Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Oost-Brabant

ECLI:NL:RBOBR:2023:6642

2023-10-09 Strafrecht 01/203005-22
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Uitspraakdatum
2023-10-09
Publicatiedatum
2025-09-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
01/203005-22
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Veroordeling voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht tot een werkstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen jeugddetentie met aftrek overeenkomstig artikel 27 wetboek van Strafrecht waarvan 60 uren subsidiair 30 dagen jeugddetentie voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (21.492 tekens)
vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT


Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht



Parketnummer: 01.203005.22



Datum uitspraak: 09 oktober 2023



Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:





[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [2002] ,
wonende te [adres] .



Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 25 september 2023.



De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.




De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 13 september 2023.


Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 25 september 2023 is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd dat:



t.a.v. feit 1 primair:

hij op of omstreeks 11 augustus 2022 te Boxtel, in elk geval in Nederland, inwoners van de gemeente Veldhoven, in elk geval een of meer personen, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door op Instagram onder de naam ' [gebruikersnaam] ' een foto te plaatsen waarop een persoon is te zien die een op een zogenaamd bomvest gelijkend vest draagt en/of daarbij de tekst: "Ik breng heel Veldhoven naar de schimmenrijk" te plaatsen;




t.a.v. feit 1 subsidiair:

hij op of omstreeks 11 augustus 2022 te Boxtel, in elk geval in Nederland, inwoners van de gemeente Veldhoven, in elk geval een of meer personen, heeft bedreigd met een terroristisch misdrijf, als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht, door op Instagram onder de naam ' [gebruikersnaam] ' een foto te plaatsen waarop een persoon is te zien die een op een zogenaamd bomvest gelijkend vest draagt en/of daarbij de tekst: "Ik breng heel Veldhoven naar de schimmenrijk" te plaatsen;





De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.



Bewijs


Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de subsidiair tenlastegelegde bedreiging met een terroristisch misdrijf.




Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit.




Het oordeel van de rechtbank.



Bewijsmiddelen.



­ Het proces-verbaal van bevindingen, OB2R022077-35

Pagina 133:
Op donderdag 11 augustus 2022 is de verdachte [verdachte] , geboren op [2002] te [geboorteplaats] aangehouden wegens bedreiging met een terroristisch misdrijf. Dit onderzoek is opgestart naar aanleiding van een melding dat er een persoon zich op het sociaal platform Instagram met een bomvest had uitgerust. Hierbij stond tevens een begeleiden de tekst die luidde: "Ik breng heel veldhoven naar schimmenrijk."



Op het verhaal van het profiel [gebruikersnaam] is op 11 augustus 2022 de volgende foto gepost:
[...]
Foto 1: Verdachte [verdachte] poseert op 11 augustus 2022 met een voorwerp wat op een bomvest lijkt. Ik, verbalisant, herken de verdachte omdat ik de verdachte ingeboekt heb en zijn ID-staat heb opgemaakt. ik heb in deze setting direct contact gehad met de verdachte.
Onderstaande foto werd geplaatst op hetzelfde account, dus [gebruikersnaam] :
[...]
Foto 2: De tekst "ik breng heel veldhoven naar de schimmenrijk" in combinatie met een zwarte koffer en zwarte legerkisten. De foto is gepost op 11 augustus 2022 te 11:08 uur.


­ Het proces-verbaal van verhoor verdachte, OB2R022077-15

Pagina 25:
A: Die bomgordel was voor een kostuum.
V: Laten wij die foto van Instagram hebben. lk zal je die foto laten zien.
O: De foto op bijlage 1 wordt getoond.
A: Het is zelf gemaakt van dozen, tape en een oude telefoon. Ik zie er op die foto ook wel eng uit.
V: Dan laat ik jouw nog een foto zien.
O: De foto op bijlage 2 wordt getoond.
A: Ik heb het niet verkeerd bedoelt, het was een grap. Er staat op de foto "Ik breng heel Veldhoven naar de schimmenrijk". Dat was wederom een grapje op mijn 'stories'.
V: Want wanneer heb je dit gepost op jou Instagram 'Stories'?
A: Ik denk rond 11:00 uur 's ochtends, rond de middag zoiets. Toen had ik het gemaakt en gepost.


