Rechtbank Oost-Brabant
ECLI:NL:RBOBR:2022:4081
2022-09-21
Strafrecht
WR 22/025
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wraking van de wrakingskamer die beslissing WR 22/021 nam. Wraking na die beslissing. Misbruik. Volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen door de wrakingskamer. De gewraakte rechter kan besluiten een volgend wrakingsverzoek niet voor te leggen aan de wrakingskamer.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:RBZWB:2023:9084 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18-12-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (4.781 tekens)
beslissing
RECHTBANK OOST-BRABANT
Wrakingskamer
zaaknummer: WR 22/025
Beslissing van 21 september 2022
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster]
, wonende te [woonplaats]
hierna te noemen: verzoekster,
strekkende tot de wraking van
mr. J.O.Y. Elagab, mr. T. van de Woestijne en mr. E.C.P.M. Valckx, in hun hoedanigheid van leden van de wrakingskamer die de wrakingsbeslissing van 14 september 2022 met zaaknummer WR 22/021 heeft genomen.
1De procedure
Verzoekster is verdachte in de strafzaak met parketnummer 01-085597-22. Verzoekster is op 5 juli 2022 door het Openbaar Ministerie (OM) gedagvaard om op 18 augustus 2022 om 08:45 uur voor de (politie)rechter te verschijnen. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de dagvaarding. Bij brief van 11 augustus 2022 heeft de strafgriffie van de rechtbank verzoekster opgeroepen om op 18 augustus 2022 om 08:45 uur te verschijnen ter terechtzitting teneinde aanwezig te zijn bij de behandeling van het bezwaar tegen de dagvaarding. Verzoekster heeft de rechter die het bezwaar tegen de dagvaarding zou behandelen (in de enkelvoudige raadkamer) op 17 augustus 2022 gewraakt. De rechter is mr. R. van den Munckhof.
Bij beslissing van 14 september 2022 (WR 22/021) heeft de wrakingskamer dit wrakingsverzoek afgewezen.
Bij e-mail van 14 september 2022 heeft verzoekster de wrakingskamer, die heeft beslist op het wrakingsverzoek met zaaknummer WR 22/021, gewraakt. Dit verzoek is geregistreerd onder zaaknummer WR 22/025.
2Het wrakingsverzoek
2.1
Verzoekster heeft op 13 september 2022 de griffie van de wrakingskamer verzocht de namen van de leden van de wrakingskamer die is belast met de behandeling van het wrakingsverzoek met zaaknummer WR 22/021 aan haar door te geven. Omdat geen gehoor is gegeven aan dit verzoek, heeft verzoekster de leden van deze wrakingskamer gewraakt.
3De beoordeling
3.1
De wrakingskamer heeft op 14 september 2022 beslist op het wrakingsverzoek met zaaknummer WR 22/021. Het onderhavige wrakingsverzoek is gedaan op 14 september 2022. Uit intern onderzoek is gebleken dat dit is gebeurd nadat de beslissing op het wrakingsverzoek met zaaknummer WR 22/021 is genomen. De wet voorziet niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan. Om die reden kan verzoekster niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het wrakingsverzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.
3.2
Verzoekster heeft in deze procedure (dus de strafzaak met parketnummer 01-085597-22) nu twee wrakingsverzoeken gedaan die niet zijn gehonoreerd en die hebben geleid tot onredelijke vertraging van de rechtspleging. Naar het oordeel van de rechtbank gebruikt verzoekster het middel van wraking voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven of met geen ander doel dan de voortgang van de procedure te frustreren. Daarmee is sprake van misbruik. De rechtbank zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet meer in behandeling zal worden genomen.
3.3
Ter voorlichting, voor het geval verzoekster mr. Van den Munckhof en/of de wrakingskamer nogmaals wraakt, wijst de rechtbank op artikel 5, derde lid, van het wrakingsprotocol. Op grond van die bepaling kan de rechter en/of de wrakingskamer beslissen het wrakingsverzoek niet aan de wrakingskamer voor te leggen als zich de onder artikel 5, tweede lid, aanhef en onder g, van het wrakingsprotocol genoemde omstandigheid (misbruik) voordoet.
4De beslissing
De rechtbank:
verklaart verzoekster (kennelijk) niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking;
bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.
