Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2026:3259

2026-04-10 Bestuursrecht LEE 24/3868
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2026-04-10
Publicatiedatum
2026-08-07
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
LEE 24/3868
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wet schadefonds geweldsmisdrijven. Geschil over de indeling in een letselcategorie. De Commissie heeft de uitkering terecht vastgesteld op € 1.000,- (letselcategorie 1). Beroep ongegrond.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.992 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND


Zittingsplaats Groningen



Bestuursrecht



zaaknummer: LEE 24/3868


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),


en


Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven, de Commissie
(gemachtigde: mr. Y. Pieters).


Samenvatting


1. Deze uitspraak gaat over de aanvraag van eiser om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven op grond van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven (Wsg). De Commissie heeft aan eiser een uitkering toegekend van € 1.000,-. Eiser is het niet eens met dit besluit. Eiser is van mening dat een hogere financiële tegemoetkoming meer passend is. Aan de hand van deze beroepsgrond beoordeelt de rechtbank de hoogte van uitkering.



1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de Commissie zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de uitkering van € 1.000,- passend is. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Procesverloop


2. Met het besluit van 6 maart 2024 is de aanvraag van eiser om een uitkering uit het schadefonds toegewezen. De Commissie heeft besloten aan eiser een uitkering van € 1.000,- toe te kennen.



2.1.
Met het bestreden besluit van 8 augustus 2024 is de Commissie bij dat besluit gebleven.



2.2.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De Commissie heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.




2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 12 februari 2026 op zitting behandeld. Partijen hebben zich afgemeld voor de zitting.





Beoordeling door de rechtbank



Totstandkoming van het bestreden besluit



3. Eiser heeft op 13 oktober 2023 een aanvraag gedaan op grond van de Wsg, omdat hij op 17 juni 2020 met een bierfles op zijn hoofd is geslagen. De Commissie heeft deze aanvraag toegewezen en heeft een uitkering van € 1.000,- passend geacht. Deze uitkering is conform letselcategorie 1 van de Letsellijst Schadefonds Geweldsmisdrijven (de Letsellijst). Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Hij meent in aanmerking te komen voor een hogere uitkering. Met het bestreden besluit van 8 augustus 2024 heeft de Commissie de bezwaren van eiser ongegrond verklaard en is zij bij de beslissing gebleven.



Toetsingskader



4. Ingevolge artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wsg kunnen uit het schadefonds uitkeringen worden gedaan aan een ieder die ten gevolge van een in Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft bekomen.


4.1.

Bij het beoordelen van een aanvraag om een uitkering uit het schadefonds hanteert de Commissie beleid neergelegd in de Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven
(Beleidsbundel). De Commissie gebruikt zes letselcategorieën, waaraan vaste, in hoogte oplopende bedragen zijn gekoppeld. Aan de hand van de Letsellijst bepaalt de Commissie in welke letselcategorie het opgelopen letsel past.




Is de Commissie in redelijkheid tot een uitkering van € 1000,- gekomen?



5. Eiser voert aan dat een uitkering in een hogere letselcategorie dan categorie 1 meer passend is. Hij betoogt dat sprake is van samenloop van meerdere letsels, nu hij letsel heeft opgelopen aan zijn gezicht, borst en hand, die volgens hem alle in letselcategorie 1 vallen. Volgens eiser is bij de beoordeling bovendien geen rekening gehouden met de snijwonden aan zijn hand/duim. Gelet op de samenloop zoals genoemd in de Letsellijst zou daarom een hogere categorie moeten worden toegekend en komt hij ten minste in aanmerking voor een uitkering in categorie 2. Daarnaast voert eiser aan dat hij psychische klachten heeft opgelopen omdat aannemelijk is dat hij voorafgaand aan het incident is bedreigd met een mes. Volgens eiser blijkt uit de Letsellijst dat het Schadefonds in het geval van een rechtstreekse bedreiging met een mes ernstig letsel veronderstelt. Ook merkt eiser op dat een rechtstreekse bedreiging op zichzelf al in letselcategorie 1 valt, zodat ook om die reden, in samenhang met het overige letsel, een hogere tegemoetkoming moet worden toegekend.