­ De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 25 september 2023, voor zover inhoudende:
Ik heb getwijfeld of ik met het bomvest naar de conventie zou gaan, maar ik heb ook mensen gezien met nepgeweren. Ik heb die twee foto’s op Instagram gezet omdat ik het grappig vond. Dat dreigen is een deel van de grap. Dat is niet goed begrepen en dat snap ik ook. Ik snap ook dat mensen hier bang van kunnen worden.



Bewijsoverweging.

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft onder de naam ‘ [gebruikersnaam] ’ twee berichten op Instagram geplaatst, te weten een foto van hemzelf met het door hem geknutselde, maar zeer realistisch ogende, “bomvest” en een foto van een koffer, lijkend op een wapenkoffer, met een zwarte laars met de tekst “Ik breng heel veldhoven naar de schimmenrijk”. De rechtbank is van oordeel dat deze twee berichten tezamen kunnen worden aangemerkt als een bedreiging tegen het leven gericht als bedoeld in artikel 285 Wetboek van Strafrecht (Sr).



Uiteindelijk is gebleken dat verdachte geen boos opzet had om bedreigende berichten op Instagram te plaatsen. Voor derden was het echter niet duidelijk dat deze berichten niet bedreigend bedoeld waren, maar refereerde aan het kostuum van verdachte voor de anime conventie, genaamd ‘Abunai!’, in Eindhoven, nu elke link naar deze conventie of naar een kostuum in de berichten ontbreekt.



Anders dan in de uitspraak die door de raadvrouw is aangehaald (ECLI:NL:RBROT:2019:8834), meent de rechtbank dat de bedreiging – mede doordat daarin een plaatsnaam wordt genoemd – voldoende concreet was om bij derden de redelijke vrees te laten ontstaan dat de verdachte voornemens was een bom te laten afgaan. Verdachte heeft ook voorwaardelijk opzet gehad op de bedreiging. Uit de verklaringen van verdachte bij de politie en ter terechtzitting blijkt dat hij wist dat het bomvest er eng uitzag en dat mensen daar van kunnen schrikken als ze het zien. De verdachte heeft een foto geplaatst waarop hij het bomvest draagt zonder de rest van zijn “outfit” voor de anime conventie en heeft deze gecombineerd met een foto van een koffer met de hiervoor aangehaalde tekst, die een duidelijke verwijzing bevat naar het dodenrijk. De verdachte heeft deze foto geplaatst op een openbaar Instagramaccount, waarop in de tijdslijn ook verwijzingen naar onder andere vuurwapens en de [groep] staan, onder de naam “ [gebruikersnaam] ”, zonder enige aanwijzing dat het om een grap ging of verband hield met een outfit voor een animéconventie. Door foto’s op een openbaar account te plaatsen waren deze voor iedereen zichtbaar en was ook het risico groot dat dit bericht zich verder zou verspreiden. Daarmee heeft hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat mensen (die woonachtig zijn of zich bevonden in Veldhoven) bij het zien van de berichten zich bedreigd zouden voelen.



De verdediging heeft bepleit dat niemand in Veldhoven kennis heeft genomen van de bedreiging en dat daarom geen veroordeling voor bedreiging als bedoeld in artikel 285 Sr kan volgen. De rechtbank volgt dit verweer niet. De bedreiging is in het onderhavige geval niet gericht aan een concreet persoon, maar gericht aan een onbepaalde groep personen in Veldhoven. De bedreiging is bovendien op een openbaar Instagramaccount geplaatst, zodat niet alleen bewoners van Veldhoven, maar iedereen van de berichten kennis konden nemen. In deze zaak heeft er ook daadwerkelijk iemand kennis genomen van de berichten en zich daardoor dusdanig bedreigd gevoeld dat hij een melding bij de politie heeft gedaan van de berichten.




