Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2026:3178

2026-08-06 Strafrecht; Materieel strafrecht 18.005455.25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2026-08-06
Publicatiedatum
2026-08-03
Rechtsgebied
Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
18.005455.25
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Veroordeling voor verkrachting van een minderjarige, aanranding van 2 minderjarigen en bezit en vervaardigen van kinderporno; gedeeltelijke vrijspraak; betrouwbaarheidsverweer; geen oplegging tbs-maatregel ivm niet kunnen vaststellen stoornis; deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (92.731 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht



Locatie Groningen





parketnummer 18.005455.25






Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 6 augustus 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte








[verdachte] ,


geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd te [adres] .




Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 25 juni 2026 en 6 augustus 2026 (sluiting onderzoek).
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E.P. Groot, advocaat te Groningen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H. Mous.




Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:




1.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2024 tot en met 1 januari 2025 te Stadskanaal , in elk geval in Nederland meermalen, althans eenmaal met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten met [slachtoffer 1] een of meer handelingen heeft gepleegd die bestonden uit en/of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl dit feit werd begaan jegens een aan de zorg, waakzaamheid en/of opleiding van verdachte toevertrouwde minderjarige (1 januari 2024 tot en met 30 juni 2024)
en/of
een of meer seksuele handelingen heeft verricht, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl dit feit werd begaan onder de in artikel 245, eerste lid, onder a en/of b, van het Wetboek van Strafrecht omschreven omstandigheden, te weten jegens een aan de zorg, waakzaamheid en/of opleiding van verdachte toevertrouwd kind en/of jegens een kind in een situatie van afhankelijkheid, in elk geval jegens een kind in een bijzonder kwetsbare positie (1 juli 2024 tot en met 1 januari 2025),
door




met zijn tong de schaamlippen en/of vagina van die [slachtoffer 1] te betasten en/of


zijn tong tussen de schaamlippen en/of in de vagina van die [slachtoffer 1] te brengen en/of


met zijn vinger(s) de vagina en/of anus van die [slachtoffer 1] te betasten en/of


zijn vinger(s) in de vagina en/of anus van die [slachtoffer 1] te brengen en/of


zijn penis door die [slachtoffer 1] te laten betasten en/of


de vagina en/of de borsten van die [slachtoffer 1] te betasten en/of


met zijn tong de schaamlippen en/of vagina van die [slachtoffer 1] te betasten;






subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2024 tot en met 1 januari 2025 te Stadskanaal , in elk geval in Nederland meermalen, althans eenmaal met een kind beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, terwijl dit feit werd begaan jegens een aan de zorg, waakzaamheid en/of opleiding van verdachte
toevertrouwde minderjarige (1 januari 2024 tot en met 30 juni 2024) en/of
met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren een of meer seksuele handelingen heeft verricht, terwijl dit feit werd begaan onder de in artikel 245, eerste lid, onder a en/of b, van het Wetboek van Strafrecht omschreven omstandigheden, te weten jegens een aan de zorg,
waakzaamheid en/of opleiding van verdachte toevertrouwd kind en/of jegens een kind in een situatie van afhankelijkheid, in elk geval jegens een kind in een bijzonder kwetsbare positie (1 juli 2024 tot en met 1 januari 2025),
te weten met [slachtoffer 1] , door




zijn penis door die [slachtoffer 1] te laten betasten en/of


de vagina en/of de borsten van die [slachtoffer 1] te betasten en/of


met zijn tong de schaamlippen en/of vagina van die [slachtoffer 1] te betasten.




2.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2024 tot en met 1 januari 2025 te Stadskanaal , in elk geval in Nederland meermalen, althans eenmaal met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten met [slachtoffer 2] een of meer handelingen heeft gepleegd die bestonden uit en/of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl dit feit werd begaan jegens een aan de zorg, waakzaamheid en/of opleiding van verdachte toevertrouwde minderjarige (1 januari 2024 tot en met 30 juni 2024)
en/of
een of meer seksuele handelingen heeft verricht, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl dit feit werd begaan onder de in artikel 245, eerste lid, onder a en/of b, van het Wetboek van Strafrecht omschreven omstandigheden, te weten jegens een aan de zorg, waakzaamheid en/of opleiding van verdachte toevertrouwd kind en/of jegens een kind in een situatie van afhankelijkheid, in elk geval jegens een kind in een bijzonder kwetsbare positie (1 juli 2024 tot en met 1 januari 2025),
door




zijn penis in de mond van die [slachtoffer 2] te brengen en/of die [slachtoffer 2] hem te laten pijpen


zijn penis door die [slachtoffer 2] te laten betasten en/of


de vagina en/of de borsten van die [slachtoffer 2] te betasten;





subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:





hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2024 tot en met 1 januari 2025 te Stadskanaal , in elk geval in Nederland meermalen, althans eenmaal met een kind beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, terwijl dit feit werd begaan jegens een aan de zorg, waakzaamheid en/of opleiding van verdachte
toevertrouwde minderjarige (1 januari 2024 tot en met 30 juni 2024) en/of
met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren een of meer seksuele handelingen heeft verricht, terwijl dit feit werd begaan onder de in artikel 245, eerste lid, onder a en/of b, van het Wetboek van Strafrecht omschreven omstandigheden, te weten jegens een aan de zorg,
waakzaamheid en/of opleiding van verdachte toevertrouwd kind en/of jegens een kind in een situatie van afhankelijkheid, in elk geval jegens een kind in een bijzonder kwetsbare positie (1 juli 2024 tot en met 1 januari 2025),
te weten




zijn penis door die [slachtoffer 2] te laten betasten en/of


de vagina en/of de borsten van die [slachtoffer 1] te betasten;




3
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2024 tot en met 1 januari 2025 te Stadskanaal , in elk geval in Nederland meermalen, althans eenmaal met een kind beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, terwijl dit feit werd begaan jegens een aan de zorg, waakzaamheid en/of opleiding van verdachte
toevertrouwde minderjarige (1 januari 2024 tot en met 30 juni 2024) en/of
met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren een of meer seksuele handelingen heeft verricht, terwijl dit feit werd begaan onder de in artikel 245, eerste lid, onder a en/of b, van het Wetboek van Strafrecht omschreven omstandigheden, te weten jegens een aan de zorg,
waakzaamheid en/of opleiding van verdachte toevertrouwd kind en/of jegens een kind in een situatie van afhankelijkheid, in elk geval jegens een kind in een bijzonder kwetsbare positie (1 juli 2024 tot en met 1 januari 2025), te weten met [slachtoffer 3] , door


- zijn penis door die [slachtoffer 3] te laten betasten


en/of
met [slachtoffer 4] , door


- de vagina en/of de borsten van die [slachtoffer 4] te betasten


en/of
met [slachtoffer 5] , door


- de vagina en/of de borsten van die [slachtoffer 5] te betasten


en/of
met [slachtoffer 6] , door


- de vagina en/of de billen van die [slachtoffer 6] te betasten


en/of
met [slachtoffer 7] , door


- de vagina van die [slachtoffer 7] te betasten


en/of
met [slachtoffer 8] , door


- de vagina van die [slachtoffer 8] te betasten;


4.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2024 tot en met 6 januari 2025 te Stadskanaal , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (in de periode van 1 januari 2024 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht) een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of
vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 6 januari 2025, artikel 252 Wetboek van Strafrecht) een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking
waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2016 en/of [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2018 en/of (een) ander(e) onbekend gebleven kinderen, was/waren betrokken of
schijnbaar was/waren betrokken heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of
verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft





te weten




een Lenovo laptop (1788714)


een desktop (1788713)


een computer (notebook) (1788716)


meerdere cds (1788719)


een telefoon (iPhone 13) (1788787)


een SD Sandisk (1790327)


een harde schijf (1790071)


een Sandisk Micro SD kaart (1790056)


een harde schijf (met kapotte behuizing) (1790070)





waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis, vinger/hand, voorwerp en/of mond/tong e/of een ander persoon oraal en/of vaginaal wordt gepenetreerd met een penis en/of mond/tong door die persoon en/of het eigen lichaam vaginaal wordt gepenetreerd met een voorwerp, door die persoon
(Afbeeldingsnummers in Overzicht Geselecteerde Afbeeldingen en Toonmap:1-5) en/of
het geslachtsdeel en/of de borsten van die persoon met een penis, vinger/hand en/of mond/tong wordt aangeraakt en/of het geslachtsdeel van een ander kind/persoon met een vinger/hand en/of mond/tong wordt aangeraakt door die persoon en/of die persoon het eigen geslachtsdeel aanraakt met een vinger/hand
(Afbeeldingsnummers in Overzicht Geselecteerde Afbeeldingen en Toonmap: 6-10) en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij




die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of


die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of


door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de fotos/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht




(Afbeeldingsnummers in Overzicht Geselecteerde Afbeeldingen en Toonmap: 11-13)
en/of
dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd en/of bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden (Afbeeldingsnummers in Overzicht Geselecteerde Afbeeldingen en Toonmap: 14-18)




terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt.









