Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2026:3419

2026-05-19 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 25/2618
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2026-05-19
Publicatiedatum
2026-08-12
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
25/2618
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wajong. Laattijdige aanvraag. Er zijn wel nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden (nova), maar die betekenen niet dat eiser toch nog recht heeft op een Wajong-uitkering.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (13.028 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND


Zittingsplaats Leeuwarden



Bestuursrecht



zaaknummer: LEE 25/2618


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 mei 2026 in de zaak tussen


[eiser], uit [plaats], eiser
(gemachtigde: mr. M. Bou-Asrar),


en




de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: L. van Straaten).


Samenvatting


1. Deze zaak gaat over een besluit van het Uwv om niet terug te komen van een beslissing uit 2006, omdat er weliswaar nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden (‘nova’) zijn, maar die niet betekenen dat eiser toch nog recht heeft op een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Eiser is het daarmee niet eens. Hij voert een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand daarvan beoordeelt de rechtbank het beroep.



1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt dus geen gelijk. Hierna legt zij uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.




Procesverloop


2. Met zijn besluit van 13 juni 2025 heeft het Uwv zijn besluit van 22 oktober 2024
om niet terug te komen van een besluit uit 2006 gehandhaafd; in dat besluit uit 2006 heeft het Uwv geweigerd om eiser een uitkering ingevolge de Wajong toe te kennen.



2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen dat besluit. Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 12 mei 2026 op de zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde en de gemachtigde van het Uwv.




Totstandkoming van het besluit van 13 juni 2025


3. Eiser, geboren op 8 december 1985, heeft van april 2001 tot juni 2005 gewerkt. In 2004 en 2005 heeft hij ziekengeld gehad; beide keren is hij hersteld verklaard. Het Uwv heeft met het besluit uit 2006 geweigerd om eiser met ingang van 8 december 2003 (zijn achttiende verjaardag) een Wajong-uitkering toe te kennen. Het Uwv heeft eisers bezwaar ongegrond verklaard; hij heeft daartegen geen beroep ingesteld. Bij besluit van 12 oktober 2006 heeft eiser een WSW-indicatie gekregen. Op 3 februari 2011 heeft het Uwv eisers aanvraag om een WIA-uitkering afgewezen. Op 8 november 2010 heeft het Uwv een eerste verzoek van eiser om terug te komen van de weigering in 2006 van een Wajong-uitkering afgewezen omdat er geen nova waren. Tegen dat besluit heeft eiser geen bezwaar gemaakt.


3.1.
Op 30 mei 2024 heeft eiser bij het Uwv een aanvraag beoordeling arbeidsvermogen ingediend. Hij wil opnieuw dat het Uwv terugkomt van het besluit uit 2006. Na onderzoeken door de verzekeringsarts [de va] en de arbeidsdeskundige [de ad] heeft het Uwv bij besluit van 22 oktober 2024 besloten dat er wel nova waren, maar dat eiser op 8 december 2003, zijn achttiende verjaardag, en in de vijf jaar daarna tóch kon werken. Na onderzoeken van de verzekeringsarts Bezwaar en Beroep [de vabb] en de arbeidsdeskundige Bezwaar en Beroep [de adbb] heeft het Uwv het bezwaar van eiser in zijn besluit van 13 juni 2025 ongegrond verklaard en is deze procedure begonnen.



