Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2026:3215

2026-08-11 Civiel recht 11884097 CV EXPL 25-5680
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2026-08-11
Publicatiedatum
2026-08-04
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Verstek
Zaaknummer
11884097 CV EXPL 25-5680
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Thuisbatterij, overeenkomst anders dan op afstand of buiten de verkoopruimte, artikel 6:230l BW, herroepingsrecht, oneerlijke rente- en bikbedingen

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (22.963 tekens)
RECHTBANK
NOORD-NEDERLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Groningen



Zaaknummer: 11884097 \ CV EXPL 25-5680




Vonnis van 11 augustus 2026




in de zaak van




APSOLAR B.V.,
te Hoogezand,
eisende partij,
hierna te noemen: APSolar,
gemachtigde: mevr. [naam 1] ,



tegen





[gedaagde]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. A.J. Welvering.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,- de conclusie van antwoord,- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de nagekomen productie van [gedaagde] ,
- de mondelinge behandeling van 31 maart 2026, waar namens APSolar de heer [naam 2] en mevrouw [naam 3] zijn verschenen, bijgestaan door mevrouw [naam 1] . Ook zijn [gedaagde] en zijn echtgenote verschenen, bijgestaan door mr. Welvering. Door de griffier zijn aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting is besproken.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.
Tussen APSolar en [gedaagde] is, na een schouw van de situatie door een medewerker van APSolar bij [gedaagde] thuis, op 4 juli 2024 een overeenkomst tot stand gekomen met betrekking tot de levering en plaatsing van een thuisbatterij. Op die overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van APSolar van toepassing verklaard.



2.2.
In de algemene voorwaarden van APSolar staat, voor zover relevant, het volgende:



‘Artikel 9 – Incassobeleid


[…]



3. Vanaf de datum dat Opdrachtgever in verzuim is, zal Opdrachtgever zonder nadere ingebrekestelling de wettelijke (handels)rente verschuldigd zijn aan APSolar, doch tenminste een rente van 5% per jaar, voor zover de wettelijke handelsrente op enig moment lager zal zijn. Vanaf de eerste verzuimdag tot algehele voldoening zal Opdrachtgever ook de vergoeding voor de buitengerechtelijke kosten verschuldigd zijn conform artikel 6:96 BW te berekenen volgens de staffel uit besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van 1 juli 2012.


4. Indien APSolar meer of hogere kosten heeft gemaakt welke redelijkerwijze noodzakelijk zijn, komen deze kosten in aanmerking voor vergoeding. Ook de gemaakte gerechtelijke en executiekosten zijn voor rekening van Opdrachtgever.


[…]’



2.3.
Op 22 juli 2024 zijn er werkzaamheden verricht en is de thuisbatterij geplaatst bij [gedaagde] . Bij factuur van 16 oktober 2024 is een bedrag van € 13.781,90 aan [gedaagde] in rekening gebracht.



2.4.
Bij bericht van 1 augustus 2024 heeft [gedaagde] te kennen gegeven aan APSolar om de overeenkomst te herroepen. In het bericht stelt [gedaagde] APSolar in de gelegenheid om de thuisbatterij te verwijderen. De thuisbatterij is niet verwijderd door APSolar.



2.5.
Op 17 januari 2025 heeft er in verband met klachten van [gedaagde] door een derde van [bedrijf] een inspectie van de thuisbatterij plaatsgevonden. In het rapport staat het volgende vermeld: ‘Conclusie: uit de metingen en de infrarood beelden komen er geen gebreken naar voren van de batterij’.



2.6.
Nadien hebben partijen gecorrespondeerd, maar zijn zij niet tot een vergelijk gekomen. [gedaagde] heeft, ondanks meerdere aanmaningen van APSolar daartoe, geen betaling gedaan.



2.7.
APSolar is vervolgens de onderhavige procedure gestart.





3Het geschil


3.1.
APSolar vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij vonnis - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 15.488,33, vermeerderd met rente en kosten.



