Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Oost-Brabant

ECLI:NL:RBOBR:2026:3886

2026-05-08 Strafrecht 01-055476-24
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Uitspraakdatum
2026-05-08
Publicatiedatum
2026-06-03
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
01-055476-24
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van strafrecht. Grote hoeveelheden oplichtingen. Daarnaast poging tot zware mishandeling.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (48.342 tekens)
vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT


Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht



Parketnummer: 01.055476.24 Parketnummer vordering: 02.131223.22



Datum uitspraak: 8 mei 2026.



Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:





[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [2005] ,
wonende te [adres] ,



Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 2 juli 2024, 23 september 2024, 11 december 2024 en 24 april 2026. In deze zaak is op 8 oktober 2025 een overeenkomst tussen verdachte en het Openbaar Ministerie gesloten betreffende proces- en vonnisafspraken (hierna: de overeenkomst). De rechtbank heeft kennisgenomen van deze overeenkomst, van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van de verdediging naar voren is gebracht.




De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 30 mei 2024. Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 23 september 2024 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:



Feit 1


Hij in of omstreeks de periode van 14 oktober 2023 tot en met 25 maart 2024 in Best, Den Bosch, Den Haag, Dordrecht, Drunen, Eindhoven, Geldrop, Helmond, Mierlo, Oirschot, Oss, Valkenswaard en/of Veldhoven, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten verdachte en (onder andere) [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] en/of



[medeverdachte 9] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk oplichting van personen als bedoeld in artikel 326 Wetboek van Strafrecht;





Feit 2


Hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 december 2023 tot en met 9 maart 2024 in Best, Den Bosch, Den Haag, Dordrecht, Drunen, Eindhoven, Geldrop, Helmond, Mierlo, Oirschot, Oss, Valkenswaard en/of Veldhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,


meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, personen en/of bedrijven die in de bijlage worden genoemd, heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een of meer grote geldbedragen en/of gouden sieraden door:


- zich (telefonisch) voor te doen als een medewerker van een bank, en/of


- (in die hoedanigheid) voornoemde personen erop te wijzen dat criminelen op dit moment hun geld afhandig maken en dat een medewerker van de technische dienst langs komt aan huis, en/of


- (vervolgens) bij voornoemde personen thuis langs te gaan om zoveel mogelijk geld af te schrijven met hun pinpas door middel van een SumUp-pinapparaat en/of (even later) door middel van een geldautomaat, en/of


- (vervolgens) voornoemde personen te overtuigen dat het verstandig is om contant geld en gouden sieraden mee te geven zodat dit veilig kan worden opgeborgen bij de bank;





Feit 3


hij op of omstreeks 20 maart 2024 te Vlissingen, althans in Nederland, [slachtoffer 1] en/of de man van die [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] en/of de man van die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen:


- "Ik zal even langskomen (...) en dan zal ik even een pistool in je kontgat douwen”, en/of


- “Als je nu niet geld over gaat boeken, ben ik daar binnen 15 minuten. (...) Anders kom ik echt langs en dan ga ik u iets aandoen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.





De vordering na voorwaardelijke veroordeling.
De zaak met parketnummer 02.131223.22 is aangebracht bij vordering van 15 mei 2024. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de kinderrechter bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 4 oktober 2023. Een kopie van de vordering bevindt zich in het digitale dossier.



De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.



Overwegingen met betrekking tot de overeenkomst.
De overeenkomst houdt in dat:


de verdediging geen onderzoekswensen indient;


de verdediging geen bewijsverweren voert en al ingediende onderzoekswensen intrekt;


de verdediging de tenlastegelegde feiten niet zal betwisten;


de verdachte geen (nadere) verklaring hoeft af te leggen;


de verdachte zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken.


het Openbaar Ministerie zal requireren tot een bewezenverklaring en kwalificatie van de feiten als weergegeven in de procesafspraken;


het Openbaar Ministerie zal ter terechtzitting een strafeis van 20 maanden gevangenisstraf vorderen;


het Openbaar Ministerie zal ter terechtzitting vorderen om de vorderingen van de benadeelde partijen tot een bedrag van € 11.604,43 toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast zal het Openbaar Ministerie de schadevergoedingsmaatregel vorderen;


 het Openbaar Ministerie zal ter terechtzitting verzoeken om de vordering tenuitvoerlegging van de zaak met parketnummer 02.131223.22 af te wijzen.



Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is bij haar beoordeling van de procesafspraken en het afdoeningsvoorstel uitgegaan van het kader dat de Hoge Raad heeft gegeven in zijn arrest van 27 september 2022.



De rechtbank heeft bij de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting op 24 april 2026 benadrukt dat de vragen van artikel 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering leidend zijn bij de beoordeling van de tenlastelegging. Ook is aan partijen uitdrukkelijk te kennen gegeven dat de rechtbank geen partij is bij, en niet is gebonden aan, de gemaakte procesafspraken en het afdoeningsvoorstel.



De rechtbank stelt vast dat de verdachte bij de totstandkoming van de procesafspraken en het afdoeningsvoorstel is bijgestaan door zijn advocaat.



De rechtbank heeft tijdens de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting op 24 april 2026 de overeenkomst en de consequenties daarvan met verdachte besproken. De verdachte heeft ten overstaan van de rechtbank expliciet bevestigd de inhoud van de gemaakte afspraken en de procesrechtelijke gevolgen hiervan te kennen, te begrijpen en hiermee in te stemmen.



De rechtbank stelt op basis van het verhandelde ter terechtzitting vast dat verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan de procesafspraken en de voorgestelde afdoening en daarmee afstand te doen van bepaalde verdedigingsrechten. De wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen doet daarnaast geen afbreuk aan het aan verdachte op grond van artikel 6 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens toekomende recht op een eerlijk proces. Dat betekent dat de rechtbank acht kan slaan op de gemaakte procesafspraken.




Conclusie.

De rechtbank ziet met betrekking tot de bewezenverklaring geen aanleiding om van het afdoeningsvoorstel af te wijken. Dit betekent dat de rechtbank alle tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen acht.




De bewijsmiddelen.
Indien tegen dit verkort vonnis een rechtsmiddel wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring en eventuele bewijsoverwegingen opgenomen in een aanvulling op dit verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan dit verkort vonnis gehecht.



De bewezenverklaring.
De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte:



Feit 1

omstreeks de periode van 14 oktober 2023 tot en met 25 maart 2024 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten verdachte en
(
onder andere
)
[medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van oplichting van personen als bedoeld in artikel 326 Wetboek van Strafrecht;




Feit 2
op tijdstippen omstreeks de periode van 9 december 2023 tot en met 9 maart 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, personen die in de bijlage worden genoemd, heeft bewogen tot de afgifte van grote geldbedragen en/of gouden sieraden door:

- zich (telefonisch) voor te doen als een medewerker van een bank, en/of


- (in die hoedanigheid) voornoemde personen erop te wijzen dat criminelen op dit moment hun geld afhandig maken en dat een medewerker van de technische dienst langs komt aan huis, en/of


- (vervolgens) bij voornoemde personen thuis langs te gaan om zoveel mogelijk geld af te schrijven met hun pinpas door middel van een SumUp-pinapparaat en/of (even later) door middel van een geldautomaat, en/of


- (vervolgens) voornoemde personen te overtuigen dat het verstandig is om contant geld en gouden sieraden mee te geven zodat dit veilig kan worden opgeborgen bij de bank;




Feit 3
op 20 maart 2024 in Nederland, de man van [slachtoffer 1] heeft bedreigd met zware mishandeling, door de man van [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen:

- "Ik zal even langskomen (...) en dan zal ik even een pistool in je kontgat douwen”, en
/of


- “Als je nu niet geld over gaat boeken, ben ik daar binnen 15 minuten. (...) Anders kom ik echt langs en dan ga ik u iets aandoen".



Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.



De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.




De strafbaarheid van de feiten.
Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.


Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.




De strafbaarheid van verdachte.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.



Oplegging van straf en maatregel.



