Rechtbank Noord-Nederland
ECLI:NL:RBNNE:2026:2738
2026-07-07
Bestuursrecht; Belastingrecht
LEE 26/1612
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzoeker kan bij voorlopige voorziening bij de belastingrechter niet vragen om de invorderingsmaatregelen te stoppen. Artikel 26 AWR.
Citeert (1)
- ECLI:NL:GHSHE:2007:BB1981 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 28-06-2007
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (6.724 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummers: LEE 26/1612 en 26/1614
uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 juli 2026 in de zaken tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
en
de ontvanger van de gemeente De Wolden, de ontvanger.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op de verzoeken om een voorlopige voorziening van verzoeker.
LEE 26/1612
1.1.
De heffingsambtenaar heeft met dagtekening 25 februari 2024 aan verzoeker aanslagen onroerendezaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing opgelegd voor het jaar 2024 van in totaal € 975,04.
1.2.
De ontvanger heeft verzoeker een aanmaning en een dwangbevel gestuurd om de onder 1.1. vermelde aanslagen te betalen.
1.3.
Verzoeker heeft met dagtekening 14 februari 2026 bij de gemeente De Wolden een verzoek ingediend tot correcte juridische en boekhoudkundige verwerking van de bedragen van de aanslagen binnen de Beheervoorziening BSN en tot onmiddellijke intrekking van het dwangbevel (1.2.).
1.4.
Verzoeker heeft zijn onder 1.3. vermelde verzoeken bij brief van 1 maart 2026 nogmaals gedaan bij de gemeente De Wolden.
1.5.
Op verzoek van de ontvanger is bij exploot van 7 mei 2026 inzake de onder 1.1. vermelde aanslagen vermeerderd met kosten ten laste van verzoeker derdenbeslag gelegd onder zijn pensioenfonds. Op 11 mei 2026 heeft de deurwaarder dit exploot aan verzoeker betekend.
1.6.
Verzoeker heeft op 21 mei 2026 een beroepschrift ingediend en beroep ingesteld tegen het onder 1.5. exploot en tegen de fictieve weigering van de gemeente De Wolden om te reageren op zijn onder 1.3. vermelde stukken en het onder 1.4. vermelde, herhaalde verzoek daartoe.
1.7.
Verzoeker heeft tegelijk met het indienen van zijn beroepschrift een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend en daarbij de voorzieningenrechter verzocht de tenuitvoerlegging van het onder 1.5. exploot van derdenbeslag, hangende de behandeling van het beroep te schorsen.
LEE 26/1614
1.8.
De heffingsambtenaar heeft met dagtekening 23 februari 2025 aan verzoeker aanslagen onroerendezaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing opgelegd voor het jaar 2025 van in totaal € 960,85.
1.9.
De ontvanger heeft verzoeker een aanmaning en een dwangbevel gestuurd om de onder 1.8. vermelde aanslagen te betalen.
1.10.
Verzoeker heeft met dagtekening 14 februari 2026 bij de gemeente De Wolden een verzoek ingediend tot correcte juridische en boekhoudkundige verwerking van de bedragen van de aanslagen binnen de Beheervoorziening BSN en tot onmiddellijke intrekking van het dwangbevel (1.9.).
1.11.
Verzoeker heeft zijn onder 1.10. vermelde verzoeken bij brief van 1 maart 2026 nogmaals gedaan bij de gemeente De Wolden.
1.12.
Op verzoek van de ontvanger is bij exploot van 7 mei 2026 inzake de onder 1.8. vermelde aanslagen vermeerderd met kosten ten laste van verzoeker derdenbeslag gelegd onder zijn pensioenfonds. Op 11 mei 2026 heeft de deurwaarder dit exploot aan verzoeker betekend.
1.13.
Verzoeker heeft op 21 mei 2026 een beroepschrift ingediend en beroep ingesteld tegen het onder 1.12. exploot en tegen de fictieve weigering van de gemeente De Wolden om te reageren op zijn onder 1.10. vermelde stukken bezwaarschrift en het onder 1.11. vermelde, herhaalde verzoek daartoe.
1.14.
Verzoeker heeft tegelijk met het indienen van zijn beroepschrift een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend en daarbij de voorzieningenrechter verzocht de tenuitvoerlegging van het onder 1.12. exploot van derdenbeslag, hangende de behandeling van het beroep te schorsen.
Karakter voorlopige voorziening
2.
2.1.
De voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, ook wel bodemprocedure genoemd, kan op verzoek een voorlopige voorziening treffen. Daarbij gelden als voorwaarden dat tegelijkertijd tegen hetzelfde besluit een bezwaar- of beroepsprocedure loopt (vereiste van connexiteit) en onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in de bodemprocedure niet.
2.2.
De voorzieningenrechter kan uitspaak doen zonder partijen uit te nodigen voor een zitting, indien hij kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker zijn beroepschriften (en daarmee zijn voorlopige voorzieningen) uitdrukkelijk aan de bestuursrechter heeft voorgelegd, omdat hij meent dat uitsluitend de bestuursrechter bevoegd is daarvan kennis te nemen.
4. De voorzieningenrechter overweegt verder dat hetgeen verzoeker heeft verzocht ziet op het stoppen van invorderingsmaatregelen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat, anders dan verzoeker meent, de rechter in belastingzaken onbevoegd is daarover te oordelen. Vragen over het stopzetten, maar ook over de rechtmatigheid van invorderingsmaatregelen dienen te worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter. De voorzieningenrechter zal zich dan ook onbevoegd verklaren.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Brekelmans, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.J. Haanstra, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Uitgesproken op 7 juli 2026.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 8:83, derde lid, van de Awb.