Het oordeel van de rechtbank
Wat moet de rechtbank beoordelen?
4. De rechtbank moet de vraag beantwoorden of het Uwv terecht heeft aangenomen dat er wel nova zijn, maar dat die geen reden zijn om terug te komen van het besluit uit 2006. Ook moet de rechtbank beoordelen of het Uwv terecht heeft aangenomen dat eiser in de vijf jaar na zijn achttiende verjaardag niet arbeidsongeschikt is geworden.
Wat vinden partijen?
5. Eiser voert aan dat het Uwv ten onrechte vindt dat hij rond zijn achttiende verjaardag kon werken. Hij werd door zijn ouders destijds ‘naar het werk geschopt’. Hij heeft daardoor niet structureel gewerkt. Er waren te veel prikkels, te veel spanning en hij kan niet tegen druk. Daarnaast is hij toegenomen arbeidsongeschikt geworden. Verder heeft eiser op de zitting aangevoerd dat de geselecteerde functies voor hem niet geschikt zijn. Hij voelt zich door het Uwv niet gehoord. De arbeidsdeskundige heeft alles standaard gemotiveerd en heeft geen rekening gehouden met eisers beperkingen. Het mag dan makkelijk werk zijn, maar er wordt best wel wat verwacht. Zelfs bij Trion is werken in WSW-verband niet gelukt. Productiewerk is vergelijkbaar daarmee. En dat is in de praktijk ook niet gelukt. Twee jaar geleden heeft eiser zijn hobby, repareren van en sleutelen aan scooters, weer opgepakt. Hij heeft geprobeerd daarvan zijn werk te maken, maar dat is niet gelukt. Waarom zou het hem dan wel lukken om andere functies uit te voeren? Voor eiser was het ‘naar het werk moeten’ al lastig, daar komt dan nog de druk bij; het werken zelf lukte al helemaal niet: dan was hij duf in het hoofd en kwam hij niet op gang
6. Het Uwv heeft zijn besluit van 13 juni 2025 gebaseerd op de rapporten van [de vabb] en [de adbb]. Met de klachten en beperkingen van eiser is volgens het Uwv voldoende rekening gehouden en de geduide functies zijn voor hem geschikt. Op de zitting heeft het Uwv gereageerd op de arbeidskundige gronden van eiser. Het ziet geen reden zijn standpunt te veranderen.
Wat vindt de rechtbank?
7. Het gaat in deze zaak om een verzoek om terug te komen van een eerder besluit. Het Uwv heeft de herhaalde aanvraag inhoudelijk behandeld en het besluit uit 2006 in volle omvang heroverwogen, omdat sprake was van nova bij eisers aanvraag. Dit betekent dat de rechtbank aan de hand van de beroepsgronden toetst of het Uwv zich terecht, zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering.

7.1

Verder is van belang dat eiser zijn aanvraag om terug te komen van de beslissing uit 2006 pas op 30 mei 2024 heeft gedaan. Daarmee was sprake van een laattijdige aanvraag (waarbij de rechtbank niet over het hoofd ziet dat eiser in 2010 ook zo’n aanvraag heeft gedaan). Volgens vaste rechtspraak komt in zo’n geval het risico dat door tijdsverloop de medische situatie niet meer goed is vast te stellen, voor degene die de late aanvragen doet.

Medisch




7.2.
In haar rapport van 1 mei 2015 heeft [de vabb] in de bezwaarschriftprocedure een heroverweging gedaan. Zij heeft eiser gezien op haar spreekuur en heeft het dossier bestudeerd. Zij heeft het rapport van 22 augustus 2024 van de eerste verzekeringsarts [de va] samengevat en beoordeeld. [de vabb] heeft een zorgvuldig onderzoek gedaan: haar rapport is goed en inzichtelijk gemotiveerd. Het is duidelijk dat zij alle beschikbare medische informatie van eisers behandelend artsen kende en deze heeft meegewogen. Er staan in haar rapport geen tegenstrijdigheden; niet is gebleken dat zij iets heeft gemist.


7.3.
Inhoudelijk was [de vabb] het eens met [de va]. Die had geconstateerd dat er nova waren. Immers, er waren inmiddels bij eiser andere diagnoses gesteld dan in 2006: ADD en ASS. Hoewel die dus later zijn geconstateerd, waren de aandoeningen volgens [de va] ook al aanwezig toen eiser achttien jaar was. Ze werden alleen niet onderkend. Er waren dus extra beperkingen nodig. Daarom was [de vabb] het eens met de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van [de va] (met de correctie dat die per 8 december 2023 moest gelden, de achttiende verjaardag van eiser). [de vabb] schrijft verder dat er bij eiser in de vijf jaar na zijn achttiende verjaardag (de beoordeling op grond van de wet Amber) geen blijvende toename van zijn medische beperkingen is geweest. Eiser heeft wel weinig gewerkt en was veel thuis, maar daarbij speelden belastende sociale omstandigheden. Deze kunnen volgens [de vabb] niet worden meegenomen in de beoordeling. De rechtbank kan de conclusies van [de vabb] volgen. Daaraan heeft het Uwv op de zitting toegevoegd dat het lastig is om te beoordelen in hoeverre die sociale omstandigheden eiser hebben gehinderd in het werk dat hij in het verleden heeft gedaan. Eiser heeft ter aanvulling van de omvangrijke hoeveelheid medische informatie die er al was, geen medische informatie ingebracht waaruit blijkt dat [de vabb] en [de va] het bij het verkeerde eind hadden. De medische beroepsgronden slagen niet.