De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft, conform de overeenkomst, gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 20 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.



Een kopie van de vordering van de officier van justitie bevindt zich in het digitale dossier.




Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd en heeft de rechtbank verzocht aan te sluiten bij de overeenkomst.




Het oordeel van de rechtbank.

Verdachte heeft zich over een langere periode schuldig gemaakt aan het met anderen plegen van een grote hoeveelheid oplichtingen. Verdachte maakte daarbij deel uit van een criminele organisatie. Hij hield zich bezig met het bellen van verschillende slachtoffers om deze vervolgens op te lichten. Uit het strafdossier komt naar voren dat verdachte dit op grote schaal heeft gedaan. Hij heeft samen met anderen een flink aantal kwetsbare slachtoffers op geniepige wijze sieraden en grote geldbedragen afhandig gemaakt. Zij hebben zich daarbij bewust gericht op oudere mensen. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een bedreiging van een van de slachtoffers die hij probeerde op te lichten.



Verdachte en zijn medeverdachten hebben de slachtoffers, die zoals gezegd allemaal op leeftijd zijn, hiermee niet alleen financiële schade toegebracht, maar ook hun gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens ernstig geschaad. Daar komt bij dat zij sommige slachtoffers ook sieraden, die een grote emotionele waarde vertegenwoordigden, afhandig hebben gemaakt. Verdachte was gericht op eigen financieel gewin. Daarbij heeft hij geen rekening gehouden met de schade die hij bij de slachtoffers heeft veroorzaakt en de maatschappelijke onrust die hij daarmee heeft veroorzaakt. Dit zijn ernstige feiten. Dit neemt de rechtbank verdachte kwalijk.



De rechtbank heeft acht geslagen op de afspraken in de overeenkomst en de daaruit voortvloeiende door de verdachte aanvaarde strafeis van de officier van justitie. De rechtbank heeft de uitkomst hiervan beschouwd in het licht van de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Hierbij zijn ook het wettelijke strafmaximum, de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte betrokken.



Tussen verdachte en het Openbaar Ministerie is bovengenoemde strafeis overeengekomen. Gelet op wat hiervoor werd overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet gezegd kan worden dat de straf die door de officier van justitie is gevorderd en met welke eis verdachte heeft ingestemd, niet in redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak zoals deze blijkt uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting. De rechtbank is van oordeel dat deze straf in afdoende mate recht doet aan deze zaak, en dat aldus het belang van verdachte en dat van de maatschappij geëerbiedigd worden. De rechtbank zal verdachte dan ook veroordelen tot de straf zoals de officier van justitie – conform de procesafspraken – heeft geëist.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.




Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 02.131223.22.
De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte zich gedurende de proeftijd aan meerdere strafbare feiten heeft schuldig gemaakt.


Conform de procesafspraken en in hetgeen ter terechtzitting aan de orde is gekomen, ziet de rechtbank aanleiding om de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen.




Schadevergoeding voor de slachtoffers
De rechtbank heeft acht geslagen op de afspraken in de overeenkomst en de daaruit voortvloeiende door de verdachte aanvaarde betalingsverplichting ten behoeve van de slachtoffers . De officier van justitie heeft op verzoek van de rechtbank een overzicht verstrekt waaruit blijkt hoe dat genoemde bedrag is verdeeld over de benadeelden. Uit het overzicht blijkt hoeveel er per onderzoek en per benadeelde zal worden betaald door verdachte. Dit bedrag is gebaseerd op de genoemde schadebedragen in de aangiften en niet op de vorderingen van de benadeelde partijen, omdat, zo stelt de officier van justitie, ten tijde van het maken van de procesafspraken nog niet alle schadevergoedingsvorderingen waren ingediend.


De rechtbank heeft geconstateerd dat er door een groot aantal benadeelden een vordering tot schadevergoeding is ingediend. Niet alle benadeelden zijn meegenomen in het overzicht van het Openbaar Ministerie. Daarnaast blijkt uit het dossier dat niet alle aangevers, zoals genoemd in de bijlage van de tenlastelegging, in het overzicht van het Openbaar Ministerie zijn meegenomen. Ook komen niet alle bedragen uit de aangiftes overeen met het verstrekte overzicht. Dit zou betekenen dat, indien de rechtbank de procesafspraken zou volgen, niet alle slachtoffers (geheel) schadeloos worden gesteld.



