Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2026:2481

2026-04-16 Civiel recht; Insolventierecht C/18/26/1100 R
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2026-04-16
Publicatiedatum
2026-06-26
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/18/26/1100 R
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Toewijzing verzoek toelating tot de WSNP. Hardheidsclausule toegepast.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.163 tekens)
RECHTBANK Noord-Nederland


Team Insolventie



Zittingsplaats Groningen



Zaaknummer: C/18/26/1100 R




Vonnis van 16 april 2026




op het verzoek van





[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] ,
wonende te geheim adres,
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker] ,



tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.




Samenvatting





[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling.



De rechtbank wijst het verzoek toe.






1De procedure

1.1.

De procedure bestaat uit:
- het op 30 januari 2026 ingediende schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de aanvullende stukken, ingediend op 27 februari 2026;
- de zitting van maandag 30 maart 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoeker] ;
- [begeleidster] , begeleidster van [verzoeker] ;
- [schuldhulpverlener van schuldhulpbedrijf] ;
- [naam van bewindvoeringsbedrijf] ;




1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.






2Het verzoek


2.1.
Mevrouw [verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Volgens [verzoeker] heeft zij een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen.






3De beoordeling


3.1.
Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).



3.2.
Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen.



3.3.
Mevrouw [verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.



Hardheidsclausule




3.3
Volgens de rechtbank is gebleken dat [verzoeker] nu of in de toekomst niet meer zelf haar schulden kan betalen. Een voorwaarde voor toelating tot de Wsnp is de goede trouw van [verzoeker] bij het ontstaan of onbetaald laten van deze schulden. Bij de beoordeling of aan deze voorwaarde is voldaan, kijkt de rechtbank vooral naar de schulden die zijn ontstaan in de afgelopen drie jaar. [verzoeker] heeft een aantal schulden die in deze periode niet te goeder trouw zijn ontstaan. Bij haar verzoek tot toelating tot de Wsnp heeft [verzoeker] daarom een beroep gedaan op de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Faillissementswet (Fw).



3.4
De rechtbank overweegt dat voor een geslaagd beroep op de hardheidsclausule in ieder geval aannemelijk moet zijn dat de oorzaak van de problematiek die tot de schulden heeft geleid onder controle is. Er moet sprake zijn van een blijvende gedragsverandering. Dat wil zeggen: iemand moet zijn gedrag echt en blijvend hebben veranderd waardoor aannemelijk is dat het probleem niet meer terugkomt, omdat de oorzaak daarvan is aangepakt. De rechtbank is van oordeel dat hiervan sprake is, omdat [verzoeker] na een roerige tijd inmiddels stabiel is. Nadat de partner van [verzoeker] is overleden, is ze verslaafd geraakt aan drugs en alcohol. [verzoeker] is nu ruim een jaar clean van de drugs. Alcohol gebruikt ze nog zelden. Ze woont beschermd en staat onder behandeling bij VNN. [verzoeker] gebruikt trekremmers en anti-depressiva en ze gaat een traject in bij een psycholoog zodat alcohol geen vlucht meer wordt. [verzoeker] heeft dagbesteding, volgt groepsgesprekken en een cursus waardoor ze leert beter haar grenzen aan te geven. Daarnaast staat [verzoeker] sinds december 2024 onder beschermingsbewind.



3.5
Naar het oordeel van de rechtbank is uit het verzoekschrift en wat op zitting is besproken voldoende gebleken dat sprake is van een blijvende gedragsverandering zoals hiervoor is omschreven. De rechtbank heeft er daardoor ook voldoende vertrouwen in dat [verzoeker] de verplichtingen uit de Wsnp zal naleven. De rechtbank zal het verzoek tot toelating tot de Wsnp daarom toewijzen.


3.6.1
De rechtbank ziet geen aanleiding om - gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 20 december 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1913) - het aanvangsmoment van de termijn van de schuldsaneringsregeling ex artikel 349a Fw te vervroegen.







4De beslissing


De rechtbank:



4.1.

spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:[verzoeker] ,geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] ,
wonende op een geheim adres;




4.2.
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak;



4.3.
benoemt tot rechter-commissaris mr. H.J. Idzenga;



4.4.

benoemt tot bewindvoerder mw. [bewindvoerder ] ,
gevestigd te [adres] ;




4.5.
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;



4.6.
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;



4.7.
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.



Dit is de beslissing van mr. S. van Gessel, rechter, bijgestaan door de griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026.