Rechtbank Noord-Nederland
ECLI:NL:RBNNE:2026:1902
2026-05-20
Civiel recht; Insolventierecht
NL:TZ:2605853:R-RK
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Toewijzing dwangakkoord, prognoseakkoord. Aangeboden schuldregeling leidt tot gunstiger resultaat dan Wsnp.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2012:BY0966 Hoge Raad 14-12-2012
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (18.909 tekens)
RECHTBANK Noord-Nederland
Team Insolventie
Zittingsplaats Leeuwarden
Rekestnummer: NL:TZ:2605853:R-RK
Vonnis van 20 mei 2026
op het verzoek van
[verzoeker]
,
geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen [verzoeker] ,
tegen
Shoppoint Leeuwarden, gevestigd te Heerenveen,
gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders,
Postbus 774, 9700 AT Groningen,
Woonfriesland, gevestigd te Drachten,
gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders,
Postbus 774, 9700 AT Groningen,
Thús Wonen, gevestigd te Dokkum,
gemachtigde: [gerechtsdeurwaarder] B.V.,
Postbus 657, 1440 AR Purmerend,
Neckermann.com B.V.,
gemachtigde: Vesting Finance B.V.
Postbus 2178, 3800 CD Amersfoort,
Belastingdienst Toeslagen LIC,
Postbus 100, 6400 AC Heerlen,
Belastingdienst LIC,
Postbus 100, 6400 AC Heerlen,
De Friesland Zorgverzekeraar,
Postbus 270, 8901 BB Leeuwarden,
waarvan uiteindelijk zijn overgebleven Shoppoint Leeuwarden. Woonfriesland en De Friesland Zorgverzekeraar, hierna te noemen de weigerachtige schuldeisers,
tot het bevelen van voornoemde schuldeisers in te stemmen met een schuldregeling ex artikel 287a Faillissementswet.
1De procedure
1.1.
[verzoeker] heeft op 9 maart 2026 twee verzoeken bij de rechtbank ingediend. In de eerste plaats wil [verzoeker] dat de rechtbank de weigerachtige schuldeisers een dwangakkoord oplegt. Zij moeten dan meewerken aan de schuldregeling van [verzoeker] . Als de rechtbank dit verzoek afwijst, wil [verzoeker] worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp).
1.2.
Op 30 maart 2026 heeft Vesting Finance meegedeeld dat Neckermann akkoord is gegaan met het voorstel.
1.3.
Op 1 april 2026 heeft [gerechtsdeurwaarder] meegedeeld dat Stichting Thús Wonen akkoord is gegaan met het voorstel.
1.4.
LAVG heeft op 1 mei 2026 namens Shoppoint Leeuwarden en Woonfriesland een verweerschrift ingediend.
1.5.
[bewindervoerdersbedrijf] heeft op 5 mei 2026 een brief van de Belastingdienst overgelegd, waarin de Belastingdienst instemt met het voorstel.
1.6.
Het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord is behandeld op de zitting van
6 mei 2026. Hierbij is [verzoeker] verschenen samen met mevrouw [bewindvoerder] namens [bewindervoerdersbedrijf] en mevrouw [schuldhulp] namens Schuldenbewind Friesland.
1.6.
De rechtbank heeft bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.
2De feiten
2.1.
De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. De totale schuldenlast van [verzoeker] is
€ 26.283,68. [verzoeker] heeft 20 schuldeisers. [verzoeker] heeft met behulp van [bewindervoerdersbedrijf] een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers waarbij een deel van de schulden wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeisers wordt kwijtgescholden. De gewone schuldeisers krijgen een uitkering van 1,64 % en de schuldeisers met voorrang krijgen een uitkering van 3,27 %. Het voorstel is gebaseerd op een prognoseakkoord. Ter zitting heeft [bewindvoerder] meegedeeld dat nadat er op 6 januari 2026 een aanbod was gedaan aan de schuldeisers de Belastingdienst telefonisch haar vordering heeft doorgegeven. Omdat het inkomen daarna iets is gestegen, de huurtoeslag omhoog is gegaan en de juiste versie van de vtlb-calculator na 6 januari 2026 beschikbaar is gekomen is de prognose naar boven toe bijgesteld ondanks een stijging van de totale schuldenlast. De gewone schuldeisers krijgen een uitkering van 2,49 % en de schuldeisers met voorrang een uitkering van 4,99 %.
2.2.
De weigerachtige schuldeisers zijn niet met dit voorstel akkoord gegaan. In totaal vorderen de weigerachtige schuldeisers € 11.634,77. Dat is 44,27 % van de totale schuldenlast.
2.3.
