Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2026:3314

2026-06-04 Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht 11952156 BU VERZ 25-2264
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2026-06-04
Publicatiedatum
2026-08-07
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak
Zaaknummer
11952156 BU VERZ 25-2264
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wahv. R602 – ‘doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat’. Ongegrond. op basis van videobeelden staat vast dat betrokkene door rood is gereden. Het ijkpunt ligt bij het verkeerslicht. Als het verkeerslicht op rood springt nádat het voertuig de stopstreep is gepasseerd, en er wordt niet gestopt voor het licht, geldt dat als door rood rijden. Betrokkene verzoekt om proceskostenvergoeding, aangezien hij niet in beroep was gegaan als hij direct de videobeelden had gekregen. In de regel komen proceskosten alleen voor vergoeding in aanmerking bij gegrondverklaring van het beroep. De kantonrechter oordeelt dat zich hier geen redenen voor uitzondering op die regel voordoen en wijst het verzoek af.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.932 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen


Bestuursrecht



beschikkingsnummer: 271106527
zaaknummer: 11952156 BU VERZ 25-2264




proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 4 juni 2026


in de zaak van





[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [plaats].



Inleiding


1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R602 – ‘doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat’, verricht op 25 december 2024, om 16:35 uur, op de Rengerslaan in Kolham, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten).



1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.



1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 4 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde.



1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.




Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten

2. Betrokkene betwist dat hij door rood is gereden. Ondanks zijn verzoek daarom, ontbreken videobeelden van de overtreding. Betrokkene erkent dat hij het rode licht is gepasseerd, maar stelt dat het ijkpunt voor de overtreding bij de stopstreep moet liggen en niet bij het verkeerslicht. Op het moment dat hij de stopstreep passeerde, was het licht niet rood.

3. De vertegenwoordigster overlegt de bewegende beelden van de vermeende overtreding. Voor haar staat buiten kijf dat betrokkene door rood is gereden. Al op de brug werd het licht oranje; betrokkene had kunnen en moeten stoppen. Stel betrokkene kon bewijzen dat hij voor het licht alsnog was gestopt, dan was de overtreding geweest dat hij niet voor de stopstreep was gestopt. Maar nu staat vast dat door rood is gereden en is de boete terecht opgelegd.



Overwegingen



4. Op basis van de getoonde videobeelden oordeelt de kantonrechter dat betrokkene door rood is gereden. Over de vraag waarover het ijkpunt ligt, bij de stopstreep of bij het verkeerslicht, is meermaals uitspraak gedaan door hogere rechters: het ijkpunt ligt bij het verkeerslicht. Als het verkeerslicht op rood springt nádat het voertuig de stopstreep is gepasseerd, en er wordt niet gestopt voor het licht, geldt dat als door rood rijden. De verkeersovertreding wordt vastgesteld.

5. De kantonrechter ziet geen reden voor matiging van de boete. Het beroep is ongegrond.

6. Betrokkene verzoekt om proceskostenvergoeding, aangezien hij niet in beroep was gegaan als hij direct de videobeelden had gekregen. In de regel komen proceskosten alleen voor vergoeding in aanmerking bij gegrondverklaring van het beroep. De kantonrechter oordeelt dat zich hier geen redenen voor uitzondering op die regel voordoen en wijst het verzoek af.




Conclusie


De kantonrechter:




verklaart het beroep ongegrond;


wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.





Waarvan proces-verbaal,



D.W. Veenstra, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter

























Afschrift verzonden aan partijen op:





Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.


Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.



De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.



Zie onder meer hof Arnhem-Leeuwarden 6 juni 2017, GHARL:2017:4752 en 30 januari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:516 en HR 1 juli 1982, ECLI:NL:HR:1982:AJ4885, r.o. 6.