Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2026:3303

2026-08-12 Bestuursrecht LEE 25/2846
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2026-08-12
Publicatiedatum
2026-08-07
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
LEE 25/2846
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wet hersteloperatie toeslagen. Afwijzing van een verzoek om compensatie. Geen sprake van institutioneel vooringenomen handelen. Dienst Toeslagen mocht uitgaan van de gegevens uit de KOI-viewer, nu geen aanleiding bestond om aan de juistheid daarvan te twijfelen. Beroep ongegrond.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.253 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND


Zittingsplaats Groningen



Bestuursrecht



zaaknummer: LEE 25/2846


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 augustus 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. B. van Dijk),


en


Dienst Toeslagen, verweerder
(gemachtigde: mr. N. Hamdach).


Samenvatting


1. Deze uitspraak gaat over de vraag of eiseres voor de toeslagjaren 2017 tot en met 2019 recht heeft op compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Verweerder heeft geoordeeld dat geen sprake is van institutioneel vooringenomen handelen en heeft het verzoek om compensatie daarom afgewezen. Eiseres is het daar niet mee eens. Zij voert aan dat verweerder de aanspraken op kinderopvangtoeslag voor de toeslagjaren 2017 tot en met 2019 uitsluitend heeft gebaseerd op gegevens uit de KOI-viewer, zonder haar vooraf in de gelegenheid te stellen die gegevens te controleren of aan te vullen. Volgens eiseres is de KOI-viewer slechts een hulpmiddel en had verweerder de gegevens eerst bij haar moeten verifiëren. Aan de hand van deze beroepsgrond beoordeelt de rechtbank of verweerder het verzoek om compensatie terecht heeft afgewezen.



1.1.
De rechtbank komt tot het oordeel dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat geen sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen. Verweerder mocht in beginsel uitgaan van de gegevens uit de KOI-viewer, omdat niet is gebleken van omstandigheden die aanleiding hadden moeten geven om aan de juistheid daarvan te twijfelen. Eiseres krijgt daarom geen gelijk. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Procesverloop


2. Eiseres heeft verweerder verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over de toeslagjaren 2017 tot en met 2019.



2.1.
Met het primaire besluit van 8 november 2023 heeft verweerder het verzoek om compensatie afgewezen.



2.2.
Met het bestreden besluit van 8 juli 2025 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.


2.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.



2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 28 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde en de gemachtigde van verweerder.




Beoordeling door de rechtbank



Institutioneel vooringenomen handelen




3. Eiseres voert aan dat verweerder haar aanspraken op kinderopvangtoeslag voor de toeslagjaren 2017 tot en met 2019 ten onrechte uitsluitend heeft gebaseerd op gegevens uit de KOI-viewer. Volgens eiseres is de KOI-viewer slechts een hulpmiddel en had verweerder haar voorafgaand aan de definitieve vaststelling in de gelegenheid moeten stellen jaaropgaven of andere gegevens over te leggen. Door dat na te laten is volgens eiseres sprake geweest van institutioneel vooringenomen handelen.



3.1.
De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat de Dienst Toeslagen in beginsel mag uitgaan van de informatie die een kinderopvanginstelling verstrekt. Slechts indien verweerder redelijkerwijs had moeten twijfelen aan de juistheid van de gegevens uit de KOI-viewer, bestaat aanleiding om nadere informatie bij de toeslagouder op te vragen. Het enkele feit dat voorafgaand aan de definitieve vaststelling geen uitvraag is gedaan, betekent daarom niet dat sprake is van institutioneel vooringenomen handelen.



3.2.
Voor toeslagjaren 2017 en 2018 heeft verweerder toegelicht dat de gegevens uit de KOI-viewer overeenkwamen met de door eiseres overgelegde jaaropgaven. Hoewel sprake was van een verschil in de weergegeven opvangperiode, kwamen het totaal aantal opvanguren en het gehanteerde uurtarief overeen. Verweerder heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat geen aanleiding bestond om aan de juistheid van de gegevens uit de KOI-viewer te twijfelen. Ook de rechtbank is daarvan niet gebleken.



3.3.

Voor het toeslagjaar 2019 heeft eiseres gewezen op de interne melding: "VV KOT 2018/2019. Uren KOI-viewer fluctueren te sterk om betrouwbare schatting voor 2019 te maken." Verweerder heeft hierover, onder verwijzing naar het advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie, toegelicht dat deze melding uitsluitend betrekking had op de automatische voortzetting van de kinderopvangtoeslag van 2018 naar 2019 en niet op de definitieve vaststelling van de kinderopvangtoeslag over 2019. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan deze toelichting te twijfelen. Uit de stukken blijkt niet dat deze melding van betekenis is geweest voor de besluitvorming waar het in deze procedure om gaat.
Dat verweerder eiseres voorafgaand aan de definitieve vaststelling niet heeft verzocht om aanvullende stukken over te leggen, maakt het voorgaande niet anders. Nu niet is gebleken van omstandigheden die aanleiding hadden moeten geven om aan de juistheid van de gegevens uit de KOI-viewer te twijfelen, was verweerder niet gehouden de gegevens eerst bij eiseres te verifiëren. De omstandigheid dat in andere gevallen mogelijk wel een uitvraag heeft plaatsgevonden, maakt niet dat verweerder in deze zaak institutioneel vooringenomen heeft gehandeld.



3.4.
Deze beroepsgrond slaagt niet.




Conclusie en gevolgen


4. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.





Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.






Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. de Jonge, rechter, in aanwezigheid van
mr. K. Lenting, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2026.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving



Wet hersteloperatie toeslagen




Artikel 2.1 Compensatie en aanvullende compensatie voor aanvrager kinderopvangtoeslag1. De Dienst Toeslagen kent op aanvraag compensatie toe aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, die schade heeft geleden, doordat ten aanzien van hem:a. voor 23 oktober 2019 bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Dienst Toeslagen; ofb. de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de Wet kinderopvang of de op die wetten berustende bepalingen bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard die voortkomen uit de hardheid van de toepassing die voor 23 oktober 2019 werd gegeven aan het wettelijke systeem.




Zie de uitspraak van de Afdeling van 3 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3175, r.o. 3.1.