[verzoeker] is 47 jaar. [verzoeker] is ex-marinier en ontvangt sinds 2009 een WIA-uitkering vanwege PTSS. [verzoeker] maakt sinds april 2025 gebruik van budgetbeheer.
3Het verweer
3.1.
LAVG heeft op 27 januari 2026 namens Shoppoint Leeuwarden en De Friesland in reactie op het voorstel meegedeeld dat het verzoekschrift niet goed is gedocumenteerd. Verzocht is om een bewijsstuk, waaruit blijkt dat sprake is van een ontheffing van de sollicitatieplicht of dat [verzoeker] (gedeeltelijk) is afgekeurd danwel een medische verklaring van de behandelend arts waaruit blijkt dat de schuldenaar niet in staat is om fulltime te werken. Het voorstel wordt door Shoppoint Leeuwarden niet geaccepteerd omdat dat haaks zou staan op het intensieve veiligheidsbeleid om bandstofdiefstal te voorkomen en acceptatie tegen finale kwijting mogelijk een negatieve invloed heeft op een eventuele aangifte bij politie naar aanleiding van dit incident.
3.2.
Shoppoint Leeuwarden heeft in het verweerschrift aangegeven dat haar schuld niet te goeder trouw is ontstaan. [verzoeker] heeft getankt en pas daarna gemeld dat hij niet kon betalen en heeft daarmee het tankstation voor het blok gezet. Met het tankstation is afgesproken dat binnen 48 uur de vordering betaald zou worden betaald. [verzoeker] heeft daarna niets meer van zich laten horen. Woonfriesland heeft in het verweerschrift aangegeven dat verzoeker gedurende geruime tijd geen huur heeft betaald. De schade, die Woonfriesland bij instemming met een percentage van 1,64 % leidt, zal moeten worden gedragen door de gezamenlijke overige huurders van Woonfriesland die wél hun huur betalen. Verder is het voor Shoppont Leeuwarden en Woonfriesland onvoldoende duidelijk op welke wijze de nakoming van het aangeboden akkoord wordt gewaarborgd wegens het ontbreken van een professionele bewindvoerder. In het minnelijk traject wordt enkel toezicht gehouden door een medewerker van de schuldhulpverlener. De wettelijke schuldsaneringsregeling biedt betere vooruitzichten voor de schuldeisers dan het huidige aanbod. Voorts is het aanbod niet het maximaal haalbare volgens Shoppoint Leeuwarden en Woonfriesland. [verzoeker] is een 47-jarige man, die op dit moment geen inkomen heeft uit loondienst maar een WIA-uitkering geniet. Niet duidelijk is of [verzoeker] 80-100 % arbeidsongeschikt is. Daarnaast is ervoor zover Woonfriesland en Shoppoint Leeuwarden bekend sprake van verslavingsproblematiek, waarvan geen melding is gemaakt. De daardoor ontstane schulden zijn niet te goeder trouw ontstaan. Het totaalbedrag van de weigerende schuldeisers bedraagt 62,95 % van de totale schuldenlast, waardoor daar een groot gewicht aan moet worden toegekend.
4De behandeling ter zitting
4.1.
Ter zitting heeft [bewindvoerder] een pleitnotitie overgelegd en ingebracht. Daarin is onder andere opgenomen dat de brandstofdiefstal dateert van 6 juni 2022 en dat deze vordering buiten de goede trouw toets valt van 3 jaar. Verder heeft [verzoeker] al geruime tijd geen auto meer en heeft hij sinds de aanvang van het budgetbeheer geen nieuwe schulden meer laten ontstaan. [verzoeker] heeft gedaan wat hem werd gevraagd door WoonFriesland en de gemeente nadat zij hadden geconstateerd dat verzoeker hulp nodig had bij het nemen van de juiste financiële beslissingen. [verzoeker] heeft budgetbeheer geaccepteerd. Sinds de aanvang daarvan wordt de huur stipt betaald. Uitvoer van het minnelijk traject wordt gedaan door een erkend en professioneel Wsnp-bewindvoerder met in dit geval ondersteuning van een budgetbeheerder. Van verslaving is verder niet gebleken en op de vraag aan [verzoeker] of daar sprake van is, heeft hij negatief geantwoord. Na indiening van het verzoek hebben Stichting Thús wonen, de Belastingdienst LIC, de Belastingdienst Toeslagen LIC en Neckermann alsnog ingestemd met het aangeboden voorstel waardoor de preferente schuldeiser en een meerderheid (52 %) van de concurrente schuldeisers hebben ingestemd. Het aanbod is het maximaal haalbare. Er is sprake van een prognoseakkoord waardoor met wijzigingen in de toekomst rekening wordt gehouden. De situatie van verzoeker zal naar verwachting niet plotseling wijzigen nu verzoeker sinds 2009 een WIA-uitkering ontvangt. Voor de schuldeisers zit het voorstel in de lagere kosten van het minnelijk traject.
