Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2026:3359

2026-08-06 Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht 12072061 BU VERZ 26-141
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2026-08-06
Publicatiedatum
2026-08-10
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12072061 BU VERZ 26-141
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wahv. VA011 – ‘11 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom’. Gegrond beroep. De kantonrechter overweegt dat het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 8 december 2025 niet opgaat in deze zaak. Het betreft daar een snelheidsovertreding waarbij de geldende maximumsnelheid niet wordt aangegeven door een H1-bord (aan het begin van de bebouwde kom), maar door een A1-bord. Voor de vaststelling van de snelheidsovertreding is dan alleen van belang of het A1-bord deugdelijk geplaatst was, wat in het arrest is gebeurd met schouwrapporten. De vermelding in het zaakoverzicht dat de gedraging binnen de bebouwde kom is verricht, is vervolgens voldoende om de geconstateerde snelheidsovertreding onder de gebruikte feitcode te laten vallen. De geldende maximumsnelheid is in deze zaak niet aangegeven door bord A1, maar door bord H1. Zonder vaststelling dat de H1-bebording in orde was, kan in dit geval daarom niet worden vastgesteld of een snelheidsovertreding is begaan, los van de vraag onder welke feitcode de gedraging valt. Vanwege de grote afstand tussen bord en pleeglocatie kan er niet van uit worden gegaan dat de verbalisant de bebording heeft gecontroleerd. Er zijn geen stukken ingebracht waaruit dit blijkt. Daarom staat niet vast dat betrokkene een bord H1 is gepasseerd, waardoor niet kan worden vastgesteld dat hij een snelheidsovertreding heeft begaan.

Citeert (5)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.311 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen


Bestuursrecht



beschikkingsnummer: 273559693
zaaknummer: 12072061 BU VERZ 26-141




uitspraak van de kantonrechter van 6 augustus 2026


in de zaak van





[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats],
gemachtigde: Verkeersboete.nl.




Inleiding


1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: VA011 – ‘11 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom’, verricht op 25 april 2025, om 11:50 uur, in de K.J. de Vriezestraat, ter hoogte van perceel [perceelnummer], in Wildervank, met een bedrijfsauto (bestelauto), met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 134,00 (inclusief administratiekosten).



1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.



1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 27 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: mr. O. van der Meer namens de gemachtigde en mr. R. Huisjes als vertegenwoordiger van de officier van justitie.




Beoordeling door de kantonrechter

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en vernietigt de boete. Hij legt hierna uit waarom hij dat doet.

3. Betrokkene betwist dat hij op de door hem gevolgde rijroute (N378 – Semstraat – H.J. Kniggestraat – Scheepswerfstraat – K.J. de Vriezestraat) een bord H1 is gepasseerd en hij stelt dat vanwege het ontbreken van schouwrapporten, de boete niet in stand kan blijven.


3.1.
Op de zitting heeft de gemachtigde aangegeven dat hij de rijroute heeft gevolgd op Google Street View, maar daar geen opnamen van de bebording heeft gevonden van binnen zes maanden voor en na de verkeersovertreding. Daarom is een schouw van de bebording nodig, want er kan in de tussentijd iets zijn gebeurd met het bord. De verbalisant was weliswaar ter plaatse, maar gelet op de afstand tussen de pleeglocatie en de bebording is het niet aannemelijk dat hij het bord kon zien. Het is ook niet bekend of de verbalisant erlangs is gereden of anderszins een controle heeft uitgevoerd. Onder verwijzing naar jurisprudentie heeft de gemachtigde gesteld dat de verkeersovertreding niet kan worden vastgesteld.

4. De vertegenwoordiger heeft aangegeven dat er geen schouwrapporten zijn. Deze zijn volgens hem in dit geval echter ook niet nodig, gelet op door hem genoemde jurisprudentie. In de eerste plaats was de verbalisant fysiek aanwezig. In de tweede plaats hoeft de bebording niet te worden geschouwd als in het zaakoverzicht is aangegeven dat de gedraging plaats heeft gevonden binnen de bebouwde kom, wat hier het geval is.

5. De kantonrechter overweegt dat het door de vertegenwoordiger aangehaalde arrest van 8 december 2025 niet opgaat in deze zaak. In dat arrest is de gehanteerde feitcode “VB013 - 13 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Het betreft daar een snelheidsovertreding waarbij de geldende maximumsnelheid niet wordt aangegeven door een H1-bord (aan het begin van de bebouwde kom), maar door een A1-bord. Voor de vaststelling van de snelheidsovertreding is dan alleen van belang of het A1-bord deugdelijk geplaatst was, wat in het arrest is gebeurd met schouwrapporten. De vermelding in het zaakoverzicht dat de gedraging binnen de bebouwde kom is verricht, is vervolgens voldoende om de geconstateerde snelheidsovertreding onder de gebruikte feitcode te laten vallen.



