op leeftijd zijn, hiermee niet alleen financiële schade toegebracht, maar ook hun gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens ernstig geschaad. Daar komt bij dat zij sommige slachtoffers ook sieraden die een grote emotionele waarde vertegenwoordigden, afhandig hebben gemaakt.
Verdachte heeft meegedaan om snel en gemakkelijk geld te verdienen.
Daarbij heeft hij geen rekening gehouden met de schade die hij bij de slachtoffers heeft aangericht en de maatschappelijke onrust die hij daarmee heeft veroorzaakt. Dit zijn ernstige feiten. Dit neemt de rechtbank verdachte kwalijk.
Persoonlijke omstandigheden.
Uit de rapportage van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: RvdK) van 16 maart 2026, die over verdachte is opgemaakt, blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende:
“Vanuit het onderzoek komt naar voren dat er zorgen zijn op het gebied van de geestelijke gezondheid van [verdachte] . [verdachte] geeft aan dat hij destijds door zijn sociale contacten onder druk is gezet om mee te werken aan oplichting. De RvdK vermoedt dat hij hierin kwetsbaar is geweest mede gezien zijn impulsiviteit en lagere IQ. Het dynamisch risicoprofiel komt uit op midden, wat betekent dat er veranderbare punten zijn in de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] die van invloed zijn op het recidiverisico. De levensgebieden gezin en vrije tijd werken beschermend in zijn leven en verkleinen de kans op herhaling. De kans op herhaling wordt vergroot door de leefgebieden geestelijke gezondheid, vaardigheden en alcohol-
en drugsgebruik.
De RvdK is van mening dat, mocht [verdachte] schuldig worden bevonden, een detentiestraf gelijk aan het aantal dagen in voorarrest, een voorwaardelijke detentiestraf en een taakstraf in de vorm van een werkstraf een passende reactie is op zijn gedrag. [verdachte] is een maatschappelijke grens overgegaan en de delicten hebben een grote impact gehad op de slachtoffers, waarvoor hij de consequenties van zijn gedrag mag ervaren. De RvdK geeft de voorkeur aan een taakstraf na het overwegen van een langere detentiestraf. Een taakstraf in de vorm van een werkstraf sluit beter aan bij de ontwikkelingsfase en
kwetsbaarheden van [verdachte] . Een langere detentiestraf vergroot het risico op een terugval. [verdachte] laat al 1,5 jaar positief en stabiel gedrag zien, wat vraagt om een straf die deze ontwikkeling ondersteunt in plaats van doorbreekt. Met de komst van zijn dochter in juli is continuïteit in werk, begeleiding en verantwoordelijkheid essentieel voor zowel zijn eigen toekomst als die van zijn dochter. (…) Gezien de lichtverstandelijke beperking van [verdachte] en zijn ADHD, heeft hij specifieke ondersteuning nodig die aansluit op zijn individuele uitdagingen. Hierbij acht de RvdK het wenselijk dat de jeugdreclassering betrokken blijft. Op die manier kan [verdachte] gemotiveerd en ondersteund worden om de essentiële hulpverlening aan te blijven gaan, zich te ontwikkelen in zijn vaderschap, een dagbesteding te vinden in de vorm van een baan met inkomen en politiecontacten in de toekomst te voorkomen. De RvdK adviseert een proeftijd van twee jaar. De RvdK vindt dit een passende termijn omdat het de eerste keer is dat voorwaardelijke jeugddetentie wordt ingezet bij [verdachte] om tot gedragsverandering te komen.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseert de kinderrechter de inmiddels meerderjarige, [verdachte] geboren op [2007] te [geboorteplaats] , een taakstraf in de vorm van een werkstraf, een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan het aantal dagen in voorarrest en een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen. Onder de algemene voorwaarde dat [verdachte] :
- zich voor het eind van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
en onder de bijzondere voorwaarde(n) dat [verdachte] :
- zich strikt houdt aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering, te weten [naam] Jeugdbescherming en Jeugdreclassering te Amsterdam;
- zich in zal zetten voor het vinden en behouden van een goede weekinvulling in de vorm van werk en/of school en zichzelf daarmee financieel goed kan onderhouden;
- meewerkt aan de hulpverlening die door de jeugdreclassering nodig wordt geacht, zoals Self waarbij aan de gecertificeerde instelling te weten, [naam] Jeugdbescherming en Jeugdreclassering te Amsterdam, opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de inmiddels meerderjarige ten behoeve daarvan te begeleiden. De inmiddels meerderjarige is daarbij van rechtswege verplicht zijn medewerking te verlenen aan het vaststellen van zijn identiteit en aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.”