3.2.
APSolar vordert nakoming van de overeenkomst. Volgens APSolar is [gedaagde] in verzuim, doordat hij ondanks aanmaningen daartoe geen betaling heeft verricht. APSolar stelt dat [gedaagde] geen herroepingsrecht toekomt, omdat in deze gemengde overeenkomst de regels met betrekking tot aanneming prevaleren boven de regels met betrekking tot de koop. [gedaagde] komt volgens APSolar ook geen beroep op herroeping toe, omdat de herroeping na de veertiendagentermijn is ingeroepen. De overeenkomst is immers op 4 juli 2024 tot stand gekomen, terwijl [gedaagde] pas op 1 augustus 2024 beroep heeft gedaan op herroeping. Daarnaast stelt APSolar dat zij een degelijk product zonder gebreken hebben geleverd aan [gedaagde] . Dat blijkt ook uit het rapport van de onafhankelijke derde, aldus APSolar.


3.3.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van APSolar, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van APSolar, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van APSolar in de kosten van deze procedure.



3.4.

[gedaagde] voert aan dat hij tijdig de overeenkomst heeft herroepen. [gedaagde] telt dat hij een herroepingsrecht had, omdat in deze gemengde overeenkomst de regels met betrekking tot de koop prevaleren boven de regels met betrekking tot aanneming. Volgens [gedaagde] vangt de herroepingstermijn aan op de dag waarop de consument een product heeft ontvangen, in het onderhavige geval op de dag van installatie. Gezien [gedaagde] tien dagen na installatie de overeenkomst heeft herroepen, is de overeenkomst rechtsgeldig ontbonden. De vorderingen van APSolar tot nakoming dienen daarom te worden afgewezen. [gedaagde] stelt zich daarnaast op het standpunt dat er sprake is van gebreken aan de thuisbatterij. Zo konden niet al zijn zonnepanelen worden aangesloten op de thuisbatterij. Ook werkt het laden en ontladen van de thuisbatterij niet naar behoren. Daarnaast stipt [gedaagde] aan dat hij geen btw kon terugvragen, hoewel dat wel was gesuggereerd door APSolar.



3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling


4.1.
In de kern hebben partijen in de onderhavige procedure een geschil over de kwalificatie van de overeenkomst en de daaruit vloeiende vraag over de mogelijke toepassing van het herroepingsrecht. Ook hebben partijen een geschil over de het al dan niet aanwezig zijn van gebreken. De kantonrechter oordeelt als volgt.



De regels met betrekking tot de consumentenkoop prevaleren





4.2.
De kantonrechter stelt voorop dat APSolar heeft gehandeld als een handelaar. Daarnaast is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] een consument is. Dat maakt dat de kantonrechter in beginsel ambtshalve dient te toetsen aan het dwingende consumentenrecht. Partijen zijn echter in geschil welke regels prevaleren. De kantonrechter is van oordeel dat de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst kwalificeert als een gemengde overeenkomst die zowel elementen van een consumentenkoop als van aanneming van werk bevat. De overeenkomst is naar het oordeel van de kantonrechter enerzijds aan te merken als een consumentenkoop, omdat APSolar een thuisbatterij aan [gedaagde] heeft geleverd waarvoor [gedaagde] in beginsel de koopprijs dient te betalen. De overeenkomst bevat naar het oordeel van de kantonrechter anderzijds tevens alle elementen van de overeenkomst van aanneming van werk, aangezien APSolar de thuisbatterij bij [gedaagde] heeft geïnstalleerd c.q. gemonteerd, waardoor zij een werk van stoffelijke aard tot stand heeft gebracht. [gedaagde] dient in beginsel ook voor die werkzaamheden te betalen. Op grond van artikel 6:215 van het Burgerlijk Wetboek (BW) zijn op dergelijke gemengde overeenkomsten zowel de regels van consumentenkoop (artikel 7:5 BW) als de regels voor aanneming van werk (artikel 7:750 BW) van toepassing. In geval van strijdigheid zijn op grond van artikel 7:5 lid 4 BW de regels omtrent consumentenkoop van toepassing. De kantonrechter komt daarom tot het oordeel dat, anders dan APSolar aanvoert, bij strijdigheid de regels van de koop prevaleren boven de regels van aanneming. De kantonrechter komt daarom onder andere toe aan de ambtshalve toetsing van de informatieverplichtingen.