Het dwangakkoord is volgens [bewindvoerder] niet in strijd met redelijkheid en billijkheid. Verzoeker heeft weliswaar uit nood verkeerde keuzes gemaakt maar vecht al bijna 20 jaar tegen schulden en dient de kans te worden geboden op een schuldenvrije toekomst.
4.2.
Ter zitting heeft [bewindvoerder] verder verklaard dat de vordering van De Friesland Zorgverzekeraar eerst was ondergebracht bij LAVG maar dat dit nu niet meer het geval is. Daarna is telefonisch contact geweest met De Friesland Zorgverzekeraar maar een reactie is uitgebleven. Ook heeft zij meegedeeld dat bij [verzoeker] sprake is van de meest uitgebreide vorm van budgetbeheer en dat [verzoeker] volledig is afgekeurd en geen sollicitatieplicht heeft.
4.3.
[verzoeker] heeft ter zitting meegedeeld dat hij in de toekomst gebruik wil blijven maken van budgetbeheer omdat hij het moeilijk vindt om zelf zijn financiën te beheren.
5De beoordeling van het verzoek tot het vaststellen van een dwangakkoord.
5.1.
De rechtbank wijst het verzoek om een dwangakkoord op te leggen toe. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot deze beslissing komt.
Beoordelingskader
5.2.
Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. De rechtbank moet ten eerste vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank vaststellen dat de weigering om in te stemmen met de aangeboden schuldregeling onredelijk is. Hierbij moet de rechtbank de belangen van de weigerende schuldeiser(s), de overige schuldeisers en schuldenaar tegen elkaar afwegen.
5.3.
De rechtbank neemt daarbij als uitgangspunt dat een schuldeiser mag weigeren om mee te werken aan een door de schuldenaar aangeboden schuldregeling waarbij de schuldenaar maar een deel van de vordering hoeft te betalen. Alleen in bijzondere gevallen kan een schuldeiser gedwongen worden om akkoord te gaan met zo'n betalingsvoorstel. Het is dan aan de schuldenaar om deze bijzondere feiten en omstandigheden te stellen en, waar nodig, te bewijzen.
Bevoegde instantie
5.4.
De rechtbank stelt vast dat het voorstel is ingediend en getoetst door [bewindervoerdersbedrijf] . [bewindervoerdersbedrijf] heeft vooral gekeken naar de positie van de schuldeisers wanneer er geen dwangakkoord tot stand zou komen maar een schuldsaneringsregeling zou worden uitgesproken. [bewindervoerdersbedrijf] is volgens de rechtbank een onafhankelijke en deskundige partij. Naar het oordeel van de rechtbank is het voorstel goed en betrouwbaar uitgelegd met documenten en voldoende onderbouwd.
Ontbreken van goede trouw?
5.5.
Ten aanzien van het verweer van Shoppoint Leeuwarden dat [verzoeker] te kwader trouw is ten aanzien van het laten ontstaan van schulden, nu sprake is van tanken zonder te betalen, overweegt de rechtbank dat het aspect van goeder trouw vooral een rol speelt bij de beoordeling van het subsidiaire verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling, waar de rechtbank pas aan toekomt indien zij het dwangakkoord zou afwijzen. De omstandigheid dat genoemd verweer mogelijk grond voor afwijzing van het WSNP-verzoek oplevert, maakt niet dat het verzoek tot het uitspreken van een dwangakkoord zou moeten worden afgewezen. Uit het arrest van de Hoge Raad van 14 december 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BY0966) volgt immers dat toewijsbaarheid van het WSNP-verzoek geen vereiste is voor toewijsbaarheid van een dwangakkoord. De rechtbank kan daarentegen het al dan niet ontbreken van de goeder trouw wel laten meewegen bij de beoordeling van onderhavig verzoek om een dwangakkoord op te leggen.
5.6.
De rechtbank overweegt op dit punt het volgende. De schuld van Shoppont Leeuwarden dateert van 6 juli 2022. Ter zitting is toegelicht dat [verzoeker] al geruime tijd geen auto meer heeft en dat hij sinds de aanvang van het budgetbeheer in april 2025 geen nieuw schulden meer heeft laten ontstaan. Voor de goede trouw toets kijkt de rechtbank naar schulden die zijn ontstaan in de drie jaren voorafgaand aan het indienen van het verzoek. De vordering van Shoppoint Leeuwarden valt buiten deze termijn. Zonder af te doen van de kwalijke gedraging van tanken zonder te betalen, zijn de omstandigheden waarin [verzoeker] thans verkeert sterk gewijzigd. [verzoeker] wordt sinds april 2025 gebudgetteerd en beschikt niet meer over een auto. Het is daardoor onwaarschijnlijk dat dit soort situaties zich in de toekomst zullen herhalen. Gelet hierop is de rechtbank tot het oordeel dat deze vordering niet aan toewijzing van het dwangakkoord in de weg staat.
