Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2026:2511

2026-04-20 Civiel recht; Insolventierecht C/18/26/1082 R
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2026-04-20
Publicatiedatum
2026-06-30
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
C/18/26/1082 R
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoek van de bewindvoerder aan de rechter-commissaris om alsnog de looptijd van de regeling te gaan verkorten. In tegenstelling tot de rechtbank is de rechter-commissaris wel van oordeel dat saniet (grotendeels) aan de criteria heeft voldaan (onder andere fors loonbeslag) om de looptijd van de regeling te gaan verkorten met acht maanden. Beschikking art. 349a Fw.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.855 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht


Locatie: Groningen



zaaknummer: C/18/26/1082 R


beschikking van 20 april 2026


ex artikel 349a van de Faillissementswet van de rechter-commissaris in de schuldsaneringsregeling van:





[schuldenares]
, geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] ,
wonende op een geheim adres,
hierna te noemen de schuldenares,
bewindvoerder: [bewindvoerder] .




PROCESGANG


Bij vonnis van de rechtbank van 1 april 2026 is de schuldsaneringsregeling op de schuldenares van toepassing verklaard.



De bewindvoerder heeft bij verzoek van 9 april 2026 via Toezicht de rechter-commissaris verzocht om de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 1 augustus 2025.



De bewindvoerder geeft aan dat er in het verzoekschrift WSNP geen (duidelijk) verzoek is gedaan om de WSNP te verkorten en om de WSNP in te laten gaan met een eerdere ingangsdatum. Er ligt al sinds 1 augustus 2025 beslag op het inkomen van de schuldenares. De schuldenares heeft tot en met maart 2026 op deze wijze een bedrag van € 17.571,83 afgedragen. De uitspraak van de Hoge Raad van 20 december 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1913) waarin wordt verwezen in het toelatingsvonnis geeft aan dat dit beslag ook als aflossing aangemerkt had moeten worden. De schuldenares heeft ook voorts voldaan aan de verplichtingen zoals deze gelden in de WSNP. De bewindvoerder is van mening dat dit onvoldoende is meegenomen in de beslissing van de rechtbank en verzoekt dan ook om de ingangsdatum van de regeling (alsnog) vast te stellen op 1 augustus 2025.




RECHTSOVERWEGINGEN


De rechter-commissaris overweegt als volgt. In artikel 349a lid 1 Fw is bepaald dat de rechter de termijn van de schuldsaneringsregeling vaststelt. Dat is niet aan de rechter-commissaris. Sinds 1 juli 2023 kan bij de termijnbepaling worden gerekend met een ingangsdatum van de termijn vóórdat de regeling ten aanzien van een schuldenaar van toepassing wordt verklaard. Op grond van de uitspraak van deze rechtbank, locatie Groningen, van 27 september 2024 (ECLI:NL:RBNNE:2024:3927) kan de rechter-commissaris alsnog de looptijd verkorten in een situatie waarin voorafgaand aan de WSNP afdrachten ten gunste van de (gezamenlijke) schuldeiser(s) is/zijn gedaan en de schuldenaar om welke reden dan ook niet heeft verzocht om de looptijd in verband hiermee te verkorten.



De schuldenares heeft gedurende het minnelijk traject aan haar inspanningsplicht voldaan. Vanaf 1 augustus 2025 is ten laste van de schuldenares loonbeslag gelegd en afgedragen aan één schuldeiser. Het valt de schuldenares vanwege dit loonbeslag niet toe te rekenen dat zij niet ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers heeft gespaard. Er is door de schuldhulpverlener niet om een eerdere ingangsdatum in het verzoekschrift verzocht en dat is de schuldenares niet aan te rekenen. De Hoge Raad heeft, zoals de bewindvoerster terecht heeft aangevoerd, in genoemd arrest van 20 december 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1913) geoordeeld dat een aflossing aan een of enkele schuldeisers uit hoofde van een ten laste van de schuldenaar gelegd beslag in beginsel eveneens als eerste aflossing als bedoeld in artikel 349a Fw kan worden aangemerkt. Daarnaast weegt de rechter-commissaris mee dat de Hoge Raad in zijn voornoemde uitspraak van 20 december 2024 heeft opgenomen dat art. 349a lid 1 Fw ambtshalve moet worden toegepast. Het staat de rechter niet vrij om af te zien van hantering van het alternatieve aanvangsmoment als aan de daarvoor geldende voorwaarden is voldaan. Uit het dossier is de rechter-commissaris gebleken dat aan die voorwaarden is voldaan. De rechter-commissaris is, gezien het vorenstaande, van oordeel dat er aanleiding bestaat de termijn waarop de schuldsaneringsregeling van toepassing is te verkorten met 8 maanden. De onderhavige schuldsaneringsregeling zal dan ook eindigen op 1 februari 2027.



De bewindvoerder dient van deze gewijzigde termijn onverwijld kennis te geven aan de schuldeisers.




BESLISSING


De rechter-commissaris:



- stelt de termijn waarop de schuldsaneringsregeling op de schuldenares van toepassing is vast op 10 maanden, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, die dag daaronder begrepen, derhalve eindigend op 1 februari 2027.



Deze beschikking is gegeven op 20 april 2026 door mr. S. van Gessel.








Tegen deze beschikking staat gedurende vijf dagen na dagtekening van deze beschikking hoger beroep open bij deze rechtbank.