Rechtbank Noord-Nederland
ECLI:NL:RBNNE:2026:3438
2026-07-23
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
12049464 BU VERZ 26-5
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wahv. Als bestuurder van een motorvoertuig of als brom- of snorfietser onnodig geluid veroorzaken. De kantonrechter overweegt dat zowel feitcode R522 als feitcode N110a opgelegd kan worden voor onderhavige gedraging. Rijden met een voertuig waarvan de uitlaat is veranderd, waardoor geluidsnormen worden overschreden, kan namelijk ook een overtreding van permanente voertuigeisen opleveren. Dat betekent echter niet dat een ambtenaar geen boete kan opleggen voor onnodig geluid veroorzaken, wanneer hij constateert dat met een dergelijk voertuig op de openbare weg buitensporig geluid wordt gemaakt. Voertuigeisen en gedragsregels kunnen naast elkaar bestaan. Beroep ongegrond.
Citeert (3)
- ECLI:NL:GHARL:2025:8532 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23-12-2025
- ECLI:NL:GHARL:2026:1679 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18-03-2026
- ECLI:NL:GHARL:2023:4828 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 07-06-2023
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (8.247 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271614426
zaaknummer: 12049464 BU VERZ 26-5
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 23 juli 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats],
gemachtigde: M.J.M. Bergers, Boete.nu.
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder van een motorvoertuig of als brom- of snorfietser onnodig geluid veroorzaken’, verricht op 23 januari 2025 om 21:01 uur, aan de Zonnelaan te Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 23 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. R.A. van der Velde, aanwezig.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Zij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom zij dat doet.
Standpunten
3. Gemachtigde voert namens betrokkene aan dat er geen sprake is van het veroorzaken van onnodig geluid. De auto van betrokkene heeft geen decibelkiller zoals een motorfiets. Desondanks beschrijft de agent dat eiser de decibelkiller verwijderd zou hebben. Daarnaast stelt betrokkene dat als volgens de agent zijn uitlaat lek zou zijn, hij de feitcode N110a had moeten opleggen. Wijziging van de feitcode kan echter niet, omdat op een brug geconstateerd moet worden of er daadwerkelijk sprake is van een lekkende uitlaat en dit niet alleen op het gehoor kan worden vastgesteld.
4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. Zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
Brief griffie 31 december 2025
5. De kantonrechter merkt ten eerste op dat de griffie van deze rechtbank op 31 december 2025 een brief naar gemachtigde heeft verstuurd met hierin de mededeling dat het beroep bij de kantonrechter te laat zou zijn. De uiterste beroepsdatum voor het instellen van beroep betrof 25 juli 2025 en het beroep is op 17 juli 2025 digitaal bij de CVOM ingediend. Gelet op vorenstaande is het kantonberoep tijdig ingediend en moet de brief van de griffie als een vergissing worden gezien.
Kan de gedraging worden vastgesteld?
6. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
6.1.
Uit de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht blijkt dat deze tijdens zijn surveillance het geluid van een uitlaat hoorde van de auto voor hun surveillance voertuig. De verbalisant verklaart dat hij het geluid kan omschrijven als een mogelijk lekke uitlaat. Bij controle van het kenteken zag de verbalisant in het politiesysteem dat dit voertuig al eerder een “wacht op keuren” status heeft gehad vanwege te veel geluidproductie van de uitlaat. De verbalisant verklaart dat hij het voertuig een stopteken heeft gegeven en dat bij de controle bleek dat de bestuurder de decibelkiller had verwijderd. Betrokkene is staande gehouden en heeft de volgende verklaring afgelegd: “nee dank u”.
6.2.
De gedraging betreft een overtreding van artikel 57 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Dit artikel is bedoeld om op te kunnen treden juist in die gevallen waarin een voertuig aan alle daaraan te stellen eisen voldoet, maar daarmee onnodig geluid gemaakt wordt.
6.3
De kantonrechter is van oordeel dat de verklaring van de verbalisant voldoende is voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Uit die verklaring volgt namelijk dat het voertuig kabaal maakte als gevolg van een verwijderde decibelkiller. Dat een personenauto geen decibelkiller kan hebben, volgt de kantonrechter niet. Net als een motorfiets kan een personenauto, vooral in het geval van een aangepaste uitlaat, wel degelijk een decibelkiller bevatten. Uit vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden volgt dat bij de beoordeling of sprake is van het veroorzaken van onnodig geluid in de zin van artikel 57 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het normale, geaccepteerde, door dat motorvoertuig veroorzaakte geluid, als uitgangspunt wordt genomen. Doordat de decibelkiller was verwijderd, werd het normaal geaccepteerde geluid te boven gegaan.
6.3.
De kantonrechter overweegt dat zowel feitcode R522 als feitcode N110a opgelegd kan worden voor onderhavige gedraging. Rijden met een voertuig waarvan de uitlaat is veranderd, waardoor geluidsnormen worden overschreden, kan namelijk ook een overtreding van permanente voertuigeisen opleveren. Dat betekent echter niet dat een ambtenaar geen boete kan opleggen voor onnodig geluid veroorzaken, wanneer hij constateert dat met een dergelijk voertuig op de openbare weg buitensporig geluid wordt gemaakt. Voertuigeisen en gedragsregels kunnen naast elkaar bestaan.
