Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Oost-Brabant

ECLI:NL:RBOBR:2024:3759

2024-08-21 Civiel recht C/01/402804 / HA ZA 24-216
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Uitspraakdatum
2024-08-21
Publicatiedatum
2024-08-20
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
C/01/402804 / HA ZA 24-216
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Incident. Vordering om eiser in hoofdzaak te gebieden de dagvaarding aan te passen in die zin dat er niet wordt verwezen naar een onderzoeksverslag.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.412 tekens)
RECHTBANK Oost-Brabant


Civiel recht



Zittingsplaats 's-Hertogenbosch



Zaaknummer: C/01/402804 / HA ZA 24-216




Vonnis in incident van 21 augustus 2024




in de zaak van





[eiseres] B.V.,
te [plaats] ,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. H.G.A.M. Spoormans,



tegen





1 [gedaagde 1] ,

te [plaats] ,2. [gedaagde 2],
te [plaats] ,
gedaagde partijen in de hoofdzaak,
eisende partijen in het incident,
hierna samen te noemen: [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ,
advocaat: mr. Ph.W. Schreurs.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


de dagvaarding


de akte overlegging producties van [eiseres]


de incidentele conclusie van [gedaagde 1] en [gedaagde 2]


de incidentele conclusie van antwoord van [eiseres]


de akte uitlaten producties in het incident van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van 26 juni 2024


de akte overlegging productie van [eiseres] van 26 juni 2024


de akte uitlaten van [eiseres] van 17 juli 2024


het rolbericht van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van 17 juli 2024





1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.





2De beoordeling in het incident


2.1.

[eiseres] is aandeelhouder van [A] B.V. (hierna: [A] ). [gedaagde 1] en [gedaagde 2] waren bestuurders van [A] en zijn indirect (ook) aandeelhouders van [A] . [eiseres] heeft zich tot de Ondernemingskamer gewend met het verzoek een onderzoek te gelasten naar het beleid en de gang van zaken binnen [A] . De Ondernemingskamer heeft vervolgens onder andere een onderzoek gelast naar het beleid en de gang van zaken binnen [A] . Dit onderzoek is uitgevoerd en de onderzoeker heeft een definitief onderzoeksverslag (hierna: Onderzoeksverslag) uitgebracht. [eiseres] verwijst in de dagvaarding ter onderbouwing van haar vordering naar het Onderzoeksverslag en heeft dit verslag als productie overgelegd.



2.2.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] vorderen dat de rechtbank [eiseres] gebiedt om de dagvaarding zodanig aan te passen dat daarin geen verwijzingen worden gedaan naar de inhoud van het Onderzoeksverslag en waarbij het Onderzoeksverslag ook niet als productie wordt aangehecht en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de gelegenheid stelt om op deze aangepaste dagvaarding te reageren. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] beroepen zich op artikel 2:353 lid 3 BW waarin is bepaald dat het aan anderen dan de rechtspersoon verboden is mededelingen aan derden te doen van het verslag, voor zover dat niet voor een ieder ter inzage ligt, tenzij zij daartoe op hun verzoek door de voorzitter van de Ondernemingskamer zijn gemachtigd. Volgens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] is een dergelijk verzoek niet gedaan en is ook niet bepaald dat het verslag voor een ieder ter inzage ligt.



2.3.

[eiseres] voert in haar incidentele conclusie van antwoord diverse verweren, onder andere het verweer aan dat zij op 7 juni 2024 alsnog aan de voorzitter van de Ondernemingskamer heeft gevraagd [eiseres] te machtigen om uit het Onderzoeksverslag te mogen citeren en als productie over te leggen in de hoofdzaak.



2.4.
Vervolgens hebben partijen aktes genomen waaruit blijkt dat de voorzitter van de Ondernemingskamer bij beschikking van 24 juni 2024 [eiseres] (en ook [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ) heeft gemachtigd om mededelingen te doen uit het Onderzoeksverslag zover redelijkerwijs nodig is ter toelichting op en/of ondersteuning van bewijs van haar stellingen in het kader van deze procedure en om het Onderzoeksverslag met bijlagen in deze procedure in te brengen. Omdat de door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] bedoelde machtiging inmiddels is verleend, is de rechtbank van oordeel dat de incidentele vordering moet worden afgewezen.



2.5.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten in het incident (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:









- salaris advocaat


€


614,00


(1,00 punten × € 614,00)




- nakosten


€


178,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


792,00













3De beslissing


De rechtbank




in het incident



3.1.
wijst het gevorderde af,



3.2.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de proceskosten van € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,



3.3.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,



in de hoofdzaak




3.4.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 2 oktober 2024 voor conclusie van antwoord.


Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2024.