Rechtbank Noord-Nederland
ECLI:NL:RBNNE:2026:3312
2026-06-04
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
11930504 BU VERZ 25-2196
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wahv. R315B – ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’. De verkeerde feitcode is gehanteerd; de boete is opgelegd voor het stilstaan op het trottoir, maar er was sprake van parkeren op een plaats die bestemd is voor het laden en lossen van goederen. Het beroep tegen de gewijzigde inleidende beschikking is ongegrond omdat er gedurende minstens tien minuten geen activiteit rond het voertuig is waargenomen.
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:1999:AA2760 Hoge Raad 12-05-1999
- ECLI:NL:GHARL:2015:7639 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12-10-2015
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.779 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 272139774
zaaknummer: 11930504 BU VERZ 25-2196
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 4 juni 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [plaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De gedraging waarvoor de boete is opgelegd is: R315B – ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 13 februari 2025, om 10:22 uur, op [adres] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 4 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. R.A. van der Velde aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten
2. Betrokkene stelt dat hij aan het laden en lossen was en daarvoor geparkeerd stond op een plaats die daarvoor is gereserveerd. Het ging om een oven van meer dan tachtig kilogram voor een naastgelegen restaurant. Door de aard van de werkzaamheden, het gewicht van de oven en de noodzaak tot voorzichtig handelen, nam het laden en lossen meer tijd in beslag dan slechts enkele minuten. Het is ook mogelijk dat het voertuig kort verplaatst en weer teruggezet is, wat mogelijk de indruk wekte van langdurig stilstaan.
3. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat de feitcode gewijzigd dient te worden en dat de gewijzigde boete in stand kan blijven.
Overwegingen
4. De verkeerde feitcode is gehanteerd. De boete is opgelegd voor het stilstaan op het trottoir, maar volgens het dossier en het aanvullend proces-verbaal van de verbalisant was sprake van het parkeren op een plaats die bestemd is voor het laden en lossen van goederen. Aangezien de betrokkene niet in zijn belangen wordt geschaad door een wijziging van feitcode, verandert de kantonrechter die naar R397H – ‘een voertuig parkeren op een plaats bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen’.
5. Volgens betrokkene was sprake van laden en lossen. Onder onmiddellijk laden of lossen van goederen wordt verstaan: het onmiddellijk, nadat het voertuig tot stilstand is gebracht, bij voortduring inladen of uitladen van goederen gedurende de tijd die daarvoor nodig is. Het moet gaan om goederen die niet of moeilijk anders dan per voertuig ter plaatse kunnen worden opgehaald of gebracht. Vastgesteld moet worden, of het voertuig uitsluitend heeft stilgestaan zo lang als nodig was voor het ononderbroken verrichten van het geheel van handelingen, dat redelijkerwijs noodzakelijk is om de goederen in of uit de auto te laden.
5.1.
De verbalisant heeft verklaard dat hij gedurende minstens tien minuten geen activiteit heeft waargenomen rond het voertuig. Dan is geen sprake van laden en lossen maar van parkeren, omdat er niet bij voortduring in- of uitgeladen werd. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld.
6. De kantonrechter ziet geen reden voor aanpassing van de boete. Het beroep is ongegrond.
Conclusie
De kantonrechter:
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
vernietigt die beslissing;
wijzigt de feitcode en de omschrijving van de gedraging in R397H – ‘een voertuig parkeren op een plaats bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen’;
verklaart het beroep tegen de gewijzigde inleidende beschikking ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
HR 12 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2760.
HR 10 juni 1975, LJN:AJ4297.
Hof Arnhem-Leeuwarden 12 oktober 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7639.
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 272139774
zaaknummer: 11930504 BU VERZ 25-2196
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 4 juni 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [plaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De gedraging waarvoor de boete is opgelegd is: R315B – ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 13 februari 2025, om 10:22 uur, op [adres] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 4 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. R.A. van der Velde aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten
2. Betrokkene stelt dat hij aan het laden en lossen was en daarvoor geparkeerd stond op een plaats die daarvoor is gereserveerd. Het ging om een oven van meer dan tachtig kilogram voor een naastgelegen restaurant. Door de aard van de werkzaamheden, het gewicht van de oven en de noodzaak tot voorzichtig handelen, nam het laden en lossen meer tijd in beslag dan slechts enkele minuten. Het is ook mogelijk dat het voertuig kort verplaatst en weer teruggezet is, wat mogelijk de indruk wekte van langdurig stilstaan.
3. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat de feitcode gewijzigd dient te worden en dat de gewijzigde boete in stand kan blijven.
Overwegingen
4. De verkeerde feitcode is gehanteerd. De boete is opgelegd voor het stilstaan op het trottoir, maar volgens het dossier en het aanvullend proces-verbaal van de verbalisant was sprake van het parkeren op een plaats die bestemd is voor het laden en lossen van goederen. Aangezien de betrokkene niet in zijn belangen wordt geschaad door een wijziging van feitcode, verandert de kantonrechter die naar R397H – ‘een voertuig parkeren op een plaats bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen’.
5. Volgens betrokkene was sprake van laden en lossen. Onder onmiddellijk laden of lossen van goederen wordt verstaan: het onmiddellijk, nadat het voertuig tot stilstand is gebracht, bij voortduring inladen of uitladen van goederen gedurende de tijd die daarvoor nodig is. Het moet gaan om goederen die niet of moeilijk anders dan per voertuig ter plaatse kunnen worden opgehaald of gebracht. Vastgesteld moet worden, of het voertuig uitsluitend heeft stilgestaan zo lang als nodig was voor het ononderbroken verrichten van het geheel van handelingen, dat redelijkerwijs noodzakelijk is om de goederen in of uit de auto te laden.
5.1.
De verbalisant heeft verklaard dat hij gedurende minstens tien minuten geen activiteit heeft waargenomen rond het voertuig. Dan is geen sprake van laden en lossen maar van parkeren, omdat er niet bij voortduring in- of uitgeladen werd. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld.
6. De kantonrechter ziet geen reden voor aanpassing van de boete. Het beroep is ongegrond.
Conclusie
De kantonrechter:
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
vernietigt die beslissing;
wijzigt de feitcode en de omschrijving van de gedraging in R397H – ‘een voertuig parkeren op een plaats bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen’;
verklaart het beroep tegen de gewijzigde inleidende beschikking ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
HR 12 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2760.
HR 10 juni 1975, LJN:AJ4297.
Hof Arnhem-Leeuwarden 12 oktober 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7639.