De bewezenverklaring.
Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte



op 11 augustus 2022 te Boxtel, inwoners van de gemeente Veldhoven, in elk geval een of meer personen, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door op Instagram onder de naam ' [gebruikersnaam] ' een foto te plaatsen waarop een persoon is te zien die een op een zogenaamd bomvest gelijkend vest draagt en daarbij de tekst: "Ik breng heel Veldhoven naar de schimmenrijk" te plaatsen.





De strafbaarheid van het feit.
Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.


Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.




De strafbaarheid van verdachte.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard. Echter, in het Pro Justitia-rapport van het psychologisch onderzoek d.d. 9 januari 2023 wordt wel geadviseerd om het ten laste gelegde in verminderde mate toe te rekenen aan de verdachte. Verdachte was, vanwege zijn autisme en de borderlinetrekken, beperkt in staat om het ontoelaatbare van zijn gedraging in te zien, andere gedragskeuzes te maken en conform te handelen, aldus de deskundige drs. M.H. Keppel, GZ- en kinder- en jeugdpsycholoog. De rechtbank volgt het advies van de deskundige en zal het bewezenverklaarde in verminderde mate aan de verdachte toerekenen.







Oplegging van straf.



De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot de toepassing van het adolescentenstrafrecht en heeft geëist een gevangenisstraf voor de duur van 17 dagen, waarvan 14 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Reclassering Nederland. Daarnaast eis de officier van justitie een werkstraf van 100 uur.



Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.




Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om het adolescentenstrafrecht toe te passen en om in geval van bewezenverklaring van bedreiging met een terroristisch misdrijf artikel 9a Sr toe te passen.




Het oordeel van de rechtbank.


Algemene overwegingen.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.




Adolescentenstrafrecht.

In het eerder genoemde Pro Justitia-rapport heeft de deskundige geadviseerd om het adolescentenstrafrecht toe te passen. Volgens de deskundige is de persoonlijkheid van verdachte nog niet uitgerijpt en volop in ontwikkeling. Een pedagogische insteek wordt nog haalbaar en wenselijk geacht. Ook de reclassering heeft op 13 september 2023 gerapporteerd dat zij een pedagogische insteek zinvol acht en heeft geadviseerd om het adolescentenstrafrecht toe te passen. De rechtbank volgt deze adviezen en zal het adolescentenstrafrecht toepassen.




Aard en ernst van het bewezenverklaarde.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht door in de story van zijn openbare Instagramaccount ‘ [gebruikersnaam] ’ twee foto’s te plaatsen, waarop hij te zien is met een (zelfgemaakt) “bomvest” en waarop de tekst ‘Ik breng heel Veldhoven naar de schimmenrijk’ te lezen is. In het huidige tijdsgewricht vinden met enige regelmaat (terroristische) aanslagen plaats. Een bedreiging als deze kan daarom leiden tot gevoelens van angst, onveiligheid en maatschappelijke ontwrichting/onrust.



Daarnaast heeft de verdachte ter terechtzitting toegegeven dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het strafbare feit dat ad informandum is vermeld op de dagvaarding d.d. 13 september 2023, voor welk feit verdachte niet afzonderlijk is of zal worden vervolgd.




Persoonlijke omstandigheden.

Kijkend naar de persoon van verdachte, houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat het bewezenverklaarde in verminderde mate aan verdachte kan worden toegerekend.



Daarnaast betreft het bewezenverklaarde een ouder feit en is er al behoorlijk wat tijd verstreken tussen de aanhouding van verdachte en het onderzoek ter terechtzitting. Volgens het Pro Justitia-rapport heeft dit tijdsverloop grote impact gehad op verdachte.



Ook zal de rechtbank rekening houden met de omstandigheid dat verdachte door een arrestatieteam is aangehouden waarna hij inverzekeringstelling is gesteld, hetgeen heel heftig voor verdachte is geweest.



Tot slot weegt de rechtbank mee dat verdachte een open proceshouding heeft, de ernst van het bewezenverklaarde inziet en openstaat voor hulpverlening, bijvoorbeeld in de vorm van bijzondere voorwaarden, en zich daar gedurende de schorsing ook al actief voor heeft ingezet.




