Rechtbank Noord-Nederland
ECLI:NL:RBNNE:2026:4118
2026-09-11
Civiel recht; Insolventierecht
C18/26/1269 R
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Toelating tot de Wsnp zonder eerdere ingangsdatum.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2024:1913 Hoge Raad 20-12-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.829 tekens)
RECHTBANK Noord-Nederland
Team Insolventie
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: C18/26/1269 R
Vonnis van 11 september 2026
op het verzoek van
[verzoekster]
,
geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
verzoekster, hierna te noemen: [verzoekster] ,
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoekster] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling.
De rechtbank wijst het verzoek toe.
1De procedure
1.1.
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de zitting van donderdag 3 september 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoekster] ;
- de heer [naam 1] , partner van [verzoekster] ;
- mevrouw [naam 2] van de Groningse Kredietbank.
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2Het verzoek
2.1.
[verzoekster] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Volgens [verzoekster] heeft zij een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen.
3De beoordeling
3.1.
Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
3.2.
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoekster] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet (Fw). Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
3.3.
[verzoekster] heeft geen verzoek gedaan om een eerdere ingangsdatum te bepalen. De rechtbank ziet geen aanleiding om - gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 20 december 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1913) - het aanvangsmoment van de termijn van de schuldsaneringsregeling ex artikel 349a Fw te vervroegen, nu [verzoekster] niet fulltime heeft gewerkt en er geen medische informatie is aangeleverd waaruit blijkt dat [verzoekster] niet kan werken.
4De beslissing
De rechtbank:
4.1.
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:[verzoekster] ,geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ;,
4.2.
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak;
4.3.
benoemt tot rechter-commissaris mr. S. van Gessel;
4.4.
benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder] ,
kantoorhoudende te [adres] ;
4.5.
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoekster] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
4.6.
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
4.7.
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Dit is de beslissing van mr. M.C. Groenewegen, rechter, bijgestaan door de griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 september 2026.
Team Insolventie
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: C18/26/1269 R
Vonnis van 11 september 2026
op het verzoek van
[verzoekster]
,
geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
verzoekster, hierna te noemen: [verzoekster] ,
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoekster] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling.
De rechtbank wijst het verzoek toe.
1De procedure
1.1.
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de zitting van donderdag 3 september 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoekster] ;
- de heer [naam 1] , partner van [verzoekster] ;
- mevrouw [naam 2] van de Groningse Kredietbank.
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2Het verzoek
2.1.
[verzoekster] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Volgens [verzoekster] heeft zij een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen.
3De beoordeling
3.1.
Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
3.2.
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoekster] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet (Fw). Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
3.3.
[verzoekster] heeft geen verzoek gedaan om een eerdere ingangsdatum te bepalen. De rechtbank ziet geen aanleiding om - gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 20 december 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1913) - het aanvangsmoment van de termijn van de schuldsaneringsregeling ex artikel 349a Fw te vervroegen, nu [verzoekster] niet fulltime heeft gewerkt en er geen medische informatie is aangeleverd waaruit blijkt dat [verzoekster] niet kan werken.
4De beslissing
De rechtbank:
4.1.
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:[verzoekster] ,geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ;,
4.2.
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak;
4.3.
benoemt tot rechter-commissaris mr. S. van Gessel;
4.4.
benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder] ,
kantoorhoudende te [adres] ;
4.5.
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoekster] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
4.6.
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
4.7.
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Dit is de beslissing van mr. M.C. Groenewegen, rechter, bijgestaan door de griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 september 2026.