Rechtbank Oost-Brabant
ECLI:NL:RBOBR:2022:4043
2022-07-05
Civiel recht
WR 22/018
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wrakingsverzoek heeft geen betrekking op de rechters die de zaak behandelen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.872 tekens)
beslissing
RECHTBANK OOST-BRABANT
Wrakingskamer
zaaknummer: WR 22/018
Beslissing van 5 juli 2022
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek ex artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van:
[verzoekster]
wonende te [woonplaats]
hierna te noemen: verzoekster,
strekkende tot de wraking van
mr. B.C.W. Geurtsen-van Eeden, mr. F.E. Roll en mr. J.H.L.M. Snijders, in hun hoedanigheid van leden van de wrakingskamer die verzoeksters wrakingsverzoek met zaaknummer WR 22/011 behandelen.
1De procedure
Het wrakingsverzoek met zaaknummer WR 22/011 is behandeld op de zitting van de wrakingskamer van 16 juni 2022. Verzoekster is niet naar de zitting gekomen.
Verzoekster heeft de wrakingskamer op 20 juni 2022 gewraakt.
2De beoordeling
2.1
De wrakingskamer kan het wrakingsverzoek zonder behandeling ter zitting aanstonds niet-ontvankelijk verklaren indien het wrakingsverzoek geen betrekking heeft op de met de behandeling van de zaak belaste rechter (artikel 5, tweede lid, aanhef en onder e, van het wrakingsprotocol van de rechtbank Oost-Brabant).
2.2
Uit het wrakingsverzoek blijkt niet dat dit betrekking heeft op de rechters die met de behandeling van de wrakingszaak met zaaknummer WR 22/011 belast zijn. De enkele indiening van een wrakingsverzoek is daartoe onvoldoende. Bovendien ontbreken in het wrakingsverzoek concrete feiten en omstandigheden waaruit de rechtbank de vooringenomenheid van de rechters (die belast zijn met de beoordeling van het wrakingsverzoek met zaaknummer WR 22/011) of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden.
2.3
Om die redenen kan verzoekster niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever namelijk bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.
3De beslissing
De rechtbank verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven op 5 juli 2022 door mr. H.M.H. de Koning, voorzitter,
mr. J.O.Y. Elagab en mr. M.E. Bartels, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.R. Leegsma, griffier.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (artikel 39 lid 5 Rv)
RECHTBANK OOST-BRABANT
Wrakingskamer
zaaknummer: WR 22/018
Beslissing van 5 juli 2022
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek ex artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van:
[verzoekster]
wonende te [woonplaats]
hierna te noemen: verzoekster,
strekkende tot de wraking van
mr. B.C.W. Geurtsen-van Eeden, mr. F.E. Roll en mr. J.H.L.M. Snijders, in hun hoedanigheid van leden van de wrakingskamer die verzoeksters wrakingsverzoek met zaaknummer WR 22/011 behandelen.
1De procedure
Het wrakingsverzoek met zaaknummer WR 22/011 is behandeld op de zitting van de wrakingskamer van 16 juni 2022. Verzoekster is niet naar de zitting gekomen.
Verzoekster heeft de wrakingskamer op 20 juni 2022 gewraakt.
2De beoordeling
2.1
De wrakingskamer kan het wrakingsverzoek zonder behandeling ter zitting aanstonds niet-ontvankelijk verklaren indien het wrakingsverzoek geen betrekking heeft op de met de behandeling van de zaak belaste rechter (artikel 5, tweede lid, aanhef en onder e, van het wrakingsprotocol van de rechtbank Oost-Brabant).
2.2
Uit het wrakingsverzoek blijkt niet dat dit betrekking heeft op de rechters die met de behandeling van de wrakingszaak met zaaknummer WR 22/011 belast zijn. De enkele indiening van een wrakingsverzoek is daartoe onvoldoende. Bovendien ontbreken in het wrakingsverzoek concrete feiten en omstandigheden waaruit de rechtbank de vooringenomenheid van de rechters (die belast zijn met de beoordeling van het wrakingsverzoek met zaaknummer WR 22/011) of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden.
2.3
Om die redenen kan verzoekster niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever namelijk bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.
3De beslissing
De rechtbank verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven op 5 juli 2022 door mr. H.M.H. de Koning, voorzitter,
mr. J.O.Y. Elagab en mr. M.E. Bartels, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.R. Leegsma, griffier.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (artikel 39 lid 5 Rv)