Beoordeling van het bewijs



Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder feiten 1 en 2 primair ten laste gelegde en feiten 3 en 4.
Ten aanzien van feit 2 heeft de officier van justitie aangevoerd dat de verklaring van [slachtoffer 1] steun vindt in verschillende bewijsmiddelen. Gelet op de verklaring van [slachtoffer 2] en op de aangetroffen naaktfotos van [slachtoffer 2] op de telefoon van verdachte, kan wettig en overtuigend worden bewezen verklaard dat verdachte seksueel is binnengedrongen bij [slachtoffer 2] .
Ten aanzien van feit 3 heeft de officier van justitie aangevoerd dat dit feit met toepassing van schakelbewijs wettig en overtuigend kan worden bewezen verklaard. Verdachte heeft andere, soortgelijke feiten begaan (te weten feiten 1 en 2) waarin het bewijs kan worden gevonden voor feit 3, nu sprake is van een vergelijkbare modus operandi. In de onderhavige zaak gaat het in alle gevallen om meisjes van vergelijkbare (zeer jonge) leeftijd die allen komen spelen bij de buurman, zijnde verdachte, en vanwege hun leeftijd kwetsbaar en beïnvloedbaar zijn. De handelingen die de verdachte bij hen uitvoert, bestaan steeds uit het betasten van de blote vagina, zoenen op de mond, fotograferen en opdragen hun vagina of kont open te houden. Dat gebeurt allemaal bij verdachte thuis op het bed, de bank of het toilet. De handelingen zijn ook in dezelfde periode gepleegd.





Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte (integraal) moet worden vrijgesproken van feiten 1, 2 en 3. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het bewijs voornamelijk wordt gebaseerd op de verklaringen van minderjarigen, terwijl deze verklaringen niet betrouwbaar kunnen worden geacht. De verklaringen zijn afkomstig van zeer jonge kinderen die via hun ouders op de hoogte zijn geraakt van de verdenkingen omtrent verdachte en vervolgens door hen hierover zijn bevraagd. Bovendien onderhouden (de ouders van) de vermeende slachtoffers onderling innige banden met elkaar. Dit alles maakt dat de kans op beïnvloeding of pseudo-herinneringen niet kan worden uitgesloten. Derhalve moeten deze verklaringen worden uitgesloten van het bewijs. Voor het overige bevat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend



bewijs om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.
Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsman aangevoerd dat dit feit slechts kan worden bewezenverklaard voor zover het ziet op het vervaardigen en het in bezit hebben van kinderpornografisch beeldmateriaal.





Oordeel van de rechtbank







Juridisch kader: steunbewijs

Zedenzaken kenmerken zich in het algemeen door het feit dat zij zich vaak voordoen in een situatie waarbij slechts twee personen aanwezig zijn: een verondersteld slachtoffer en een veronderstelde dader. Als de veronderstelde dader ontkent moet de rechter beoordelen of aan het bewijsminimum is voldaan. De bewijsminimumregel van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) houdt in dat het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige. De Hoge Raad heeft het belang van deze bepaling bij herhaling onderstreept door te overwegen dat deze strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige genoemde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Daar staat echter tegenover dat in zedenzaken een geringe mate aan steunbewijs in combinatie met de verklaring van de aangever voldoende wettig bewijs kan opleveren.




De vraag of aan voormeld bewijsminimum is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van de concrete omstandigheden.
Een bijzondere vorm van steunbewijs vormt het schakelbewijs. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad (onder meer HR 11 januari 2000, NJ 2000, 194) volgt dat onder omstandigheden het gebruik van aan andere, soortgelijke en bewezenverklaarde feiten ten grondslag liggende bewijsmiddelen als steunbewijs is toegelaten. Daarbij moet het gaan om bewijsmateriaal voor die andere feiten dat op essentiële punten belangrijke overeenkomsten of kenmerkende gelijkenissen vertoont met het bewijsmateriaal van het te bewijzen feit en dat duidt op een herkenbaar en gelijksoortig patroon in de handelingen van verdachte.




De rechtbank is anders dan de officier van justitie van oordeel dat schakelbewijs in de onderhavige zaak geen toepassing kan vinden. In het dossier gaat het weliswaar (steeds) om minderjarige meisjes die bij verdachte thuis zouden zijn betast ofwel bij wie seksuele handelingen zouden zijn verricht, maar er zijn er geen kenmerkende gelijkenissen op essentiële punten in de verschillende gevallen te ontdekken. Zo zijn de ontuchtige/seksuele handelingen die zouden zijn verricht niet telkens dezelfde gedragingen. Evenmin is duidelijk wie van de meisjes bij elk van de gedragingen aanwezig was. Ook is de aanloop van elk der gedragingen en de relatie van verdachte met ieder van de meisjes steeds anders. Van sommige meisjes was verdachte de vaste oppas en anderen kwamen alleen even langs om te spelen. De oppaskinderen bleven regelmatig eten en slapen, maar andere kinderen niet. Ook gaf verdachte bepaalde kinderen af en toe cadeautjes, maar niet iedereen. Naar het oordeel van de rechtbank valt er dan ook geen zodanig herkenbaar en gelijksoortig patroon vast te stellen in de handelingen van verdachte dat kan worden gezegd dat sprake is van een duidelijke modus operandi.





Feit 1, primair: bewezenverklaring







Betrouwbaarheid verklaring [slachtoffer 1]




De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de verklaring van [slachtoffer 1] voldoende betrouwbaar is en overweegt daartoe als volgt.




[slachtoffer 1] heeft naar het oordeel van de rechtbank concreet en gedetailleerd verklaard over de handelingen die door haar bij verdachte en/of andersom zijn verricht, namelijk dat zij de piemel van verdachte in haar mond moest doen, dat hij aan en in haar plasser heeft gezeten met zijn vinger en tong en dat hij een vinger in haar poepgat heeft gedaan. Ook heeft zij duidelijk verklaard waar(mee) en hoe (vaak) de handelingen (steeds) hebben plaatsgevonden: als ze tegelijkertijd onder de douche stonden en/of als zij in bed van verdachte lag. Bovendien wordt de verklaring van [slachtoffer 1] op een aantal essentiële onderdelen ondersteund door de verklaring van verdachte. Zo heeft [slachtoffer 1] verklaard dat verdachte fotos van haar maakte terwijl zij op de wc zat en dat zij dan haar plasser open moest doen.
Dergelijke fotos zijn aangetroffen op de laptop en in de telefoon van verdachte, terwijl verdachte heeft bekend dat hij die fotos heeft gemaakt.
De rechtbank ziet in het dossier noch in het verhandelde ter zitting aanwijzingen op grond waarvan aan de verklaring van [slachtoffer 1] moet worden getwijfeld. Dat zij in eerste instantie anders heeft verklaard, doet hier naar het oordeel van de rechtbank niet aan af. [slachtoffer 1] heeft in het tweede verhoor verklaard dat zij eerst niet over de handelingen durfde te vertellen, omdat ze verdachte wilde beschermen en hij haar had beloofd dat hij een puppy voor haar zou kopen. Naar het oordeel van de rechtbank is het volkomen begrijpelijk dat een kind van slechts 8 jaar oud terughoudend is om een verklaring af te leggen over haar oppas ten aanzien van wie zij zich in een afhankelijkheidspositie bevindt, van wie ze cadeautjes en snoep ontvangt en bij wie ze mag spelen en filmpjes mag kijken. De rechtbank ziet in het feit dat [slachtoffer 1] niet meteen belastend heeft verklaard dan ook geen aanleiding om te twijfelen aan haar tweede, belastende verklaring.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer 1] betrouwbaar en daarmee bruikbaar is voor het bewijs.




De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.