De rechtbank neemt de conclusies en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming over. De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op de afspraken in de overeenkomst en de daaruit voortvloeiende door de verdachte aanvaarde strafeis van de officier van justitie. De rechtbank heeft de uitkomst hiervan beschouwd in het licht van de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Hierbij zijn ook het wettelijke strafmaximum, de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte betrokken. Gelet op wat hiervoor werd overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet gezegd kan worden dat de straf die door de officier van justitie is gevorderd en met welke eis verdachte heeft ingestemd, niet in redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak zoals deze blijkt uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting. De rechtbank is van oordeel dat deze straf in afdoende mate recht doet aan deze zaak, en dat aldus het belang van verdachte en dat van de maatschappij geëerbiedigd worden. De rechtbank zal verdachte dan ook veroordelen tot de straf zoals de officier van justitie – conform de procesafspraken – heeft geëist.
Schadevergoeding voor de slachtoffers
De rechtbank heeft acht geslagen op de afspraken in de overeenkomst en de daaruit voortvloeiende door de verdachte aanvaarde betalingsverplichting ten behoeve van de slachtoffers. De officier van justitie heeft op verzoek van de rechtbank een overzicht verstrekt waaruit blijkt hoe dat genoemde bedrag is verdeeld over de benadeelden. Uit het overzicht blijkt hoeveel er per onderzoek en per benadeelde zal worden betaald door verdachte. Dit bedrag is gebaseerd op de genoemde schadebedragen in de aangiften en niet op de vorderingen van de benadeelde partijen, omdat, zo stelt de officier van justitie, ten tijde van het maken van de procesafspraken nog niet alle schadevergoedingsvorderingen waren ingediend.
De rechtbank heeft geconstateerd dat er door een groot aantal benadeelden een vordering tot schadevergoeding is ingediend. Niet alle benadeelden zijn meegenomen in het overzicht van het Openbaar Ministerie. Daarnaast blijkt uit het dossier dat niet alle aangevers, zoals genoemd in de bijlage van de tenlastelegging, in het overzicht van het Openbaar Ministerie zijn meegenomen. Ook komen niet alle bedragen uit de aangiftes overeen met het verstrekte overzicht. Dit zou betekenen dat, indien de rechtbank de procesafspraken zou volgen, niet alle slachtoffers (geheel) schadeloos worden gesteld.
Ondanks de hierboven gemaakte kanttekeningen, is de rechtbank van oordeel dat met de belangen van de slachtoffers in voldoende mate rekening is gehouden.
De rechtbank is ermee bekend dat ook met een aantal medeverdachten procesafspraken zijn gemaakt die bij vonnissen van heden door de rechtbank worden geaccordeerd. Ook deze medeverdachten zijn verplicht bij te dragen aan de vergoeding van geleden schade. Op die manier kan een aanzienlijk deel van de slachtoffers op relatief korte termijn grotendeels schadeloos worden gesteld.
De slachtoffers die nu al dan niet gedeeltelijk ‘buiten de boot’ vallen, kunnen hun vordering of het niet toegewezen deel daarvan alsnog bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Zij hebben daarbij de beschikking over een onherroepelijk strafvonnis waarin de door verdachte jegens hen gepleegde onrechtmatige daad bewezen wordt verklaard.
Daarmee is de basis voor aansprakelijkheid van verdachte gelegd.
De rechtbank merkt ten overvloede op dat het naar haar oordeel wenselijker zou zijn geweest indien de slachtoffers voorafgaand aan de procesafspraken actief door het Openbaar Ministerie waren benaderd.
De vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen:
Onderzoek Meike
[slachtoffer 1]
De rechtbank zal voor het bedrag van € 77,78 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (27 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 2]
De rechtbank zal voor het bedrag van € 120,00 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (09 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 3]
De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 357,14 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (11 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 357,14) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (11 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 4]
De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 278,57 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (11 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 278,57) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (11 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 8]
De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 1046,56 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (06 november 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 1046,56) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum delict (06 november 2023) tot de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 9]
De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 2256,46 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de betaling aan het slachtoffer (19 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€2256,46) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de betaling aan het slachtoffer (19 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 10]
De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 2452,42 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de betaling aan het slachtoffer (22 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 2452,42) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de betaling aan het slachtoffer (22 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 5]
De rechtbank zal voor het bedrag van € 40,00 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (28 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 6]
De rechtbank zal voor het bedrag van € 125,00 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (06 februari 2024) tot de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 7]
De rechtbank zal voor het bedrag van € 170,00 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (06 februari 2024) tot de dag der algehele voldoening.
