Rechtbank Noord-Nederland
ECLI:NL:RBNNE:2026:3397
2026-08-12
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
C/18/258199
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Gemeente Groningen vordert in kort geding ontruiming van de krakers in de voormalige jeugdsynagoge aan de Folkingedwarsstraat in Groningen. De voorzieningenrechter wijst de vordering toe.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (13.349 tekens)
RECHTBANK Noord-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: C/18/258199 / KG ZA 26-294
Vonnis in kort geding van 12 augustus 2026
in de zaak van
DE GEMEENTE GRONINGEN,
te Groningen,
eisende partij,
hierna te noemen: de gemeente
advocaat: mr. E.E. van der Kamp,
tegen
1 [gedaagde sub 1] ,
te [woonplaats] ,2. [gedaagde sub 2],
te [woonplaats] ,3. [gedaagde sub 3],
te [woonplaats] ,4. [gedaagde sub 4],
te [woonplaats] ,advocaat bovengenoemde gedaagden: mr. J. van Lunen,5. HEN DIE VERBLIJVEN IN OF GEBRUIKMAKEN VAN DE ONROERENDE ZAAK AAN DE FOLKINGEDWARSSTRAAT [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] EN [nummer 5] TE GRONINGEN,
te Groningen,niet verschenen,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: de krakers.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de mondelinge behandeling van 29 juli 2026- de pleitnota van de gemeente.
2De feiten
2.1.
De gemeente is eigenaar van het pand aan de Folkingedwarsstraat [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] en [nummer 5] in Groningen (kadastraal bekend Gemeente Groningen, [sectie] , [nummer 6] ). Het pand staat bekend als de voormalige jeugdsynagoge en wordt ook de jeugdsjoel genoemd. De gemeente had het pand op 2 mei 2023 verkocht aan een vastgoedbedrijf, voor de realisatie van woningen. Kort daarna ontstond er echter een geschil over de verkoop van het pand, waarna de koopovereenkomst werd ontbonden. Op 2 november 2023 werd de gemeente daarom opnieuw eigenaar van het pand. Rond dat tijdstip werd het pand gekraakt.
2.2.
Vervolgens zijn de gemeente en de krakers in overleg getreden over een bruikleenovereenkomst, maar die is niet tot stand gekomen. De gemeente heeft daarop aan de krakers bevestigd dat hun verblijf in het pand wordt gedoogd, totdat de gemeente een nieuwe, duurzame invulling van het pand heeft gevonden.
2.3.
Inmiddels heeft de gemeente het pand herbestemd en de krakers verzocht het pand te ontruimen. De gemeente wil het pand zelf gebruiken als trainings- en opleidingslocatie. Daarom heeft de gemeente de krakers verzocht om uiterlijk 8 juni 2026 het pand te verlaten. De krakers hebben daar geen gevolg aan gegeven.
3Het geschil
3.1.
De gemeente vordert het volgende:
I. De krakers te gelasten om binnen één week na betekening van het te wijzen vonnis, althans binnen een nader door de voorzieningenrechter te bepalen korte termijn, tot ontruiming over te gaan van het door gedaagden in gebruik gehouden Jeugdsynagoge aan de Folkingedwarsstraat [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] en [nummer 5] te Groningen, met medeneming van alle personen en zaken die zich door of vanwege gedaagden in of bij de onroerende zaak bevinden, teneinde voormelde onroerende zaak geheel leeg en bezemschoon ter vrije beschikking van eiseres te stellen en te bepalen dat deze veroordeling binnen de in artikel 557a lid 3 Rv. genoemde termijn van een jaar ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer zich dat voordoet;
II. de krakers te veroordelen in de kosten van het geding, te vermeerderen met de nakosten, alsook te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf veertien dagen na het wijzen van het vonnis.
3.2.
De krakers voeren verweer. De krakers concluderen tot niet-ontvankelijkheid van de gemeente, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de gemeente, met veroordeling van de gemeente in de kosten van deze procedure.
4De beoordeling
Verstek
4.1.
De voorzieningenrechter zal verstek verlenen op grond van artikel 140 Rv. tegen de niet verschenen gedaagden sub 5.
Spoedeisend belang
4.2.
Het verweer van de krakers dat de gemeente geen spoedeisend belang heeft bij de ingebruikname van het pand wordt verworpen omdat de gevraagde voorziening erop gericht is een voortdurende schadeveroorzakende inbreuk op een subjectief recht van de gemeente te beëindigen.
Inhoudelijke beoordeling van de vordering
4.3.
