Rechtbank Noord-Nederland
ECLI:NL:RBNNE:2025:5769
2025-12-15
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
11694260 BU VERZ 25-1022
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wahv. R584 – ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’. Geen zekerheid gesteld. Betalingsoverzicht leasemaatschappij heeft verkeerde boete gemarkeerd. Onduidelijk waar het is misgegaan, dus zekerheid op nul. Beroep op laden en lossen, niet voldaan aan criteria omdat tien minuten geen activiteit is waargenomen bij de auto. Ongegrond.
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:1999:AA2760 Hoge Raad 12-05-1999
- ECLI:NL:GHARL:2015:7639 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12-10-2015
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.435 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 266704868
zaaknummer: 11694260 BU VERZ 25-1022
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 15 december 2025
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R584 – ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’, verricht op 21 mei 2024, om 19:51 uur, op het [plein] in Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 15 december 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. P.A. Veenstra.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en zal hierna uitleggen waarom dat het geval is.
Standpunten
3. Betrokkene woont aan het plein en heeft zijn boodschappen opgeruimd in zijn woning. Dit heeft ongeveer twintig minuten geduurd. Hij stelt dat sprake was van laden en lossen.
4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond is.
Overwegingen
5. De kantonrechter merkt op dat betrokkene geen zekerheid heeft gesteld. Betrokkene heeft een betalingsoverzicht van zijn leasemaatschappij gestuurd, maar de door de maatschappij gemarkeerde betaling ziet op een andere boete dan die welke aan betrokkene is opgelegd. Uit raadpleging van de systemen van de CVOM blijkt dat niet is betaald in deze zaak. Omdat niet duidelijk is waar dit is misgegaan ziet de kantonrechter, met de vertegenwoordigster, aanleiding om de zekerheid op nul te stellen en de zaak inhoudelijk te behandelen.
6. De definitie van laden en lossen uit de jurisprudentie is: het onmiddellijk, nadat het voertuig tot stilstand is gebracht, bij voortduring inladen of uitladen van goederen gedurende de tijd die daarvoor nodig is. Het moet gaan om goederen die niet of moeilijk anders dan per voertuig ter plaatse kunnen worden opgehaald of gebracht. Vastgesteld moet worden of het voertuig uitsluitend heeft stilgestaan zo lang als nodig was voor het ononderbroken verrichten van het geheel van handelingen, dat redelijkerwijs noodzakelijk is om de goederen in of uit de auto te laden.
6.1.
De verbalisanten hebben verklaard dat gedurende tien minuten geen activiteit is waargenomen bij de auto. De kantonrechter overweegt dat daardoor geen sprake meer is van onmiddellijk en bij voortduring uitladen van goederen. Betrokkene heeft de boodschappen eerst opgeruimd. Wat hij had moeten doen, is de auto tot stilstand brengen, de boodschappen uitladen, de auto parkeren en daarna pas de boodschappen in huis opruimen. Zoals betrokkene in dit geval heeft gehandeld, is geen sprake van laden en lossen, maar van parkeren.
7. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld. De kantonrechter ziet geen reden voor matiging van de boete en zal het beroep ongegrond verklaren.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Artikel 11 van de Wahv.
Hoge Raad 12 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2760.
Hoge Raad 10 juni 1975, LJN:AJ4297.
Hof Arnhem-Leeuwarden 12 oktober 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7639.
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 266704868
zaaknummer: 11694260 BU VERZ 25-1022
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 15 december 2025
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R584 – ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’, verricht op 21 mei 2024, om 19:51 uur, op het [plein] in Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 15 december 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. P.A. Veenstra.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en zal hierna uitleggen waarom dat het geval is.
Standpunten
3. Betrokkene woont aan het plein en heeft zijn boodschappen opgeruimd in zijn woning. Dit heeft ongeveer twintig minuten geduurd. Hij stelt dat sprake was van laden en lossen.
4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond is.
Overwegingen
5. De kantonrechter merkt op dat betrokkene geen zekerheid heeft gesteld. Betrokkene heeft een betalingsoverzicht van zijn leasemaatschappij gestuurd, maar de door de maatschappij gemarkeerde betaling ziet op een andere boete dan die welke aan betrokkene is opgelegd. Uit raadpleging van de systemen van de CVOM blijkt dat niet is betaald in deze zaak. Omdat niet duidelijk is waar dit is misgegaan ziet de kantonrechter, met de vertegenwoordigster, aanleiding om de zekerheid op nul te stellen en de zaak inhoudelijk te behandelen.
6. De definitie van laden en lossen uit de jurisprudentie is: het onmiddellijk, nadat het voertuig tot stilstand is gebracht, bij voortduring inladen of uitladen van goederen gedurende de tijd die daarvoor nodig is. Het moet gaan om goederen die niet of moeilijk anders dan per voertuig ter plaatse kunnen worden opgehaald of gebracht. Vastgesteld moet worden of het voertuig uitsluitend heeft stilgestaan zo lang als nodig was voor het ononderbroken verrichten van het geheel van handelingen, dat redelijkerwijs noodzakelijk is om de goederen in of uit de auto te laden.
6.1.
De verbalisanten hebben verklaard dat gedurende tien minuten geen activiteit is waargenomen bij de auto. De kantonrechter overweegt dat daardoor geen sprake meer is van onmiddellijk en bij voortduring uitladen van goederen. Betrokkene heeft de boodschappen eerst opgeruimd. Wat hij had moeten doen, is de auto tot stilstand brengen, de boodschappen uitladen, de auto parkeren en daarna pas de boodschappen in huis opruimen. Zoals betrokkene in dit geval heeft gehandeld, is geen sprake van laden en lossen, maar van parkeren.
7. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld. De kantonrechter ziet geen reden voor matiging van de boete en zal het beroep ongegrond verklaren.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Artikel 11 van de Wahv.
Hoge Raad 12 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2760.
Hoge Raad 10 juni 1975, LJN:AJ4297.
Hof Arnhem-Leeuwarden 12 oktober 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7639.