Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Oost-Brabant

ECLI:NL:RBOBR:2025:7295

2025-08-15 Bestuursrecht WR 25/016
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Uitspraakdatum
2025-08-15
Publicatiedatum
2025-11-07
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Wraking
Zaaknummer
WR 25/016
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

WR 25/016: Wraking. Verzoek afgewezen, omdat het wrakingsverzoek is gedaan nadat de rechter einduitspraak heeft gedaan. Verder is niet gebleken van concrete feiten of omstandigheden waaruit vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan worden afgeleid.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.569 tekens)
beslissing














RECHTBANK OOST-BRABANT




Wrakingskamer



zaaknummer: WR 25-016





Beslissing van 15 augustus 2025




van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van:





[verzoeker] ,

wonende te [adres] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van:

mr. G. de Jong,
rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter.






1De procedure


1.1.
Verzoeker is als gemachtigde van de eisende partij betrokken geweest bij een procedure voor de bestuursrechter bij deze rechtbank over de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar in het kader van de vaststelling van de WOZ-waarde. Die procedure is bij de rechtbank bekend onder zaaknummer: SHE 24/2035, gepubliceerd onder ECLI-nummer ECLI:NL:RBOBR:2024:6339. De mondelinge behandeling van die procedure heeft plaatsgevonden op 29 november 2024. De rechter heeft op 18 december 2024 uitspraak gedaan. In de procedures bekend onder de zaaknummers SHE 24/3235, SHE 24/2567 en SHE 24/2565 is verzoeker de gemachtigde van de eisende partijen. Deze zaken zijn nog niet op zitting behandeld.


1.2.
Op 28 juni 2025 heeft verzoeker per e-mail een verzoek tot wraking ingediend. Bij het verzoek zijn diverse bijlagen gevoegd.



1.3.
De wrakingskamer heeft vervolgens de datum van deze beslissing bepaald op vandaag.




2Het wrakingsverzoek en de reactie van de rechter


2.1.
Verzoeker heeft in een drietal zaken (24/3235, 24/2567 en 24/2565) een gelijkluidend wrakingverzoek ingediend. In zijn wrakingsverzoek beschrijft verzoeker dat zijn wrakingsverzoek voortkomt uit een ervaring met de rechter in een andere zaak. Dit betreft de zaak met zaaknummer SHE 24/2035 (ECLI:NL:RBOBR:2024:6339).













Volgens verzoeker is er sprake van (de schijn van) partijdigheid omdat in de zaak met zaaknummer SHE/24/2035:



een passage is opgenomen in de uitspraak over het procesgedrag van verzoeker zonder zijn verklaring daarvoor mee te nemen;


de uitspraak opzettelijk na het verstrijken van de hoger beroepstermijn is gepubliceerd met het doel op verzoekers naam te besmeuren en zodat de uitspraak tegen hem gebruikt kan worden in alle lopende en toekomstige beroepszaken;


- het proces-verbaal van de zitting nog steeds niet is verstuurd.



2.2.
De rechter heeft op 1 juli 2025 gereageerd op het wrakingsverzoek van verzoeker. De rechter berust niet in de wraking.






3De beoordeling


3.1.
De wrakingskamer constateert dat het wrakingsverzoek is gedaan nadat in de hoofdzaak met zaaknummer 24/2035 einduitspraak is gedaan. De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen voor zover het betrekking heeft op de zaak met nummer 24/2035.



3.2.
De wrakingskamer stelt vast dat verzoeker aan het verzoek tot wraking van de rechter in de zaken met zaaknummers 24/3235, 24/2567 en 24/2565 geen relevante feiten en omstandigheden ten grondslag heeft gelegd. De door verzoeker gestelde feiten en omstandigheden zien uitsluitend op de eerder door de rechter behandelde zaak 24/2035. De wrakingskamer oordeelt dat de enkele omstandigheid dat een rechter betrokken is geweest bij een eerdere zaak waarbij verzoeker als gemachtigde heeft opgetreden, op zichzelf onvoldoende is om de (de schijn van) vooringenomenheid van de rechter aan te nemen. Dit kan anders zijn als er sprake is van bijzondere omstandigheden, waaruit de vooringenomenheid van de rechter of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor afgeleid kan worden. Van die bijzondere omstandigheden is de wrakingskamer echter niet gebleken. Het wrakingsverzoek – voor zover het betrekking heeft op de zaken met zaaknummers 24/3235, 24/2567 en 24/2565 – wordt afgewezen.



3.3.
Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat op grond van artikel 5, tweede lid, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.







4De beslissing


De wrakingskamer:




t.a.v. de zaak met zaaknummer 24/2035:


- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking


t.a.v. de zaken met zaaknummers 24/3235, 24/2567 en 24/2565:

- wijst het verzoek af.



Deze beslissing is gegeven door mr. J.O.Y. Elagab, voorzitter, mr. H.M.H. de Koning en mr. F.H.E. Boerma, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.F.M. van den Berge als griffier en in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2025.



de griffier de voorzitter







Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.