Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2025:1376

2025-02-04 Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht 11145023 BU VERZ 24-1173
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2025-02-04
Publicatiedatum
2025-04-10
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11145023 BU VERZ 24-1173
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Parkeren in een parkeerverbodszone. Het parkeerverbod is niet alleen geldig op de rijbaan. Betrokkene heeft niet geparkeerd op een voor parkeren bestemd weggedeelte.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.514 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen


Bestuursrecht



beschikkingsnummer: 260789159
zaaknummer: 11145023 BU VERZ 24-1173




uitspraak van de kantonrechter van 4 februari 2025


inzake





[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] ,
gemachtigde: mr. M. Lagas, Appjection B.V.




Inleiding


1. Aan betrokkene is een sanctie opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verweten gedraging betreft ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’, verricht op 29 augustus 2023, om 15:34 uur, te Lissabonstraat, Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde sanctie bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).



1.1.
Betrokkene heeft administratief beroep ingesteld tegen de inleidende beschikking. De officier van justitie heeft het administratief beroep ongegrond verklaard.



1.2.
De gemachtigde heeft namens betrokkene beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie. De behandeling van het beroepschrift heeft plaatsgevonden op de openbare zitting van 21 januari 2025. Gemachtigde en betrokkene zijn niet op de zitting verschenen. Als vertegenwoordiger van de officier van justitie is verschenen mr. R. van der Velde (hierna: de vertegenwoordiger).




Beoordeling door de kantonrechter

2. Gemachtigde voert aan dat betrokkene niet op de rijbaan heeft geparkeerd. Daarnaast heeft hij betaald voor het parkeren. In de straat zelf staat niks over een parkeerverbod.

3. De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond verklaard moet worden. Gemachtigde heeft geen rijroute overgelegd, hierdoor hoeft de bebording niet aangetoond te worden. Daarnaast staat de bebording niet in de straat omdat er sprake is van een parkeerverbodszone. Het gedeelte waar betrokkene heeft geparkeerd is onderdeel van de rijbaan. Andere betegeling betekent niet dat er sprake is van een ander weggedeelte. Verder verwijst zij nog naar een arrest van het hof.

4. Betrokkene betwist de gedraging. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de gedraging, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.

5. Bij het betwisten van de bebording van een parkeerverbodszone moet de bebording worden aangetoond door middel van nadere stukken, zoals een schouwrapport. De betrokkene moet dan wel een rijroute overleggen zodat de bebording op die route gecontroleerd kan worden. Betrokkene heeft dat echter niet gedaan, hierdoor hoeft de bebording niet aangetoond te worden.

6. Volgens artikel 65, derde lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) mag bij een parkeerverbod wel geparkeerd worden op daartoe bestemde gedeelten. Op de foto in het zaakoverzicht is te zien dat betrokkene niet op de rijbaan heeft geparkeerd, want de plek waar hij stond is niet een voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte. Het parkeerverbod is anders dan gemachtigde meent niet alleen van toepassing op de rijbaan. Het gedeelte waar betrokkene heeft geparkeerd lijkt ook niet op een voor het parkeren bestemd weggedeelte, want het ligt direct voor de voordeuren van de huizen. Gemachtigde heeft dus niet aannemelijk gemaakt dat betrokkene heeft geparkeerd op een daartoe bestemd weggedeelte. Dat betrokkene wel heeft betaald voor het parkeren, betekent niet dat hij daar mocht parkeren. Alles overwegende is de kantonrechter van oordeel dat de gedraging kan worden vastgesteld en dat de sanctie terecht is opgelegd. Door betrokkene zijn geen omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat de sanctie gematigd of op nihil gesteld moet worden.




Beslissing


De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.



Deze uitspraak is gedaan door mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter, in aanwezigheid van
mr. M. Hidding, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2025.



griffier, kantonrechter,



























Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.


Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.



De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op:



Hof Arnhem-Leeuwarden 10 oktober 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:8443.


Hof Arnhem-Leeuwarden 9 augustus 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:6756.