De krakers hebben niet betwist dat zij zonder recht of titel in het pand verblijven. Gelet daarop is het verblijf van de krakers in het pand dan ook onrechtmatig, zodat de gevorderde ontruiming jegens hen in beginsel voor toewijzing vatbaar is. Dat zou alleen anders zijn wanneer sprake zou zijn van misbruik van bevoegdheid, in die zin dat de gemeente, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen haar belang bij de uitoefening van haar eigendomsrecht en het belang van de krakers dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen (art. 3:13 BW).
4.4.
Daartoe hebben de krakers aangevoerd dat zij niet over andere woonruimte (kunnen) beschikken en dat het pand fungeert als culturele ‘broedplaats’ en ‘safe space’ voor de bewoners die elders het risico lopen te worden gediscrimineerd. Volgens de krakers zijn de plannen die de gemeente ter onderbouwing van haar vordering tot ontruiming stelt weinig concreet, zodat gevreesd moet worden dat het pand na een ontruiming langere tijd leeg zal staan. Bovendien past de bestemming die de gemeente aan het pand wil geven volgens de krakers niet bij de historische waarde van de jeugdsynagoge. Daarnaast stellen de krakers dat de gemeente niet aantoont dat zij haar plannen niet in een andere geschikte locatie zou kunnen verwezenlijken.
4.5.
De gemeente heeft aangevoerd het pand op zo kort mogelijke termijn te willen gaan gebruiken als trainings- en opleidingslocatie voor haar directie Veiligheid, afdeling Openbare Orde en Veiligheid. Gelet op de overgelegde stukken en het verhandelde tijdens de zitting acht de voorzieningenrechter die plannen voldoende serieus, concreet en op korte termijn uitvoerbaar. De gemeente heeft tijdens de zitting toegezegd dat zij, als de vordering tot ontruiming zou worden toegewezen, direct na de zomervakantie zal beginnen met de werkzaamheden die nodig zijn om het opleidings- en trainingscentrum te realiseren. Daarop hebben de krakers weliswaar gespeculeerd over de mogelijkheid dat die toezegging niet zal worden nagekomen, maar geen concrete feiten aangevoerd die die vrees zou kunnen rechtvaardigen.
4.6.
Anders dan in de stellingen van de krakers besloten ligt, ligt niet ter afweging voor of de belangen van de gemeente groter zijn dat die van hun, maar of de gemeente in redelijkheid haar eigendomsrecht kan uitoefenen. Het uitgangspunt daarbij is dat het een eigenaar van een pand vrijstaat om dat, met uitsluiting van derden, te gebruiken (art. 5:1 lid 2 BW). Gelet op de bedoeling die de gemeente met haar pand heeft, maakt zij geen misbruik van die bevoegdheid, hoe respectabel de door de krakers daartegenover gestelde belangen ook mogen zijn.
4.7.
Vanwege de sterke wettelijke positie die een eigenaar heeft, hoeft de gemeente in deze procedure niet te verantwoorden of er geen andere geschikte locaties voor de realisatie van haar plannen beschikbaar zijn. Die afweging dient plaats te vinden in het bestuurlijke/politieke traject. Datzelfde geldt voor de vraag of de bestemming die de gemeente (voorlopig) aan het pand wil geven recht doet aan de historie van het pand. Het is niet aan de rechter om de doelmatigheid van bestuurlijke en politieke keuzes te toetsen.
De conclusie
4.8.
De vordering zal worden toegewezen, met dien verstande dat de termijn voor ontruiming zal worden bepaald op 30 dagen na betekening van dit vonnis.
4.9.
Anders dan namens de krakers is betoogd, maakt het feit dat de gemeente het voornemen heeft geuit om zo spoedig mogelijk met de werkzaamheden in het pand te beginnen niet dat zij er geen belang bij heeft dat de veroordeling tot ontruiming binnen de in artikel 557a lid 3 Rv. genoemde termijn van een jaar ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer zich dat voordoet. Ook als de gemeente daar werkzaamheden laat verrichten, zou het pand immers weer kunnen worden gekraakt.
De proceskosten
4.10.
De krakers zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de gemeente worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
156,26
- griffierecht
€
735,00
- salaris advocaat
€
760,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.840,26
4.9.
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen voor zover een ander nog niet heeft betaald.