5.7.
De rechtbank gaat voorbij aan het verweer van dat er sprake is van een verslavingsproblematiek en dat schulden als gevolg daarvan vallen onder de definitie dat deze niet te goeder trouw zijn ontstaan nu ter zitting is weersproken dat sprake is van verslavingsproblematiek en dat dit verder niet aannemelijk is gemaakt.
Maximaal haalbare?
5.8.
Het voorstel van [verzoeker] is naar het oordeel van de rechtbank het maximaal haalbare. [verzoeker] ontvangt sinds 2009 een WIA-uitkering vanwege PTSS na 12 jaar als marinier te hebben gewerkt en is volledig afgekeurd. De verwachting is dat dit niet verandert binnen de looptijd van de schuldregeling. Een mogelijke stijging van zijn inkomen komt gedurende het minnelijk traject ten goede aan de schuldeisers. Het voorstel is daarmee het maximaal haalbare dat van [verzoeker] op financieel gebied kan worden verwacht. Mocht het inkomen van [verzoeker] en daarmee de afloscapaciteit veranderen, dan heeft dit zowel in een schuldsaneringsregeling als in het buitengerechtelijk traject invloed op het uitkeringspercentage aan de schuldeisers.
Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers
5.9.
De schuldeisers die wel met het voorstel van [verzoeker] hebben ingestemd, vertegenwoordigen samen een meerderheid (55,73 %) van de totale schuldenlast. Omdat [verzoeker] een maximaal haalbaar voorstel heeft gedaan, moeten de belangen van deze schuldeisers zwaarder wegen dat de belangen van de weigerachtige schuldeisers omdat zij een groter percentage in de totale schuldenlast vertegenwoordigen.
Deze regeling is gunstiger dan de Wsnp
5.10.
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat als [verzoeker] zou worden toegelaten tot de Wsnp, zijn schuldeisers aan het einde van de Wsnp geen hogere uitkering kunnen verwachten dan in de aangeboden schuldregeling. De Wsnp leidt tot hogere kosten, doordat de vergoeding van de bewindvoerder uit het gespaarde saldo wordt voldaan. De bemiddelingskosten die [bewindervoerdersbedrijf] in rekening brengt zijn lager dan de kosten van een bewindvoerder in de Wsnp. Hierdoor blijft in de schuldregeling een hoger bedrag over voor de schuldeisers dan in de Wsnp.
5.11.
De rechtbank is van oordeel dat de minnelijke regeling met voldoende waarborgen is omgeven, nu in het aanbod is opgenomen dat schuldeisers elk half jaar een tussentijds verslag ontvangen met daarbij een berekening van het vrij te laten bedrag en de spaarcapaciteit afhankelijk van het saldo tussentijds wordt uitgekeerd. Voorts is er sprake van de meest uitgebreide vorm van budgetbeheer door Schuldenbewind Friesland, waarbij [verzoeker] heeft aangegeven dat hij het budgetbeheer tijdens het minnelijk traject wenst voort te zetten, zodat er een extra waarborg is dat [verzoeker] de verplichtingen uit de schuldregeling zal nakomen. De rechtbank acht in dit geval de meerwaarde in de extra waarborgen die de schuldsanering zou bieden te gering om het dwangakkoord af te wijzen.
Conclusie
5.12.
Omdat het aanbod van [verzoeker] goed en betrouwbaar is gedocumenteerd, voldoende is onderbouwd, en de Wsnp de weigerachtige schuldeisers geen beter vooruitzicht biedt dan de aangeboden schuldregeling en de overige schuldeisers met het voorstel hebben ingestemd, is de rechtbank van oordeel dat het weigeren om akkoord te gaan niet redelijk is. Op basis van de belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is. Dit betekent dat de rechtbank het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord zal toewijzen.
Het Wsnp-verzoek is niet langer aan de orde
5.13.
Omdat het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord zal worden toegewezen, hoeft het verzoek tot toelating tot de Wsnp niet meer besproken te worden. De rechtbank beschouwt het verzoek tot toelating tot de Wsnp als ingetrokken.
