Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2026:3404

2026-07-02 Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht 12004616 BU VERZ 25-2509
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2026-07-02
Publicatiedatum
2026-08-12
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12004616 BU VERZ 25-2509
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wahv, 'parkeren met een ander doel dan op het bord is aangegeven'. Ongegrond beroep. Geen reden voor twijfel aan zaakoverzicht. Verzoek dwangsom afgewezen. In administratief beroep is verzocht om termijn voor aanvullen van beroepsgronden. Bieden van die termijn heeft beslistermijn opgeschort tot aanvulling gronden op hoorzitting. Ingebrekestelling daarom prematuur.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.835 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden


Bestuursrecht



beschikkingsnummer: 271475303
zaaknummer: 12004616 BU VERZ 25-2509




uitspraak van de kantonrechter van 2 juli 2026


in de zaak van





[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats],
gemachtigde: Verkeersboete.nl.




Inleiding


1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘parkeren met een ander doel dan op het bord is aangegeven’, verricht op 4 januari 2025, om 16:31 uur, op de Sixmastraat in Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).



1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.



1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 18 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. P. Belopavlovic aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie.




Beoordeling door de kantonrechter
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en wijst het verzoek om een dwangsom af. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.



Over de overtreding



3. Betrokkene betwist de gedraging, de bevoegdheid van de verbalisant en de wettigheid van de bewijsmiddelen.

4. De kantonrechter overweegt dat de enkele ontkenning uit het pro forma-beroepschrift onvoldoende is om te twijfelen aan de gegevens in het zaakoverzicht. De gedraging staat vast en de kantonrechter ziet geen reden voor aanpassing van de boete.




Over de dwangsom



5. Betrokkene stelt dat de officier van justitie een dwangsom heeft verbeurd. Op 9 september 2025 heeft hij een ingebrekestelling verstuurd. De beslissing moet worden geacht te zijn verzonden op 14 oktober 2025, de zevende dag na de dagtekening van de beslissing. Betrokkene schrijft dat er geen sprake was van verzuim in het administratief beroepschrift en dat al bij het instellen van het beroep gronden zijn ingediend, waardoor de beslistermijn niet is opgeschort.

6. De vertegenwoordiger stelt dat de beslistermijn is opgeschort tussen 6 augustus 2025 en de hoorzitting, waardoor de ingebrekestelling prematuur is geweest en geen dwangsom is verbeurd.

7. De vraag die voorligt is of de beslistermijn is opgeschort en of de ingebrekestelling prematuur was. Daarbij is als eerste van belang dat het dossier twee ingebrekestellingen bevat. De eerste ingebrekestelling, die door betrokkene zelf is opgemaakt, is door de CVOM ontvangen op 17 september 2025. Bij de aanvullende beroepsgronden heeft de gemachtigde een door haar opgemaakte ingebrekestelling van 9 september 2025 gevoegd, die volgens het verzendbewijs van postvervoerder [website] op 10 september 2025 aangetekend verzonden zou zijn. De vertegenwoordiger betwist echter de ontvangst van die ingebrekestelling. De aanvullende beroepsgronden bevatten wel een bewijs van verzending, maar geen bewijs van ontvangst. Daarom neemt de kantonrechter aan dat de ingebrekestelling van 9 september 2025 de CVOM niet heeft bereikt en neemt hij de ingebrekestelling van 17 september 2025 als uitgangspunt.

8. De officier van justitie moet binnen zestien weken een beslissing nemen op het administratief beroep. Hij kan deze termijn één keer met tien weken verlengen. Het beroepschrift moest uiterlijk op 7 maart 2025 zijn ingediend. De beslistermijn is aangevangen op 8 maart 2025 en liep tot en met 28 juni 2025. Op 19 juni 2025 is de beslistermijn verlengd. Hiermee werd de uiterste beslisdatum 6 september 2025.


8.1.

De kantonrechter constateert dat in het administratief beroepschrift is verzocht om een termijn voor het aanvullen van de gronden. Op 6 augustus 2025 heeft de officier van justitie hiervoor een termijn van vier weken geboden, wat de beslistermijn heeft opgeschort. Dit is ongeacht of bij het administratief beroep al beroepsgronden waren aangevoerd. Op de hoorzitting van 1 september 2025 zijn de beroepsgronden aangevuld, waarmee de opschorting is geëindigd. De opschorting heeft geduurd van 7 augustus 2025 tot en met 31 augustus 2025. Dit betekent dat de beslistermijn is verlengd met 25 dagen, van 6 september 2025 naar 1 oktober 2025. De ingebrekestelling van 19 september 2025 was daarmee prematuur, dus heeft de officier van justitie geen dwangsom verbeurd.

Conclusie




9. De kantonrechter concludeert dat het beroep ongegrond is. Daarom zal hij het verzoek om proceskostenvergoeding afwijzen. Ook zal hij het verzoek om een dwangsom afwijzen.





Beslissing


De kantonrechter:




verklaart het beroep ongegrond;


wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af;


wijst het verzoek om een dwangsom af.


Deze uitspraak is gedaan door mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter, in aanwezigheid van D.W. Veenstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2026.



griffier kantonrechter
















Afschrift verzonden aan partijen op:





Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.


Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.



De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.



Artikel 7:24, eerste en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


Hof Arnhem-Leeuwarden 13 februari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:855.


Artikel 7:24, derde lid, van de Awb.