Arbeidskundig




7.4.
Ook [de adbb] heeft in de bezwaarschriftprocedure een zorgvuldig onderzoek gedaan. Hij heeft de FML van [de vabb] als uitgangspunt genomen. Hij heeft nieuwe functies geduid. [de adbb] heeft met [de vabb] overlegd over de vraag of die functies pasten bij eisers beperkingen. Ook zijn rapport van 15 mei 2025 is goed en inzichtelijk gemotiveerd. Er staan geen tegenstrijdigheden in en niet is gebleken dat hij iets heeft gemist.


7.5.
Voor wat betreft de inhoud heeft [de adbb] het arbeidskundig onderzoek van de eerste arbeidsdeskundige [de ad] overgedaan. Hij was het namelijk niet eens met diens conclusies in het rapport van 18 oktober 2024. Hij vond alle functies die [de ad] heeft uitgekozen niet passend, omdat dat functies waren uit 2024. Het ging immers om de arbeidsmogelijkheden van eiser per 8 december 2003. De functies uit 2024 waren bovendien niet dezelfde als die uit 2003. Daarom heeft [de adbb] andere functies geduid. Daarmee kon eiser op zijn achttiende verjaardag nog zoveel verdienen dat hij niet arbeidsongeschikt was. Verder heeft [de adbb] in zijn rapport de zogenaamde signaleringen toegelicht. Zijn conclusie was dat de nieuwe functies geschikt waren voor eiser. Dat heeft [de adbb] goed gemotiveerd.


7.6.
Uit zijn rapport blijkt niet dat [de adbb] een standaardmatige beoordeling heeft gedaan: hij heeft juist gekeken naar de specifieke medische beperkingen van eiser in de FML en heeft de onjuiste beoordeling van [de ad] gecorrigeerd; verder heeft hij met [de vabb] overlegd en uitgelegd waarom déze functies geschikt waren voor eiser. In dat licht gezien volgt de rechtbank niet eisers stelling dat zijn beperkingen als ‘geen hoog handelingstempo’, ‘weinig/geen contact’ en ‘geen onderbrekingen’ niet passen bij de functies. Dat geldt bijvoorbeeld voor eisers bezwaren tegen de functie ‘huishoudelijk medewerker ziekenhuis’, waarin contact met patiënten zou voorkomen terwijl hij voor dat soort contacten is beperkt; uit het rapport van [de adbb] blijkt namelijk dat contacten met patiënten in het ziekenhuis de belastbaarheid van eiser op dat punt niet overschrijden. Immers, uit punt 2.12 van de FML en de toelichting van [de adbb] op de signaleringen komt naar voren dat eiser oppervlakkige en/of kortdurende patiëntencontacten wel aankan. Ook de arbeidskundige gronden slagen niet.



Conclusie en gevolgen
8. Het Uw heeft goed gemotiveerd dat eiser op zijn achttiende verjaardag niet arbeidsongeschikt was en dat in de vijf jaren daarna geen relevante verslechtering is opgetreden; terecht is het Uwv niet teruggekomen van zijn besluit uit 2006. De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Hij krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.



Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. P.G. Wijtsma, rechter, in aanwezigheid van mr. O.J.J.C. Koopmans, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2026.




griffier rechter











Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:



Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Het besluit uit 2006 (precieze datum onbekend) is niet meer bij het Uwv aanwezig.


Wet sociale werkvoorziening.


Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.


Zie de uitspraak van de CRvB van 26 februari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:301.