Gijzeling.
Omdat verdachte minderjarig was toen hij dit feit pleegde, bepaalt de rechtbank het aantal dagen gijzeling bij alle hiervoor genoemde schadevergoedingsmaatregelen op 0.
De overige benadeelde partijen.
De rechtbank zal de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] , [benadeelde 4] , [benadeelde 5] , [benadeelde 6] , [benadeelde 7] , [benadeelde 8] , [benadeelde 9] , [benadeelde 10] , [benadeelde 11] , [benadeelde 12] namens [benadeelde 13] , [benadeelde 14] , [benadeelde 15] , [benadeelde 16] , [benadeelde 17] , [benadeelde 18] , [benadeelde 19] , [benadeelde 20] , International Card Services B.V., [benadeelde 21] , [benadeelde 22] , [benadeelde 23] , [benadeelde 24] , [benadeelde 25] en [benadeelde 26] , niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen tot schadevergoeding.
De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
In de gevallen dat aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade zijn opgelegd, is hij van zijn betalingsverplichting bevrijd als hij aan één van beide heeft voldaan.
Toepasselijke wetsartikelen.
De beslissing is gegrond op de artikelen:
36f, 47, 57, 63, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 326 Wetboek van Strafrecht
DE UITSPRAAK
Vrijspraak feit 1
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 1 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Bewezenverklaring.
Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Kwalificatie.
Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:
Feit 2:
Oplichting, gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid.
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Straf en maatregel.
t.a.v. feit 2:
Legt op de volgende straffen:
Een werkstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen jeugddetentie;
Een jeugddetentie voor de duur van 120 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 117 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren.
Voorwaarde is, dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
En stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:
zich strikt houdt aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering, te weten [naam] Jeugdbescherming en Jeugdreclassering te Amsterdam;
zich in zal zetten voor het vinden en behouden van een goede weekinvulling in de vorm van werk en/of school en zichzelf daarmee financieel goed kan onderhouden;
meewerkt aan de hulpverlening die door de jeugdreclassering nodig wordt geacht, zoals Self, waarbij aan de gecertificeerde instelling te weten, [naam] Jeugdbescherming en Jeugdreclassering te Amsterdam, opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de inmiddels meerderjarige ten behoeve daarvan te begeleiden. De inmiddels meerderjarige is daarbij van rechtswege verplicht zijn medewerking te verlenen aan het vaststellen van zijn identiteit en aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.
Benadeelde partijen onderzoek Meike.
[slachtoffer 1]
De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 77,78 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 2]
De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 120,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 09 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 3]
De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 357,14 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 357,14 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 4]
De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 278,57 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 278,57 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 8]
De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 1046,56 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 06 november 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 1046,56 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 06 november 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 9]
De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 2256,46 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 2256,46 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 10]
De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 2452,42 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 2452,42 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 5]
De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 40,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 6]
De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 125,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 06 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 7]
De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 170,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 06 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
[benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] , [benadeelde 4] , [benadeelde 5] , [benadeelde 6] , [benadeelde 7] , [benadeelde 8] , [benadeelde 9] , [benadeelde 10] , [benadeelde 11] , [benadeelde 12] namens [benadeelde 13] , [benadeelde 14] , [benadeelde 15] , [benadeelde 16] , [benadeelde 17] , [benadeelde 18] , [benadeelde 19] , [benadeelde 20] , International Card Services B.V., [benadeelde 21] , [benadeelde 22] , [benadeelde 23] , [benadeelde 24] , [benadeelde 25] en [benadeelde 26]
De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen tot schadevergoeding en de vorderingen in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kunnen aanbrengen.
Als aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade zijn opgelegd, dan is hij van zijn betalingsverplichting bevrijd als hij heeft voldaan aan één van beide.
Voorlopige hechtenis.
Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van heden. De voorlopige hechtenis is geschorst per 19 april 2024.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. S.J.W. Hermans, voorzitter, tevens kinderrechter,
mr. E.C.L. Pechaczek, kinderrechter, en mr. E.H. Groen, leden,
in tegenwoordigheid van mr. K.D.A.J. Hombergen, griffier,
en is uitgesproken op 8 mei 2026.
Het Openbaar Ministerie is van oordeel dat zonder procesafspraken onvoorwaardelijke jeugddetentie van minimaal 6 maanden passend en geboden zou zijn.
Hoge Raad 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252.
RECHTBANK OOST-BRABANT
Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01.025042.24
Datum uitspraak: 8 mei 2026
Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [2007] ,
wonende te [adres] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 23 september 2024 en 24 april 2026. In deze zaak is op 3 oktober 2025 een overeenkomst tussen verdachte en het Openbaar Ministerie gesloten betreffende proces- en vonnisafspraken (hierna: de overeenkomst). De rechtbank heeft kennisgenomen van deze overeenkomst, van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van de verdediging naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 22 augustus 2024. Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Feit 1
Hij in of omstreeks de periode van 14 oktober 2023 tot en met 25 maart 2024 in Best, Den Bosch, Den Haag, Dordrecht, Drunen, Eindhoven, Geldrop, Helmond, Mierlo, Oirschot, Oss, Valkenswaard en/of Veldhoven, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten verdachte en (onder andere) [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk oplichting van personen als bedoeld in artikel 326 Wetboek van Strafrecht;
Feit 2
Hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 december 2023 tot en met 9 maart 2024 in Best, Den Bosch, Den Haag, Dordrecht, Drunen, Eindhoven, Geldrop, Helmond, Mierlo, Oirschot, Oss, Valkenswaard en/of Veldhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, personen en/of bedrijven die in de bijlage worden genoemd, heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een of meer grote geldbedragen en/of gouden sieraden door:
- zich (telefonisch) voor te doen als een medewerker van een bank, en/of
- (in die hoedanigheid) voornoemde personen erop te wijzen dat criminelen op dit moment hun geld afhandig maken en dat een medewerker van de technische dienst langs komt aan huis, en/of
- (vervolgens) bij voornoemde personen thuis langs te gaan om zoveel mogelijk geld af te schrijven met hun pinpas door middel van een SumUp-pinapparaat en/of
(even later) door middel van een geldautomaat, en/of
- (vervolgens) voornoemde personen te overtuigen dat het verstandig is om contant geld en gouden sieraden mee te geven zodat dit veilig kan worden opgeborgen bij de bank;
De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
Overwegingen met betrekking tot de overeenkomst.
De overeenkomst houdt in dat:
de verdediging geen onderzoekswensen indient;
de verdediging geen bewijsverweren voert en al ingediende onderzoekswensen intrekt;
de verdediging de tenlastegelegde feiten niet zal betwisten;
de verdachte geen (nadere) verklaring hoeft af te leggen;
de verdachte mee zal werken aan een onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming en zich zal houden aan eventueel door de Raad voor de Kinderbescherming te adviseren bijzondere voorwaarden;
de verdachte zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken.
het Openbaar Ministerie zal requireren tot een vrijspraak van feit 1 en een bewezenverklaring en kwalificatie van feit 2;
het Openbaar Ministerie zal ter terechtzitting een strafeis van 120 dagen jeugddetentie waarvan 117 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar vorderen waarbij aan het voorwaardelijk deel naast de algemene voorwaarden ook de bijzondere voorwaarden worden verbonden zoals die mogelijk worden geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming.. Daarnaast zal het Openbaar Ministerie een werkstraf voor de duur van 180 uur vorderen;
het Openbaar Ministerie zal ter terechtzitting vorderen om de vorderingen van de benadeelde partijen tot een bedrag van € 6.623,93 toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast zal het Openbaar Ministerie de schadevergoedingsmaatregel vorderen.
Het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank is bij haar beoordeling van de procesafspraken en het afdoeningsvoorstel uitgegaan van het kader dat de Hoge Raad heeft gegeven in zijn arrest van 27 september 2022.
De rechtbank heeft bij de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting op 24 april 2026 benadrukt dat de vragen van artikel 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering leidend zijn bij de beoordeling van de tenlastelegging. Ook is aan partijen uitdrukkelijk te kennen gegeven dat de rechtbank geen partij is bij, en niet is gebonden aan, de gemaakte procesafspraken en het afdoeningsvoorstel.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte bij de totstandkoming van de procesafspraken en het afdoeningsvoorstel is bijgestaan door zijn advocaat.