De rechtbank merkt voorafgaand op dat overal waar in de bewijsmiddelen wordt gesproken over [verdachte] en [slachtoffer 1] de rechtbank op grond van het dossier begrijpt dat hiermee verdachte [verdachte] respectievelijk getuige [slachtoffer 1] wordt bedoeld.



1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 6 januari 2025, opgenomen op pagina 713 en verder van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025000471-73 d.d. 14 november 2025, inhoudend als verklaring van [verdachte] :


V: Waar woon je?
A: In [plaats] . Op woensdags heb ik twee buurmeisjes om op te passen, dan moet de moeder kranten lopen.
V: Wie zijn dat?
A: [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . Ze hebben ook wel eens bij me gelogeerd.
V: Wanneer was dat, dat ze bij jou sliepen?
A: Ik denk driekwart jaar geleden, het was voor de zomer van vorig jaar.



2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 7 januari 2025, opgenomen op pagina 725 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [verdachte] :


V: Hoe vaak is het gebeurd dat [slachtoffer 1] bij jou in bed lag? A: Twee keer
V: Hoe zit het met fysiek contact tussen jou en [slachtoffer 1] ?
A: Heb ik niet, ja als ze komt of weggaat geef ik wel eens een knuffel. V: En hoe zit het met een kus?
A; Ja ik geef ze wel eens een kus. Ze geeft me wel eens een kus op de mond en dat is heel normaal voor haar.



3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 maart 2025, opgenomen op pagina 745 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [verdachte] :


V: Welke fotos heb je gemaakt? A: Naaktfotos van [slachtoffer 1] .
V: Waar heb je dat gedaan?
A: Boven, eentje, of een paar in de douche en in bed.







4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 8 januari 2025, opgenomen op pagina 143 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 1] :


V: Hoe vaak kwamen de kinderen bij hem thuis?
A: In het begin niet zo heel veel, en anders was ik er altijd bij. Later, toen [slachtoffer 1] zelf mocht buiten spelen, dan ging ze ook naar [verdachte] , ook als ik het niet wist. Vorig jaar begon [naam 1] met een krantenwijkje op woensdag. Ik hielp dan wel eens mee en dan kwamen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] uit school bij [verdachte] . Hij paste dan op ze. [verdachte] haalde ze op uit school als ze bij hem bleven. Ze aten dan ook bij [verdachte] en bleven dan tot 18:30 uur of 19:00 uur.
V: Hoe was het vóór de krantenwijk van [naam 1] ?
A: 3 dagen in de week, dat was dan vooral [slachtoffer 1] . V: Heeft [slachtoffer 1] nog iets verteld?
A: Ik heb [slachtoffer 1] gevraagd hoe het kwam dat er fotos waren van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] vertelde mij toen dat hij veel vaker aan haar had gezeten, dat hij met zijn vinger aan haar plasser had gezeten en met zijn vinger in haar plasser had gezeten. Ook vertelde ze dat [verdachte] met zijn tong bij haar plasser had gezeten.
V: Wij hebben ook met [verdachte] gesproken, hij vertelde dat er ook wel eens bij hem werd geslapen. Vertel eens?
A: Ja, dat klopt.
V: Waar sliep [slachtoffer 1] als ze bleef logeren?
A: [verdachte] had een slaapkamer, maar ik heb van meerdere mensen uit de buurt gehoord dat [slachtoffer 1] vertelde dat ze bij [verdachte] in bed sliep.
V: En als ze alle drie daar sliepen?
A: [naam 1] sliep dan bij [slachtoffer 2] op de logeerkamer en [slachtoffer 1] dan bij [verdachte] in bed.



5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 januari 2025, opgenomen op pagina 163 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verbalisanten:


Op 11 januari 2025 werd in de kindvriendelijke studio te Groningen gehoord als getuige: Naam: [slachtoffer 1]



Geboortedatum: [geboortedatum] -2016 Adres: [adres]
Postcode + woonplaats: [adres]
A: We moesten naakt staan als we een knuffel wouden. V: Vertel eens alles over naakt staan als het om jou gaat.
A: Nou, als ik alleen ben dan doet die dat vaak. Dan wilt hij dat ik onder de douche ga bij hem en dat wil ik dan niet en dan zeg ik nee en dan wilt hij dat juist wel.
V: Wat moet je dan doen?
A: De piemel in de mond.
V: Kan jij die douche voor mij tekenen? O: Getuige begint te tekenen.
A: Navel, ik kan wel mooier tekenen, maar dit is dat ze naakt staan. V: Dus als jullie onder de douche staan dan staan jullie naakt?
A: Ja, dat moet.
V: Want?
A: Dat moet van [verdachte] . Want hij zegt je kan niet douchen met een badpak of iets aan.
V: En dan ben je met [verdachte] onder de douche. Dan ben je naakt en dan? A: Dan wilt hij ook altijd mijn plassertje vasthouden.
V: En jij zegt [verdachte] raakt jouw plasser aan. A: Uhu.
V: Hoe doet die dat?
A: Hij gaat gewoon met zijn hand hij gaat op zijn hurken zitten en dan aan mijn plasser. V: Waarmee zit hij aan jouw plasser?
A: Met zijn handen.
V: En wat doet die dan met zijn handen?
A: Of hij zit met zijn hand in mijn plasser of hij heeft gewoon uhm.. of hij zit gewoon tegenaan te wrijven. En ik heb ook een keer pijn gehad doordat hij dat heeft gedaan.
V: Hoe vaak is dat gebeurd onder de douche? Een keer of vaker? O: Getuige schrijft "4 KEER".
V: Je vertelde me net ook wat over de piemel onder de douche. A: Ja, dan moest ik het in mijn mond doen.
V: Is dat alleen in de douche gebeurd de piemel in de mond of ook ergens anders? O: Getuige gaat het bed en deur tekenen.
V: De piemel in de mond is dat ook op het bed gebeurd? A: Ja.
V: Vertel daar eens alles over.
A: Dan lig ik hier gewoon zo te slapen en dan gaat hij hier zo onder de deken en steekt hij de tong uit en dan gaat hij in mijn plasser.
V: Waarmee gaat hij in je plasser? A: Met de tong.
V: En hoe gaat dat op bed als [verdachte] zijn piemel in jouw mond stopt?
A: Nou, hij ligt dan naakt en dan doet hij dat heel snel. Dan moet ik onder de dekens en dan doet hij, moet ik de piemel in mijn mond doen.
V: En dan?
A: Dat wil ik dan niet, maar dat moet ik. V: En hoe weet je dat het moet?
A: Dat zegt hij want anders krijg ik een klap voor de kop.
V: En is dat daar op het bed dat je de piemel in de mond moet doen is dat daar een keer gebeurd of vaker?
O: Getuige schrijft "vaker".



V: He, de vinger in de kont, daar vertel je ook wat over. Vertel daar eens alles over. A: Nou, hij doet dan zo met zijn vinger in de kont als ik onder de douche sta. En in bed.
V: En hoe weet jij dat dat de vinger is?
A: Omdat ik dat voel, hij heeft scherpe nagels. Die voel ik. Dan zegt hij eerst even liever onder de dekens en dan vraag ik wat ga je dan doen? Dan zegt hij niks.
V: En als jij dan bij hem onder de dekens gaat, hoe zit het dan met jouw kleren? A: Of hij trekt mijn broek uit of alles uit.
V: Hoe ben jij dan op dat bed? A: Dan doet hij mijn benen wijd.
V: Gewoon, wijd hey en uh uh, waar gaat die vinger er dan precies in? A: Gewoon in me kont.
V: In je kont uh.. Waar in je kont dan? A: In je in dat gat.
V: In dat gat en wat doe je dan? Wat doe je normaal met dat gat? A: Poepen.
V: En wat voel je dan?
A: Dat doet pijn.
V: heeft [verdachte] wel eens foto's gemaakt dat jij naakt was? A: Ja.
V: Ja?
A: Ja, foto's. Hij maakt die foto's, omdat wij dan knuffels krijgen. V: Ja? Hoe gaat dat dan precies?
A: Dan, dan zitten wij op de wc en dan moeten wij gaan staan en dan maakt hij foto's en zo. V: Oke, als hij dan die foto's?
A: Hij zegt ook dat wij onze plasser open moeten doen.



