Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2026:3401

2026-07-27 Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht 12093530 BU VERZ 26-201
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2026-07-27
Publicatiedatum
2026-08-12
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak
Zaaknummer
12093530 BU VERZ 26-201
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

R545 – ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’. Ongegrond beroep. Artikel 5 Wahv. Terecht op kenteken bekeurd, staandehouding niet mogelijk omdat verbalisant op uitvoegstrook reed en door verkeerssituatie betrokkene niet meer kon volgen. Geen reden voor twijfel aan zaakoverzicht.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.462 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen


Bestuursrecht



beschikkingsnummer: 271704083
zaaknummer: 12093530 BU VERZ 26-201




proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 27 juli 2026


in de zaak van





[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: Appjection B.V..




Inleiding


1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R545 – ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 29 januari 2025, om 10:08 uur, op de Plataanlaan (N370) in Groningen, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 429,00 (inclusief administratiekosten).



1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.



1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 27 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. R. Huisjes aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie.



1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.




Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en legt hierna uit waarom dat het geval is.



Standpunten



3. Betrokkene betwist dat hij een mobiele telefoon heeft vastgehouden en stelt dat hij in strijd met artikel 5 van de Wahv niet staande is gehouden. De verbalisant verklaart in het zaakoverzicht dat hij onbelemmerd zicht heeft gehad in het voertuig. Daarom moet hij volgens betrokkene gedurende een zekere tijd in staat zijn geweest om waarnemingen te verrichten. Gelet op de duur van de waarneming, had de verbalisant genoeg gelegenheid om tijdig te beseffen dat hij zijn route moest wijzigen, stelt betrokkene. Er wordt verzocht om proceskostenvergoeding.

4. De vertegenwoordiger vindt dat de overtreding vaststaat op basis van het zaakoverzicht en stelt onder verwijzing naar het aanvullend proces-verbaal en jurisprudentie dat terecht op kenteken is bekeurd.



Overwegingen



5. In principe houdt de ambtenaar de bestuurder staande op het moment dat een verkeersovertreding wordt vastgesteld. Dit is alleen anders als er geen reële mogelijkheid is om betrokkene staande te houden en zijn identiteit te controleren. Dan mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.


5.1.
De verbalisant geeft in het zaakoverzicht aan dat betrokkene niet staande is gehouden omdat hij tijdens de waarneming op de uitvoegstrook richting Drachten reed, terwijl betrokkene op de rijstrook richting Aduard reed. De verbalisant had geen tijd meer om op deugdelijke wijze van rijrichting te veranderen.



5.2.
In een op ambtsbelofte opgemaakt aanvullend proces-verbaal verklaart de verbalisant dat hij op rijstrook 3 reed, terwijl in rijstrook 1 het voertuig van betrokkene hem met hogere snelheid naderde. Toen het voertuig hem passeerde, zag de verbalisant de bestuurder omlaag kijken naar en handelingen verrichten op wat hij herkende als een mobiele telefoon, die de bestuurder in de rechterhand ter hoogte van het stuur vasthield. Tussen de waarneming en de afrit zat ongeveer 100 meter, terwijl de verbalisant bij 70 kilometer per uur ongeveer 20 meter per seconde aflegde. Zowel op rijstrook 2 als achter betrokkene op rijstrook 1 reed verkeer. Om gevaar voor derden te voorkomen door de weinige ruimte, koos de verbalisant ervoor om het kenteken op te schrijven.



5.3.
De kantonrechter overweegt dat de verbalisant de verkeerssituatie voldoende heeft toegelicht, om aan te nemen dat geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. In dit geval mocht op kenteken worden bekeurd.

6. In de enkele ontkenning van de overtreding ziet de kantonrechter geen reden om te twijfelen aan de duidelijke verklaringen in het zaakoverzicht en het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal. De overtreding wordt vastgesteld.

7. De kantonrechter ziet geen reden voor matiging van de boete. Het beroep is ongegrond en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.




Conclusie


De kantonrechter:




verklaart het beroep ongegrond;


wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.





Waarvan proces-verbaal,








D.W. Veenstra, griffier mr. T.F. Bruinenberg, kantonrechter


















Afschrift verzonden aan partijen op:





Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.


Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.



De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.



De vertegenwoordiger verwijst naar het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 21 april 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:3941.


Artikel 5 van de Wahv.


Zie naast het door de vertegenwoordiger aangehaalde arrest, o.m. hof Arnhem-Leeuwarden 13 januari 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:307 en 20 januari 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:522.