Rechtbank Noord-Nederland
ECLI:NL:RBNNE:2026:3324
2026-07-10
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
11827744 BU VERZ 25-1853
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wahv. R396A – ‘een voertuig op een kruispunt laten stilstaan’. Ongegrond beroep. Machtigingskwestie, op zitting heeft de leaserijder een bevestiging van de leaseovereenkomst van Volkswagen overgelegd. Volgens de jurisprudentie geldt dit als machtiging. Daarnaast heeft de leaserijder de moeite genomen om zijn zaak zelf te komen bepleiten, dus behandelt de kantonrechter het beroep. Een doorgaande weg en een zijweg vormen een T-splitsing, wat volgens de jurisprudentie een kruispunt is. De juiste feitcode is gehanteerd want de auto stond op het kruisingsvlak. Bebording was niet nodig. Geen reden voor matiging van de boete.
Citeert (3)
- ECLI:NL:GHARL:2025:5885 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-09-2025
- ECLI:NL:GHARL:2016:3441 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28-04-2016
- ECLI:NL:GHARL:2026:4078 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19-06-2026
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (6.139 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271312717
zaaknummer: 11827744 BU VERZ 25-1853
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 10 juli 2026
in de zaak van
Volkswagen Pon Financial Services B.V. (Volkswagen),
gevestigd in Amersfoort,
gemachtigde: Appjection B.V..
Inleiding
1. Aan Volkswagen is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R396A – ‘een voertuig op een kruispunt laten stilstaan’, verricht op 5 november 2024, om 14:00 uur, op de Jan Mankeslaan in Heerenveen, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 189,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
De leaserijder van de auto, [leaserijder], heeft namens Volkswagen de gemachtigde ingeschakeld en tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft [leaserijder] beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 10 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: [leaserijder] en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. P. Belopavlovic.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten
2. In het beroepschrift schrijft de gemachtigde dat de auto niet op een kruispunt stond. Subsidiair stelt zij dat de feitcode gewijzigd moet worden naar R397A – ‘een voertuig parkeren binnen vijf meter van een kruispunt’. Er wordt verzocht om proceskostenvergoeding.
2.1.
[leaserijder] voert op de zitting aan dat het geen kruispunt was, maar een doorgaande weg met een zijweg binnen een 30 km-zone. Hij stond geparkeerd langs de kant van de weg in een rij met auto’s, waar geen parkeerverbod gold. In de jaren dat hij op die locatie werkte, zag hij dagelijks auto’s op die plek staan. Toen hij een keer niet op het bedrijfsterrein kon parkeren, zette hij de auto daarom daar neer. Hij lette daarbij ook op eventuele bebording in de straat, die er niet was, en zijn auto vormde geen belemmering voor het verkeer.
3. De vertegenwoordiger stelt dat, ook als er geen borden staan, je niet overal mag parkeren. Bijvoorbeeld op of binnen vijf meter van een kruispunt. Weggebruikers horen dit te weten. Zulke regels zijn er voor grote voertuigen en het overzicht op het kruispunt. Ook een T-splitsing is een kruispunt en uit de foto’s blijkt dat de auto op het kruisingsvlak stond, waardoor de juiste feitcode is gebruikt.
Overwegingen
4. De kantonrechter overweegt dat de machtigingen in het dossier niet in orde zijn. Er is namelijk geen tussenmachtiging van Volkswagen aan [leaserijder]. Op de zitting heeft [leaserijder] echter een bevestiging van de leaseovereenkomst van Volkswagen overgelegd. Volgens de jurisprudentie geldt dit als machtiging. Daarnaast heeft [leaserijder] de moeite genomen om zijn zaak zelf te komen bepleiten, dus behandelt de kantonrechter het beroep.
5. Hij oordeelt dat een doorgaande weg en een zijweg een T-splitsing vormen en volgens de jurisprudentie is dat een kruispunt. De juiste feitcode is gehanteerd, want uit de foto’s blijkt dat de auto op het kruisingsvlak stond. Bebording was niet nodig, het is een regel op zich dat niet op een kruispunt geparkeerd mag worden. De overtreding staat daarom vast.
6. De kantonrechter ziet geen reden voor matiging van de boete. [leaserijder] voert aan dat hij het verkeer niet hinderde, maar de verbalisant schatte de situatie zo in dat het zicht belemmerd werd of kon worden. Die kijkt namelijk of de doorgang voor andere voertuigen dan gewone auto’s, bijvoorbeeld vrachtwagens, kan worden gehinderd. Over de hoogte van de boete kan de kantonrechter niets zeggen. Wel kan hij dat over de evenredigheid van de boete. Die vindt hij evenredig, gezien de potentiële hinder waar de verbalisant het over heeft.