6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 januari 2025, opgenomen op pagina 555 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verbalisant: De moeder van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , [getuige 1] , stuurde een uitdraai van de Whatsapp chat welke zij voerde met [verdachte] . Ik zag dat het een chat was welke startte op 22-12-2023 en eindigde op 03-01-2025. De eerste chatregels gingen over het feit dat “ [slachtoffer 1] ” bij [verdachte] was en dat “ [slachtoffer 1] ” wilde blijven slapen. Verder was te lezen dat:
de kinderen met enige regelmaat bij verdachte logeerde en/of aten. [verdachte] de kinderen wel naar school bracht of haalde.



Feit 2: vrijspraak

De rechtbank acht feit 2 niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende.
Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat zich in het dossier onvoldoende bewijsmiddelen bevinden om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van feit 2. Getuige [slachtoffer 1] verklaart dat zij heeft gezien dat verdachte zijn piemel in de mond deed van [slachtoffer 2] en zijn vinger in haar plasser en kontgat, maar [slachtoffer 2] verklaart hier zelf niets over. Zij verklaart dat zij onder de douche heeft gestaan bij verdachte om de hond te wassen en dat zij daarbij haar kleren uit had, maar dat verdachte zijn kleren aan had. Wel verklaart zij: “Hij ging, deed rare dingen en hij keek ergens naar, maar ik weet niet waar naar”. De rechtbank acht deze verklaring echter onvoldoende concreet om te kunnen bijdragen aan het bewijs. Ook vindt de verklaring van [slachtoffer 1] geen steun in het feit dat verdachte naaktfotos van [slachtoffer 2] in bezit had, nu op die fotos niet is te zien dat er seksuele handelingen worden verricht. Tot slot is de verklaring van getuige [getuige 1] , de moeder van [slachtoffer



2] (en [slachtoffer 1] ), naar het oordeel van de rechtbank evenmin redengevend voor het bewijs, omdat het gaat om een van-horen-zeggen-verklaring. Bovendien verklaart zij weliswaar dat [slachtoffer 2] zou hebben gezegd dat verdachte aan haar “plasser en tietjes” zou hebben gezeten, maar dit was nadat [slachtoffer 1] exact diezelfde woorden had gebruikt tegen hun moeder waar [slachtoffer 2] bij was. Het is daarom niet vast te stellen in hoeverre [slachtoffer 2] is beïnvloed door hetgeen haar zus heeft verklaard.







Feit 3 (gedeeltelijk): vrijspraak

De rechtbank acht feit 3 ten aanzien van [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende. De verklaringen van de meisjes bevatten naar het oordeel van de rechtbank te weinig (of helemaal geen) concrete informatie over welke (ontuchtige) handelingen verdachte jegens ieder van hen zou hebben verricht en hoe en waar dat zou zijn gebeurd. Bovendien is er voor elk van de vermeende gedragingen geen steunbewijs aanwezig in het dossier. De aangiftes die zijn gedaan door de moeders van de meisjes zijn naar het oordeel van de rechtbank niet redengevend voor het bewijs, omdat het in alle gevallen gaat om een van-horen-zeggen-verklaring. Voor het overige bevat het dossier onvoldoende bewijsmiddelen om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.





Feit 3 (gedeeltelijk): bewezenverklaring







Betrouwbaarheid verklaring [slachtoffer 3]

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de verklaring van [slachtoffer 3] voldoende betrouwbaar is en overweegt daartoe als volgt. [slachtoffer 3] heeft consistent, gedetailleerd en concreet verklaard. Zij heeft namelijk verklaard dat zij één keer aan de piemel van verdachte moest zitten van [slachtoffer 1] , omdat [slachtoffer 1] anders haar vriendin niet meer wilde zijn. Ze heeft verder verklaard dat ze in de piemel van verdachte heeft geknepen toen ze op de bank zaten en dat ze daarna haar handen ging wassen. Ook heeft ze verteld dat ze van verdachte mocht stoppen wanneer ze wilde. De rechtbank ziet in het dossier noch in het verhandelde ter zitting aanwijzingen op grond waarvan aan de verklaring van [slachtoffer 3] moet worden getwijfeld.




Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer 3] betrouwbaar is en daarmee bruikbaar voor het bewijs.




De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.




De rechtbank merkt voorafgaand op dat overal waar in de bewijsmiddelen wordt gesproken over [verdachte] en [slachtoffer 3] de rechtbank op grond van het dossier begrijpt dat hiermee verdachte [verdachte] respectievelijk getuige [slachtoffer 3] wordt bedoeld.



1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 7 januari 2025, opgenomen op pagina 725 en verder van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025000471-73 d.d. 14 november 2025, inhoudend als verklaring van [verdachte] :


V: Waar woon je?



A: In [plaats] .
V: We hebben met [slachtoffer 3] gesproken en ze vertelde dat ze wel bij jou in huis geweest is. Vertel daar eens over?
A: [slachtoffer 3] kwam dan de ene week wel en de andere niet. V: Wanneer kwam ze dan? In welke tijd?
A: In 2024 wel ja.



2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 3 januari 2025, opgenomen op pagina 89 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 2] :
Op oudjaarsavond sprak mijn vrouw met haar dochter aan de telefoon. Die dochter had gehoord dat daar werd rond verteld op school dat ze bij een man aan de swans moesten zitten. Ik heb [slachtoffer 3] gevraagd of dat klopte. [slachtoffer 3] gaf toen huilend toe dat zij dat ook moest doen bij die man. [slachtoffer 3] zei dat ze daarna meteen haar handjes had gewassen. toen ik naar [slachtoffer 3] keek daarna zag ik dat ze mij met grote ogen aan keek. Ik zag bijna een soort opluchting dat ik het wist. [slachtoffer 3] had tranen in de ogen.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 januari 2025, opgenomen op pagina 61 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verbalisant:


Op 2 januari 2025, werd audiovisueel gehoord in een kindvriendelijke studio als getuige te Groningen:
Voornamen: [slachtoffer 3]
Achternaam: [slachtoffer 3]
Geboortedatum: [geboortedatum] -2016
V: En, nou heb je mij gister verteld dat jij ook een keer aan zijn piemel hebt gezeten. A: Ja.
V: En vertel mij daar eens over.
A: Een hele tijd moest ik het doen. En daarna ging 't ook doen, omdat anders ging [slachtoffer 1] mijn vriendin niet meer zijn, en zij is mijn enig, alleen maar.
V: En wat zei ze dan precies?
A: Dat je aan [verdachte] z'n piemel zit, dan ben ik je vriendin helemaal. Dat je niet aan z'n piemel zit, wil ik je vriendin niet meer zijn.
V: En waar waren jullie dan datje aan z'n piemel zat? Waar waren jullie toen?
A; Maar ik zat wel één (1) keer, omdat ik wou niet dat ze mijn vriendin niet meer zijn. V: Nee.
A: Ik deed één (1) knijpje, en toen ging ik mn handen wassen. En toen waren wij op de bank.
V: En is dit, dat jij in de piemel van [verdachte] knijpt, is dat één (1) keer gebeurd of vaker? A: Eén (1) keer.



4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 3 januari 2025, opgenomen op pagina 98 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 3] :

A: Deze week moest ik even naar de winkel om boodschappen te doen. Ik zei tegen [slachtoffer 3] dat zij niet per se mee hoefde. Ik noemde twee namen van buurmannen waar ze wel even een half uurtje naar toe mocht. Toen ik de naam van de ene buurman noemde werd ze erg boos. [slachtoffer 3] zei dat ze daar helemaal niet heen wilde gaan.
V: Welke buurmannen noemde jij?
A: Ik noemde buurman [naam 2] en ik noemde buurman [verdachte] . Toen ik buurman [verdachte] noemde werd [slachtoffer 3] heel boos.
V: Wanneer was dit?
A: Het was voordat ik de melding maakte.



V: Wil je verder nog wat vertellen?
A: Het gedrag van [slachtoffer 3] is sinds 3 weken wel erg veranderd. Normaal is zij heel meegaand en nu was het tegenstribbelen, schreeuwen en niet luisteren. Eerder was dat nooit zo. De laatste drie dagen gaat het weer beter met haar. Dit is sinds dat zij met de politie heeft gesproken. Ze is ook weer vriendelijker tegen mij. Ze is meer haar zelf.




