Rechtbank Oost-Brabant
ECLI:NL:RBOBR:2020:1085
2020-02-14
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/01/352740 / FA RK 19-5027
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Het is verzoekster in de loop van haar leven steeds meer tegen de borst gaan stuiten dat haar roepnaam niet officieel geregistreerd staat. Gelet op de mondelinge toelichting van verzoekster ter zitting wordt het verzoek toegewezen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.818 tekens)
beschikking
RECHTBANK OOST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer : C/01/352740 / FA RK 19-5498
Uitspraak : 14 februari 2020
Beschikking betreffende voornaamswijziging in de zaak van:
[verzoekster] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,hierna te noemen: verzoekster,wonende te [woonplaats] ,advocaat: mr. E.P.J. Appelman.
De procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
- het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 19 november 2019;
- een F9-formulier met bijlage van mr. Appelman, gedateerd 5 december 2019.
De zaak is behandeld ter zitting van 31 januari 2020. Verschenen zijn verzoekster, bijgestaan door mr. Appelman, en de echtgenoot van verzoekster als toehoorder.
Het verzoek
Het verzoek strekt tot wijziging van de voornamen van verzoekster van [voornamen] ” in “ [gewenste voornamen] ”.
De beoordeling
De rechtbank kan wijziging van de voornaam gelasten op verzoek van de betrokken persoon als daarvoor een voldoende zwaarwichtig belang bestaat (artikel 1:4 Burgerlijk Wetboek).
De rechtbank is, gelet op de toelichting van verzoekster ter zitting, van oordeel dat verzoekster een voldoende zwaarwichtig belang heeft bij wijziging van haar voornaam. Duidelijk is dat het de bedoeling van de ouders van verzoekster is geweest om haar als roepnaam de naam “ [naam] ” te geven. Verzoekster heeft gemotiveerd naar voren gebracht dat het haar in de loop van haar leven steeds meer tegen de borst is gaan stuiten dat haar roepnaam niet terug te vinden is in officiële documenten. Verzoekster identificeert zich met haar roepnaam “ [naam] ” en het feit dat zij het gevoel heeft steeds te moeten kiezen of zij haar roepnaam wel of niet zal vermelden in (officiële) documenten drukt emotioneel gezien zwaar op haar.
Het is de rechtbank niet gebleken dat de door verzoekster gewenste voornaam ongepast is in de zin van artikel 1:4 lid 2 BW, noch dat deze overeenstemt met een bestaande geslachtsnaam. Het verzoek wordt daarom toegewezen.
De beslissing
De rechtbank:
gelast de wijziging van de voornamen [voornamen] in [gewenste voornamen] .
Deze beschikking is gegeven door mr. J.W. Brunt, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 14 februari 2020.
Conc: db
Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenboscha. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraakb. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
RECHTBANK OOST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer : C/01/352740 / FA RK 19-5498
Uitspraak : 14 februari 2020
Beschikking betreffende voornaamswijziging in de zaak van:
[verzoekster] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,hierna te noemen: verzoekster,wonende te [woonplaats] ,advocaat: mr. E.P.J. Appelman.
De procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
- het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 19 november 2019;
- een F9-formulier met bijlage van mr. Appelman, gedateerd 5 december 2019.
De zaak is behandeld ter zitting van 31 januari 2020. Verschenen zijn verzoekster, bijgestaan door mr. Appelman, en de echtgenoot van verzoekster als toehoorder.
Het verzoek
Het verzoek strekt tot wijziging van de voornamen van verzoekster van [voornamen] ” in “ [gewenste voornamen] ”.
De beoordeling
De rechtbank kan wijziging van de voornaam gelasten op verzoek van de betrokken persoon als daarvoor een voldoende zwaarwichtig belang bestaat (artikel 1:4 Burgerlijk Wetboek).
De rechtbank is, gelet op de toelichting van verzoekster ter zitting, van oordeel dat verzoekster een voldoende zwaarwichtig belang heeft bij wijziging van haar voornaam. Duidelijk is dat het de bedoeling van de ouders van verzoekster is geweest om haar als roepnaam de naam “ [naam] ” te geven. Verzoekster heeft gemotiveerd naar voren gebracht dat het haar in de loop van haar leven steeds meer tegen de borst is gaan stuiten dat haar roepnaam niet terug te vinden is in officiële documenten. Verzoekster identificeert zich met haar roepnaam “ [naam] ” en het feit dat zij het gevoel heeft steeds te moeten kiezen of zij haar roepnaam wel of niet zal vermelden in (officiële) documenten drukt emotioneel gezien zwaar op haar.
Het is de rechtbank niet gebleken dat de door verzoekster gewenste voornaam ongepast is in de zin van artikel 1:4 lid 2 BW, noch dat deze overeenstemt met een bestaande geslachtsnaam. Het verzoek wordt daarom toegewezen.
De beslissing
De rechtbank:
gelast de wijziging van de voornamen [voornamen] in [gewenste voornamen] .
Deze beschikking is gegeven door mr. J.W. Brunt, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 14 februari 2020.
Conc: db
Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenboscha. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraakb. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.