Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2026:3190

2026-04-15 Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht 11810659 BU VERZ 25-1605
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2026-04-15
Publicatiedatum
2026-08-03
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak
Zaaknummer
11810659 BU VERZ 25-1605
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1). Geen schending motiveringsbeginsel. Verkeersovertreding kan worden vastgesteld. Uit de verklaring van de verbalisant en de overgelegde NMi-verklaring blijkt dat het snelheidsmeetmiddel was goedgekeurd. Geen reden tot twijfel, nu enkel vragen worden opgeroepen. Ongegrond beroep.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.631 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen


Bestuursrecht



beschikkingsnummer: 271659569
zaaknummer: 11810659 BU VERZ 25-1605




proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 15 april 2026


in de zaak van




Axus Nederland (de betrokkene),

gevestigd in Almere,
gemachtigde: [naam] .




Inleiding


1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘23 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1)’, verricht op 23 januari 2025, om 10:50 uur, op de Europaweg (ten hoogte van Sontplein) in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 300,00 (inclusief administratiekosten).



1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.



1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 15 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. P.A. Veenstra.



1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.




Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.



Standpunten



3. Allereerst voert betrokkene aan dat de officier van justitie zijn administratief beroep ongegrond heeft verklaard zonder in te gaan op de kernargumenten van zijn bezwaar. Dit is in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur en de motiveringsplicht uit artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De officier van justitie verwijst slechts in het algemeen naar de goedkeuring van de meetapparatuur.


3.1.
Betrokkene voert verder aan dat de officier van justitie geen bewijs heeft geleverd waaruit blijkt dat de meetapparatuur correct functioneerde, dat de ijkings- en kalibratiegegevens op die dag geldig waren, dat de snelheidsmeting exclusief betrekking had op zijn voertuig en dat de exacte omstandigheden van de meting correct waren. De bewijsvoering voldoet daarom niet aan de eisen van rechtszekerheid en controleerbaarheid.



3.2.
De officier van justitie stelt dat een apart ijkrapport niet meer vereist is sinds de invoering van de Metrologiewet (2006). Betrokkene voert aan dat dit juridisch onjuist en misleidend is. Deze wet regelt namelijk de initiële goedkeuring en typegoedkeuring van meetapparatuur, maar dit betekent niet dat een specifiek apparaat op elk moment correct functioneert. De Europese richtlijn 2014/32/EU (MID-richtlijn) vereist dat meetinstrumenten regelmatig worden gecontroleerd. In diverse juridische procedures is vastgesteld dat meetfouten kunnen voorkomen, ondanks goedkeuring van apparatuur. Dit kan door slijtage, softwarefouten of externe invloeden.



3.3.
Daarnaast stelt betrokkene dat de foto’s geen duidelijke verandering in afstand tussen de twee flitsbeelden tonen, terwijl de vermeende snelheid 76 kilometer per uur bedraagt. Dit roept twijfel op over de meetmethode, de juistheid van de snelheidsberekening en de identificatie van zijn voertuig als enige bron van de meting. Betrokkene verzoekt de rechtbank om de volledige meetgegevens en berekeningen op te vragen, inclusief de afstand tussen fotomomenten, de toegepaste formule voor snelheidsberekening en eventuele externe verstoringen of storingsfactoren.



3.4.
Verder voert betrokkene aan dat het vaststellen van een snelheidsovertreding met een geautomatiseerde flitspaal zonder directe tussenkomst twijfels met zich meebrengt. Hij vraagt zich af wanneer de flitspaal voor het laatst gecontroleerd en onderhouden is, hoe wordt gegarandeerd dat externe factoren geen invloed hadden op de meting en hoe kan worden aangetoond dat het softwarematig proces van meting en verwerking foutloos heeft gewerkt. Zonder deze informatie is het onmogelijk om vast te stellen dat de meting rechtsgeldig en correct was.



3.5.
Betrokkene verzoekt de kantonrechter de boete te vernietigen wegens ondeugdelijke bewijsvoering en gebrekkige motivering. Daarnaast verzoekt hij de kantonrechter alle relevante technische documenten op te vragen en te beoordelen of de flitspaal correct heeft gewerkt en was onderhouden. Hij verzoekt daarbij om een proceskostenvergoeding.

4. De vertegenwoordigster stelt dat de verklaring van de verbalisant het uitgangspunt is, tenzij voldoende feiten en omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel. De snelheid is vastgesteld met behulp van goedgekeurde apparatuur. Voor de volledigheid heeft de vertegenwoordigster een NMi-verklaring van het desbetreffende apparaat overgelegd. Hieruit blijkt ook dat het meetmiddel ten tijde van de verkeersovertreding was goedgekeurd. Het verweer van betrokkene is niet onderbouwd; hij werpt enkel vragen op. De verkeersovertreding kan daarom worden vastgesteld. Wat betreft de motivering van de officier van justitie stelt de vertegenwoordigster dat hieruit voldoende blijkt dat de gronden van betrokkene zijn meegenomen. Zij verzoekt de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren.



Overwegingen





Het motiveringsbeginsel



5. Het motiveringsbeginsel is niet geschonden. De officier van justitie heeft voldoende inzichtelijk gemaakt waarom de door de betrokkene aangevoerde gronden geen doel treffen. Het enkele feit dat hij daarbij niet uitgebreid en expliciet op alle specifieke argumenten die zijn aangedragen is ingegaan, maakt niet dat sprake is van schending van het motiveringsbeginsel.



De verkeersovertreding



6. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.



6.1.
Uit de verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaaksoverzicht, blijkt onder andere dat de verkeersovertreding langs elektronische weg is geconstateerd en digitaal is vastgelegd. De verbalisant verklaart dat hij de werkelijke snelheid heeft vastgesteld met behulp van een voor de meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel. De gemeten (afgelezen) snelheid was 76 km per uur, de werkelijke (gecorrigeerde) snelheid 73 km per uur en de toegestane maximumsnelheid was 50 km per uur. Dit levert een snelheidsoverschrijding op van 23 km per uur. Uit de verklaring blijkt dat de overtreding geautomatiseerd werd vastgelegd door middel van een goedgekeurde radarapparatuur welke is gemonteerd in een flitspaal.



6.2.
Naar het oordeel van de kantonrechter kan op basis van de beschikbare gegevens worden vastgesteld dat de verkeersovertreding is verricht. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt dat het snelheidsmeetmiddel voor de meting is getest, is goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze is gebruikt. Bovendien heeft de vertegenwoordigster op de zitting een NMi-verklaring overgelegd, waaruit blijkt dat het snelheidsmeetmiddel ten tijde van de verkeersovertreding was goedgekeurd. De beroepsgronden van betrokkene bieden onvoldoende aanleiding om hieraan te twijfelen. Betrokkene roept wel veel vragen op, maar specificeert niet waarom er reden is om te twijfelen. De boete is terecht opgelegd. In de beroepsgronden van betrokkene ziet de kantonrechter ook geen aanleiding om de boete te matigen.






Conclusie


De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,



mr. R. Krikke, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter



























Afschrift verzonden aan partijen op:






Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.


Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.



De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.



Hof Arnhem-Leeuwarden, 21 november 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:10129.