6De beslissing
- beveelt Shoppoint Leeuwarden, Woonfriesland en De Friesland Zorgverzekeraar
in te stemmen met de hierboven genoemde schuldregeling.
Dit is een beslissing van mr. D.J. Klijn, bijgestaan door de griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.
Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.
Team Insolventie
Zittingsplaats Leeuwarden
Rekestnummer: NL:TZ:2605853:R-RK
Vonnis van 20 mei 2026
op het verzoek van
[verzoeker]
,
geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen [verzoeker] ,
tegen
Shoppoint Leeuwarden, gevestigd te Heerenveen,
gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders,
Postbus 774, 9700 AT Groningen,
Woonfriesland, gevestigd te Drachten,
gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders,
Postbus 774, 9700 AT Groningen,
Thús Wonen, gevestigd te Dokkum,
gemachtigde: [gerechtsdeurwaarder] B.V.,
Postbus 657, 1440 AR Purmerend,
Neckermann.com B.V.,
gemachtigde: Vesting Finance B.V.
Postbus 2178, 3800 CD Amersfoort,
Belastingdienst Toeslagen LIC,
Postbus 100, 6400 AC Heerlen,
Belastingdienst LIC,
Postbus 100, 6400 AC Heerlen,
De Friesland Zorgverzekeraar,
Postbus 270, 8901 BB Leeuwarden,
waarvan uiteindelijk zijn overgebleven Shoppoint Leeuwarden. Woonfriesland en De Friesland Zorgverzekeraar, hierna te noemen de weigerachtige schuldeisers,
tot het bevelen van voornoemde schuldeisers in te stemmen met een schuldregeling ex artikel 287a Faillissementswet.
1De procedure
1.1.
[verzoeker] heeft op 9 maart 2026 twee verzoeken bij de rechtbank ingediend. In de eerste plaats wil [verzoeker] dat de rechtbank de weigerachtige schuldeisers een dwangakkoord oplegt. Zij moeten dan meewerken aan de schuldregeling van [verzoeker] . Als de rechtbank dit verzoek afwijst, wil [verzoeker] worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp).
1.2.
Op 30 maart 2026 heeft Vesting Finance meegedeeld dat Neckermann akkoord is gegaan met het voorstel.
1.3.
Op 1 april 2026 heeft [gerechtsdeurwaarder] meegedeeld dat Stichting Thús Wonen akkoord is gegaan met het voorstel.
1.4.
LAVG heeft op 1 mei 2026 namens Shoppoint Leeuwarden en Woonfriesland een verweerschrift ingediend.
1.5.
[bewindervoerdersbedrijf] heeft op 5 mei 2026 een brief van de Belastingdienst overgelegd, waarin de Belastingdienst instemt met het voorstel.
1.6.
Het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord is behandeld op de zitting van
6 mei 2026. Hierbij is [verzoeker] verschenen samen met mevrouw [bewindvoerder] namens [bewindervoerdersbedrijf] en mevrouw [schuldhulp] namens Schuldenbewind Friesland.
1.6.
De rechtbank heeft bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.
2De feiten
2.1.
De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. De totale schuldenlast van [verzoeker] is
€ 26.283,68. [verzoeker] heeft 20 schuldeisers. [verzoeker] heeft met behulp van [bewindervoerdersbedrijf] een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers waarbij een deel van de schulden wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeisers wordt kwijtgescholden. De gewone schuldeisers krijgen een uitkering van 1,64 % en de schuldeisers met voorrang krijgen een uitkering van 3,27 %. Het voorstel is gebaseerd op een prognoseakkoord. Ter zitting heeft [bewindvoerder] meegedeeld dat nadat er op 6 januari 2026 een aanbod was gedaan aan de schuldeisers de Belastingdienst telefonisch haar vordering heeft doorgegeven. Omdat het inkomen daarna iets is gestegen, de huurtoeslag omhoog is gegaan en de juiste versie van de vtlb-calculator na 6 januari 2026 beschikbaar is gekomen is de prognose naar boven toe bijgesteld ondanks een stijging van de totale schuldenlast. De gewone schuldeisers krijgen een uitkering van 2,49 % en de schuldeisers met voorrang een uitkering van 4,99 %.
2.2.
De weigerachtige schuldeisers zijn niet met dit voorstel akkoord gegaan. In totaal vorderen de weigerachtige schuldeisers € 11.634,77. Dat is 44,27 % van de totale schuldenlast.
2.3.
[verzoeker] is 47 jaar. [verzoeker] is ex-marinier en ontvangt sinds 2009 een WIA-uitkering vanwege PTSS. [verzoeker] maakt sinds april 2025 gebruik van budgetbeheer.
