Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2026:3264

2026-04-24 Bestuursrecht LEE 24/4723
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2026-04-24
Publicatiedatum
2026-08-07
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
LEE 24/4723
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wet BRP. Correctieverzoek van de geboortedatum in de BRP. Geen procesbelang meer, omdat eiser inmiddels in een andere gemeente staat ingeschreven en het oorspronkelijke college niet langer bevoegd is de gevraagde wijziging door te voeren. Beroep niet-ontvankelijk.

Citeert (6)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.501 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND


Zittingsplaats Groningen



Bestuursrecht



zaaknummer: LEE 24/4723


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. E. Ebes),


en




het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waadhoeke, het college
(gemachtigden: G.A. Terwisga-Van Scheltinga en J.J. Bouwmeester).



Samenvatting


1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van het correctieverzoek van eiser. Eiser heeft het college verzocht om zijn geboortedatum in de Basisregistratie Personen (BRP) te wijzigen. Partijen verschillen van mening over de vraag of eiser nog procesbelang heeft bij een beoordeling van zijn beroep, omdat eiser inmiddels is verhuisd naar de [huidige gemeente] .



1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Procesverloop


2. Eiser heeft op 20 februari 2024 bij het college een correctieverzoek ingediend als bedoeld in artikel 2.58 van de Wet basisregistratie personen (Wet BRP) om zijn geboortedatum te wijzigen van 1 januari 1999 naar 1 januari 2007.



2.1.
Met het primaire besluit van 8 mei 2024 heeft het college het verzoek afgewezen.



2.2.
Met het bestreden besluit van 29 oktober 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij dat besluit gebleven.



2.3.
Eiser staat sinds 27 november 2024 ingeschreven bij de [huidige gemeente] . Op deze datum is eiser automatisch uitgeschreven in de BRP van de gemeente Waadhoeke.



2.4.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.




2.5.
De rechtbank heeft het beroep op 24 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van het college.




Beoordeling door de rechtbank

3. Eiser heeft verzocht om te worden vrijgesteld van het betalen van griffierecht vanwege betalingsonmacht. De rechtbank is van oordeel dat uit de verstrekte gegevens blijkt dat eiser voldoet aan de criteria voor betalingsonmacht. Het verzoek wordt daarom toegewezen.

4. Eiser voert aan dat het onredelijk is om van hem te verlangen dat hij opnieuw een aanvraag tot wijziging van zijn geboortegegevens indient bij de [huidige gemeente] , terwijl hij dagelijks hinder ondervindt van de huidige situatie.

5. Het college stelt zich op het standpunt dat het niet langer mogelijk is om de door eiser gewenste correctie door te voeren, omdat eiser sinds 27 november 2024 staat ingeschreven in de BRP van de [huidige gemeente] . Het college wijst erop dat op grond van artikel 1.1, aanhef en onder h, van de Wet BRP de verantwoordelijkheid voor de bijhouding van de persoonslijst berust bij het college van de gemeente waar betrokkene staat ingeschreven. Dit brengt mee dat een wijziging van de gegevens van eiser uitsluitend kan plaatsvinden in zijn actuele persoonslijst door het college van de gemeente van inschrijving. Volgens het college ontbreekt daarom procesbelang.

6. De rechtbank overweegt als volgt. Uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat de bestuursrechter niet altijd een inhoudelijke beoordeling van een bij hem ingediend beroep tegen een besluit van een bestuursorgaan hoeft te geven. Dat hoeft alleen als de indiener daarbij een actueel en reëel belang heeft. Indien dat belang is vervallen, is de bestuursrechter niet gehouden uitspraak te doen alleen vanwege de principiële betekenis daarvan.


6.1.
De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat eiser niet meer in de gemeente Waadhoeke woont, maar in de [huidige gemeente] . Eiser kan met zijn beroep niet meer bereiken dat het college van de gemeente Waadhoeke gegevens wijzigt in de BRP. Daartoe is het college van de gemeente Waadhoeke namelijk niet (meer) bevoegd. Een wijziging van eisers gegevens kan uitsluitend plaatsvinden in zijn actuele persoonslijst door het college van de [huidige gemeente] . Dat betekent dat eiser geen rechtens te beschermen belang (meer) heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Daarmee heeft eiser geen procesbelang meer. De rechtbank zal het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren.




Conclusie en gevolgen


7. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.




Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.






Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Broere, rechter, in aanwezigheid van mr. K. Lenting, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 24 april 2026.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving



Wet basisregistratie personen Artikel 1.1, aanhef en onder hh. de bijhoudingsgemeente: de gemeente waarvan het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 1.4 verantwoordelijk is voor de bijhouding van de persoonslijst;


Artikel 2.58, eerste en tweede lid1. Het verzoek waarmee betrokkene met betrekking tot de basisregistratie het recht uitoefent op rectificatie van gegevens, bedoeld in artikel 16 van de verordening, of op wissing van gegevens, bedoeld in artikel 17, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de verordening, bevat de aan te brengen wijzigingen.2. Het college van burgemeester en wethouders geeft aan het verzoek, bedoeld in het eerste lid, uitvoering met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze afdeling.




Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 28 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2530 en 14 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:518.


ECLI:NL:RVS:2021:2131.


Zie artikel 2.58 en artikel 1.1 aanhef en onder h, in samenhang met artikel 1.4 van de Wet Brp. En: ECLI:NL:RVS:2020:2530, ECLI:NL:RVS:2021:2131 en ECLI:NL:RVS:2022:832.