Rechtbank Noord-Nederland
ECLI:NL:RBNNE:2026:1899
2026-04-23
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
11833217 BU VERZ 25-1878
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wahv. Nu het parkeerterrein waar betrokkene stond feitelijk voor het openbaar verkeer openstaat, is het aan te merken als een voor het openbaar verkeer openstaande weg. Ongegrond.
Citeert (2)
- ECLI:NL:GHARL:2023:962 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 02-02-2023
- ECLI:NL:RBNNE:2023:3112 Rechtbank Noord-Nederland 11-07-2023
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.173 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 270893417
zaaknummer: 11833217 BU VERZ 25-1878
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 23 april 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [plaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl het is voorzien van meer lichten of retroreflecterende voorzieningen dan toegestaan’, verricht op 13 december 2024, om 22:05 uur, op [adres] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 189,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 23 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. F. Buddingh.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat zij niet reed, maar stilstond op de parkeerplaats. Dit is ook te zien op de foto. Zij had een schakelaar in de auto om de lampjes aan en uit te zetten. Dit was voor een evenement: zij gingen langs bij bejaardentehuizen, ziekenhuizen en dergelijk om die mensen een lach te geven. Het was net voor de feestdagen. Betrokkene had de lampjes alleen aan op de parkeerplaatsen en niet tijdens het rijden. Verder was het niet op de weg, maar op een parkeerplaats. Het gaat hier om een eigen weg. Betrokkene was net achttien en mocht net vier weken alleen rijden.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
5. De kantonrechter stelt allereerst vast dat de plek waar de betrokkene stond geparkeerd een voor het openbaar verkeer openstaande weg is. Daarvoor maakt het niet van wie het terrein is. Uit vaste rechtspraak volgt dat een stuk grond tot de openbare weg behoort zolang dit voor een ieder toegankelijk is en de toegang niet feitelijk en op kenbare wijze is belemmerd. Dat kan bijvoorbeeld door een hek of een slagboom, al dan niet in samenhang met de plaatsing van borden "verboden toegang". Nu het parkeerterrein waar betrokkene stond feitelijk voor het openbaar verkeer openstaat, is het naar het oordeel van de kantonrechter aan te merken als een voor het openbaar verkeer openstaande weg.
6. Verder ziet de kantonrechter geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant en de gegevens in het zaakoverzicht. De enkele verklaring van betrokkene dat zij niet reed is hiervoor onvoldoende: dit onderbouwt zij niet. De gedraging kan daarom worden vastgesteld. Daarnaast ziet de kantonrechter ook geen aanleiding om de boete te matigen.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Zie artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Zie de arresten van de Hoge Raad van 16 januari 2001 (ECLI:NL:HR:2001) en 8 april 1997. (ECLI:NL:HR:1997). Zie daarnaast het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 2 februari 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:962).
ECLI:NL:RBNNE:2023:3112.
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 270893417
zaaknummer: 11833217 BU VERZ 25-1878
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 23 april 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [plaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl het is voorzien van meer lichten of retroreflecterende voorzieningen dan toegestaan’, verricht op 13 december 2024, om 22:05 uur, op [adres] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 189,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 23 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. F. Buddingh.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat zij niet reed, maar stilstond op de parkeerplaats. Dit is ook te zien op de foto. Zij had een schakelaar in de auto om de lampjes aan en uit te zetten. Dit was voor een evenement: zij gingen langs bij bejaardentehuizen, ziekenhuizen en dergelijk om die mensen een lach te geven. Het was net voor de feestdagen. Betrokkene had de lampjes alleen aan op de parkeerplaatsen en niet tijdens het rijden. Verder was het niet op de weg, maar op een parkeerplaats. Het gaat hier om een eigen weg. Betrokkene was net achttien en mocht net vier weken alleen rijden.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
5. De kantonrechter stelt allereerst vast dat de plek waar de betrokkene stond geparkeerd een voor het openbaar verkeer openstaande weg is. Daarvoor maakt het niet van wie het terrein is. Uit vaste rechtspraak volgt dat een stuk grond tot de openbare weg behoort zolang dit voor een ieder toegankelijk is en de toegang niet feitelijk en op kenbare wijze is belemmerd. Dat kan bijvoorbeeld door een hek of een slagboom, al dan niet in samenhang met de plaatsing van borden "verboden toegang". Nu het parkeerterrein waar betrokkene stond feitelijk voor het openbaar verkeer openstaat, is het naar het oordeel van de kantonrechter aan te merken als een voor het openbaar verkeer openstaande weg.
6. Verder ziet de kantonrechter geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant en de gegevens in het zaakoverzicht. De enkele verklaring van betrokkene dat zij niet reed is hiervoor onvoldoende: dit onderbouwt zij niet. De gedraging kan daarom worden vastgesteld. Daarnaast ziet de kantonrechter ook geen aanleiding om de boete te matigen.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Zie artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Zie de arresten van de Hoge Raad van 16 januari 2001 (ECLI:NL:HR:2001) en 8 april 1997. (ECLI:NL:HR:1997). Zie daarnaast het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 2 februari 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:962).
ECLI:NL:RBNNE:2023:3112.