Betrouwbaarheid verklaring [slachtoffer 6]

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de verklaring van [slachtoffer 6] voldoende betrouwbaar is en overweegt daartoe als volgt. [slachtoffer 6] heeft concreet en gedetailleerd verklaard over de handelingen die door verdachte bij haar zijn verricht, waar(mee) en hoe vaak. Zo verklaart zij dat zij op de wc zat, dat verdachte zei dat ze haar benen wijd moest doen en dat hij toen aan haar plasser ging zitten. [slachtoffer 6] heeft voorts verklaard dat verdachte op zolder met speelgoed bij haar plasser heeft gezeten en dat hij daar ging ruiken. De rechtbank ziet in het dossier noch in het verhandelde ter zitting aanwijzingen op grond waarvan aan de verklaring van [slachtoffer 6] moet worden getwijfeld.




Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer 6] betrouwbaar is en daarmee bruikbaar voor het bewijs.




De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.




De rechtbank merkt voorafgaand op dat overal waar in de bewijsmiddelen wordt gesproken over [verdachte] en [slachtoffer 6] de rechtbank op grond van het dossier begrijpt dat hiermee verdachte [verdachte] respectievelijk getuige [slachtoffer 6] wordt bedoeld.



1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 7 januari 2025, opgenomen op pagina 725 en verder van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025000471-73 d.d. 14 november 2025, inhoudend als verklaring van [verdachte] :


V: Waar woon je?
A: In [plaats] .
V: Hoe vaak kwam [slachtoffer 6] bij jou in huis? A: 1 keer in de 2 week of zoiets.


2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 14 januari 2025, opgenomen op pagina 340 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 4] :


A: Op een zondag, in de zomerperiode van 2024 zocht ik oppas, [verdachte] wilde wel even oppassen. Toen ik terugkwam heb ik [slachtoffer 6] opgehaald. Ze vertelde meteen dat [verdachte] met zijn blote piemel voor haar had gestaan. Ik ben toen de volgende dag naar [verdachte] toe gegaan met [slachtoffer 6] . Voordat ik wat kon zeggen zei [slachtoffer 6] direct tegen [verdachte] dat hij met zijn blote piemel voor haar had gestaan. [verdachte] zei toen dat hij dat inderdaad had gedaan maar dat dat kwam omdat hij zich aan het omkleden was.
V: Je doet aangifte van het vermoeden van seksueel misbruik van [slachtoffer 6] . Wat kun je daar over vertellen?
A: ik heb wel wat gezien. Dat [verdachte] kusje gaf wat ik al niet wilde. En dat hij met zijn handen onder het shirtje van [slachtoffer 6] zat. Dat was 2de kerstdag toen hadden we hem uitgenodigd. [verdachte]



was alleen in de woonkamer met [slachtoffer 6] . Wij kwamen terug van sigaretje roken en toen liep ik naar de woonkamer. Hij zat achter de deur en ik deed de deur open. Ik zag dat hij schrok omdat hij mij ineens zag. Ik zag dat [slachtoffer 6] met haar rug op zijn knieën lag met haar hoofd naar de grond. Ik zag dat [verdachte] zijn hand onder haar shirt, bij haar buik, vandaan haalde. Het leek alsof hij zich betrapt voelde.
V: Zijn er verder dingen die jouw opgevallen zijn of wat [slachtoffer 6] heeft gezegd?
A: Dat hij kusjes gaf heel vaak. Op de mond. Dat zag ik en heeft [slachtoffer 6] ook gezegd.



3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 januari 2025, opgenomen op pagina 350 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verbalisant:


Op 21 januari 2025 werd audiovisueel gehoord in een kindvriendelijke studio als getuige te Groningen:
Voornamen: [slachtoffer 6]
Achternaam: [slachtoffer 6]
Geboortedatum: [geboortedatum] 2020
V: Oké, jij kwam hier om te praten ergens over. En waar kwam jij over praten?
A: Over [verdachte] . Want [verdachte] had een keer helemaal aan mn plassertje gezeten, en dat vond ik niet leuk.
V: En is dat dan één (1) gebeurd, of is dat vaker gebeurd dat [verdachte] aan jouw plassertje zat? A: Vaker.
V: En hoe ging dat dan, dat aan jouw plassertje zitten?
A: Toen zat ik op de wc, toen zei [verdachte] “Benen wijd" en toen ging [verdachte] gewoon aan mijn plassertje zitten.
V: En wat deed hij dan als hij aan jouw plassertje zat?
A: Ging die gewoon kietelen aan mn plassertje, maar dat vond ik niet leuk.
V: En dan heb je het over de wc waar die dat deed. Deed die dat ook op andere plekken dan op de wc. A: Op andere plekken.
V: En waar dan?
A: Boven.
V: En waar boven?
A: Op zolder.
A: Nou, die stofzuiger was ook de hele tijd aan. V: Die was aan? Oké. Want?
A: Want [verdachte] gaat de hele tijd aan mijn plassertje zitten en ruiken. V: En waarmee ging die ruiken dan?
A: Met een speelgoed. Want [verdachte] ging met speelgoed bij mn plassertje zitten, en daar ging [verdachte] ruiken.






Feit 4: bewezenverklaring

De rechtbank acht feit 4 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.



Deze opgave luidt als volgt:


1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 25 juni 2026;

2. Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming aan [adres] d.d. 2 januari 2025 met nummer 2025000471-14;
3. Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming aan [adres] d.d. 2 januari 2025 met nummer 2025000471-13;
4. Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming aan [adres] d.d. 6 januari 2025 met nummer 2025000471-29;
5. Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming aan [adres] d.d. 7 januari 2025 met nummer 2025000471-37;
6. Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming aan [adres] d.d. 6 januari 2025 met nummer 2025000471-25;
7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 september 2025, opgenomen op pagina 634 en verder van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025000471-73 d.d. 14 november 2025, inhoudend de verklaring van verbalisant;
8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 september 2025, opgenomen op pagina 686 van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van verbalisanten.






Bewezenverklaring
De rechtbank acht feit 1 primair, feit 3 (gedeeltelijk) en feit 4 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:


1.
hij in de periode van 1 januari 2024 tot en met 1 januari 2025 te Stadskanaal , meermalen, met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten
met [slachtoffer 1] meer handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl dit feit werd begaan jegens een aan de zorg en waakzaamheid van verdachte toevertrouwde minderjarige (1 januari 2024 tot en met 30 juni 2024)
en
meer seksuele handelingen heeft verricht, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl dit feit werd begaan onder de in artikel 245, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht omschreven omstandigheden, te weten jegens een aan de zorg en waakzaamheid van verdachte toevertrouwd kind (1 juli 2024 tot en met 1 januari 2025), door



met zijn tong de schaamlippen en vagina van die [slachtoffer 1] te betasten en


zijn tong tussen de schaamlippen en in de vagina van die [slachtoffer 1] te brengen en


met zijn vinger de vagina en anus van die [slachtoffer 1] te betasten en


zijn vinger in de vagina en anus van die [slachtoffer 1] te brengen en


zijn penis door die [slachtoffer 1] te laten betasten en


de vagina van die [slachtoffer 1] te betasten.




3.
hij de periode van 1 januari 2024 tot en met 1 januari 2025 te Stadskanaal , meermalen, met een kind beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, terwijl dit feit werd begaan jegens een aan de zorg en waakzaamheid van verdachte toevertrouwde minderjarige (1 januari 2024 tot en met 30 juni 2024)
en
met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren een of meer seksuele handelingen heeft verricht, terwijl dit feit werd begaan onder de in artikel 245, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht omschreven omstandigheden, te weten jegens een aan de zorg en waakzaamheid van verdachte toevertrouwd kind (1 juli 2024 tot en met 1 januari 2025), te weten



met [slachtoffer 3] , door



zijn penis door die [slachtoffer 3] te laten betasten en met [slachtoffer 6] , door


de vagina van die [slachtoffer 6] te betasten.




