Rechtbank Noord-Nederland
ECLI:NL:RBNNE:2026:3406
2026-06-18
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
11836084 BU VERZ 25-1917
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wahv. R587B – ‘een bromfiets plaatsen waar dat niet mag (bord E3, verbod (brom)fietsen te plaatsen). Ongegrond beroep. De kantonrechter heeft de pleeglocatie bezocht en geconstateerd dat vanaf de plek waar betrokkenes bromfiets stond, het bord dat het einde van de parkeerverbodszone aangeeft zichtbaar is. Als betrokkene goed had gekeken, zoals van weggebruikers wordt verwacht, had hij kunnen zien dat hij zich in de zone bevond.
Citeert (1)
- ECLI:NL:GHARL:2023:3075 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 11-04-2023
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.247 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271096039
zaaknummer: 11836084 BU VERZ 25-1917
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 18 juni 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R587B – ‘een bromfiets plaatsen waar dat niet mag (bord E3, verbod (brom)fietsen te plaatsen)’, verricht op 11 december 2024, om 13:33 uur, op de Sophialaan in Leeuwarden, met een tweewielige bromfiets, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 89,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 18 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. P. Belopavlovic aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten
2. Betrokkene betwist de aanwezigheid van de bebording. Hij stelt dat de verklaring van de verbalisant onvoldoende is en wil bewijs zien van het bord.
3. De vertegenwoordiger stelt dat het beroep ongegrond is.
Overwegingen
4. Betrokkene betwist de bebording. In de jurisprudentie is bepaald dat als de verbalisant ter plaatse was, ervan uitgegaan mag worden dat die de bebording heeft gecontroleerd. Dit kan anders zijn in het geval van zonebebording, zoals hier het geval is. Betrokkene heeft zijn rijroute echter niet kenbaar gemaakt, zodat de bebording niet gecontroleerd kan worden, waardoor de verklaring van de verbalisant als uitgangspunt geldt.
5. De kantonrechter heeft de pleeglocatie bezocht en geconstateerd dat vanaf de plek waar betrokkenes bromfiets stond, het bord dat het einde van de parkeerverbodszone aangeeft zichtbaar is. Als betrokkene goed had gekeken, zoals van weggebruikers wordt verwacht, had hij kunnen zien dat hij zich in de zone bevond. De foto die de kantonrechter heeft gemaakt, zit achter dit proces-verbaal gevoegd.
6. De verkeersovertreding wordt vastgesteld. Betrokkene heeft geen omstandigheden aangevoerd die leiden tot aanpassing van de boete. Het beroep is ongegrond.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
De foto van de locatie, met het bord aan de linkerzijde.
Hof Arnhem-Leeuwarden 11 april 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3075.
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271096039
zaaknummer: 11836084 BU VERZ 25-1917
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 18 juni 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R587B – ‘een bromfiets plaatsen waar dat niet mag (bord E3, verbod (brom)fietsen te plaatsen)’, verricht op 11 december 2024, om 13:33 uur, op de Sophialaan in Leeuwarden, met een tweewielige bromfiets, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 89,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 18 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. P. Belopavlovic aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten
2. Betrokkene betwist de aanwezigheid van de bebording. Hij stelt dat de verklaring van de verbalisant onvoldoende is en wil bewijs zien van het bord.
3. De vertegenwoordiger stelt dat het beroep ongegrond is.
Overwegingen
4. Betrokkene betwist de bebording. In de jurisprudentie is bepaald dat als de verbalisant ter plaatse was, ervan uitgegaan mag worden dat die de bebording heeft gecontroleerd. Dit kan anders zijn in het geval van zonebebording, zoals hier het geval is. Betrokkene heeft zijn rijroute echter niet kenbaar gemaakt, zodat de bebording niet gecontroleerd kan worden, waardoor de verklaring van de verbalisant als uitgangspunt geldt.
5. De kantonrechter heeft de pleeglocatie bezocht en geconstateerd dat vanaf de plek waar betrokkenes bromfiets stond, het bord dat het einde van de parkeerverbodszone aangeeft zichtbaar is. Als betrokkene goed had gekeken, zoals van weggebruikers wordt verwacht, had hij kunnen zien dat hij zich in de zone bevond. De foto die de kantonrechter heeft gemaakt, zit achter dit proces-verbaal gevoegd.
6. De verkeersovertreding wordt vastgesteld. Betrokkene heeft geen omstandigheden aangevoerd die leiden tot aanpassing van de boete. Het beroep is ongegrond.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
De foto van de locatie, met het bord aan de linkerzijde.
Hof Arnhem-Leeuwarden 11 april 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3075.