Oriëntatiepunten.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Het oriëntatiepunt voor bedreiging met een (nep)vuurwapen betreft een taakstraf voor de duur van 120 uur.




De strafoplegging

De rechtbank acht een werkstraf voor de duur van 100 uur met aftrek van het voorarrest passend en geboden. De rechtbank zal 60 uur van de taakstraf voorwaardelijk opleggen om verdachte er in de toekomst van te weerhouden strafbare feiten te plegen. Daarnaast legt de rechtbank de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering op, te weten: meldplicht, ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang en dagbesteding. Tot slot heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dagelijks te blowen en dat hij in het verleden problemen heeft gehad met middelengebruik. Dit wordt bevestigd in het Pro Justitia-rapport. Gelet op de psychotische kwetsbaarheid van verdachte acht de rechtbank het wenselijk dat verdachte meewerkt aan het reclasseringstoezicht, ook als dat het inhoudt het meewerken aan urinecontroles ten aanzien van alcohol- en drugsgebruik om dit alcohol- en drugsgebruik te monitoren en beheersbaar te houden. Dit betekent dat verdachte geen verbod krijgt voor het gebruik van alcohol en drugs, maar dat de reclassering wel de mogelijkheid heeft om in te grijpen als middelengebruik een negatieve invloed krijgt op het functioneren en welbevinden van verdachte.




Beslag.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen van verdachte zijn
- en die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.




Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:
77c, 77m, 77x, 77y, 77z, 285 Wetboek van Strafrecht.



DE UITSPRAAK


De rechtbank:



Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.



Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.



Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:




bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht


verklaart verdachte hiervoor strafbaar.



legt op de volgende straf:
T.a.v. feit 1 primair:
Een werkstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen jeugddetentie met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 60 uren subsidiair 30 dagen jeugddetentie voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren



De rechtbank waardeert een in verzekering doorgebrachte dag op 2 uur te verrichten arbeid.



Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.



En stelt als bijzondere voorwaarden:


­ dat veroordeelde zich uiterlijk binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd bij dhr. Mikulski of dhr. Lommers van de Reclassering Nederland, Bezuidenhoutseweg 179, 2594 AH Den Haag of via het telefoonnummer 088-8041301 en zich daarna gedurende een door de Reclassering Nederland te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de Reclassering Nederland te bepalen tijdstippen dient te blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zo lang die instelling dat noodzakelijk acht. Onder deze voorwaarde valt ook het meewerken aan huisbezoeken.

­ dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd van 2 jaren onder behandeling zal stellen van de Forensisch Psychiatrisch Polikliniek van de Reinier van Arkel of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de Reclassering Nederland, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorgaanstelling aan te geven.
Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.

­ dat veroordeelde gedurende de proeftijd van 2 jaren of zoveel korter als de Reclassering Nederland nodig vindt, zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang te bepalen door de Reclassering Nederland, en zich zal houden aan het (dag-) programma dat deze instelling in overleg met de Reclassering Nederland heeft opgesteld.
Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de Reclassering Nederland voor hem heeft opgesteld.

­ dat veroordeelde zich inspant voor het vinden en behouden van een opleiding en/of werk.


Geeft aan RN Hoofdkantoor/landelijk kantoor, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert / de reclassering, opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.



Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het jeugdreclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zo lang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht en de medewerking aan urinecontroles ten aanzien van alcohol- en drugsgebruik om het alcohol- en drugsgebruik te monitoren en beheersbaar te houden.


Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen, te weten:

1. STK Bom;
1. STK Bom.



Dit vonnis is gewezen door:
mr. J. Donkersloot, voorzitter,
mr. E.C.L. Pechaczek en mr. S.S. Arendse, leden,
in tegenwoordigheid van N.A. Schipper, griffier,
en is uitgesproken op 09 oktober 2023.





Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie eenheid Oost-Brabant, met nummer OB2R022077/GETZ, gesloten op 12 november 2022, aantal doorgenummerde pagina’s: 182. De inhoud van de bewijsmiddelen wordt zakelijk weergegeven.