4.
hij in de periode van 1 januari 2024 tot en met 6 januari 2025 te Stadskanaal , meermalen, (in de periode van 1 januari 2024 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht) meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken heeft
in bezit heeft gehad
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 6 januari 2025, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)





meer visuele weergaven van seksuele aard waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2016 en [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2018 en andere onbekend gebleven kinderen, was betrokken
heeft vervaardigd en
in bezit heeft gehad



te weten



een Lenovo laptop (1788714)


een desktop (1788713)


een computer (notebook) (1788716)


meerdere cds (1788719)


een telefoon (iPhone 13) (1788787)


een SD Sandisk (1790327)


een harde schijf (1790071)


een Sandisk Micro SD kaart (1790056)


een harde schijf (met kapotte behuizing) (1790070)






waarop te zien is dat:





die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis, vinger/hand, voorwerp en/of mond/tong en/of een ander persoon oraal en/of vaginaal wordt gepenetreerd met een penis en/of mond/tong door die persoon en/of het eigen lichaam vaginaal wordt gepenetreerd met een voorwerp, door die persoon
(Afbeeldingsnummers in Overzicht Geselecteerde Afbeeldingen en Toonmap:1-5) en/of
het geslachtsdeel en/of de borsten van die persoon met een penis, vinger/hand en/of mond/tong wordt aangeraakt en/of het geslachtsdeel van een ander kind/persoon met een vinger/hand en/of mond/tong wordt aangeraakt door die persoon en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel aanraakt met een vinger/hand (Afbeeldingsnummers in Overzicht Geselecteerde Afbeeldingen en Toonmap: 6-10) en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij



die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of


die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of


door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of




de uitsnede van de fotos/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
(Afbeeldingsnummers in Overzicht Geselecteerde Afbeeldingen en Toonmap: 11-13) en/of
dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd en/of bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden (Afbeeldingsnummers in Overzicht Geselecteerde Afbeeldingen en Toonmap: 14-18)




terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.




Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.







Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:

1. primair met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam en verkrachting in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige.

3. met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen en aanranding in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

4. een afbeelding en gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben en het vervaardigen en in bezit hebben van een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking of gegevens die geschikt zijn om zon visuele weergave te vormen van een seksuele gedraging of een gegevensdrager bevattende gegevens die daartoe geschikt zijn, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt.


Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.







Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.



Strafmotivering



Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van alle feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaren en dat aan hem de ongemaximeerde maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege (hierna: tbs met dwangverpleging) wordt opgelegd. Hiertoe heeft de officier van justitie het volgende aangevoerd.
Ondanks dat de gedragsdeskundigen geen (parafiele) stoornis bij verdachte hebben kunnen vaststellen of uitsluiten, kan de rechtbank op basis van het dossier, de rapportages, de tegenstrijdige beantwoording van vragen en de ontkenning van de feiten door verdachte ambtshalve vaststellen dat tijdens het begaan van de feiten bij verdachte sprake was van een juridische stoornis in de zin van artikel 37a Sr.





Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van feit 4 gepleit voor de oplegging van een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden, zoals geadviseerd door de reclassering in haar rapportage van 3 december 2025.
Daarnaast heeft de raadsman de rechtbank verzocht om aan verdachte geen tbs-maatregel op te leggen. De deskundigen hebben geen stoornis kunnen vaststellen en de rechtbank kan evenmin een juridische stoornis vaststellen. Bovendien zou tbs met dwangverpleging een stap te ver zijn, aangezien verdachte heeft aangegeven wel aan een behandeling te willen meewerken.





Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van de reclassering, psycholoog en psychiater en het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.




De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.






Ernst van de feiten

Verdachte, een 53-jarige man, heeft zich in een periode van een jaar schuldig gemaakt aan verkrachting en aanranding van zijn minderjarige buurmeisjes en het vervaardigen en in bezit hebben van kinderporno, onder andere ten aanzien van twee buurmeisjes.




Allereerst heeft verdachte een destijds 7 en 8 jaar oud oppaskind verkracht, door met zijn vinger in haar vagina en anus te gaan en met zijn tong in haar vagina. Ook moest het meisje de piemel van verdachte in haar mond nemen. Dit gebeurde als zij bij verdachte bleef logeren en daar onder de douche stond, op de wc zat of in bed lag (om) te (gaan) slapen. Ook heeft verdachte van ditzelfde slachtoffer en haar zusje meerdere fotos gemaakt en bewaard, welke fotos zijn geclassificeerd als kinderporno. Zo zijn er van beide meisjes fotos aangetroffen terwijl zij op de wc zitten en hun vagina open houden.
Daarnaast heeft verdachte twee minderjarige meisjes van ongeveer 4 en 8 jaar oud bij hem thuis aangerand. Het oudste meisje heeft de piemel van verdachte betast door erin te knijpen en bij het jongste meisje heeft verdachte haar vagina betast. Dit gebeurde toen de buurmeisjes bij verdachte thuis (met



elkaar) kwamen spelen en zij op de bank of de wc zaten.





Door zijn handelen heeft verdachte de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers in zeer ernstige mate geschonden en eraan bijgedragen dat hun normale en gezonde seksuele ontwikkeling is doorkruist. Het is algemeen bekend dat zedenfeiten een grote impact kunnen hebben op het leven van slachtoffers en dat zij de psychische gevolgen nog lang met zich mee kunnen dragen. Dat geldt des te meer als het gaat om zeer jonge, minderjarige slachtoffers. Verdachte heeft zich enkel laten leiden door zijn eigen lustgevoelens en zich niet bekommerd om de gevoelens van de slachtoffers en de gevolgen van zijn handelen op hen. De rechtbank rekent het verdachte extra aan dat deze handelingen hebben kunnen plaatsvinden, omdat verdachte zich voordeed als behulpzame buurman die ouders uit de brand hielp door op hun kinderen te passen en zijn huis open te stellen voor andere kinderen uit de buurt om daar te komen spelen. De zorg voor de kinderen was aan hem toevertrouwd op het moment dat ze bij verdachte thuis waren en het was op dat moment dan ook bij uitstek aan hem om hun veiligheid te waarborgen.
Desondanks heeft verdachte ernstig misbruik gemaakt van deze positie.





Tot slot heeft verdachte ook duizenden kinderpornografische afbeeldingen in bezit gehad, waarop diverse (onbekend gebleven) minderjarigen te zien zijn. Het bezit van kinderporno is buitengewoon verwerpelijk, omdat bij de verwerving en vervaardiging van deze afbeeldingen kinderen daadwerkelijk seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. In veel gevallen lopen kinderen die aan de productie van kinderporno en het daarmee gepaard gaande seksuele misbruik worden blootgesteld ernstige psychische schade op. De slachtoffers, die niet ingestemd kunnen hebben met het misbruik, lijden vervolgens langdurig onder de gevolgen van het misbruik. Zij moeten er ook nog eens mee leven dat de fotos en filmpjes van het misbruik eindeloos blijven circuleren.




De rechtbank rekent verdachte het voorgaande ernstig aan.






Persoon van verdachte

Naast de ernst van de feiten heeft de rechtbank voor het bepalen van de juiste afdoening gekeken naar de persoon van verdachte. Daartoe heeft de rechtbank allereerst acht geslagen op het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 28 mei 2026, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van de omtrent verdachte opgemaakte rapportages. De rechtbank merkt op dat de reclassering in haar rapportage van 3 december 2025 heeft geadviseerd om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden. De reclassering ziet aanknopingspunten voor een behandeling gericht op verdachtes kennelijke interesse in kinderpornografie, aangezien verdachte het vervaardigen en bezit daarvan heeft bekend, en het veelvuldige contact met minderjarige meisjes. Verdachte heeft zowel bij de reclassering als ter terechtzitting aangegeven open te staan voor een dergelijke behandeling. Het risico op recidive wordt ingeschat als gemiddeld. De maatregelrapportage van de reclassering en de Pro Justitia-rapportage zullen hieronder in het licht van de gevorderde tbs-maatregel worden besproken.





Ten aanzien van de gevorderde tbs-maatregel

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of verdachte ter beschikking dient te worden gesteld, zoals door de officier van justitie is gevorderd.





Wettelijk kader




De tbs-maatregel kan door de rechtbank worden opgelegd indien is voldaan aan de in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) gestelde voorwaarden. Eén van die voorwaarden houdt in dat bij de verdachte ten tijde van het begaan van het feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond. Daarnaast dient het door de verdachte begane feit een misdrijf te zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld en dient de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel te eisen. Als de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen dat eisen, kan ook worden bevolen dat de verdachte van overheidswege zal worden verpleegd (artikel 37b lid 1 Sr). De wet verlangt voorts een advies van twee gedragsdeskundigen, waaronder een psychiater, welk advies niet ouder is dan één jaar.