Er is geen sprake van een herroepingsrecht





4.3.
Partijen zijn in geschil over de vraag of [gedaagde] tijdig heeft herroepen. Voordat de kantonrechter aan dat dit van het geschil toekomt, moet zij eerst oordelen welke informatieverplichtingen van toepassing zijn.



4.4.
Ter zitting hebben partijen de omstandigheden rondom de totstandkoming van de overeenkomst nader toegelicht. In december 2023 heeft [gedaagde] veertien zonnepanelen geleverd gekregen. Enkele maanden daarna heeft [gedaagde] een e-mail van APSolar met een aanbod voor een thuisbatterij ontvangen. [gedaagde] was daarin geïnteresseerd. Daarop heeft [gedaagde] met APSolar gebeld. [gedaagde] heeft naar aanleiding daarvan een vrijblijvende offerte ontvangen met het aanbod om een schouw te laten plaatsvinden. Op 4 juli 2024 heeft de schouw met een medewerker van APSolar plaatsgevonden. De offerte is toen aangepast aan de omstandigheden ter plaatse. De aangepaste offerte heeft [gedaagde] vervolgens via elektronische weg geaccordeerd.



4.5.
De kantonrechter is van oordeel dat op grond van de voorgaande omstandigheden de overeenkomst moet worden gekwalificeerd als een ‘overeenkomst anders dan op afstand of buiten de verkoopruimte’. De kantonrechter is namelijk van oordeel dat er geen sprake is van een ‘overeenkomst op afstand’ in de zin van artikel 230g lid 1 sub e BW, omdat niet uitsluitend gebruik is gemaakt van één of meer middelen voor communicatie op afstand. Een medewerker van APSolar is immers bij [gedaagde] thuis langsgeweest om de situatie te schouwen en aan de hand daarvan een aangepaste offerte op te maken. Ook is de kantonrechter van oordeel dat het geen ‘overeenkomst buiten de verkoopruimte’ in de zin van artikel 230g lid 1 sub f BW betreft. In punt 21 van de preambule van richtlijn 2011/83/EU staat namelijk het volgende vermeld: ‘De definitie van ‘buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst’ mag niet gelden voor situaties waarin een handelaar bij een consument thuis komt uitsluitend om op te meten of een kostenraming te geven zonder enige verplichting voor de consument, en de overeenkomst pas op een later tijdstip op basis van de kostenraming van de handelaar wordt gesloten in de verkoopruimten van de handelaar of met behulp van een middel voor communicatie op afstand.’. Van de voorgaande situatie is naar het oordeel van de kantonrechter sprake. [gedaagde] heeft immers een vrijblijvende offerte ontvangen van APSolar nadat deze bij hem thuis was geweest. Nadien heeft [gedaagde] de overeenkomst via elektronische wijze middels een communicatiemiddel op afstand tot stand doen komen. De kantonrechter komt daarom tot het oordeel dat er sprake is van een ‘overeenkomst anders dan op afstand of buiten de verkoopruimte’.



4.6.
De artikelen 6:230m en 6:230t BW zijn dus niet van toepassing. APSolar moet wel voldoen aan de informatieplichten als neergelegd in artikel 6:230l BW. De kantonrechter merkt op dat in dit artikel geen herroepingsrecht wordt toebedeeld aan de consument. [gedaagde] heeft dus ten onrechte een beroep gedaan op het herroepingsrecht. Dat betekent dat de kantonrechter niet toekomt aan de geschilpunten daaromtrent. Met betrekking tot de wel vastgestelde informatieverplichtingen van artikel 6:230l BW is de kantonrechter van oordeel dat APSolar, bij de huidige stand van de jurisprudentie, heeft voldaan aan die plichten.



4.7.

Op grond van het voorgaande wordt het verweer omtrent de ontbinding van de overeenkomst van [gedaagde] gepasseerd. [gedaagde] is daarom in beginsel de overeengekomen hoofdsom verschuldigd. [gedaagde] heeft echter aangevoerd dat er sprake is van gebreken aan de thuisbatterij. Daarover oordeelt de kantonrechter als volgt.

Het is niet aannemelijk geworden dat er sprake is van gebreken





4.8.