3Het verweer
3.1.
LAVG heeft op 27 januari 2026 namens Shoppoint Leeuwarden en De Friesland in reactie op het voorstel meegedeeld dat het verzoekschrift niet goed is gedocumenteerd. Verzocht is om een bewijsstuk, waaruit blijkt dat sprake is van een ontheffing van de sollicitatieplicht of dat [verzoeker] (gedeeltelijk) is afgekeurd danwel een medische verklaring van de behandelend arts waaruit blijkt dat de schuldenaar niet in staat is om fulltime te werken. Het voorstel wordt door Shoppoint Leeuwarden niet geaccepteerd omdat dat haaks zou staan op het intensieve veiligheidsbeleid om bandstofdiefstal te voorkomen en acceptatie tegen finale kwijting mogelijk een negatieve invloed heeft op een eventuele aangifte bij politie naar aanleiding van dit incident.
3.2.
Shoppoint Leeuwarden heeft in het verweerschrift aangegeven dat haar schuld niet te goeder trouw is ontstaan. [verzoeker] heeft getankt en pas daarna gemeld dat hij niet kon betalen en heeft daarmee het tankstation voor het blok gezet. Met het tankstation is afgesproken dat binnen 48 uur de vordering betaald zou worden betaald. [verzoeker] heeft daarna niets meer van zich laten horen. Woonfriesland heeft in het verweerschrift aangegeven dat verzoeker gedurende geruime tijd geen huur heeft betaald. De schade, die Woonfriesland bij instemming met een percentage van 1,64 % leidt, zal moeten worden gedragen door de gezamenlijke overige huurders van Woonfriesland die wél hun huur betalen. Verder is het voor Shoppont Leeuwarden en Woonfriesland onvoldoende duidelijk op welke wijze de nakoming van het aangeboden akkoord wordt gewaarborgd wegens het ontbreken van een professionele bewindvoerder. In het minnelijk traject wordt enkel toezicht gehouden door een medewerker van de schuldhulpverlener. De wettelijke schuldsaneringsregeling biedt betere vooruitzichten voor de schuldeisers dan het huidige aanbod. Voorts is het aanbod niet het maximaal haalbare volgens Shoppoint Leeuwarden en Woonfriesland. [verzoeker] is een 47-jarige man, die op dit moment geen inkomen heeft uit loondienst maar een WIA-uitkering geniet. Niet duidelijk is of [verzoeker] 80-100 % arbeidsongeschikt is. Daarnaast is ervoor zover Woonfriesland en Shoppoint Leeuwarden bekend sprake van verslavingsproblematiek, waarvan geen melding is gemaakt. De daardoor ontstane schulden zijn niet te goeder trouw ontstaan. Het totaalbedrag van de weigerende schuldeisers bedraagt 62,95 % van de totale schuldenlast, waardoor daar een groot gewicht aan moet worden toegekend.
4De behandeling ter zitting
4.1.
Ter zitting heeft [bewindvoerder] een pleitnotitie overgelegd en ingebracht. Daarin is onder andere opgenomen dat de brandstofdiefstal dateert van 6 juni 2022 en dat deze vordering buiten de goede trouw toets valt van 3 jaar. Verder heeft [verzoeker] al geruime tijd geen auto meer en heeft hij sinds de aanvang van het budgetbeheer geen nieuwe schulden meer laten ontstaan. [verzoeker] heeft gedaan wat hem werd gevraagd door WoonFriesland en de gemeente nadat zij hadden geconstateerd dat verzoeker hulp nodig had bij het nemen van de juiste financiële beslissingen. [verzoeker] heeft budgetbeheer geaccepteerd. Sinds de aanvang daarvan wordt de huur stipt betaald. Uitvoer van het minnelijk traject wordt gedaan door een erkend en professioneel Wsnp-bewindvoerder met in dit geval ondersteuning van een budgetbeheerder. Van verslaving is verder niet gebleken en op de vraag aan [verzoeker] of daar sprake van is, heeft hij negatief geantwoord. Na indiening van het verzoek hebben Stichting Thús wonen, de Belastingdienst LIC, de Belastingdienst Toeslagen LIC en Neckermann alsnog ingestemd met het aangeboden voorstel waardoor de preferente schuldeiser en een meerderheid (52 %) van de concurrente schuldeisers hebben ingestemd. Het aanbod is het maximaal haalbare. Er is sprake van een prognoseakkoord waardoor met wijzigingen in de toekomst rekening wordt gehouden. De situatie van verzoeker zal naar verwachting niet plotseling wijzigen nu verzoeker sinds 2009 een WIA-uitkering ontvangt. Voor de schuldeisers zit het voorstel in de lagere kosten van het minnelijk traject.