De rechtbank beschikt ten aanzien van verdachte over het Pro Justitia rapport d.d. 7 oktober 2025, opgemaakt door D.R. van der Velden, GZ-psycholoog, en J. Marx, psychiater. Zowel de psychiater als de psycholoog hebben op basis van eigen onderzoek geen stoornissen bij verdachte kunnen vaststellen noch kunnen uitsluiten. In het onderzoek komt een beeld naar voren van een man die een deviante seksuele interesse stellig ontkent, zegt een homoseksuele voorkeur te hebben (zonder daar ooit uiting aan te hebben gegeven) en zeer weinig behoefte aan seks te hebben. Het gevonden kindermisbruikmateriaal en de overige ten laste gelegde feiten doen volgens de deskundigen echter een seksuele interesse voor minderjarige meisjes vermoeden. Het verwachte recidiverisico op vergelijkbaar seksueel delictgedrag wordt ingeschat als gemiddeld. Ter zitting hebben beide deskundigen hun onderzoeksbevindingen bevestigd.




Verder heeft de rechtbank acht geslagen op het maatregelrapport van de reclassering d.d. 11 december 2025. Ook de reclassering heeft geen duidelijke psychiatrische problematiek in de vorm van psychiatrische klachten, een psychisch toestandsbeeld of een persoonlijkheidsstoornis waargenomen tijdens het onderzoek. Een parafiele stoornis kon evenmin met zekerheid worden gesteld noch uitgesloten. Het risico op recidive wordt ingeschat als laag-gemiddeld.




Het is aan de rechter die over de feiten oordeelt om vast te stellen of bij verdachte ten tijde van het plegen van de feiten een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestesvermogen bestond. De rechter heeft daarin een eigen verantwoordelijkheid en is niet gebonden aan de door deskundigen uitgebrachte adviezen. Daar komt bij dat wet noch jurisprudentie vereist dat een stoornis wordt geclassificeerd volgens de DSM-5 en evenmin dat deze dient te worden vastgesteld door (een) gedragskundige(n).1




Bij de beoordeling of in het onderhavige geval sprake is van een psychische stoornis, kan de rechtbank zich (slechts) baseren op het dossier, de (persoonlijke) informatie die ten aanzien van verdachte voorhanden is en hetgeen de rechtbank ter terechtzitting heeft waargenomen. Zoals reeds beschreven hebben zowel de psychiater en psycholoog als de reclassering geen stoornis bij verdachte kunnen vaststellen. Kijkend naar het verleden van verdachte constateert de rechtbank dat bij verdachte ook nooit eerder een stoornis is vastgesteld en dat hij zoals reeds benoemd niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Ter terechtzitting heeft de rechtbank evenmin duidelijke aanwijzingen van een psychische stoornis bij verdachte waargenomen. De rechtbank is van oordeel dat de enkele bewezenverklaring van (een deel van) de feiten onvoldoende is om het bestaan van een psychische stoornis bij verdachte vast te kunnen stellen.




Nu niet is voldaan aan de voorwaarden die in artikel 37a Sr ten aanzien van de oplegging van de maatregel tbs zijn gesteld, zal de rechtbank geen tbs-maatregel opleggen aan verdachte.




Gevangenisstraf

Vanwege de aard en de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat niet met een andersoortige straf kan worden volstaan dan met een gevangenisstraf. Nu de rechtbank minder feiten heeft bewezen verklaard dan aan verdachte zijn ten laste gelegd, komt de rechtbank tot de oplegging van een lagere gevangenisstraf dan door de officier van justitie is gevorderd. Daarnaast acht de rechtbank oplegging van een deels voorwaardelijke straf gelet op het advies van de reclassering noodzakelijk als stok achter de deur om te voorkomen dat verdachte recidiveert.
Alles overwegend acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf van 48 maanden met aftrek, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, passend en geboden.




Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.





Dadelijke uitvoerbaarheid voorwaarden

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die gericht zijn tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van personen. De deskundigen schatten het risico op recidive daarvan in als gemiddeld. Daar komt bij dat de bij verdachte ten tijde van de pleegperiode aanwezige beschermende factoren (beschikking over een eigen woning, sociaal netwerk en werk en inkomen en de afwezigheid van schulden en verslavingen) verdachte er niet van hebben weerhouden om de bewezenverklaarde feiten te plegen en dat verdachte in de toekomst in het dagelijks leven onvermijdelijk opnieuw in aanraking zal komen met minderjarigen. De rechtbank is daarom van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank zal dan ook bevelen dat de hierna op grond van art. 14c Sr te stellen voorwaarden en het op grond van art. 14d Sr uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.




De rechtbank ziet in het voorgaande ook aanleiding om aan de gestelde algemene en bijzondere voorwaarden een proeftijd van drie jaren te verbinden.








Benadeelde partij




Ten aanzien van feiten 1, 2 en 4

De volgende personen hebben zich ten aanzien van feiten 1, 2 en 4 als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:




[slachtoffer 1] , tot een bedrag van 219,12 ter zake van materiële schade en 15.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan, alsmede 100,65 aan proceskosten;


[slachtoffer 2] , tot een bedrag van 214,17 ter zake van materiële schade en 15.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;



3. [ [getuige 1] , tot een bedrag van 385,00 ter zake van materiële schade en 2.500,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.



Ten aanzien van feit 3

De volgende personen hebben zich ten aanzien van feit 3 als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:



4. [ [slachtoffer 3] , tot een bedrag 2.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
4. [ [slachtoffer 4] , tot een bedrag van 5.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
4. [ [slachtoffer 5] , tot een bedrag van 5.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
4. [ [slachtoffer 6] , tot een bedrag van 5.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
4. [ [slachtoffer 7] , tot een bedrag van 7.500,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
4. [ [slachtoffer 8] , tot een bedrag van 2.011,37 ter zake van materiële schade en 2.500,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan, alsmede 25,00 aan proceskosten.




Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle vorderingen volledig moeten worden toegewezen, behalve die van benadeelde partij [slachtoffer 8] (9). Ten aanzien van die vordering heeft de officier van justitie aangevoerd dat enkel de gevorderde immateriële schade kan worden toegewezen en dat dit bedrag moet worden gematigd tot 2.000,00.





Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (1 en 2) slechts gedeeltelijk moeten worden toegewezen, gelet op de door hem bepleitte vrijspraak ten aanzien van feiten 1 en 2. In dat geval zouden de vorderingen enkel zien op feit 4, waardoor de gevorderde bedragen zouden moeten worden gematigd. Ten aanzien van de overige vorderingen (3 t/m 9) heeft de raadsman bepleit dat deze niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Primair vanwege de door hem bepleitte vrijspraak ten aanzien van feit 3 en subsidiair vanwege het ontbreken van een onderbouwing dan wel causaal verband tussen het feit en de gestelde schade.





Oordeel van de rechtbank







Ten aanzien van feiten 1, 2 en 4




- [slachtoffer 1] (1)

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feiten 1 en 4 bewezen verklaarde. De gevorderde materiële schade zal de rechtbank dan ook volledig toewijzen, te weten 219,12, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 januari 2025.


Voor de bepaling van de hoogte van het toe te wijzen immateriële schadebedrag heeft de rechtbank de Rotterdamse Schaal als uitgangspunt genomen. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij valt



in de categorie ernstig in gevallen waarbij sprake is van ontucht met seksueel binnendringen bij benadeelden tot 16 jaar oud. Deze categorie heeft namelijk betrekking op een pleegperiode van ongeveer 6 maanden tot 2,5 jaar, waarbij vergaande seksuele handelingen worden verricht. Hiervoor wordt als richtlijn een bedrag tussen de 6.000 en 12.500 gegeven.




Bij de totstandkoming van haar oordeel heeft de rechtbank de volgende factoren meegewogen. In het onderhavige geval is sprake van een pleegperiode van 1 jaar, waarbij vergaande seksuele handelingen zijn verricht (waaronder anaal binnendringen) met de benadeelde op zeer jonge leeftijd (7 en 8 jaar), terwijl sprake was van een afhankelijkheidsrelatie tussen verdachte en de benadeelde. Verdachte was immers de oppas van de benadeelde en droeg op dat moment dus de zorg over haar. Daar bovenop heeft verdachte seksueel beeldmateriaal van de benadeelde vervaardigd.




Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de gevorderde immateriële schadevergoeding gedeeltelijk toewijzen tot een bedrag van 10.000,00, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 januari 2025.