De rechtbank heeft tijdens de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting op 24 april 2026 de overeenkomst en de consequenties daarvan met verdachte besproken. De verdachte heeft ten overstaan van de rechtbank expliciet bevestigd de inhoud van de gemaakte afspraken en de procesrechtelijke gevolgen hiervan te kennen, te begrijpen en hiermee in te stemmen.
De rechtbank stelt op basis van het verhandelde ter terechtzitting vast dat verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan de procesafspraken en de voorgestelde afdoening en daarmee afstand te doen van bepaalde verdedigingsrechten. De wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen doet daarnaast geen afbreuk aan het aan verdachte op grond van artikel 6 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens toekomende recht op een eerlijk proces. Dat betekent dat de rechtbank acht kan slaan op de gemaakte procesafspraken.
Conclusie.
De rechtbank ziet met betrekking tot de bewezenverklaring geen aanleiding om van het afdoeningsvoorstel af te wijken. Dit betekent dat de rechtbank verdachte zal vrijspreken van het onder 1 ten laste gelegde en het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen acht.
De bewijsmiddelen.
Indien tegen dit verkort vonnis een rechtsmiddel wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring en eventuele bewijsoverwegingen opgenomen in een aanvulling op dit verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan dit verkort vonnis gehecht.
De bewezenverklaring.
De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte:
Feit 2
op tijdstippen omstreeks de periode van 9 december 2023 tot en met 9 maart 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, met het oogmerk om zich en
/of
een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, personen die in de bijlage worden genoemd, heeft bewogen tot de afgifte van grote geldbedragen en/of gouden sieraden door:
- zich (telefonisch) voor te doen als een medewerker van een bank, en/of
- (in die hoedanigheid) voornoemde personen erop te wijzen dat criminelen op dit moment hun geld afhandig maken en dat een medewerker van de technische dienst langs komt aan huis, en/of
- (vervolgens) bij voornoemde personen thuis langs te gaan om zoveel mogelijk geld af te schrijven met hun pinpas door middel van een SumUp-pinapparaat en/of (even later) door middel van een geldautomaat, en/of
- (vervolgens) voornoemde personen te overtuigen dat het verstandig is om contant geld en gouden sieraden mee te geven zodat dit veilig kan worden opgeborgen bij de bank;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.
De strafbaarheid van het feit.
Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermeld strafbaar feit.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.
Oplegging van straf en maatregel.
De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft, conform de overeenkomst, gevorderd verdachte te veroordelen tot 120 dagen jeugddetentie met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 117 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De officier van justitie vordert om aan het voorwaardelijk deel, naast de algemene voorwaarde, ook de bijzondere voorwaarden te verbinden, zoals geadviseerd in het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 16 maart 2026. Daarnaast vordert de officier van justitie om verdachte een werkstraf voor de duur van 180 uur op te leggen.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie bevindt zich in het digitale dossier.
Het standpunt van de verdediging.
De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd en heeft de rechtbank verzocht aan te sluiten bij de overeenkomst. Ter zitting heeft verdachte zich bereid verklaard de door de RvdK geadviseerde bijzondere voorwaarden na te komen.
Het oordeel van de rechtbank.
Verdachte heeft zich over een langere periode schuldig gemaakt aan het met anderen plegen van een grote hoeveelheid oplichtingen. Hij was degene die bij de slachtoffers aan de deur ging met een pinapparaat. Uit het strafdossier komt naar voren dat verdachte dit op grote schaal heeft gedaan. Hij heeft samen met anderen een flink aantal slachtoffers op geniepige wijze sieraden en grote geldbedragen afhandig gemaakt. Zij hebben zich daarbij bewust gericht op oudere mensen. Verdachte en zijn medeverdachten hebben de slachtoffers, die zoals gezegd allemaal op leeftijd zijn, hiermee niet alleen financiële schade toegebracht, maar ook hun gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens ernstig geschaad. Daar komt bij dat zij sommige slachtoffers ook sieraden die een grote emotionele waarde vertegenwoordigden, afhandig hebben gemaakt.
Verdachte heeft meegedaan om snel en gemakkelijk geld te verdienen.
