Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Oost-Brabant

ECLI:NL:RBOBR:2023:6394

2023-08-04 Civiel recht WR 23/020
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Uitspraakdatum
2023-08-04
Publicatiedatum
2024-04-23
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Wraking
Zaaknummer
WR 23/020
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wraking. Afwijzing van het wrakingsverzoek, omdat niet gebleken is van concrete feiten of omstandigheden waaruit vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.532 tekens)
beslissing
RECHTBANK OOST-BRABANT


Wrakingskamer



zaaknummer: WR 23/020





Beslissing van 4 augustus 2023




van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek op grond van
artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)



van





[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoekster,



strekkende tot de wraking van




mr. H.T.J.F. Verhappen,

rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.






1De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


het proces-verbaal van 20 juli 2023 waarin het mondelinge wrakingsverzoek is vermeld;


de schriftelijke reactie van de rechter van 26 juli 2023;


de schriftelijke toelichting op het wrakingsverzoek van verzoekster van 28 juli 2023.








2Het wrakingsverzoek en de reactie van de rechter daarop

2.1.

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met rekestnummer
C/01/394179/ KG ZA 23/295 van [verzoekster] tegen [naam] .




2.2.
Verzoekster heeft blijkens het proces-verbaal van het mondelinge wrakingsverzoek en haar schriftelijke toelichting het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd. Verzoekster heeft aangegeven dat zij twijfels heeft of de rechter de onderhavige zaak onafhankelijk kan beoordelen vanwege het feit dat de rechter eerder, medio april 2023, een zaak tussen partijen heeft behandeld en beoordeeld.



2.3.
De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. De rechter heeft aangevoerd dat hij geen enkele reden ziet waarom hij, als onafhankelijk professional, niet een zaak tussen twee partijen zou kunnen behandelen indien hij in een eerder stadium, in een andere zaak, tussen dezelfde partijen vonnis heeft gewezen.






3De beoordeling

3.1.
Op grond van artikel 36 Rv kan een rechter die een zaak behandelt worden gewraakt als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit artikel 37 Rv volgt dat de verzoekster die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan haar bekend zijn geworden.



3.2.
De wrakingskamer kan het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren indien het verzoek niet is gemotiveerd. Dit volgt uit artikel 5, tweede lid, aanhef en onder c, van het wrakingsprotocol van de rechtbank Oost-Brabant.



3.3.
Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procespartij bestaande vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is. Ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid is bij de beoordeling van het wrakingsverzoek van belang.



3.4.
De wrakingskamer is van oordeel dat verzoekster aan haar verzoek tot wraking in het geheel geen feiten of omstandigheden ten grondslag heeft gelegd die een aanwijzing zouden kunnen opleveren voor het aannemen van partijdigheid van de rechter of de schijn daarvan. Het enkele feit dat de rechter eerder over een geschil tussen deze partijen heeft geoordeeld is daarvoor onvoldoende.



3.5.

Gelet op voorgaande overwegingen is de wrakingskamer van oordeel dat er geen
grond is voor wraking. Het wrakingsverzoek wordt daarom afgewezen.




3.6.

Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in
de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor
het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het
vorenstaande niet toegekomen.







4De beslissing


De rechtbank wijst het verzoek tot wraking af.








Deze beslissing is gegeven door de mrs. J.O.Y Elagab, B.C.W. Geurtsen-Van Eeden en
F.E. Roll, in tegenwoordigheid van de griffier en in openbaar uitgesproken op
4 augustus 2023.







de griffier de voorzitter






Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.