Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2026:3084

2026-07-16 Civiel recht C/18/257859
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2026-07-16
Publicatiedatum
2026-07-23
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/18/257859
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

afspraken ter zitting deels vastgelegd in executoriale vorm

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.065 tekens)
RECHTBANK Noord-Nederland


Civiel recht



Zittingsplaats Groningen



Zaaknummer: C/18/257859 / KG ZA 26-272




Vonnis in kort geding van 16 juli 2026




in de zaak van





[eiser]
,
te [plaats ],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. S. op de Dijk,



tegen





1 [gedaagde sub 1] ,

te [plaats ] ,
hierna te noemen: [gedaagde sub 1] ,
advocaat: mr. P.J.A. de Jong,
2. ZIJ DIE VERBLIJVEN IN HET PERCEEL AAN [adres],
te [plaats ] ,
niet verschenen,
gedaagde partijen.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;- de producties van [eiser];
- de producties van [gedaagde sub 1] ;- de mondelinge behandeling van 15 juli 2026 waar zijn verschenen namens [eiser] [naam] , vergezeld van mr. S. op de Dijk, en [gedaagde sub 1] in persoon, vergezeld van mr. De Jong.



1.2.

[gedaagde sub 1] en [eiser] zijn in de gelegenheid gesteld onderling tot een minnelijke regeling van de voorliggende geschillen te komen. Na schorsing daartoe hebben zij medegedeeld dat zij overeenstemming omtrent een minnelijke regeling hebben bereikt.[eiser] heeft daarbij verzocht deze regeling – voor zover mogelijk – in executoriale vorm vast te leggen.








2De beoordeling



Verstek



2.1.

De voorzieningenrechter verleent verstek op de voet van artikel 140 Rv tegen de gedaagden sub 2.


Afspraken tussen [gedaagde sub 1] en [eiser]





2.2.

[gedaagde sub 1] en [eiser] hebben ter zitting doen weten dat zij overeenstemming hebben bereikt en dat zij het volgende zijn overeengekomen:



[gedaagde sub 1] zal het Pand aan [adres] uiterlijk op 15 augustus 2026 ontruimen en verlaten;


Indien [gedaagde sub 1] het pand eerder dan 15 augustus 2026 verlaat, zal hij dat aan [eiser] doen weten;




Bij zijn vertrek zal [gedaagde sub 1] het Pand bezemschoon opleveren, met achterlating van de sleutel op een nader overeen te komen plaats;


De door [gedaagde sub 1] aangerichte schade aan één raam zal [gedaagde sub 1] deugdelijk (doen) herstellen;


Met ingang van vandaag zal [gedaagde sub 1] alle personen, van wie [eiser] dat nodig vindt, toegang verlenen tot het Pand; indien [eiser] de toegang van derden nodig acht, zal zij dat in ieder geval 24 uur van tevoren telefonisch melden aan [gedaagde sub 1] (telefoonnummer [telefoonnummer] );


Indien derden toegang tot het pand wordt verleend, zal [gedaagde sub 1] ervoor zorgdragen dat er geen honden loslopen;


De hekwerken die door de aannemer zijn geplaatst en door [gedaagde sub 1] zijn verplaatst, zullen door [gedaagde sub 1] worden teruggeplaatst naar de oorspronkelijke positie;


De door [gedaagde sub 1] op het hek aangebrachte bordjes zullen door hem worden verwijderd;



[gedaagde sub 1] zal ervoor zorgdragen dat de hondenpoep in de tuin wordt opgeruimd;


De proceskosten worden gecompenseerd; partijen dragen ieder de eigen kosten.




2.3.
Voor zover de afspraken stroken met het gevorderde, zullen die in executoriale vorm worden vastgelegd als in het dictum is weergegeven.









3
3. De beslissing


De voorzieningenrechter



3.1.
veroordeelt gedaagden om uiterlijk op 15 augustus 2026 het pand aan [adres] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eiser] zijn, en de sleutels op een nader aan te geven plaats ter beschikking te stellen van [eiser];



3.2.
bepaalt dat deze veroordeling tot ontruiming binnen de in artikel 557a lid 3 Rv genoemde termijn van een jaar ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet;



3.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



3.4.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;



3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Duinkerken en in het openbaar uitgesproken op16 juli 2026










js (319)