Daarbij heeft hij geen rekening gehouden met de schade die hij bij de slachtoffers heeft aangericht en de maatschappelijke onrust die hij daarmee heeft veroorzaakt. Dit zijn ernstige feiten. Dit neemt de rechtbank verdachte kwalijk.
Persoonlijke omstandigheden.
Uit de rapportage van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: RvdK) van 16 maart 2026, die over verdachte is opgemaakt, blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende:
“Vanuit het onderzoek komt naar voren dat er zorgen zijn op het gebied van de geestelijke gezondheid van [verdachte] . [verdachte] geeft aan dat hij destijds door zijn sociale contacten onder druk is gezet om mee te werken aan oplichting. De RvdK vermoedt dat hij hierin kwetsbaar is geweest mede gezien zijn impulsiviteit en lagere IQ. Het dynamisch risicoprofiel komt uit op midden, wat betekent dat er veranderbare punten zijn in de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] die van invloed zijn op het recidiverisico. De levensgebieden gezin en vrije tijd werken beschermend in zijn leven en verkleinen de kans op herhaling. De kans op herhaling wordt vergroot door de leefgebieden geestelijke gezondheid, vaardigheden en alcohol-
en drugsgebruik.
De RvdK is van mening dat, mocht [verdachte] schuldig worden bevonden, een detentiestraf gelijk aan het aantal dagen in voorarrest, een voorwaardelijke detentiestraf en een taakstraf in de vorm van een werkstraf een passende reactie is op zijn gedrag. [verdachte] is een maatschappelijke grens overgegaan en de delicten hebben een grote impact gehad op de slachtoffers, waarvoor hij de consequenties van zijn gedrag mag ervaren. De RvdK geeft de voorkeur aan een taakstraf na het overwegen van een langere detentiestraf. Een taakstraf in de vorm van een werkstraf sluit beter aan bij de ontwikkelingsfase en
kwetsbaarheden van [verdachte] . Een langere detentiestraf vergroot het risico op een terugval. [verdachte] laat al 1,5 jaar positief en stabiel gedrag zien, wat vraagt om een straf die deze ontwikkeling ondersteunt in plaats van doorbreekt. Met de komst van zijn dochter in juli is continuïteit in werk, begeleiding en verantwoordelijkheid essentieel voor zowel zijn eigen toekomst als die van zijn dochter. (…) Gezien de lichtverstandelijke beperking van [verdachte] en zijn ADHD, heeft hij specifieke ondersteuning nodig die aansluit op zijn individuele uitdagingen. Hierbij acht de RvdK het wenselijk dat de jeugdreclassering betrokken blijft. Op die manier kan [verdachte] gemotiveerd en ondersteund worden om de essentiële hulpverlening aan te blijven gaan, zich te ontwikkelen in zijn vaderschap, een dagbesteding te vinden in de vorm van een baan met inkomen en politiecontacten in de toekomst te voorkomen. De RvdK adviseert een proeftijd van twee jaar. De RvdK vindt dit een passende termijn omdat het de eerste keer is dat voorwaardelijke jeugddetentie wordt ingezet bij [verdachte] om tot gedragsverandering te komen.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseert de kinderrechter de inmiddels meerderjarige, [verdachte] geboren op [2007] te [geboorteplaats] , een taakstraf in de vorm van een werkstraf, een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan het aantal dagen in voorarrest en een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen. Onder de algemene voorwaarde dat [verdachte] :
- zich voor het eind van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
en onder de bijzondere voorwaarde(n) dat [verdachte] :
- zich strikt houdt aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering, te weten [naam] Jeugdbescherming en Jeugdreclassering te Amsterdam;
- zich in zal zetten voor het vinden en behouden van een goede weekinvulling in de vorm van werk en/of school en zichzelf daarmee financieel goed kan onderhouden;
- meewerkt aan de hulpverlening die door de jeugdreclassering nodig wordt geacht, zoals Self waarbij aan de gecertificeerde instelling te weten, [naam] Jeugdbescherming en Jeugdreclassering te Amsterdam, opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de inmiddels meerderjarige ten behoeve daarvan te begeleiden. De inmiddels meerderjarige is daarbij van rechtswege verplicht zijn medewerking te verlenen aan het vaststellen van zijn identiteit en aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.”