[gedaagde] heeft ter zitting meerdere gebreken aangevoerd. Zo zijn de veertien zonnepanelen die [gedaagde] geleverd heeft gekregen in december 2023 niet aangesloten op de thuisbatterij (maar wel op de 26 andere zonnepanelen van [gedaagde] ). Volgens [gedaagde] zou er een gateway worden geplaatst, die voor een aansluiting zou kunnen zorgen. Dat is niet gebeurd. Daarnaast voert [gedaagde] aan dat de accu’s onjuist laden en ontladen, wat zorgt voor een verminderde levensduur van de thuisbatterij. Ook stelt [gedaagde] dat hij de btw niet kon terugvragen, terwijl dat wel was gesuggereerd. APSolar voert aan dat met [gedaagde] is besproken dat de thuisbatterij niet kon worden aangesloten op alle zonnepanelen, maar enkel op de oudere zonnepanelen. Er is volgens APSolar sprake van twee systemen, die alle kunnen werken middels één grote omvormer. Nu is er echter sprake van twee systemen met twee omvormers. Daarnaast weerspreekt APSolar dat er problemen zijn bij het opladen en ontladen van de batterij. De laadpercentages zijn aangepast op aandringen van [gedaagde] . De batterij werkt naar behoren, blijkt ook uit het opgestelde rapport, en daarvoor is ook garantie afgegeven. Met betrekking tot de btw geeft APSolar aan dat de voorwaarden voor de teruggave van de btw door de belastingdienst worden bepaald en niet door APSolar. De kantonrechter oordeelt als volgt.



4.9.
De kantonrechter stelt voorop dat de gekochte thuisbatterij op het moment van levering aan de overeenkomst moet beantwoorden (art. 7:17 BW). Bij een consumentenkoop geldt voor wat betreft de installatie dat een gebrek aan overeenstemming van de zaak met de overeenkomst als gevolg van een verkeerde installatie van de zaak wordt beschouwd als het niet beantwoorden van het afgeleverde aan de overeenkomst. Dit is het geval als (zoals hier) de installatie deel uitmaakt van de koop en is uitgevoerd door de verkoper (art. 7:18a lid 1 sub a BW). Wanneer de afwijking van wat is overeengekomen zich binnen een jaar na levering openbaart, wordt bij een consumentenkoop bovendien vermoed dat het gebrek bij levering al aanwezig was (art. 7:18a lid 2 BW). Het is in dat geval aan APSolar om te stellen en zo nodig te bewijzen dat de thuisbatterij bij levering niét gebrekkig was (HR 5 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1666).



4.10.
De kantonrechter is van oordeel dat APSolar voldoende onderbouwd heeft gesteld dat de batterij niet gebrekkig is (geweest). [gedaagde] heeft naar het oordeel van de kantonrechter de stellingen van APSolar daarover niet dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist. Daartoe overweegt de kantonrechter als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat de batterij, thans aangesloten op 26 zonnepanelen, werkt. Daaruit kan worden afgeleid dat de batterij juist is geïnstalleerd en geen gebrek vertoont. Dat de batterij niet op alle zonepanelen van [gedaagde] is aangesloten, doet daaraan niet af. De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de overeenkomst omvatte dat de thuisbatterij op alle zonnepanelen aangesloten diende te worden. Ook het feit dat de batterij niet helemaal naar 100% oplaadt en naar 0% ontlaadt, is naar het oordeel van de kantonrechter geen gebrek. [gedaagde] heeft immers zelf aan APSolar aangegeven dat hij de levensduur van de batterij wilde verlengen door middel van aanpassing van de percentages. APSolar heeft aan dat verzoek voldaan. Dat kan dus niet worden tegengeworpen aan APSolar als gebrek. Daarnaast blijkt uit het rapport van de derde dat er geen gebreken zijn vastgesteld aan de batterij. Indien er zich in de toekomst gebreken zouden voordoen, is er een productgarantie afgegeven. Tevens is het feit dat [gedaagde] geen btw heeft kunnen terugvragen, ook geen onderbouwing van een gebrek aan de thuisbatterij. Uit de geaccordeerde offerte blijkt overigens dat APSolar heeft aangegeven dat dit slechts mogelijk is als wordt voldaan aan de KOR-regeling. Kortom, het is naar het oordeel van de kantonrechter niet aannemelijk dat er momenteel enig gebrek aan de thuisbatterij is.