Deze beslissing is gegeven op 21 september 2022 door mr. B.C.W. Geurtsen-van Eeden, voorzitter, mr. A.H.J.J. van de Wetering, en mr. M.E. Bartels, leden, in aanwezigheid van mr. J.R. Leegsma, griffier.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
RECHTBANK OOST-BRABANT
Wrakingskamer
zaaknummer: WR 22/025
Beslissing van 21 september 2022
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster]
, wonende te [woonplaats]
hierna te noemen: verzoekster,
strekkende tot de wraking van
mr. J.O.Y. Elagab, mr. T. van de Woestijne en mr. E.C.P.M. Valckx, in hun hoedanigheid van leden van de wrakingskamer die de wrakingsbeslissing van 14 september 2022 met zaaknummer WR 22/021 heeft genomen.
1De procedure
Verzoekster is verdachte in de strafzaak met parketnummer 01-085597-22. Verzoekster is op 5 juli 2022 door het Openbaar Ministerie (OM) gedagvaard om op 18 augustus 2022 om 08:45 uur voor de (politie)rechter te verschijnen. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de dagvaarding. Bij brief van 11 augustus 2022 heeft de strafgriffie van de rechtbank verzoekster opgeroepen om op 18 augustus 2022 om 08:45 uur te verschijnen ter terechtzitting teneinde aanwezig te zijn bij de behandeling van het bezwaar tegen de dagvaarding. Verzoekster heeft de rechter die het bezwaar tegen de dagvaarding zou behandelen (in de enkelvoudige raadkamer) op 17 augustus 2022 gewraakt. De rechter is mr. R. van den Munckhof.
Bij beslissing van 14 september 2022 (WR 22/021) heeft de wrakingskamer dit wrakingsverzoek afgewezen.
Bij e-mail van 14 september 2022 heeft verzoekster de wrakingskamer, die heeft beslist op het wrakingsverzoek met zaaknummer WR 22/021, gewraakt. Dit verzoek is geregistreerd onder zaaknummer WR 22/025.
2Het wrakingsverzoek
2.1
Verzoekster heeft op 13 september 2022 de griffie van de wrakingskamer verzocht de namen van de leden van de wrakingskamer die is belast met de behandeling van het wrakingsverzoek met zaaknummer WR 22/021 aan haar door te geven. Omdat geen gehoor is gegeven aan dit verzoek, heeft verzoekster de leden van deze wrakingskamer gewraakt.
3De beoordeling
3.1
De wrakingskamer heeft op 14 september 2022 beslist op het wrakingsverzoek met zaaknummer WR 22/021. Het onderhavige wrakingsverzoek is gedaan op 14 september 2022. Uit intern onderzoek is gebleken dat dit is gebeurd nadat de beslissing op het wrakingsverzoek met zaaknummer WR 22/021 is genomen. De wet voorziet niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan. Om die reden kan verzoekster niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het wrakingsverzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.
3.2
Verzoekster heeft in deze procedure (dus de strafzaak met parketnummer 01-085597-22) nu twee wrakingsverzoeken gedaan die niet zijn gehonoreerd en die hebben geleid tot onredelijke vertraging van de rechtspleging. Naar het oordeel van de rechtbank gebruikt verzoekster het middel van wraking voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven of met geen ander doel dan de voortgang van de procedure te frustreren. Daarmee is sprake van misbruik. De rechtbank zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet meer in behandeling zal worden genomen.
3.3
Ter voorlichting, voor het geval verzoekster mr. Van den Munckhof en/of de wrakingskamer nogmaals wraakt, wijst de rechtbank op artikel 5, derde lid, van het wrakingsprotocol. Op grond van die bepaling kan de rechter en/of de wrakingskamer beslissen het wrakingsverzoek niet aan de wrakingskamer voor te leggen als zich de onder artikel 5, tweede lid, aanhef en onder g, van het wrakingsprotocol genoemde omstandigheid (misbruik) voordoet.
4De beslissing
De rechtbank:
verklaart verzoekster (kennelijk) niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking;
bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.
Deze beslissing is gegeven op 21 september 2022 door mr. B.C.W. Geurtsen-van Eeden, voorzitter, mr. A.H.J.J. van de Wetering, en mr. M.E. Bartels, leden, in aanwezigheid van mr. J.R. Leegsma, griffier.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.