De door de benadeelde partij gevorderde proceskosten ten bedrage van 100,65 komen volgens vaste jurisprudentie niet voor vergoeding in aanmerking, aangezien een wettelijke grondslag daarvoor ontbreekt. Op grond van art. 238 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) komen reis- en verblijfkosten slechts voor vergoeding in aanmerking voor zover in persoon dat wil zeggen: zonder gemachtigde (advocaat) wordt geprocedeerd. Nu de benadeelde partij ter zitting werd bijgestaan door een advocaat en deze kosten evenmin kunnen worden aangemerkt als materiële schade, zal de vordering ten aanzien van deze proceskosten worden afgewezen.
De rechtbank zal verdachte wel veroordelen in overige kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.



- [ [slachtoffer 2] (2)
De rechtbank acht feit 2 niet bewezen. De rechtbank overweegt daarnaast dat voor zover de vordering ziet op het beeldmateriaal dat onderdeel uitmaakt van het bewezenverklaarde vierde feit, de vordering onvoldoende onderbouwd is. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

- [ [getuige 1] (3)
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 1 bewezen verklaarde. De aard en ernst van de normschending brengt met zich mee dat dit niet alleen nadelige gevolgen heeft gehad voor het slachtoffer [slachtoffer 1] , maar ook voor haar moeder (zijnde benadeelde partij). Zowel in de vordering als ter zitting heeft de benadeelde partij naar voren gebracht (en onderbouwd) dat zij als moeder ten gevolge van de normschending PTSS heeft opgelopen en daarvoor in behandeling is bij een psycholoog. De vordering zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 januari 2025.



Ten aanzien van feit 3



- [ [slachtoffer 3] (4)
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 3 bewezen verklaarde. De raadsman heeft aangevoerd dat de vordering onvoldoende is onderbouwd, maar naar het oordeel van de


rechtbank brengen de aard en ernst van de normschending met zich mee dat de nadelige gevolgen zo voor de hand liggen dat reeds daardoor een aantasting in de persoon op andere wijze in de zin van art. 6:106 aanhef en onder b BW kan worden aangenomen. De rechtbank zal de vordering ter hoogte van 2.000,00 dan ook volledig toewijzen, vermeerderd met wettelijk rente vanaf 1 januari 2025.


- [ [slachtoffer 6] (7)
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 3 bewezen verklaarde. De rechtbank zal het gevorderde schadebedrag matigen tot hetzelfde bedrag dat wordt toegewezen aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] . De rechtbank wijst de vordering aldus gedeeltelijk toe tot een bedrag van 2.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2025.

- [ [slachtoffer 4] (5), [slachtoffer 5] (6), [slachtoffer 7] (8) en [slachtoffer 8] (9)
De rechtbank acht feit 3, waaruit de schade zou zijn ontstaan, gedeeltelijk, namelijk ten aanzien van genoemde personen, niet bewezen. De benadeelde partijen [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.



BEM-clausule ten aanzien van benadeelde partijen 1, 4 en 7

De rechtbank zal bepalen dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] (1), [slachtoffer 3] (4) en [slachtoffer 6] (7) te openen rekening met een zogenoemde BEM (Belegging, Erfenis en andere gelden Minderjarigen)-clausule. Een dergelijke BEM-clausule is bedoeld ter bescherming van de belangen van minderjarigen. De minderjarige en zijn wettelijke vertegenwoordiger kunnen aldus slechts met toestemming van de kantonrechter over het vermogen van de minderjarige beschikken tot zij 18 jaar is.





Schadevergoedingsmaatregel ten aanzien van benadeelde partijen 1, 3, 4 en 7

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel ten aanzien van benadeelde partijen [slachtoffer 1] (1), [getuige 1] (3), [slachtoffer 3] (4) en [slachtoffer 6]
(7) opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.






Proceskosten [getuige 1] (3), [slachtoffer 3] (4) en [slachtoffer 6] (7)

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.







Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 240b (oud), 244 (oud), 247 (oud), 248 (oud), 249, 250, 252 en 254 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.









Uitspraak



De rechtbank





Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 2 en gedeeltelijk onder feit 3 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.




Verklaart het onder feiten 1 en 4 en gedeeltelijk onder feit 3 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.




Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.




Veroordeelt verdachte tot:







een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden.



Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 12 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.




Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.




Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.




Stelt als bijzondere voorwaarden:




dat de veroordeelde zich meldt binnen vijf werkdagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland op het adres [adres] . Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. Binnen het toezicht kunnen subdoelen worden geformuleerd, waarvoor hij zich dient in te zetten;


dat de veroordeelde zich inzet voor diagnostiek en, indien geïndiceerd, een behandeling door de Ambulante Forensische Psychiatrische Behandeling Mesdag (AFPB) of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zo spoedig mogelijk na detentie. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;



3. dat de veroordeelde verblijft in een nader te specificeren beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zo spoedig mogelijk na detentie. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
4. dat de veroordeelde zich niet in de plaats Stadskanaal bevindt, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;
5. dat de veroordeelde zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur;
6. De veroordeelde vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van het Openbaar Ministerie;
7. De veroordeelde zoekt op geen enkele wijze contact met minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt de veroordeelde dat er volwassen personen hierbij aanwezig zijn;
8. dat de veroordeelde gedurende de gehele proeftijd:
9. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
10. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
11. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogrammas (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
12. inzicht geeft in de wijze waarop hij de bovengenoemde omgevingen en virtuele machines/versleutelprogrammas zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.


Het toezicht op de naleving van bijzondere voorwaarde 8 beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de veroordeelde in gebruik heeft. De veroordeelde werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de veroordeelde in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de veroordeelde de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen.
De controles mogen gedurende de gehele proeftijd maximaal drie keer per jaar proeftijd worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de veroordeelde zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de veroordeelde;


9. dat de veroordeelde open en transparant is over zijn netwerk en sociale contacten en de inhoud van die contacten.


Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.




Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde:




ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;


medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.





Beveelt dat voormelde bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen reclasseringstoezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.






Vorderingen benadeelde partijen







Feit 1, [getuige 1]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [getuige 1] toe en veroordeelt verdachte om aan [getuige 1] te betalen:




het bedrag van 2.885,00 (zegge: tweeduizend achthonderdvijfentachtig euro);


de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2025 tot de dag van algehele voldoening;


de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.




Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [getuige 1] aan de Staat te betalen een bedrag van 2.885,00 (zegge: tweeduizend achthonderdvijfentachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 385,00 aan materiële schade en 2.500,00 aan immateriële schade.




Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 38 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.





Feiten 1 en 4, [slachtoffer 1]

Wijst af de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor zover deze ziet op het bedrag van 100,65 aan proceskosten.




Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer 1] te betalen:




het bedrag van 10.219,12 (zegge: tienduizend tweehonderdnegentien euro en twaalf cent);


de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2025 tot de dag van algehele voldoening;


de overige proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.




Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat te betalen een bedrag van 10.219,12 (zegge: tienduizend tweehonderdnegentien euro en twaalf cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 219,12 aan materiële schade en 10.000 aan immateriële schade.




Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 86 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.




Bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een BEM-clausule.




Verklaart [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering. De vordering kan in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.







Feiten 2 en 4, [slachtoffer 2]

Verklaart [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in haar vordering. Deze vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.




Bepaalt dat [slachtoffer 2] haar eigen proceskosten draagt.






Feit 3

Verklaart [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] in hun vorderingen niet-ontvankelijk. Deze vorderingen kunnen slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.




Bepaalt dat [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] hun eigen proceskosten dragen.





Feit 3, [slachtoffer 3]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] toe en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer 3] te betalen:




het bedrag van 2.000,00 (zegge: tweeduizend euro);


de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2025 tot de dag van algehele voldoening;


de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.




Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat te betalen een bedrag van 2.000,00 (zegge: tweeduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 2.000,00 aan immateriële schade.



Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 30 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.




Bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een BEM-clausule.





Feit 3, [slachtoffer 6]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] gedeeltelijk toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer 6] te betalen:




het bedrag van 2.000,00 (zegge: tweeduizend euro);


de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2025 tot de dag van algehele voldoening;


de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.




Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 6] aan de Staat te betalen een bedrag van 2.000,00 (zegge: tweeduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 2.000,00 aan immateriële schade.




Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 30 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een BEM-clausule.




Bepaalt ten aanzien van alle toegewezen vorderingen dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichtingen aan de benadeelde partijen of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.




Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter, mr. A.L.J.M.A. Janssens en mr. M.S. van der Kuijl, rechters, bijgestaan door mr. F.C.A. Fierstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 augustus 2026.








1. ECLI:NL:HR:2023:1295.