De rechtbank neemt de conclusies en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming over. De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op de afspraken in de overeenkomst en de daaruit voortvloeiende door de verdachte aanvaarde strafeis van de officier van justitie. De rechtbank heeft de uitkomst hiervan beschouwd in het licht van de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Hierbij zijn ook het wettelijke strafmaximum, de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte betrokken. Gelet op wat hiervoor werd overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet gezegd kan worden dat de straf die door de officier van justitie is gevorderd en met welke eis verdachte heeft ingestemd, niet in redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak zoals deze blijkt uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting. De rechtbank is van oordeel dat deze straf in afdoende mate recht doet aan deze zaak, en dat aldus het belang van verdachte en dat van de maatschappij geëerbiedigd worden. De rechtbank zal verdachte dan ook veroordelen tot de straf zoals de officier van justitie – conform de procesafspraken – heeft geëist.
Schadevergoeding voor de slachtoffers
De rechtbank heeft acht geslagen op de afspraken in de overeenkomst en de daaruit voortvloeiende door de verdachte aanvaarde betalingsverplichting ten behoeve van de slachtoffers. De officier van justitie heeft op verzoek van de rechtbank een overzicht verstrekt waaruit blijkt hoe dat genoemde bedrag is verdeeld over de benadeelden. Uit het overzicht blijkt hoeveel er per onderzoek en per benadeelde zal worden betaald door verdachte. Dit bedrag is gebaseerd op de genoemde schadebedragen in de aangiften en niet op de vorderingen van de benadeelde partijen, omdat, zo stelt de officier van justitie, ten tijde van het maken van de procesafspraken nog niet alle schadevergoedingsvorderingen waren ingediend.
De rechtbank heeft geconstateerd dat er door een groot aantal benadeelden een vordering tot schadevergoeding is ingediend. Niet alle benadeelden zijn meegenomen in het overzicht van het Openbaar Ministerie. Daarnaast blijkt uit het dossier dat niet alle aangevers, zoals genoemd in de bijlage van de tenlastelegging, in het overzicht van het Openbaar Ministerie zijn meegenomen. Ook komen niet alle bedragen uit de aangiftes overeen met het verstrekte overzicht. Dit zou betekenen dat, indien de rechtbank de procesafspraken zou volgen, niet alle slachtoffers (geheel) schadeloos worden gesteld.
Ondanks de hierboven gemaakte kanttekeningen, is de rechtbank van oordeel dat met de belangen van de slachtoffers in voldoende mate rekening is gehouden.
De rechtbank is ermee bekend dat ook met een aantal medeverdachten procesafspraken zijn gemaakt die bij vonnissen van heden door de rechtbank worden geaccordeerd. Ook deze medeverdachten zijn verplicht bij te dragen aan de vergoeding van geleden schade. Op die manier kan een aanzienlijk deel van de slachtoffers op relatief korte termijn grotendeels schadeloos worden gesteld.
De slachtoffers die nu al dan niet gedeeltelijk ‘buiten de boot’ vallen, kunnen hun vordering of het niet toegewezen deel daarvan alsnog bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Zij hebben daarbij de beschikking over een onherroepelijk strafvonnis waarin de door verdachte jegens hen gepleegde onrechtmatige daad bewezen wordt verklaard.
Daarmee is de basis voor aansprakelijkheid van verdachte gelegd.
De rechtbank merkt ten overvloede op dat het naar haar oordeel wenselijker zou zijn geweest indien de slachtoffers voorafgaand aan de procesafspraken actief door het Openbaar Ministerie waren benaderd.
De vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen:
Onderzoek Meike
[slachtoffer 1]
De rechtbank zal voor het bedrag van € 77,78 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (27 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 2]
De rechtbank zal voor het bedrag van € 120,00 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (09 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 3]
De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 357,14 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (11 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 357,14) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (11 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 4]
De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 278,57 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (11 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 278,57) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (11 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 8]
De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 1046,56 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (06 november 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 1046,56) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum delict (06 november 2023) tot de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 9]
De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 2256,46 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de betaling aan het slachtoffer (19 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€2256,46) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de betaling aan het slachtoffer (19 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 10]
De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 2452,42 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de betaling aan het slachtoffer (22 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 2452,42) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de betaling aan het slachtoffer (22 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 5]
De rechtbank zal voor het bedrag van € 40,00 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (28 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 6]
De rechtbank zal voor het bedrag van € 125,00 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (06 februari 2024) tot de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 7]
De rechtbank zal voor het bedrag van € 170,00 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (06 februari 2024) tot de dag der algehele voldoening.
