Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2026:3191

2026-04-15 Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht 11815610 BU VERZ 25-1668
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2026-04-15
Publicatiedatum
2026-08-03
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak
Zaaknummer
11815610 BU VERZ 25-1668
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Voertuig parkeren op plaats bestemd voor onmiddelijk laden en lossen. Geen sprake van onmiddelijk en bij voortduring laden en lossen. Hierbij neemt de kantonrechter de verklaring van de verbalisant als uitgangspunt. Ongegrond beroep.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.868 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen


Bestuursrecht



beschikkingsnummer: 269354891
zaaknummer: 11815610 BU VERZ 25-1668




proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 15 april 2026


in de zaak van





[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .


Inleiding


1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig parkeren op een plaats bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen’, verricht op 11 september 2024, om 16:20 uur, op de Westerhaven [nummer] te Groningen, met een personenauto met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).



1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.



1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 15 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene, haar echtgenoot en de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. P.A. Veenstra.



1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.




Beoordeling door de kantonrechter



Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.



Standpunten



3. Betrokkene voert aan dat zij niet geparkeerd stond, maar aan het laden en lossen was. Zij stelt dat zij haar auto op de plek heeft neergezet, met een lamp naar het huis van haar dochter is gelopen, de lamp bij haar dochter heeft neergezet en dat zij vervolgens samen met haar dochter weer naar de auto is teruggelopen. Betrokkene benadrukt dat zij alleen zo lang stilstond als strikt noodzakelijk was voor het laden en lossen en dat geen sprake was van onnodig oponthoud. Op de zitting voegt zij daaraan toe dat de lift het niet deed, waardoor betrokkene met de trap ging. Omdat zij een artroseknie heeft, kwam haar dochter haar tegemoet lopen. Daarnaast stelt zij dat zij de handhaving de Eendrachtskade zag oprijden terwijl zij de lamp uit de auto haalde. Diezelfde handhaving zag zij weer terugkomen.


3.1.
Vanaf de plek waar het voertuig van betrokkene geparkeerd stond is het vijf à zes minuten lopen naar de [straatnaam] . Het voelt voor haar onrechtvaardig omdat zij slechts korte tijd op de plek heeft gestaan. Betrokkene voegt verder toe dat zij de lamp heeft gepakt en meteen is begonnen met uitladen. De lamp kan niet over een grote afstand of op een andere manier gebracht worden, omdat het een lamp is met een conische voet en een kap. Betrokkene geeft aan dat zij ook frustratie bij de verbalisant merkte. Zij snapt dat het vervelend is dat mensen op die plek parkeren, maar benoemt dat zij daar maar heel kort stond.

4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat onvoldoende is aangetoond dat de lamp zó zwaar was dat deze alleen per voertuig kon worden gebracht. Voor zover wordt geoordeeld dat wel sprake is van enige omvang en enig gewicht, is zij van mening dat het voertuig langer heeft stilgestaan dan nodig was om te laden en lossen. Zij noemt dat een alternatief bijvoorbeeld zou zijn geweest om aan te bellen bij haar dochter, de lamp te overhandigen en vervolgens het voertuig weg te zetten. Zij verzoekt de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren.



Overwegingen



5. Betrokkene betwist de gedraging en stelt dat zij aan het laden en lossen was. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.



5.1.
Uit de verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht, blijkt dat hij gedurende een tijd van ongeveer tien minuten geen activiteit rond het voertuig van betrokkene heeft waargenomen in de vorm van het laden of lossen van goederen, dan wel het in of uit laten stappen van personen. Betrokkene is staande gehouden en heeft de volgende verklaring afgelegd: “we waren even aan het laden en lossen”. Naast de verklaring van de verbalisant bevat het dossier drie foto’s van de gedraging waarop het voertuig van betrokkene met kenteken [kenteken] zichtbaar is.



5.2.
Artikel 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 verstaat onder parkeren: “Het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen.” Onder “onmiddellijk” wordt verstaan het onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring inladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is, waarbij het gaat om goederen die niet of bezwaarlijk anders dan per voertuig kunnen worden opgehaald of gebracht.



5.3.
De kantonrechter is van oordeel dat op basis van de beschikbare gegevens kan worden vastgesteld dat de verkeersovertreding is verricht. Als een voorbeeld voor het onmiddellijk en bij voortduring inladen of uitladen noemt de kantonrechter de situatie waarin je drie stoelen voor het huis neerzet en iemand daarbij laat wachten en je de auto meteen wegzet. Hij oordeelt dat in dit geval geen sprake is van onmiddellijk en bij voortduring laden en lossen. De kantonrechter neemt hierbij de verklaring van de verbalisant als uitgangspunt, waarin deze verklaart dat er gedurende ongeveer tien minuten geen activiteit plaatsvond met betrekking tot het voertuig. Aangezien hierdoor al geen sprake is van laden en lossen, laat de kantonrechter in het midden of de lamp van zo’n omvang was dat het afleveren daarvan niet of bezwaarlijk anders dan per voertuig had gekund. De boete is terecht opgelegd. In de beroepsgronden van betrokkene ziet de kantonrechter ook geen aanleiding om de boete te matigen. Het beroep zal dan ook ongegrond worden verklaard.




Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.


Waarvan proces-verbaal,



mr. R. Krikke, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter









Afschrift verzonden op:






Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.


Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.



De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.



Hoge Raad 12 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2760.