Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2026:3807

2026-09-07 Bestuursrecht LEE 26/2789
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2026-09-07
Publicatiedatum
2026-09-04
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zaaknummer
LEE 26/2789
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vovo na ordemaatregel. Artikel 13b Opiumwet. Herhaling. Geen noodzaak voor woningsluiting. Last onder dwangsom?

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.706 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND


Zittingsplaats Groningen



Bestuursrecht



zaaknummer: LEE 26/2789


uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 september 2026 in de zaak tussen

[naam] , uit [plaats], verzoeker
(gemachtigde: mr. O. Smits),


en


de burgemeester van Coevorden, de burgemeester
(gemachtigden: mr. E.S.A. Smit en E. Mistrić-Kučuković).




Inleiding en procesverloop


In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.


Bij besluit van 25 augustus 2026 heeft de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten om de woning met de garage van verzoeker aan de [adres] in [plaats] vanaf 31 augustus 2026 voor de duur van zes maanden te sluiten.



2.1.
Verzoeker heeft daartegen bezwaar gemaakt. Tevens heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.


2.2.
Bij uitspraak van 28 augustus 2026 heeft de voorzieningenrechter de burgemeester bij wijze van voorlopige voorziening opgedragen om niet over te gaan tot sluiting van de woning totdat de voorzieningenrechter heeft beslist over de opheffing of wijziging van deze voorlopige voorziening.


2.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 2 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker met zijn moeder en bijgestaan door zijn gemachtigde, en de gemachtigden van de burgemeester.



Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Verzoeker is eigenaar en enig bewoner van de woning met de garage aan de [adres] in [plaats]. Volgens een bestuurlijke rapportage van 11 juli 2026 heeft de politie op 9 juli 2026 de woning met de garage doorzocht. Daarbij is 50,06 gram amfetamine, 227 pillen en een vuurwapen aangetroffen. Daarnaast werden er met 3D-printers wapens vervaardigd. De burgemeester heeft na het voornemen van 30 juli 2026 en de zienswijze van 20 augustus 2026 op 25 augustus 2026 besloten om op grond van artikel 13b van de Opiumwet de woning met de garage vanaf 31 augustus 2026 om 10:00 uur voor de duur van zes maanden te sluiten.
4. De voorzieningenrechter zal met een belangenafweging bepalen of er aanleiding bestaat om de getroffen voorlopige voorziening op te heffen of te wijzigen.
Wat zijn de belangen van verzoeker?
5. Niet alleen woont verzoeker op dit adres, de garage is ook zijn werkplek. Zijn woning gebruikt hij als showroom voor potentiële klanten. Daarnaast heeft hij vanwege gezondheidsbelemmeringen een bijzondere binding met de woning. Verzoeker heeft aangevoerd dat de burgemeester niet bevoegd is tot het opleggen van een last onder dwangsom. De burgemeester heeft niet aannemelijk gemaakt dat pillen xtc-pillen zijn. Deze pillen zijn volgens verzoeker aan hem gegeven om met epoxy een kunstwerk van te maken. Daartoe dienen ook de met de 3D-printers vervaardigde wapens. De amfetamine gebruikt verzoeker zelf, namelijk om zijn ADHD te beheersen. Daarnaast kan de burgemeester met een minder ingrijpend middel in een situatie als deze volstaan door een last onder dwangsom op te leggen. In het kader van de strafrechtelijke procedure houdt de Reclassering toezicht en vangt op korte termijn diagnostiek en behandeling aan.
Wat zijn de belangen van de burgemeester?
6. De burgemeester heeft daartegenover gesteld dat zij belang heeft bij de sluiting van de woning met de garage om de bekendheid van het pand in het criminele circuit te doorbreken en het verhoogde risico op escalatie en geweld binnen een woonwijk te herstellen. Op grond van de Beleidsregel artikel 13b Opiumwet en coffeeshopbeleid gemeente Coevorden 2025 (de Beleidsregel) is zelfs een sluiting van twaalf maanden mogelijk. Een minder ingrijpend middel biedt onvoldoende waarborg voor feitelijk herstel. Een last onder dwangsom is immers onzichtbaar voor derden. De aangetroffen hoeveelheid amfetamine is honderd maal meer dan het gehanteerde criterium voor eigen gebruik. Het is daarnaast aannemelijk dat het om xtc-pillen gaat, hoewel deze nog niet indicatief getest zijn. In 2024 zijn namelijk onder meer circa 4242 xtc-pillen aangetroffen in de woning van verzoeker. Er zijn verder gripzakjes aangetroffen, (3D-geprinte) vuurwapens en blauwdrukken om onderdelen van vuurwapens te printen. Dit zijn verzwarende omstandigheden en bewijst dat de woning een vaste en actieve schakel vormt in het drugscircuit. Deelsluiting is niet mogelijk vanwege de rechtstreekse verbinding tussen de garage en de woning.
Toetsingskader
7. Als de burgemeester gebruik wil maken van zijn bevoegdheid om een woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet te sluiten, gelden daarvoor de uitgangspunten die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft besproken in haar uitspraak van 16 juli 2025. Hierbij moet onder meer beoordeeld worden of de sluiting van de woning in het concrete geval geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is.



Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?


8. De burgemeester is bevoegd om de woning te sluiten vanwege de aangetroffen amfetamine. Verzoeker heeft niet met objectieve medische informatie onderbouwd dat bij hem ADHD is vastgesteld, zodat zijn betoog dat het hier niet om een handelsvoorraad gaat reeds daarom niet kan slagen. De in verschillende gripzakjes verpakte pillen zijn niet indicatief getest en kunnen daarom niet bijdragen aan de bevoegdheid van de burgemeester. Dat de pillen lijken op eerder in de woning van verzoeker aangetroffen xtc-pillen is daartoe onvoldoende.

8.1.
Vervolgens heeft de burgemeester niet aannemelijk gemaakt dat sluiting van de woning met de garage noodzakelijk is. Weliswaar zijn harddrugs, een vuurwapen, een 3D-geprint vuurwapen en 3D-geprinte onderdelen van (vuur)wapens aangetroffen, en is sprake van herhaling binnen een periode van twee jaar, maar dat laat onverlet dat niet is gebleken van toeloop, overlast of gevoelens van onveiligheid of onrust in de woonomgeving. Dat de woning bekend staat als drugspand is verder ook niet onderbouwd. De signaalfunctie van een sluiting om voor de buitenwereld en omwonenden zichtbaar te maken dat op deze locatie niet langer criminele activiteiten kunnen worden gefaciliteerd is een bijkomend effect maar geen zelfstandige grond om de woning te sluiten. Louter de veronderstelling dat de combinatie van wapens en amfetamine er op wijst dat de woning een vaste en actieve schakel vormt in het drugscircuit, en wijst op een reëel risico op escalatie, ripdeals en geweld binnen een woonwijk, is daartoe ook onvoldoende. Nu niet gebleken is van overlast en verstoring van de rust en veiligheid in de woonomgeving, ontbreekt de door de burgemeester veronderstelde directe noodzaak tot feitelijk herstel daarvan. De burgemeester heeft verder onvoldoende gemotiveerd waarom, nu in het geval van verzoeker sprake is van recidive, niet met een last onder dwangsom kan worden volstaan. Met een last onder dwangsom treedt de burgemeester immers ook handhavend op, door met een financiële prikkel herhaling van een overtreding van de Opiumwet te voorkomen. Weliswaar gaat zoals de burgemeester heeft aangevoerd, anders dan bij een woningsluiting, van een dwangsom geen signaalfunctie aan omwonenden en het criminele circuit uit, maar dat laat onverlet dat juist in een situatie als de onderhavige een dwangsom een geschikt middel kan zijn om herhaling te voorkomen.



Conclusie en gevolgen
9. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om de bij uitspraak van 28 augustus 2026 getroffen voorziening op na te melden wijze te wijzigen. Dit heeft tot gevolg dat de burgemeester de woning met de garage niet mag sluiten totdat op het bezwaar is beslist.

9.1.
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, moet de burgemeester het griffierecht aan verzoeker vergoeden en krijgt verzoeker ook een vergoeding van zijn proceskosten. De burgemeester moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868 (1 punt voor het verzoekschrift, 1 punt voor de zitting, met een waarde per punt van € 934 en een wegingsfactor 1). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.





Beslissing


De voorzieningenrechter:




wijzigt de in de uitspraak van 28 augustus 2026 getroffen voorziening;


schorst het besluit van 25 augustus 2026 tot zes weken na de bekendmaking van het besluit op bezwaar;


bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 200 aan verzoeker moet vergoeden;


veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 1.868 aan proceskosten aan verzoeker.






Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. O.J.J.C. Koopmans, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 7 september 2026.














griffier


voorzieningenrechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

ECLI:NL:RVS:2025:2922.