Ondanks de hierboven gemaakte kanttekeningen, is de rechtbank van oordeel dat met de belangen van de slachtoffers in voldoende mate rekening is gehouden.
De rechtbank is ermee bekend dat ook met een aantal medeverdachten procesafspraken zijn gemaakt die bij vonnissen van heden door de rechtbank worden geaccordeerd. Ook deze medeverdachten zijn verplicht bij te dragen aan de vergoeding van geleden schade. Op die manier kan een aanzienlijk deel van de slachtoffers op relatief korte termijn grotendeels schadeloos worden gesteld.
De slachtoffers die nu al dan niet gedeeltelijk ‘buiten de boot’ vallen, kunnen hun vordering of het niet toegewezen deel daarvan alsnog bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Zij hebben daarbij de beschikking over een onherroepelijk strafvonnis waarin de door verdachte jegens hen gepleegde onrechtmatige daad bewezen wordt verklaard.
Daarmee is de basis voor aansprakelijkheid van verdachte gelegd.



De rechtbank merkt ten overvloede op dat het naar haar oordeel wenselijker zou zijn geweest indien de slachtoffers voorafgaand aan de procesafspraken actief door het Openbaar Ministerie waren benaderd.




De vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen:





Onderzoek Meike



[slachtoffer 2]

De rechtbank zal voor het bedrag van € 120,00 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (09 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.





[slachtoffer 3]

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 357,14 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (11 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.


De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.



Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 357,14) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (11 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.





[slachtoffer 4]

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 278,57 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (11 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.


De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.



Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 278,57) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (11 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.





[slachtoffer 5]

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 542,86 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (12 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.


De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.



Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 542,86) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (12 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.





[slachtoffer 14]
De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 152,73 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de betaling aan het slachtoffer (19 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.


De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.



Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 152,73) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de betaling aan het slachtoffer (19 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.





[slachtoffer 6]

De rechtbank zal voor het bedrag van € 170,00 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (06 februari 2024) tot de dag der algehele voldoening.



Onderzoek Valencia



[slachtoffer 7]

De rechtbank zal voor het bedrag van € 544,69 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (01 februari 2024) tot de dag der algehele voldoening.





[slachtoffer 8]


De rechtbank zal voor het bedrag van € 577,60 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (01 februari 2024) tot de dag der algehele voldoening.


[slachtoffer 9]


De rechtbank zal voor het bedrag van € 3102,33 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (02 februari 2024) tot de dag der algehele voldoening.





[slachtoffer 10]

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 250,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (05 februari 2024) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.


De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.



Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 250,00) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (05 februari 2024) tot de dag der algehele voldoening.





[slachtoffer 11]

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 137,45 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (05 februari 2024) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.


De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.



Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 137,45) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (05 februari 2024) tot de dag der algehele voldoening.





[slachtoffer 12]

De rechtbank zal voor het bedrag van € 2025,48 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (08 februari 2024) tot de dag der algehele voldoening.




[slachtoffer 13]

De rechtbank zal voor het bedrag van € 1325,92 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (07 februari 2024) tot de dag der algehele voldoening.



Onderzoek Meike en Valencia



[slachtoffer 14]


De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 1.369,93 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (06 november 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.



De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.



Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 1.369,93) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (06 november 2023) tot de dag der algehele voldoening.





[slachtoffer 15]

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 649,74 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de betaling aan het slachtoffer (22 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.


De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.



Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 649,74) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de betaling aan het slachtoffer (22 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.




De overige benadeelde partijen.