Het dwangakkoord is volgens [bewindvoerder] niet in strijd met redelijkheid en billijkheid. Verzoeker heeft weliswaar uit nood verkeerde keuzes gemaakt maar vecht al bijna 20 jaar tegen schulden en dient de kans te worden geboden op een schuldenvrije toekomst.
4.2.
Ter zitting heeft [bewindvoerder] verder verklaard dat de vordering van De Friesland Zorgverzekeraar eerst was ondergebracht bij LAVG maar dat dit nu niet meer het geval is. Daarna is telefonisch contact geweest met De Friesland Zorgverzekeraar maar een reactie is uitgebleven. Ook heeft zij meegedeeld dat bij [verzoeker] sprake is van de meest uitgebreide vorm van budgetbeheer en dat [verzoeker] volledig is afgekeurd en geen sollicitatieplicht heeft.
4.3.
[verzoeker] heeft ter zitting meegedeeld dat hij in de toekomst gebruik wil blijven maken van budgetbeheer omdat hij het moeilijk vindt om zelf zijn financiën te beheren.
5De beoordeling van het verzoek tot het vaststellen van een dwangakkoord.
5.1.
De rechtbank wijst het verzoek om een dwangakkoord op te leggen toe. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot deze beslissing komt.
Beoordelingskader
5.2.
Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. De rechtbank moet ten eerste vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank vaststellen dat de weigering om in te stemmen met de aangeboden schuldregeling onredelijk is. Hierbij moet de rechtbank de belangen van de weigerende schuldeiser(s), de overige schuldeisers en schuldenaar tegen elkaar afwegen.
5.3.
De rechtbank neemt daarbij als uitgangspunt dat een schuldeiser mag weigeren om mee te werken aan een door de schuldenaar aangeboden schuldregeling waarbij de schuldenaar maar een deel van de vordering hoeft te betalen. Alleen in bijzondere gevallen kan een schuldeiser gedwongen worden om akkoord te gaan met zo'n betalingsvoorstel. Het is dan aan de schuldenaar om deze bijzondere feiten en omstandigheden te stellen en, waar nodig, te bewijzen.
Bevoegde instantie
5.4.
De rechtbank stelt vast dat het voorstel is ingediend en getoetst door [bewindervoerdersbedrijf] . [bewindervoerdersbedrijf] heeft vooral gekeken naar de positie van de schuldeisers wanneer er geen dwangakkoord tot stand zou komen maar een schuldsaneringsregeling zou worden uitgesproken. [bewindervoerdersbedrijf] is volgens de rechtbank een onafhankelijke en deskundige partij. Naar het oordeel van de rechtbank is het voorstel goed en betrouwbaar uitgelegd met documenten en voldoende onderbouwd.
Ontbreken van goede trouw?
5.5.
Ten aanzien van het verweer van Shoppoint Leeuwarden dat [verzoeker] te kwader trouw is ten aanzien van het laten ontstaan van schulden, nu sprake is van tanken zonder te betalen, overweegt de rechtbank dat het aspect van goeder trouw vooral een rol speelt bij de beoordeling van het subsidiaire verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling, waar de rechtbank pas aan toekomt indien zij het dwangakkoord zou afwijzen. De omstandigheid dat genoemd verweer mogelijk grond voor afwijzing van het WSNP-verzoek oplevert, maakt niet dat het verzoek tot het uitspreken van een dwangakkoord zou moeten worden afgewezen. Uit het arrest van de Hoge Raad van 14 december 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BY0966) volgt immers dat toewijsbaarheid van het WSNP-verzoek geen vereiste is voor toewijsbaarheid van een dwangakkoord. De rechtbank kan daarentegen het al dan niet ontbreken van de goeder trouw wel laten meewegen bij de beoordeling van onderhavig verzoek om een dwangakkoord op te leggen.
5.6.
De rechtbank overweegt op dit punt het volgende. De schuld van Shoppont Leeuwarden dateert van 6 juli 2022. Ter zitting is toegelicht dat [verzoeker] al geruime tijd geen auto meer heeft en dat hij sinds de aanvang van het budgetbeheer in april 2025 geen nieuw schulden meer heeft laten ontstaan. Voor de goede trouw toets kijkt de rechtbank naar schulden die zijn ontstaan in de drie jaren voorafgaand aan het indienen van het verzoek. De vordering van Shoppoint Leeuwarden valt buiten deze termijn. Zonder af te doen van de kwalijke gedraging van tanken zonder te betalen, zijn de omstandigheden waarin [verzoeker] thans verkeert sterk gewijzigd. [verzoeker] wordt sinds april 2025 gebudgetteerd en beschikt niet meer over een auto. Het is daardoor onwaarschijnlijk dat dit soort situaties zich in de toekomst zullen herhalen. Gelet hierop is de rechtbank tot het oordeel dat deze vordering niet aan toewijzing van het dwangakkoord in de weg staat.
