Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2026:2094

2026-05-12 Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht 11833230 BU VERZ 25-1881
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2026-05-12
Publicatiedatum
2026-06-01
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak
Zaaknummer
11833230 BU VERZ 25-1881
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; JHH 2026/7

Inhoudsindicatie

Wahv. R584 – ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’. Ongegrond beroep. Er was geen sprake van laden en lossen, want er is niet voldaan aan het onmiddellijkheidsvereiste. Er is namelijk minstens tien minuten geen activiteit waargenomen rondom het voertuig.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.521 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen


Bestuursrecht



beschikkingsnummer: 270923597
zaaknummer: 11833230 BU VERZ 25-1881




proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 12 mei 2026




in de zaak van





[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [plaats] .



Inleiding


1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De gedraging waarvoor de boete is opgelegd is: R584 – ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’, verricht op 2 december 2024, om 09:50 uur, in [adres] , met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).



1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.



1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 12 mei 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. F.F. Buddingh.



1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.




Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten

2. Betrokkene voert aan dat hij aan het laden en lossen was toen de boa’s kwamen aanrijden. Die zeiden dat betrokkene er al vanaf negen uur stond en dat hij daarom een boete kreeg. Betrokkene gaf aan dat dit niet klopte – hij was pas één keer heen en weer gelopen, wat maximaal anderhalve minuut had geduurd – maar de boa’s waren niet voor rede vatbaar. Vervolgens was betrokkene niet aardig, maar dit kwam omdat hij onrecht voelde. Na het lossen parkeerde betrokkene op [adres] , zoals altijd. De verklaring van de verbalisant dat ongeveer tien minuten geen activiteit is waargenomen, klopt niet. Ook klopt het opgegeven tijdstip niet.
3. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat de boete terecht is opgelegd. De verbalisanten hebben twee keer verklaard dat er gedurende tien minuten geen activiteiten rondom het voertuig zijn waargenomen. Zij hecht meer waarde aan deze verklaringen. Over het tijdstip zegt de vertegenwoordigster dat betrokkene wist waarover het ging en dat hij zelf is weggereden. Daarom is hij niet in zijn verdedigingsbelangen geschaad door een verkeerd genoteerd tijdstip.



Beslissing



4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en zal hierna uitleggen waarom dat het geval is.



Overwegingen



5. Onder onmiddellijk laden of lossen van goederen wordt verstaan: het onmiddellijk, nadat het voertuig tot stilstand is gebracht, bij voortduring inladen of uitladen van goederen gedurende de tijd die daarvoor nodig is. Het moet gaan om goederen die niet of moeilijk anders dan per voertuig ter plaatse kunnen worden opgehaald of gebracht. Vastgesteld moet worden, of het voertuig uitsluitend heeft stilgestaan zo lang als nodig was voor het ononderbroken verrichten van het geheel van handelingen, dat redelijkerwijs noodzakelijk is om de goederen in of uit de auto te laden.


5.1.
De verbalisant heeft op ambtsbelofte verklaard dat hij minstens tien minuten geen activiteiten heeft waargenomen rondom het voertuig. De kantonrechter ziet geen reden om aan deze verklaring te twijfelen. Er was geen sprake van onmiddellijk laden en lossen. De verkeersovertreding kan daarom worden vastgesteld.


6. De kantonrechter ziet geen reden voor aanpassing van de boete.

Conclusie




De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.





Waarvan proces-verbaal,



D.W. Veenstra, griffier mr. H.J. Bastin, kantonrechter



























Afschrift verzonden aan partijen op:






Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.


Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.



De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.



HR 12 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2760.


HR 10 juni 1975, LJN:AJ4297.


Hof Arnhem-Leeuwarden 12 oktober 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7639.