De (neven)vorderingen worden deels afgewezen in verband met oneerlijke bedingen





4.11.
Op grond van het voorgaande worden de verweren van [gedaagde] gepasseerd. Gezien [gedaagde] de hoogte van de hoofdsom niet heeft betwist, ligt dit deel van de vordering voor een bedrag van € 13.781,90 voor toewijzing gereed.



4.12.
APSolar vordert reeds verschenen rente van € 601,92. Ook vordert APSolar dat de toewijsbare hoofdsom wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot met de dag van volledige betaling. Artikel 9.3 van de algemene voorwaarden beschrijft de mogelijkheid dat de wettelijke handelsrente zal worden berekend over de verschuldigde hoofdsom, of tenminste 5% per jaar indien de wettelijke handelsrente op dat moment lager is. Dat is een aanmerkelijk hoger rentepercentage dan de wettelijke rente. De consument kan volgens dit beding meer moeten betalen aan APSolar dan hij op grond van artikel 6:119 BW verschuldigd is. In beginsel mag een handelaar in een overeenkomst met een consument een ander rentepercentage overeenkomen dan de wettelijke rente, maar daarbij mag de rente niet zo hoog worden dat deze als onredelijk wordt beschouwd. De kantonrechter is van oordeel dat het hanteren van de handelsrente - die ten tijde van de totstandkoming van de overeenkomst 5,25 procentpunt hoger lag dan de wettelijke rente - in een consumentenovereenkomst onredelijk is. Het evenwicht uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen wordt ten nadele van [gedaagde] als consument verstoord. Dat maakt het beding naar het oordeel van de kantonrechter oneerlijk in de zin van Richtlijn 93/13/EEG en van afdeling 6.5.3 BW. Om die reden wordt het beding dan ook vernietigd en wordt zowel de vordering omtrent de reeds verschenen rente als de verder gevorderde rente afgewezen.



4.13.
APSolar vordert tevens een bedrag van € 1.104,51 aan vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. In artikel 3 van de algemene voorwaarden staat dat de buitengerechtelijke incassokosten worden berekend aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. In artikel 4 van de algemene voorwaarden staat echter dat - voor zover de noodzakelijke kosten hoger zijn - deze kosten ook voor vergoeding in aanmerking komen. De consument kan volgens (de combinatie van) deze bedingen meer kosten moeten vergoeden aan APSolar dan hij op grond van het Besluit verschuldigd is. Hoewel artikel 3 van de algemene in het kader van de buitengerechtelijke incassokosten aansluit bij de wettelijke bepalingen, maakt artikel 4 de hoogte van de vergoeding onbeperkt. Het evenwicht uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen wordt ten nadele van [gedaagde] als consument verstoord. Dat maakt (de combinatie van) de bedingen naar het oordeel van de kantonrechter oneerlijk in de zin van Richtlijn 93/13/EEG en van afdeling 6.5.3 BW. Om die reden worden de bedingen dan ook vernietigd en wordt de vordering omtrent de buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.



4.14.
Hoewel APSolar de vorderingen omtrent de rente en de buitengerechtelijke incassokosten niet (geheel) heeft gebaseerd op de genoemde bedingen, dienen deze toch te worden afgewezen, nu een handelaar zich volgens het Dexia-arrest van het Hof van Justitie (ECLI:EU:C:2021:68) bij een oneerlijk beding niet meer mag beroepen op aanvullend nationaal recht. Dat betekent dat de kantonrechter enkel de verschuldigde hoofdsom en de hierna berekende proceskosten zal toewijzen.



4.15.

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen, met dien verstande dat, nu de vordering deels wordt afgewezen, de proceskosten zullen worden bepaald op basis van de toewijsbare hoofdsom. De proceskosten van APSolar worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


146,14







- griffierecht


€


1.461,00







- salaris gemachtigde


€


864,00


(2 punten × € 432,00)




- nakosten


€


144,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


2.615,14













5De beslissing


De kantonrechter



5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan APSolar te betalen een bedrag van € 13.781,90,



5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.615,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.B. Faber-Siermann en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2026.


58180