De rechtbank zal de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] namens [benadeelde 3] , [benadeelde 4] , [benadeelde 5] , [benadeelde 6] , [benadeelde 7] , [benadeelde 8] , [benadeelde 9] , International Card Services B.V., [benadeelde 10] , [benadeelde 11] , [benadeelde 12] , [benadeelde 13] , [benadeelde 14] , [benadeelde 15] , [benadeelde 16] , [benadeelde 17] , [benadeelde 18] , [benadeelde 19] , [benadeelde 20] , [benadeelde 21] , [benadeelde 22] en [benadeelde 23] , niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen tot schadevergoeding.



De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.



In de gevallen dat aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade zijn opgelegd, is hij van zijn betalingsverplichting bevrijd als hij aan één van beide heeft voldaan.




Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:
36f, 47, 57, 140, 285, 326 Wetboek van Strafrecht



DE UITSPRAAK



Bewezenverklaring.

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.



Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.




Kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:



Feit 1:

Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van strafrecht.




Feit 2:

Oplichting, gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;




Feit 3:

Bedreiging met zware mishandeling.





Strafbaarheid.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.




Straf en maatregel.

t.a.v. feit 1, 2 en 3:
Legt op de volgende straf:
Een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.




Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de kinderrechter bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 4 oktober 2023.



t.a.v. feit 2:

Benadeelde partijen onderzoek Meike.



[slachtoffer 2]

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 120,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.



Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 09 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.





[slachtoffer 3]

De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 357,14 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.


De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.



Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;



De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 357,14 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 3 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.





[slachtoffer 4]

De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 278,57 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.


De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.



Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;



De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 278,57 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 2 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.





[slachtoffer 5]

De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 542,86 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.


De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.



Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;



De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 542,86 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 5 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.





[slachtoffer 14]
De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 152,73 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.


De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.



Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;



De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 152,73 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.





[slachtoffer 6]

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 170,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.


Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 06 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.




Benadeelde partijen onderzoek Valencia.



[slachtoffer 7]

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 544,69 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 5 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.



Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 01 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.





[slachtoffer 8]

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 577,60 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 5 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.


Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 01 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.





[slachtoffer 9]

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 3102,33 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 31 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.


Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 02 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.





[slachtoffer 10]

De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 250,00 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 05 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.


De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.



Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;



De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 250,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 2 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 05 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.





[slachtoffer 11]

De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 137,45 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 05 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.


De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.



Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;



De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 137,45 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 05 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.





[slachtoffer 12]

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 2025,48 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 20 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.


Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 08 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.





[slachtoffer 13]

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 1325,92 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 13 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.


Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 07 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.




Benadeelde partijen onderzoeken Meike en Valencia



[slachtoffer 14]


De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 1369,93 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 06 november 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.



De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.



Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;



De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 1369,93 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 13 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 06 november 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.





[slachtoffer 15]

De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 649,74 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.


De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.



Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;



De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 649,74 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 6 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.





[benadeelde 1] , [benadeelde 2] namens [benadeelde 3] , [benadeelde 4] , [benadeelde 5] , [benadeelde 6] , [benadeelde 7] , [benadeelde 8] , [benadeelde 9] , International Card Services B.V., [benadeelde 10] , [benadeelde 11] , [benadeelde 12] , [benadeelde 13] , [benadeelde 14] , [benadeelde 15] , [benadeelde 16] , [benadeelde 17] , [benadeelde 18] , [benadeelde 19] , [benadeelde 20] , [benadeelde 21] , [benadeelde 22] en [benadeelde 23] .

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen tot schadevergoeding en de vorderingen in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kunnen aanbrengen.



In de gevallen dat aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade zijn opgelegd, is hij van zijn betalingsverplichting bevrijd als hij aan één van beide heeft voldaan.




Voorlopige hechtenis.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van heden. De voorlopige hechtenis is geschorst per 2 januari 2025.





Dit vonnis is gewezen door:
mr. S.J.W. Hermans, voorzitter,
mr. E.C.L. Pechaczek en mr. E.H. Groen, leden,
in tegenwoordigheid van mr. K.D.A.J. Hombergen, griffier,
en is uitgesproken op 8 mei 2026.







Het Openbaar Ministerie is van oordeel dat zonder procesafspraken een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van minimaal 3 jaar passend en geboden zou zijn.


Hoge Raad 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252.