5De beslissing
De voorzieningenrechter:
5.1.
veroordeelt de krakers om binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis het pand aan Folkingedwarsstraat [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] en [nummer 5] in Groningen te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van de gemeente zijn, en de sleutels af te geven aan de gemeente,
5.2.
bepaalt dat deze veroordeling binnen de termijn van een jaar ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet (artikel 557a lid 3 Rv),
5.3.
veroordeelt de krakers hoofdelijk in de proceskosten van de gemeente van € 1.840,26, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als de krakers niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Duinkerken en in het openbaar uitgesproken door mr. M. Griffioen op 12 augustus 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
coll: js (319)
Civiel recht
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: C/18/258199 / KG ZA 26-294
Vonnis in kort geding van 12 augustus 2026
in de zaak van
DE GEMEENTE GRONINGEN,
te Groningen,
eisende partij,
hierna te noemen: de gemeente
advocaat: mr. E.E. van der Kamp,
tegen
1 [gedaagde sub 1] ,
te [woonplaats] ,2. [gedaagde sub 2],
te [woonplaats] ,3. [gedaagde sub 3],
te [woonplaats] ,4. [gedaagde sub 4],
te [woonplaats] ,advocaat bovengenoemde gedaagden: mr. J. van Lunen,5. HEN DIE VERBLIJVEN IN OF GEBRUIKMAKEN VAN DE ONROERENDE ZAAK AAN DE FOLKINGEDWARSSTRAAT [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] EN [nummer 5] TE GRONINGEN,
te Groningen,niet verschenen,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: de krakers.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de mondelinge behandeling van 29 juli 2026- de pleitnota van de gemeente.
2De feiten
2.1.
De gemeente is eigenaar van het pand aan de Folkingedwarsstraat [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] en [nummer 5] in Groningen (kadastraal bekend Gemeente Groningen, [sectie] , [nummer 6] ). Het pand staat bekend als de voormalige jeugdsynagoge en wordt ook de jeugdsjoel genoemd. De gemeente had het pand op 2 mei 2023 verkocht aan een vastgoedbedrijf, voor de realisatie van woningen. Kort daarna ontstond er echter een geschil over de verkoop van het pand, waarna de koopovereenkomst werd ontbonden. Op 2 november 2023 werd de gemeente daarom opnieuw eigenaar van het pand. Rond dat tijdstip werd het pand gekraakt.
2.2.
Vervolgens zijn de gemeente en de krakers in overleg getreden over een bruikleenovereenkomst, maar die is niet tot stand gekomen. De gemeente heeft daarop aan de krakers bevestigd dat hun verblijf in het pand wordt gedoogd, totdat de gemeente een nieuwe, duurzame invulling van het pand heeft gevonden.
2.3.
Inmiddels heeft de gemeente het pand herbestemd en de krakers verzocht het pand te ontruimen. De gemeente wil het pand zelf gebruiken als trainings- en opleidingslocatie. Daarom heeft de gemeente de krakers verzocht om uiterlijk 8 juni 2026 het pand te verlaten. De krakers hebben daar geen gevolg aan gegeven.
3Het geschil
3.1.
De gemeente vordert het volgende:
I. De krakers te gelasten om binnen één week na betekening van het te wijzen vonnis, althans binnen een nader door de voorzieningenrechter te bepalen korte termijn, tot ontruiming over te gaan van het door gedaagden in gebruik gehouden Jeugdsynagoge aan de Folkingedwarsstraat [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] en [nummer 5] te Groningen, met medeneming van alle personen en zaken die zich door of vanwege gedaagden in of bij de onroerende zaak bevinden, teneinde voormelde onroerende zaak geheel leeg en bezemschoon ter vrije beschikking van eiseres te stellen en te bepalen dat deze veroordeling binnen de in artikel 557a lid 3 Rv. genoemde termijn van een jaar ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer zich dat voordoet;
II. de krakers te veroordelen in de kosten van het geding, te vermeerderen met de nakosten, alsook te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf veertien dagen na het wijzen van het vonnis.
3.2.
De krakers voeren verweer. De krakers concluderen tot niet-ontvankelijkheid van de gemeente, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de gemeente, met veroordeling van de gemeente in de kosten van deze procedure.
4De beoordeling
Verstek
4.1.
De voorzieningenrechter zal verstek verlenen op grond van artikel 140 Rv. tegen de niet verschenen gedaagden sub 5.
Spoedeisend belang
4.2.
Het verweer van de krakers dat de gemeente geen spoedeisend belang heeft bij de ingebruikname van het pand wordt verworpen omdat de gevraagde voorziening erop gericht is een voortdurende schadeveroorzakende inbreuk op een subjectief recht van de gemeente te beëindigen.
Inhoudelijke beoordeling van de vordering
4.3.
De krakers hebben niet betwist dat zij zonder recht of titel in het pand verblijven. Gelet daarop is het verblijf van de krakers in het pand dan ook onrechtmatig, zodat de gevorderde ontruiming jegens hen in beginsel voor toewijzing vatbaar is. Dat zou alleen anders zijn wanneer sprake zou zijn van misbruik van bevoegdheid, in die zin dat de gemeente, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen haar belang bij de uitoefening van haar eigendomsrecht en het belang van de krakers dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen (art. 3:13 BW).