6.4.
Alles overwegende kan op basis van de verklaring van de verbalisant voldoende worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. In het door gemachtigde namens betrokkene gevoerde verweer zijn geen omstandigheden gelegen die aanleiding geven tot een wijziging van de boete. De boete is terecht opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard. De door gemachtigde gevraagde proceskosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 december 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:8532.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 maart 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1679.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 juni 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:4828.
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271614426
zaaknummer: 12049464 BU VERZ 26-5
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 23 juli 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats],
gemachtigde: M.J.M. Bergers, Boete.nu.
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder van een motorvoertuig of als brom- of snorfietser onnodig geluid veroorzaken’, verricht op 23 januari 2025 om 21:01 uur, aan de Zonnelaan te Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 23 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. R.A. van der Velde, aanwezig.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Zij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom zij dat doet.
Standpunten
3. Gemachtigde voert namens betrokkene aan dat er geen sprake is van het veroorzaken van onnodig geluid. De auto van betrokkene heeft geen decibelkiller zoals een motorfiets. Desondanks beschrijft de agent dat eiser de decibelkiller verwijderd zou hebben. Daarnaast stelt betrokkene dat als volgens de agent zijn uitlaat lek zou zijn, hij de feitcode N110a had moeten opleggen. Wijziging van de feitcode kan echter niet, omdat op een brug geconstateerd moet worden of er daadwerkelijk sprake is van een lekkende uitlaat en dit niet alleen op het gehoor kan worden vastgesteld.
4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. Zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
Brief griffie 31 december 2025
5. De kantonrechter merkt ten eerste op dat de griffie van deze rechtbank op 31 december 2025 een brief naar gemachtigde heeft verstuurd met hierin de mededeling dat het beroep bij de kantonrechter te laat zou zijn. De uiterste beroepsdatum voor het instellen van beroep betrof 25 juli 2025 en het beroep is op 17 juli 2025 digitaal bij de CVOM ingediend. Gelet op vorenstaande is het kantonberoep tijdig ingediend en moet de brief van de griffie als een vergissing worden gezien.
Kan de gedraging worden vastgesteld?
6. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
6.1.
Uit de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht blijkt dat deze tijdens zijn surveillance het geluid van een uitlaat hoorde van de auto voor hun surveillance voertuig. De verbalisant verklaart dat hij het geluid kan omschrijven als een mogelijk lekke uitlaat. Bij controle van het kenteken zag de verbalisant in het politiesysteem dat dit voertuig al eerder een “wacht op keuren” status heeft gehad vanwege te veel geluidproductie van de uitlaat. De verbalisant verklaart dat hij het voertuig een stopteken heeft gegeven en dat bij de controle bleek dat de bestuurder de decibelkiller had verwijderd. Betrokkene is staande gehouden en heeft de volgende verklaring afgelegd: “nee dank u”.
6.2.
De gedraging betreft een overtreding van artikel 57 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Dit artikel is bedoeld om op te kunnen treden juist in die gevallen waarin een voertuig aan alle daaraan te stellen eisen voldoet, maar daarmee onnodig geluid gemaakt wordt.
6.3
De kantonrechter is van oordeel dat de verklaring van de verbalisant voldoende is voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Uit die verklaring volgt namelijk dat het voertuig kabaal maakte als gevolg van een verwijderde decibelkiller. Dat een personenauto geen decibelkiller kan hebben, volgt de kantonrechter niet. Net als een motorfiets kan een personenauto, vooral in het geval van een aangepaste uitlaat, wel degelijk een decibelkiller bevatten. Uit vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden volgt dat bij de beoordeling of sprake is van het veroorzaken van onnodig geluid in de zin van artikel 57 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het normale, geaccepteerde, door dat motorvoertuig veroorzaakte geluid, als uitgangspunt wordt genomen. Doordat de decibelkiller was verwijderd, werd het normaal geaccepteerde geluid te boven gegaan.
6.3.
De kantonrechter overweegt dat zowel feitcode R522 als feitcode N110a opgelegd kan worden voor onderhavige gedraging. Rijden met een voertuig waarvan de uitlaat is veranderd, waardoor geluidsnormen worden overschreden, kan namelijk ook een overtreding van permanente voertuigeisen opleveren. Dat betekent echter niet dat een ambtenaar geen boete kan opleggen voor onnodig geluid veroorzaken, wanneer hij constateert dat met een dergelijk voertuig op de openbare weg buitensporig geluid wordt gemaakt. Voertuigeisen en gedragsregels kunnen naast elkaar bestaan.
6.4.
Alles overwegende kan op basis van de verklaring van de verbalisant voldoende worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. In het door gemachtigde namens betrokkene gevoerde verweer zijn geen omstandigheden gelegen die aanleiding geven tot een wijziging van de boete. De boete is terecht opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard. De door gemachtigde gevraagde proceskosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 december 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:8532.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 maart 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1679.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 juni 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:4828.