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 28 juni 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BB1981, r.o. 4.6.
Bestuursrecht
zaaknummers: LEE 26/1612 en 26/1614
uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 juli 2026 in de zaken tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
en
de ontvanger van de gemeente De Wolden, de ontvanger.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op de verzoeken om een voorlopige voorziening van verzoeker.
LEE 26/1612
1.1.
De heffingsambtenaar heeft met dagtekening 25 februari 2024 aan verzoeker aanslagen onroerendezaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing opgelegd voor het jaar 2024 van in totaal € 975,04.
1.2.
De ontvanger heeft verzoeker een aanmaning en een dwangbevel gestuurd om de onder 1.1. vermelde aanslagen te betalen.
1.3.
Verzoeker heeft met dagtekening 14 februari 2026 bij de gemeente De Wolden een verzoek ingediend tot correcte juridische en boekhoudkundige verwerking van de bedragen van de aanslagen binnen de Beheervoorziening BSN en tot onmiddellijke intrekking van het dwangbevel (1.2.).
1.4.
Verzoeker heeft zijn onder 1.3. vermelde verzoeken bij brief van 1 maart 2026 nogmaals gedaan bij de gemeente De Wolden.
1.5.
Op verzoek van de ontvanger is bij exploot van 7 mei 2026 inzake de onder 1.1. vermelde aanslagen vermeerderd met kosten ten laste van verzoeker derdenbeslag gelegd onder zijn pensioenfonds. Op 11 mei 2026 heeft de deurwaarder dit exploot aan verzoeker betekend.
1.6.
Verzoeker heeft op 21 mei 2026 een beroepschrift ingediend en beroep ingesteld tegen het onder 1.5. exploot en tegen de fictieve weigering van de gemeente De Wolden om te reageren op zijn onder 1.3. vermelde stukken en het onder 1.4. vermelde, herhaalde verzoek daartoe.
1.7.
Verzoeker heeft tegelijk met het indienen van zijn beroepschrift een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend en daarbij de voorzieningenrechter verzocht de tenuitvoerlegging van het onder 1.5. exploot van derdenbeslag, hangende de behandeling van het beroep te schorsen.
LEE 26/1614
1.8.
De heffingsambtenaar heeft met dagtekening 23 februari 2025 aan verzoeker aanslagen onroerendezaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing opgelegd voor het jaar 2025 van in totaal € 960,85.
1.9.
De ontvanger heeft verzoeker een aanmaning en een dwangbevel gestuurd om de onder 1.8. vermelde aanslagen te betalen.
1.10.
Verzoeker heeft met dagtekening 14 februari 2026 bij de gemeente De Wolden een verzoek ingediend tot correcte juridische en boekhoudkundige verwerking van de bedragen van de aanslagen binnen de Beheervoorziening BSN en tot onmiddellijke intrekking van het dwangbevel (1.9.).
1.11.
Verzoeker heeft zijn onder 1.10. vermelde verzoeken bij brief van 1 maart 2026 nogmaals gedaan bij de gemeente De Wolden.
1.12.
Op verzoek van de ontvanger is bij exploot van 7 mei 2026 inzake de onder 1.8. vermelde aanslagen vermeerderd met kosten ten laste van verzoeker derdenbeslag gelegd onder zijn pensioenfonds. Op 11 mei 2026 heeft de deurwaarder dit exploot aan verzoeker betekend.
1.13.
Verzoeker heeft op 21 mei 2026 een beroepschrift ingediend en beroep ingesteld tegen het onder 1.12. exploot en tegen de fictieve weigering van de gemeente De Wolden om te reageren op zijn onder 1.10. vermelde stukken bezwaarschrift en het onder 1.11. vermelde, herhaalde verzoek daartoe.
1.14.
Verzoeker heeft tegelijk met het indienen van zijn beroepschrift een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend en daarbij de voorzieningenrechter verzocht de tenuitvoerlegging van het onder 1.12. exploot van derdenbeslag, hangende de behandeling van het beroep te schorsen.
Karakter voorlopige voorziening
2.
2.1.
De voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, ook wel bodemprocedure genoemd, kan op verzoek een voorlopige voorziening treffen. Daarbij gelden als voorwaarden dat tegelijkertijd tegen hetzelfde besluit een bezwaar- of beroepsprocedure loopt (vereiste van connexiteit) en onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in de bodemprocedure niet.
2.2.
De voorzieningenrechter kan uitspaak doen zonder partijen uit te nodigen voor een zitting, indien hij kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker zijn beroepschriften (en daarmee zijn voorlopige voorzieningen) uitdrukkelijk aan de bestuursrechter heeft voorgelegd, omdat hij meent dat uitsluitend de bestuursrechter bevoegd is daarvan kennis te nemen.
4. De voorzieningenrechter overweegt verder dat hetgeen verzoeker heeft verzocht ziet op het stoppen van invorderingsmaatregelen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat, anders dan verzoeker meent, de rechter in belastingzaken onbevoegd is daarover te oordelen. Vragen over het stopzetten, maar ook over de rechtmatigheid van invorderingsmaatregelen dienen te worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter. De voorzieningenrechter zal zich dan ook onbevoegd verklaren.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Brekelmans, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.J. Haanstra, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Uitgesproken op 7 juli 2026.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 8:83, derde lid, van de Awb.
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 28 juni 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BB1981, r.o. 4.6.