4.4.
Daartoe hebben de krakers aangevoerd dat zij niet over andere woonruimte (kunnen) beschikken en dat het pand fungeert als culturele ‘broedplaats’ en ‘safe space’ voor de bewoners die elders het risico lopen te worden gediscrimineerd. Volgens de krakers zijn de plannen die de gemeente ter onderbouwing van haar vordering tot ontruiming stelt weinig concreet, zodat gevreesd moet worden dat het pand na een ontruiming langere tijd leeg zal staan. Bovendien past de bestemming die de gemeente aan het pand wil geven volgens de krakers niet bij de historische waarde van de jeugdsynagoge. Daarnaast stellen de krakers dat de gemeente niet aantoont dat zij haar plannen niet in een andere geschikte locatie zou kunnen verwezenlijken.
4.5.
De gemeente heeft aangevoerd het pand op zo kort mogelijke termijn te willen gaan gebruiken als trainings- en opleidingslocatie voor haar directie Veiligheid, afdeling Openbare Orde en Veiligheid. Gelet op de overgelegde stukken en het verhandelde tijdens de zitting acht de voorzieningenrechter die plannen voldoende serieus, concreet en op korte termijn uitvoerbaar. De gemeente heeft tijdens de zitting toegezegd dat zij, als de vordering tot ontruiming zou worden toegewezen, direct na de zomervakantie zal beginnen met de werkzaamheden die nodig zijn om het opleidings- en trainingscentrum te realiseren. Daarop hebben de krakers weliswaar gespeculeerd over de mogelijkheid dat die toezegging niet zal worden nagekomen, maar geen concrete feiten aangevoerd die die vrees zou kunnen rechtvaardigen.
4.6.
Anders dan in de stellingen van de krakers besloten ligt, ligt niet ter afweging voor of de belangen van de gemeente groter zijn dat die van hun, maar of de gemeente in redelijkheid haar eigendomsrecht kan uitoefenen. Het uitgangspunt daarbij is dat het een eigenaar van een pand vrijstaat om dat, met uitsluiting van derden, te gebruiken (art. 5:1 lid 2 BW). Gelet op de bedoeling die de gemeente met haar pand heeft, maakt zij geen misbruik van die bevoegdheid, hoe respectabel de door de krakers daartegenover gestelde belangen ook mogen zijn.
4.7.
Vanwege de sterke wettelijke positie die een eigenaar heeft, hoeft de gemeente in deze procedure niet te verantwoorden of er geen andere geschikte locaties voor de realisatie van haar plannen beschikbaar zijn. Die afweging dient plaats te vinden in het bestuurlijke/politieke traject. Datzelfde geldt voor de vraag of de bestemming die de gemeente (voorlopig) aan het pand wil geven recht doet aan de historie van het pand. Het is niet aan de rechter om de doelmatigheid van bestuurlijke en politieke keuzes te toetsen.
De conclusie
4.8.
De vordering zal worden toegewezen, met dien verstande dat de termijn voor ontruiming zal worden bepaald op 30 dagen na betekening van dit vonnis.
4.9.
Anders dan namens de krakers is betoogd, maakt het feit dat de gemeente het voornemen heeft geuit om zo spoedig mogelijk met de werkzaamheden in het pand te beginnen niet dat zij er geen belang bij heeft dat de veroordeling tot ontruiming binnen de in artikel 557a lid 3 Rv. genoemde termijn van een jaar ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer zich dat voordoet. Ook als de gemeente daar werkzaamheden laat verrichten, zou het pand immers weer kunnen worden gekraakt.
De proceskosten
4.10.
De krakers zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de gemeente worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
156,26
- griffierecht
€
735,00
- salaris advocaat
€
760,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.840,26
4.9.
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen voor zover een ander nog niet heeft betaald.
5De beslissing
De voorzieningenrechter:
5.1.
veroordeelt de krakers om binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis het pand aan Folkingedwarsstraat [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] en [nummer 5] in Groningen te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van de gemeente zijn, en de sleutels af te geven aan de gemeente,
5.2.
bepaalt dat deze veroordeling binnen de termijn van een jaar ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet (artikel 557a lid 3 Rv),
5.3.
veroordeelt de krakers hoofdelijk in de proceskosten van de gemeente van € 1.840,26, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als de krakers niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Duinkerken en in het openbaar uitgesproken door mr. M. Griffioen op 12 augustus 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
coll: js (319)