5.7.
De rechtbank gaat voorbij aan het verweer van dat er sprake is van een verslavingsproblematiek en dat schulden als gevolg daarvan vallen onder de definitie dat deze niet te goeder trouw zijn ontstaan nu ter zitting is weersproken dat sprake is van verslavingsproblematiek en dat dit verder niet aannemelijk is gemaakt.
Maximaal haalbare?
5.8.
Het voorstel van [verzoeker] is naar het oordeel van de rechtbank het maximaal haalbare. [verzoeker] ontvangt sinds 2009 een WIA-uitkering vanwege PTSS na 12 jaar als marinier te hebben gewerkt en is volledig afgekeurd. De verwachting is dat dit niet verandert binnen de looptijd van de schuldregeling. Een mogelijke stijging van zijn inkomen komt gedurende het minnelijk traject ten goede aan de schuldeisers. Het voorstel is daarmee het maximaal haalbare dat van [verzoeker] op financieel gebied kan worden verwacht. Mocht het inkomen van [verzoeker] en daarmee de afloscapaciteit veranderen, dan heeft dit zowel in een schuldsaneringsregeling als in het buitengerechtelijk traject invloed op het uitkeringspercentage aan de schuldeisers.
Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers
5.9.
De schuldeisers die wel met het voorstel van [verzoeker] hebben ingestemd, vertegenwoordigen samen een meerderheid (55,73 %) van de totale schuldenlast. Omdat [verzoeker] een maximaal haalbaar voorstel heeft gedaan, moeten de belangen van deze schuldeisers zwaarder wegen dat de belangen van de weigerachtige schuldeisers omdat zij een groter percentage in de totale schuldenlast vertegenwoordigen.
Deze regeling is gunstiger dan de Wsnp
5.10.
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat als [verzoeker] zou worden toegelaten tot de Wsnp, zijn schuldeisers aan het einde van de Wsnp geen hogere uitkering kunnen verwachten dan in de aangeboden schuldregeling. De Wsnp leidt tot hogere kosten, doordat de vergoeding van de bewindvoerder uit het gespaarde saldo wordt voldaan. De bemiddelingskosten die [bewindervoerdersbedrijf] in rekening brengt zijn lager dan de kosten van een bewindvoerder in de Wsnp. Hierdoor blijft in de schuldregeling een hoger bedrag over voor de schuldeisers dan in de Wsnp.
5.11.
De rechtbank is van oordeel dat de minnelijke regeling met voldoende waarborgen is omgeven, nu in het aanbod is opgenomen dat schuldeisers elk half jaar een tussentijds verslag ontvangen met daarbij een berekening van het vrij te laten bedrag en de spaarcapaciteit afhankelijk van het saldo tussentijds wordt uitgekeerd. Voorts is er sprake van de meest uitgebreide vorm van budgetbeheer door Schuldenbewind Friesland, waarbij [verzoeker] heeft aangegeven dat hij het budgetbeheer tijdens het minnelijk traject wenst voort te zetten, zodat er een extra waarborg is dat [verzoeker] de verplichtingen uit de schuldregeling zal nakomen. De rechtbank acht in dit geval de meerwaarde in de extra waarborgen die de schuldsanering zou bieden te gering om het dwangakkoord af te wijzen.
Conclusie
5.12.
Omdat het aanbod van [verzoeker] goed en betrouwbaar is gedocumenteerd, voldoende is onderbouwd, en de Wsnp de weigerachtige schuldeisers geen beter vooruitzicht biedt dan de aangeboden schuldregeling en de overige schuldeisers met het voorstel hebben ingestemd, is de rechtbank van oordeel dat het weigeren om akkoord te gaan niet redelijk is. Op basis van de belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is. Dit betekent dat de rechtbank het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord zal toewijzen.
Het Wsnp-verzoek is niet langer aan de orde
5.13.
Omdat het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord zal worden toegewezen, hoeft het verzoek tot toelating tot de Wsnp niet meer besproken te worden. De rechtbank beschouwt het verzoek tot toelating tot de Wsnp als ingetrokken.
6De beslissing
- beveelt Shoppoint Leeuwarden, Woonfriesland en De Friesland Zorgverzekeraar
in te stemmen met de hierboven genoemde schuldregeling.
Dit is een beslissing van mr. D.J. Klijn, bijgestaan door de griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.
Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.