Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Oost-Brabant

ECLI:NL:RBOBR:2013:4447

2013-07-31 Civiel recht 261862 / HA ZA 13-280
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Uitspraakdatum
2013-07-31
Publicatiedatum
2013-08-14
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
261862 / HA ZA 13-280
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Incident.partiële verwijzing naar kantonrechter

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.355 tekens)
vonnis
RECHTBANK OOST-BRABANT


Handelsrecht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch




zaaknummer / rolnummer: C/01/261862 / HA ZA 13-280




Vonnis in incident van 31 juli 2013




in de zaak van





[eiser]
,
wonende te [woonplaats],
eiser in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
advocaat mr. J.L.M. van Gastel te Helmond,



tegen


1. de stichting


STICHTING WOONPARTNERS,
gevestigd te Helmond,

2. de stichting


STICHTING WOCOM,
gevestigd te Someren,

3. de vereniging


VERENIGING WONINGBOUWVERENIGING COMPAEN,
gevestigd te Helmond,
gedaagden in de hoofdzaak,
eiseressen in het incident,
advocaat mr. M.J. Jeths te Utrecht.




Partijen zullen hierna [eiser] en Woonpartners c.s. genoemd worden.





1De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


de dagvaarding


de akte, houdende vermeerdering van eis van [eiser],


de conclusie van antwoord tevens houdende akte exceptie van onbevoegdheid


de incidentele conclusie van antwoord.





1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.





2De beoordeling in het incident

2.1.
Woonpartners c.s. vorderen dat de rechtbank de vordering in de akte houdende vermeerdering van eis verwijst naar de kantonrechter, aangezien deze vordering gebreken aan de huurwoning van [eiser] en derhalve een aardvordering betreft. Op grond van artikel 94 lid 2 Rv dient de kantonrechter in beginsel over al het gevorderde een beslissing te nemen, tenzij de samenhang van de vorderingen zich daartegen verzet, aldus Woonpartners c.s. Woonpartners c.s. zijn van mening dat de vorderingen in de dagvaarding ter zake de schade uit hoofde van blokkade van de inschrijving van [eiser] als woningzoekende en de vordering betreffende de gebreken aan de woning niets met elkaar te maken hebben en dat de aard van de verschillende vorderingen zich tegen gezamenlijke behandeling verzet.



2.2.

[eiser] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.



2.3.
Naar het voorlopig oordeel van de rechtbank betreft de vordering die [eiser] bij akte houdende vermeerdering van eis heeft ingesteld een onderwerp dat op grond van art. 93 onder c Rv door de kantonrechter wordt behandeld, ongeacht het beloop of de waarde van de vordering. Daarom zal deze vordering worden verwezen naar de kantonrechter van deze rechtbank, locatie Eindhoven. Op grond van artikel 94 lid 2 Rv wordt een zaak die meer vorderingen betreft, waarvan tenminste één een aardvordering is, door de kantonrechter behandeld en beslist, voor zover de samenhang tussen de vorderingen zich tegen afzonderlijke behandeling verzet. Van een zodanige samenhang tussen de vorderingen die zijn ingesteld bij dagvaarding en de vordering die is ingesteld bij de akte houdende vermeerdering van eis, is geen sprake. De vorderingen die zijn ingesteld bij dagvaarding zal de rechtbank (team Handelsrecht) daarom aan zich houden.



2.4.

[eiser] zal in de proceskosten van het incident worden veroordeeld, nu uit het voorgaande volgt dat hij dit incident nodeloos heeft veroorzaakt.





3De beslissing
De rechtbank



in het incident



3.1.
wijst de vordering toe,



3.2.
veroordeelt [eiser] in de kosten van het incident, aan de zijde van Woonpartners c.s. tot op heden begroot op € 452,00,



in de hoofdzaak




3.3.
verwijst de vordering die is ingesteld bij akte vermeerdering van eis in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kantonrechter van deze rechtbank, locatie Eindhoven, op donderdag 29 augustus 2013 om 09.00 uur,



3.4.
wijst partijen erop dat zij op de hiervoor vermelde rolzitting niet hoeven te verschijnen, omdat de kantonrechter eerst zal beslissen op welke wijze de procedure zal worden voortgezet, waarna de griffier partijen over deze beslissing zal informeren,



3.5.
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure bij de kamer voor kantonzaken niet vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,



3.6.
wijst partijen erop dat de kantonrechter zal beslissen over de het door [eiser] en Woonpartners c.s. te betalen griffierecht in de verwezen zaak,



3.7.

verwijst de vorderingen die zijn ingesteld bij dagvaarding naar
naar de rol van woensdag 14 augustus 2013 voor beraad comparitie




3.8.
houdt iedere verdere beslissing aan.



Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2013.