Rechtbank Noord-Nederland
ECLI:NL:RBNNE:2026:3361
Inhoudsindicatie
Wahv. R550A – ‘een geslotenverklaring die voor beide richtingen geldt negeren (bord C1)’. Ongegrond beroep. Beroep op artikel 5 Wahv. De verbalisant geeft in het aanvullend proces-verbaal aan dat betrokkene niet is staande gehouden omdat veel bestuurders de geslotenverklaring negeerden. Omdat er ook uitzonderingen op de geslotenverklaring golden, hebben de verbalisanten ervoor gekozen om kentekens te noteren, die te controleren op overtredingen en vervolgens eventueel te beboeten. Naar oordeel van de kantonrechter mocht de verbalisant onder deze omstandigheden op kenteken bekeuren. Op basis van het dossier staat vast dat een geslotenverklaring gold en de verbalisant was ter plaatse, dus mag worden uitgegaan van de juistheid van de bebording. De kantonrechter is bekend met de verschillende standpunten in het land ten aanzien van de verhoging van de verkeersboetes per 1 maart 2024. Hij overweegt dat het enkele feit dat de boetes zijn verhoogd, niet maakt dat deze boetes dan generiek onevenredig zijn. Dat de red
Citeert (7)
- ECLI:NL:GHARL:2017:7648 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-09-2017
- ECLI:NL:GHARL:2022:203 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13-01-2022
- ECLI:NL:RBMNE:2026:3707 Rechtbank Midden-Nederland 30-06-2026
- ECLI:NL:RBMNE:2026:3889 Rechtbank Midden-Nederland 01-07-2026
- ECLI:NL:GHARL:2021:85 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 06-01-2021
- ECLI:NL:GHARL:2025:7506 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26-11-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:4719 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31-07-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (9.889 tekens)
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 273551014
zaaknummer: 12064738 BU VERZ 26-125
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 27 juli 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: Verkeersboete.nl.
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R550A – ‘een geslotenverklaring die voor beide richtingen geldt negeren (bord C1)’, verricht op 2 mei 2025, om 08:02 uur, op de Eendrachtsweg in Muntendam, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 27 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: mr. O. van der Meer namens de gemachtigde en mr. R. Huisjes als vertegenwoordiger van de officier van justitie.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en legt hierna uit waarom dat het geval is.
Standpunten
3. In het pro-formaberoepschrift betwist betrokkene de overtreding, de bevoegdheid van de verbalisant en de wettigheid van de bewijsmiddelen. Er wordt verzocht om proceskostenvergoeding.
3.1.
Op de zitting licht de gemachtigde de die ochtend ingediende aanvullende beroepsgronden toe. Volgens hem is de locatie op de inleidende beschikking onvoldoende individualiseerbaar. De Eendrachtsweg is namelijk twee kilometer lang en kan van twee kanten worden ingereden. Zonder staande houding en foto van de overtreding, kan betrokkene zich onvoldoende verweren.
3.2.
Over de bebording merkt de gemachtigde op dat op Google Maps geen afbeeldingen te vinden zijn van binnen zes maanden voor en na de overtreding. Wel is op een van de afbeeldingen zichtbaar dat er tijdelijke bebording heeft gestaan en dat er een geslotenverklaring voor alle verkeer is geweest. Er is dus iets aan de hand geweest met de bebording, maar het is onduidelijk wat er heeft gespeeld.
3.3.
Verder is volgens de gemachtigde ten onrechte af gezien van een staande houding. De verklaring van de verbalisant is summier. Hij stelt geen kans te hebben gehad om de bestuurder een stopteken te geven, maar volgens de gemachtigde is dat een conclusie en geen schets van de feiten en omstandigheden op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat geen reële mogelijkheid tot staande houding bestond. De officier van justitie heeft verzocht om een aanvullend proces-verbaal, dat volgens de gemachtigde niet is aangeleverd.
3.4.
Tot slot voert de gemachtigde aan dat de verhoging van de verkeersboetes in maart 2024 onevenredig is geweest volgens de rechtbank Midden-Nederland. De verhoging van de boetes is naar mening van de gemachtigde per definitie onevenredig en daarnaast draagt de verhoging niet bij aan het doel van het boetestelsel, namelijk het ontmoedigen van slecht verkeersgedrag. Nu worden boetes verhoogd om de rijksbegroting te dekken. Volgens het Rapport boetestelsel in balans zouden de verkeersboetes in Nederland juist met een derde verlaagd moeten worden.