6. De Commissie heeft bij het nemen van een besluit over de hoogte van de uitkering beslissingsruimte. Het bestreden besluit dient daarom terughoudend te worden getoetst. De rechtbank moet dus toetsen of het besluit van de Commissie om een uitkering in categorie 1 toe te kennen, redelijk is. De rechtbank acht het beleid, zoals opgenomen in de Beleidsbundel en de Letsellijst, niet kennelijk onredelijk of anderszins onjuist. De Commissie mocht dus uitgaan van dat beleid. Daarbij komt dat de Letsellijst indicatief van aard is. De Commissie bepaalt de letselcategorie op basis van de omstandigheden van het geval.



6.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Commissie zich op het standpunt kunnen stellen dat het door eiser opgelopen fysieke letsel valt in categorie 1 van de Letsellijst. De Commissie heeft in het primaire besluit en het bestreden besluit toegelicht dat zij op basis van de aard en ernst van het opgelopen letsel en de omstandigheden waaronder het geweldsmisdrijf is gepleegd, bepaalt welke letselcategorie van toepassing is en welk uitkeringsbedrag daarbij hoort. Eiser werd met een bierflesje op zijn hoofd geslagen, waardoor hij een wond op zijn gezicht opliep. De wond is gehecht in het ziekenhuis en dit is een litteken geworden. Wat betreft het fysieke letsel heeft de Commissie daarnaast toegelicht dat zij (zoals volgt uit de Letsellijst) de ontsierendheid van het litteken beoordeelt aan de hand van de grootte ervan, de plaats in het gezicht en de mate waarin het de mimiek in het gezicht verandert. De Commissie acht gelet hierop letselcategorie 1 passend. Het overige letsel aan zijn borst en hand/duim is niet door een specialist behandeld en kan niet worden aangemerkt als ernstig letsel. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Commissie dit met wat hiervoor is weergegeven afdoende gemotiveerd. Eiser wordt, gelet op het fysieke letsel en het beleid van de Commissie, niet gevolgd in zijn standpunt dat een hogere categorie moet worden toegepast. Verder is door eiser niet geconcretiseerd en onderbouwd dat sprake zou zijn van blijvende hinderlijke beperkingen. Deze beroepsgronden slagen niet.



6.2.
Eiser heeft verder gesteld dat hij psychische klachten ervaart als gevolg van het incident. Psychisch letsel is blijkens het beleid echter al voorondersteld op basis van de ernst van de gebeurtenis en dus door de Commissie meegewogen bij het bepalen van de toepasselijke letselcategorie. Dat in dit geval sprake is van dusdanig ernstig psychisch letsel of andere omstandigheden die maken dat een hogere letselcategorie passend zou zijn, is niet (met medische stukken) onderbouwd. Ook in beroep heeft eiser niet met stukken onderbouwd dat van psychische klachten ten tijde van het bestreden besluit sprake was. Dat eiser inmiddels in behandeling zou zijn, leidt niet tot een ander oordeel omdat de Commissie daarmee bij het nemen van het bestreden besluit geen rekening kon houden. De Commissie heeft dan ook geen aanleiding hoeven zien een hogere letselcategorie toe te passen op basis van de aard en ernst van het psychisch letsel. De rechtbank wijst er, evenals de Commissie, op dat eiser een aanvullende aanvraag kan indienen wanneer hij meent dat hij inmiddels wat betreft het psychisch letsel wel aan de criteria voldoet voor een uitkering uit letselcategorie 2 of hoger.



6.3.
Gelet op het voorgaande heeft de Commissie zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat aan eiser een uitkering passend bij letselcategorie 1 toekomt (€ 1.000,-) en geen uitkering passend bij letselcategorie 2 of hoger.




Conclusie en gevolgen


7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing




De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.






Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van mr. K. Lenting, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 april 2026.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 31 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2613.