Gijzeling.
Omdat verdachte minderjarig was toen hij dit feit pleegde, bepaalt de rechtbank het aantal dagen gijzeling bij alle hiervoor genoemde schadevergoedingsmaatregelen op 0.
De overige benadeelde partijen.
De rechtbank zal de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] , [benadeelde 4] , [benadeelde 5] , [benadeelde 6] , [benadeelde 7] , [benadeelde 8] , [benadeelde 9] , [benadeelde 10] , [benadeelde 11] , [benadeelde 12] namens [benadeelde 13] , [benadeelde 14] , [benadeelde 15] , [benadeelde 16] , [benadeelde 17] , [benadeelde 18] , [benadeelde 19] , [benadeelde 20] , International Card Services B.V., [benadeelde 21] , [benadeelde 22] , [benadeelde 23] , [benadeelde 24] , [benadeelde 25] en [benadeelde 26] , niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen tot schadevergoeding.
De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
In de gevallen dat aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade zijn opgelegd, is hij van zijn betalingsverplichting bevrijd als hij aan één van beide heeft voldaan.
Toepasselijke wetsartikelen.
De beslissing is gegrond op de artikelen:
36f, 47, 57, 63, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 326 Wetboek van Strafrecht
DE UITSPRAAK
Vrijspraak feit 1
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 1 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Bewezenverklaring.
Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Kwalificatie.
Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:
Feit 2:
Oplichting, gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid.
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Straf en maatregel.
t.a.v. feit 2:
Legt op de volgende straffen:
Een werkstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen jeugddetentie;
Een jeugddetentie voor de duur van 120 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 117 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren.
Voorwaarde is, dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
En stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:
zich strikt houdt aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering, te weten [naam] Jeugdbescherming en Jeugdreclassering te Amsterdam;
zich in zal zetten voor het vinden en behouden van een goede weekinvulling in de vorm van werk en/of school en zichzelf daarmee financieel goed kan onderhouden;
meewerkt aan de hulpverlening die door de jeugdreclassering nodig wordt geacht, zoals Self, waarbij aan de gecertificeerde instelling te weten, [naam] Jeugdbescherming en Jeugdreclassering te Amsterdam, opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de inmiddels meerderjarige ten behoeve daarvan te begeleiden. De inmiddels meerderjarige is daarbij van rechtswege verplicht zijn medewerking te verlenen aan het vaststellen van zijn identiteit en aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.
Benadeelde partijen onderzoek Meike.
[slachtoffer 1]
De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 77,78 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 2]
De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 120,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 09 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 3]
De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 357,14 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 357,14 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 4]
De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 278,57 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 278,57 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 8]
De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 1046,56 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 06 november 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 1046,56 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 06 november 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 9]
De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 2256,46 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 2256,46 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 10]
De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 2452,42 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 2452,42 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 5]
De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 40,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 6]
De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 125,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 06 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 7]
De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 170,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 06 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
[benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] , [benadeelde 4] , [benadeelde 5] , [benadeelde 6] , [benadeelde 7] , [benadeelde 8] , [benadeelde 9] , [benadeelde 10] , [benadeelde 11] , [benadeelde 12] namens [benadeelde 13] , [benadeelde 14] , [benadeelde 15] , [benadeelde 16] , [benadeelde 17] , [benadeelde 18] , [benadeelde 19] , [benadeelde 20] , International Card Services B.V., [benadeelde 21] , [benadeelde 22] , [benadeelde 23] , [benadeelde 24] , [benadeelde 25] en [benadeelde 26]
De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen tot schadevergoeding en de vorderingen in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kunnen aanbrengen.
Als aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade zijn opgelegd, dan is hij van zijn betalingsverplichting bevrijd als hij heeft voldaan aan één van beide.
Voorlopige hechtenis.
Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van heden. De voorlopige hechtenis is geschorst per 19 april 2024.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. S.J.W. Hermans, voorzitter, tevens kinderrechter,
mr. E.C.L. Pechaczek, kinderrechter, en mr. E.H. Groen, leden,
in tegenwoordigheid van mr. K.D.A.J. Hombergen, griffier,
en is uitgesproken op 8 mei 2026.
Het Openbaar Ministerie is van oordeel dat zonder procesafspraken onvoorwaardelijke jeugddetentie van minimaal 6 maanden passend en geboden zou zijn.
Hoge Raad 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252.