4. De vertegenwoordiger stelt dat de verkeersovertreding vaststaat op basis van het zaakoverzicht. Over de individualiseerbaarheid merkt hij op dat het een kleine buitenweg tussen weilanden betreft. Dat, samen met de datum en het tijdstip, zou het voor betrokkene en de gemachtigde duidelijk moeten maken waarop de beschikking ziet. De geslotenverklaring gold voor beide kanten. Aan de foto in het dossier is te zien dat het de ingang vanaf Tussenklappen, rijdend richting Korteakkers, moet zijn geweest.
4.1.
Over de bebording zegt de vertegenwoordiger dat de verbalisant fysiek aanwezig was, waardoor volgens het hof mag worden uitgegaan van de juistheid van de bebording.
4.2.
In het dossier van de vertegenwoordiger zit een aanvullend proces-verbaal over het niet-staande houden. Er deden zich meerdere overtredingen voor. Uit het oogpunt van effectiviteit mag volgens het hof worden gekozen voor het bekeuren op kenteken.
4.3.
Tot slot stelt de vertegenwoordiger dat de officier van justitie in Mulderzaken niet dezelfde bevoegdheid heeft als in strafzaken om zelf een standpunt over de hoogte van de boete in te nemen. De hoogte van de boete wordt door de minister vastgesteld en alleen in concrete gevallen mag op grond van de wet worden afgeweken van dat bedrag. De vertegenwoordiger blijft bij het standpunt van het gerechtshof in dezen. Overigens heeft de rechtbank Gelderland dat standpunt ook gevolgd.
Overwegingen
Mocht op kenteken worden bekeurd?
5. In principe houdt de ambtenaar de bestuurder staande op het moment dat een verkeersovertreding wordt vastgesteld. Dit is alleen anders als er geen reële mogelijkheid is om betrokkene staande te houden en zijn identiteit te controleren. Dan mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.
5.1.
De verbalisant geeft in het aanvullend proces-verbaal, dat in het dossier zit, aan dat betrokkene niet is staande gehouden omdat veel bestuurders de geslotenverklaring negeerden. Omdat er ook uitzonderingen op de geslotenverklaring golden, hebben de verbalisanten ervoor gekozen om kentekens te noteren, die te controleren op overtredingen en vervolgens eventueel te beboeten. Naar oordeel van de kantonrechter mocht de verbalisant onder deze omstandigheden op kenteken bekeuren, onder verwijzing naar de door de vertegenwoordiger aangehaalde jurisprudentie.
Kan de verkeersovertreding worden vastgesteld?
6. De enkele, niet-onderbouwde betwisting van de gedraging, de bevoegdheid van de verbalisant en de wettigheid van de gebruikte bewijsmiddelen in het pro-formaberoepschrift, is naar oordeel van de kantonrechter onvoldoende om te leiden tot twijfel aan de gegevens in het zaakoverzicht.
7. De kantonrechter overweegt dat op basis van het dossier duidelijk is waar de overtreding is geconstateerd en dat daar een geslotenverklaring gold. De verbalisant was ter plaatse, dus mag worden uitgegaan van de juistheid van de bebording. De verkeersovertreding wordt vastgesteld.
Is de verhoging van de boetes onevenredig geweest?
8. De kantonrechter is bekend met de verschillende standpunten in het land ten aanzien van de verhoging van de verkeersboetes per 1 maart 2024. Hij overweegt dat het enkele feit dat de boetes zijn verhoogd, niet maakt dat deze boetes dan generiek onevenredig zijn. Dat de reden voor de verhoging mogelijk niet deugdelijk is, maakt dit niet anders. De gemachtigde heeft geen feiten en omstandigheden aangevoerd waardoor de kantonrechter reden ziet om in deze zaak af te wijken van de jurisprudentie van het hof Arnhem-Leeuwarden.
Conclusie
De kantonrechter:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. T.F. Bruinenberg, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
De gemachtigde verwijst hierbij naar de arresten van het hof Arnhem-Leeuwarden van 1 september 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:7648 en 13 januari 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:203.
Rb. Midden-Nederland 30 juni 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3707, 2026:3708 en 1 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3889.
Hof Arnhem-Leeuwarden 6 januari 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:85.
Hof Arnhem-Leeuwarden 26 november 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:7506.
Artikel 9, tweede lid, van de Wahv.
Hof Arnhem-Leeuwarden 31 juli 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:4719.
Artikel 5 van de Wahv.