Rechtbank Oost-Brabant
ECLI:NL:RBOBR:2022:1519
2022-01-24
Civiel recht
WR22.001
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wraking. Niet-ontvankelijk, want eerder misbruik aangenomen (WR 21/026)
Citeert (1)
- ECLI:NL:RBOBR:2021:5483 Rechtbank Oost-Brabant 20-07-2021
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.841 tekens)
beslissing
RECHTBANK OOST-BRABANT
Wrakingskamer
zaaknummer: WR 22/001
Beslissing van 24 januari 2022
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek ex artikel 36 van het van Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van
[verzoeker 1]
, wonende te [verzoeker 2]
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. M. van den Brink
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
1De procedure
Verzoeker is gedaagde in conventie (en eiser in reconventie) in de kantonzaak met zaaknummer 9197932 CV EXPL 21-2163. Wederpartij in die zaak is de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid E&E Accommodations B.V. (hierna: E&E). De rechter is de behandelend rechter.
Bij brief van 10 januari 2022 heeft verzoeker de rechter gewraakt.
2De beoordeling
2.1
De rechtbank kan het wrakingsverzoek zonder behandeling ter zitting aanstonds niet-ontvankelijk verklaren indien ten aanzien van verzoeker in een eerdere beslissing op een wrakingsverzoek is bepaald dat wegens misbruik een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen. Dit volgt uit artikel 5, tweede lid, aanhef en onder g, van het wrakingsprotocol van de rechtbank Oost-Brabant, zoals dat per 1 april 2021 luidt.
2.2
Bij beslissing van 20 juli 2021 (WR 21/026, ECLI:NL:RBOBR:2021:5483) heeft de rechtbank het door verzoeker op 30 juni 2021 ingediende wrakingsverzoek ongegrond verklaard en bepaald dat wegens misbruik een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling wordt genomen. Dit betekent dat het wrakingsverzoek van 10 januari 2022 niet in behandeling wordt genomen. Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek.
2.3
Ter voorlichting, voor het geval verzoeker de rechter opnieuw wraakt, wijst de rechtbank op artikel 5, derde lid, van het wrakingsprotocol. Op grond van die bepaling kan de rechter beslissen om het wrakingsverzoek niet aan de wrakingskamer voor te leggen.
3De beslissing
De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven op 24 januari 2022 door mr. J.O.Y. Elagab, voorzitter,
mr. S.M.J. Korthuis-Becks en mr. M.E. Bartels, leden, in aanwezigheid van
mr. J.R. Leegsma, griffier.
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (artikel 39, vijfde lid, Rv).
RECHTBANK OOST-BRABANT
Wrakingskamer
zaaknummer: WR 22/001
Beslissing van 24 januari 2022
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek ex artikel 36 van het van Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van
[verzoeker 1]
, wonende te [verzoeker 2]
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. M. van den Brink
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
1De procedure
Verzoeker is gedaagde in conventie (en eiser in reconventie) in de kantonzaak met zaaknummer 9197932 CV EXPL 21-2163. Wederpartij in die zaak is de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid E&E Accommodations B.V. (hierna: E&E). De rechter is de behandelend rechter.
Bij brief van 10 januari 2022 heeft verzoeker de rechter gewraakt.
2De beoordeling
2.1
De rechtbank kan het wrakingsverzoek zonder behandeling ter zitting aanstonds niet-ontvankelijk verklaren indien ten aanzien van verzoeker in een eerdere beslissing op een wrakingsverzoek is bepaald dat wegens misbruik een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen. Dit volgt uit artikel 5, tweede lid, aanhef en onder g, van het wrakingsprotocol van de rechtbank Oost-Brabant, zoals dat per 1 april 2021 luidt.
2.2
Bij beslissing van 20 juli 2021 (WR 21/026, ECLI:NL:RBOBR:2021:5483) heeft de rechtbank het door verzoeker op 30 juni 2021 ingediende wrakingsverzoek ongegrond verklaard en bepaald dat wegens misbruik een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling wordt genomen. Dit betekent dat het wrakingsverzoek van 10 januari 2022 niet in behandeling wordt genomen. Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek.
2.3
Ter voorlichting, voor het geval verzoeker de rechter opnieuw wraakt, wijst de rechtbank op artikel 5, derde lid, van het wrakingsprotocol. Op grond van die bepaling kan de rechter beslissen om het wrakingsverzoek niet aan de wrakingskamer voor te leggen.
3De beslissing
De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven op 24 januari 2022 door mr. J.O.Y. Elagab, voorzitter,
mr. S.M.J. Korthuis-Becks en mr. M.E. Bartels, leden, in aanwezigheid van
mr. J.R. Leegsma, griffier.
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (artikel 39, vijfde lid, Rv).