7. Het beroep is ongegrond, dus wijst de kantonrechter het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Conclusie
De kantonrechter:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Hof Arnhem-Leeuwarden 25 september 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5885.
Hof Arnhem-Leeuwarden 28 april 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3441.
Hof Arnhem-Leeuwarden 19 juni 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4078.
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271312717
zaaknummer: 11827744 BU VERZ 25-1853
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 10 juli 2026
in de zaak van
Volkswagen Pon Financial Services B.V. (Volkswagen),
gevestigd in Amersfoort,
gemachtigde: Appjection B.V..
Inleiding
1. Aan Volkswagen is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R396A – ‘een voertuig op een kruispunt laten stilstaan’, verricht op 5 november 2024, om 14:00 uur, op de Jan Mankeslaan in Heerenveen, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 189,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
De leaserijder van de auto, [leaserijder], heeft namens Volkswagen de gemachtigde ingeschakeld en tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft [leaserijder] beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 10 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: [leaserijder] en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. P. Belopavlovic.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten
2. In het beroepschrift schrijft de gemachtigde dat de auto niet op een kruispunt stond. Subsidiair stelt zij dat de feitcode gewijzigd moet worden naar R397A – ‘een voertuig parkeren binnen vijf meter van een kruispunt’. Er wordt verzocht om proceskostenvergoeding.
2.1.
[leaserijder] voert op de zitting aan dat het geen kruispunt was, maar een doorgaande weg met een zijweg binnen een 30 km-zone. Hij stond geparkeerd langs de kant van de weg in een rij met auto’s, waar geen parkeerverbod gold. In de jaren dat hij op die locatie werkte, zag hij dagelijks auto’s op die plek staan. Toen hij een keer niet op het bedrijfsterrein kon parkeren, zette hij de auto daarom daar neer. Hij lette daarbij ook op eventuele bebording in de straat, die er niet was, en zijn auto vormde geen belemmering voor het verkeer.
3. De vertegenwoordiger stelt dat, ook als er geen borden staan, je niet overal mag parkeren. Bijvoorbeeld op of binnen vijf meter van een kruispunt. Weggebruikers horen dit te weten. Zulke regels zijn er voor grote voertuigen en het overzicht op het kruispunt. Ook een T-splitsing is een kruispunt en uit de foto’s blijkt dat de auto op het kruisingsvlak stond, waardoor de juiste feitcode is gebruikt.
Overwegingen
4. De kantonrechter overweegt dat de machtigingen in het dossier niet in orde zijn. Er is namelijk geen tussenmachtiging van Volkswagen aan [leaserijder]. Op de zitting heeft [leaserijder] echter een bevestiging van de leaseovereenkomst van Volkswagen overgelegd. Volgens de jurisprudentie geldt dit als machtiging. Daarnaast heeft [leaserijder] de moeite genomen om zijn zaak zelf te komen bepleiten, dus behandelt de kantonrechter het beroep.
5. Hij oordeelt dat een doorgaande weg en een zijweg een T-splitsing vormen en volgens de jurisprudentie is dat een kruispunt. De juiste feitcode is gehanteerd, want uit de foto’s blijkt dat de auto op het kruisingsvlak stond. Bebording was niet nodig, het is een regel op zich dat niet op een kruispunt geparkeerd mag worden. De overtreding staat daarom vast.
6. De kantonrechter ziet geen reden voor matiging van de boete. [leaserijder] voert aan dat hij het verkeer niet hinderde, maar de verbalisant schatte de situatie zo in dat het zicht belemmerd werd of kon worden. Die kijkt namelijk of de doorgang voor andere voertuigen dan gewone auto’s, bijvoorbeeld vrachtwagens, kan worden gehinderd. Over de hoogte van de boete kan de kantonrechter niets zeggen. Wel kan hij dat over de evenredigheid van de boete. Die vindt hij evenredig, gezien de potentiële hinder waar de verbalisant het over heeft.
7. Het beroep is ongegrond, dus wijst de kantonrechter het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Conclusie
De kantonrechter:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Hof Arnhem-Leeuwarden 25 september 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5885.
Hof Arnhem-Leeuwarden 28 april 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3441.
Hof Arnhem-Leeuwarden 19 juni 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4078.