Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2026:3938

2026-09-09 Civiel recht K/4302/12340033
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2026-09-09
Publicatiedatum
2026-09-17
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
K/4302/12340033
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wisselbeschikking: [verzoeker] wil de kantonrechter de redelijkheid van het renovatievoorstel laten beoordelen maar dat moet niet bij verzoek maar bij dagvaarding (in de wet staat: vorderen)

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.323 tekens)
RECHTBANK
NOORD-NEDERLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Groningen



Zaaknummer / rekestnummer: 12340033 \ VZ VERZ 26-35




Beschikking van 9 september 2026




in de zaak van





[verzoeker]
,
te [plaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
procederend in persoon,



tegen




STICHTING LEFIER,
te Groningen,
verwerende partij,
hierna te noemen: Woningcorporatie Lefier,
die van de griffier nog geen afschrift van het verzoekschrift heeft ontvangen en ook niet voor een mondelinge behandeling is opgeroepen.





1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift ingekomen op 30 juli 2026




1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.





2De beoordeling


Verzoekschrift- of dagvaardingsprocedure


2.1.
Op grond van artikel 69 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de kantonrechter ambtshalve onderzoeken of de procedure met het juiste processtuk aanhangig is gemaakt. Een procedure begint met een dagvaarding, tenzij in de wet is bepaald dat de procedure moet beginnen met een verzoekschrift. Als de kantonrechter ziet dat de procedure met een onjuist processtuk is aangevangen en daardoor op het verkeerde ‘spoor’ zit, moet zij ervoor zorgen dat de procedure wordt doorgeleid naar het juiste spoor.



2.2.

[verzoeker] heeft een verzoekschrift ingediend, waarin hij – samengevat – verzoekt om te oordelen dat het renovatievoorstel van Lefier niet redelijk is en om het renovatievoorstel af te wijzen. Artikel 7:220, derde lid, BW bepaalt dat de huurder die niet met het renovatievoorstel heeft ingestemd, binnen de daar bepaalde termijn een beslissing van de rechter kan vorderen over de redelijkheid van het voorstel. Het woord “vorderen” duidt erop dat dit bij dagvaarding moet worden ingediend en niet bij verzoekschrift. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat sprake is van vorderingen die bij dagvaarding dienen te worden ingesteld.



Spoorwissel




2.3.
De zaak moet worden omgezet naar een dagvaardingsprocedure, in de stand waarin de zaak zich nu bevindt. Dat betekent dat [verzoeker] de wederpartij moet oproepen via een door de deurwaarder uitgebrachte dagvaarding met daarbij het verzoekschrift en deze beschikking. [verzoeker] wordt daarbij in de gelegenheid gesteld om de stellingen aan te passen aan de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure. Het dagvaardingsexploot moet vervolgens in lijn met het bepaalde in artikel 125 lid 2 Rv bij de griffie worden ingediend.



Gevolgen als het spoor niet wordt omgezet




2.4.
Als de kantonrechter op de datum die hierna in de beslissing wordt vermeld geen betekende dagvaarding van de verzoekende partij heeft ontvangen, wordt [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek. Dat betekent dat het verzoek dan niet inhoudelijk wordt beoordeeld.






3De beslissing


De kantonrechter



3.1.
beveelt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;



3.2.
stelt [verzoeker] in de gelegenheid de stellingen aan te passen aan de voor de dagvaardingsprocedure toepasselijke rechtsregels;



3.3.
verwijst de procedure naar de rolzitting van de kantonrechter van deze rechtbank (locatie Groningen) van dinsdag 6 oktober 2026 om 11:00 uur;



3.4.
beveelt [verzoeker] om de wederpartij met inachtneming van de wettelijke termijnen tegen de hiervoor genoemde datum en tijd te dagvaarden onder betekening van deze beslissing en van het inleidende verzoekschrift en het exploot van dagvaarding uiterlijk één dag eerder dan voornoemde roldatum ter inschrijving op de rol aan de griffie aan te bieden;



3.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.










Deze beschikking is gegeven door mr. L.T. de Jonge en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026.












































361