Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2026:4120

2026-09-17 Civiel recht; Insolventierecht C18/26/1280 R
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2026-09-17
Publicatiedatum
2026-09-29
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C18/26/1280 R
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Toelating tot Wsnp o.g.v. hardheidsclausule. Keer ten goede. Onderneming beëindigd. Fulltime baan. Geen eerdere ingangsdatum.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.349 tekens)
RECHTBANK Noord-Nederland


Team Insolventie



Zittingsplaats Groningen



Zaaknummer: C18/26/1280 R




Vonnis van 17 september 2026




op het verzoek van





[verzoekster]
,
geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] ,
wonende aan het [adres] , voorheen h.o.d.n. [bedrijfsnaam] , gevestigd te [vestigingsplaats] , KvK-nummer: [nummer] ,
verzoekster, hierna te noemen: [verzoekster] ,



tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (hierna: Wsnp).




Samenvatting





[verzoekster] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de Wsnp.



De rechtbank wijst het verzoek toe.






1De procedure

1.1.

De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift van 25 juni 2026 met bijlagen;
- de zitting van maandag 7 september 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoekster] , voornoemd;
- mevrouw [schuldhulpverlener] , schuldhulpverlener bij de Groningse Kredietbank.




1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.





2Het verzoek


2.1.

[verzoekster] verzoekt om te worden toegelaten tot de Wsnp. Volgens [verzoekster] heeft zij een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen.





3De beoordeling


3.1.
Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).






3.2.
Op grond van artikel 288, eerste lid, aanhef en onder b Faillissementswet (Fw) wordt een verzoek tot toepassing van de Wsnp slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat [verzoekster] ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest. In verband hiermee wordt het volgende overwogen.



3.3.

[verzoekster] heeft een schuldenlast van ruim € 164.000,00. Onder deze schulden bevinden zich belastingschulden die in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot toelating tot de Wsnp zijn ontstaan. Deze belastingschulden hebben betrekking op loon- en inkomensheffing, omzetbelasting en de zorgverzekeringswet en zijn voortgekomen uit de onderneming die [verzoekster] van november 2022 tot het begin van dit jaar had, te weten [bedrijfsnaam] . Daar zijn ook loonvorderingen en leningen uit voert gekomen, welke schulden eveneens in de afgelopen drie jaren zijn ontstaan. [verzoekster] heeft vanwege deze schulden een beroep gedaan op de hardheidsclausule.



3.4.

[verzoekster] heeft op de zitting verklaard dat zij in november 2022 is gestart met ondernemen toen zij er financieel gezien al niet goed voor stond. Zij zag het ondernemerschap als kans om haar financiële positie te verbeteren, mede omdat haar sollicitaties zonder succes waren. In de zomer van 2023 en 2024 had de onderneming veel opdrachten, waarop [verzoekster] besloot om personeel in dienst te nemen. Door ziekteverzuim van twee werknemers, de kosten die verbonden waren aan het personeel en doordat de onderneming in de wintermaanden minder opdrachten kreeg en het niet lukte om vervangend werk te vinden, is de financiële positie van de onderneming langzaamaan in een neerwaartse spiraal geraakt. [verzoekster] had tot en met het begin van dit jaar de hoop dat zij met nieuwe opdrachten het tij kon keren. Toen zij inzag dat dit niet meer ging, heeft [verzoekster] zich bij de GKB gemeld voor schuldhulpverlening. [verzoekster] heeft aangegeven dat haar situatie nu is gewijzigd, omdat zij gestopt is met de onderneming en deze is inmiddels uitgeschreven. Zij is weer gaan solliciteren en heeft vanaf 1 september 2026 een fulltime baan als [functie] .



3.5.
De rechtbank stelt vast dat de schulden in de afgelopen drie jaren niet te goeder trouw zijn ontstaan, hetgeen een weigeringsgrond oplevert.



3.6.
Het verzoek om toegelaten te worden tot de Wsnp kan echter, ondanks het feit dat de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 288, lid 1, aanhef en onder b Fw zich voordoet, op grond van artikel 288 lid 3 Fw toch worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat [verzoekster] de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden, onder controle heeft gekregen (de zogenaamde hardheidsclausule).



3.7.
De rechtbank stelt vast dat nagenoeg alle schulden van [verzoekster] voortkomen uit de onderneming, dat zij sinds enkele maanden is gestopt met ondernemen, dat de onderneming is uitgeschreven en dat [verzoekster] sinds kort een fulltime baan heeft gevonden. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank de situatie zodanig anders dan ten tijde van het ontstaan van de schulden dat kan worden gesproken van een “keer ten goede”. De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen.



3.8.
De Wsnp duurt in principe 18 maanden. Artikel 349a lid 1 Fw bepaalt dat de termijn van de Wsnp begint op de dag van de uitspraak tot de toepassing van de Wsnp, dan wel van de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling indien die eerder is gelegen.



3.9.
De rechtbank ziet geen aanleiding om - gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 20 december 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1913) - het aanvangsmoment van de termijn van de Wsnp ex artikel 349a Fw te vervroegen, omdat niet kan worden vastgesteld dat tijdens het minnelijk traject is voldaan aan de afdracht- en inspanningsverplichting.





4De beslissing


De rechtbank:



4.1.
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:[verzoekster] ,geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] , wonende aan het [adres] ;



4.2.
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak;



4.3.
benoemt tot rechter-commissaris mr. D.J. Klijn;



4.4.

benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder] ,
kantoorhoudende te [adres] ;




4.5.
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoekster] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;



4.6.
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;



4.7.
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.



Dit is de beslissing van mr. C.H. Beuker, rechter, bijgestaan door de griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026.