5.1.
In deze zaak ligt het anders. Hier is geen sprake van een verkeersbord A1 dat een afwijkende snelheid aangeeft van de gebruikelijk binnen de bebouwde kom geldende maximumsnelheid van 50 kilometer per uur. Het bord H1 geeft hier de maximumsnelheid aan. Van belang is dus dat het bord H1 deugdelijk geplaatst was ten tijde van de vermeende overtreding. Anders kan in dit geval niet voldoende een snelheidsovertreding worden vastgesteld, los van de vraag onder welke feitcode de overtreding valt.



5.2.
De vertegenwoordiger haalt het arrest van het hof van 6 januari 2021 aan, waarin is bepaald dat ervan uitgegaan mag worden dat de verbalisant de bebording heeft gecontroleerd, als hij of zij fysiek aanwezig was. Dit uitgangspunt wordt genuanceerd door het door de gemachtigde genoemde arrest van 8 mei 2023, waarin het hof zegt dat dit anders kan zijn bij bebording die de bebouwde kom of een zone aanduidt. In zo’n geval moet aan de hand van de locatie van de overtreding in samenhang met de locatie van het bord op de afgelegde route worden beoordeeld, of een controle van het bord aannemelijk is. De kantonrechter acht dat hier niet het geval; de afstand tussen de plek van het bord en de pleeglocatie is daarvoor te groot.



5.3.
Dit betekent dat uit nadere stukken zou moeten blijken dat op de route die de betrokkene heeft afgelegd om zijn bestemming te bereiken, een bord H1 aanwezig was op enig moment binnen zes maanden vóór en ná de vermeende gedraging. Is een van deze termijnen langer, dan zal uit (nadere) stukken moeten blijken dat na verificatie van daarvoor beschikbare bronnen is gebleken dat dit bord in de tussentijd niet is verwijderd of vervangen.



5.4.
De vertegenwoordiger heeft niet weersproken dat op Google Street View geen opnamen binnen een periode van zes maanden voor en na 25 april 2025 te zien zijn. Hij heeft geen schouwrapporten in geding gebracht, noch heeft hij een aanvullende verklaring van de verbalisant overgelegd waaruit blijkt dat die de bebording heeft gecontroleerd voor de controle. Ook blijkt niet uit stukken dat het bord niet is verwijderd of vervangen. Daarom staat niet vast dat betrokkene een bord H1 is gepasseerd, waardoor niet kan worden vastgesteld dat hij een snelheidsovertreding heeft begaan.

6. Dit betekent dat de boete niet in stand kan blijven en dat het beroep gegrond is. De overige beroepsgronden behoeven gelet daarop geen bespreking.

7. Er is verzocht om proceskostenvergoeding. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond verklaart, veroordeelt hij de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene. Hij kent toe: twee punten met een waarde van € 666,00 voor het indienen van het administratief beroepschrift en de hoorzitting en twee punten met een waarde van € 934,00 voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en het bijwonen van de zitting. Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Omdat zowel de inleidende beschikking als de beslissing van de officier van justitie na 31 december 2023 zijn bekendgemaakt, past de kantonrechter de extra wegingsfactor uit artikel 13a, tweede lid, onder a, Wahv toe op beide fasen.



7.1.
De berekening van de proceskostenvergoeding is als volgt: (2 (procespunten) x € 666,00 (tarief) + 2 (procespunten) x € 934,00 (tarief)) x 0,5 (wegingsfactor, licht) x 0,25 (extra wegingsfactor herwaardering proceskostenvergoeding) = € 400.



7.2.
Artikel 13a, vijfde lid, van de Wahv regelt dat uitbetalingen op grond van een uitspraak op beroep op grond van deze wet uitsluitend plaatsvinden op een bankrekening die op naam staat van degene aan wie de boete is opgelegd. Gelet op de jurisprudentie is de kantonrechter niet bevoegd om over deze feitelijke uitvoering van zijn beslissing een oordeel te geven.





Beslissing


De kantonrechter:



verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;


vernietigt die beslissing;


verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;


vernietigt die beschikking;


bepaalt dat betrokkene de zekerheidstelling terugkrijgt;


veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van € 400,00;


verklaart zich onbevoegd om te oordelen over de wijze van uitbetalen.




Deze uitspraak is gedaan door mr. T.F. Bruinenberg, kantonrechter, in aanwezigheid van D.W. Veenstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2026.









griffier kantonrechter













Afschrift verzonden aan partijen op:





Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.


Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.



De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.



Hof Arnhem-Leeuwarden 8 mei 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3819.


Hof Arnhem-Leeuwarden 6 januari 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:85.


Hof Arnhem-Leeuwarden 8 december 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:7801.


Hof Arnhem-Leeuwarden 12 september 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:7804.


Artikel 4, onderdeel a, van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm.


Hof Arnhem-Leeuwarden 17 juni 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4051.