Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2023:5651

2023-10-19 Bestuursrecht; Belastingrecht LEE 22/347 tot en met 22/353, 22/429 en 22/430
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2023-10-19
Publicatiedatum
2026-04-16
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
LEE 22/347 tot en met 22/353, 22/429 en 22/430
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Naheffingsaanslagen loonheffingen. In geschil is of de statutair bestuurders in dienstbetrekking zijn bij eiseres (een coöperatie van melkveehouders). De rechtbank komt tot het oordeel dat, nu sprake is van een gezagsverhouding en de andere criteria van artikel 7:610 BW niet in geschil zijn, er een dienstbetrekking bestaat tussen de statutair bestuurders en eiseres. Hetgeen eiseres heeft aangevoerd met betrekking tot de fictieve dienstbetrekking volgt de rechtbank niet, gelet op de volgorde van de Wet LB. De opgelegde verzuimboete wordt verminderd in verband met overschrijding van de redelijke termijn.

Citeert (8)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (28.114 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen


Bestuursrecht



zaaknummers: LEE 22/347, 22/348, 22/349, 22/350, 22/351, 22/352, 22/353, 22/429 en 22/430




uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 19 oktober 2023 in de zaak tussen




[eiseres] U.A., te [vestigingsplaats] , eiseres
(gemachtigde: [naam 1] ),


en


de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Groningen, verweerder
(gemachtigde: mr. [naam 2] ).




Procesverloop



LEE 22/347

Verweerder heeft met dagtekening 10 mei 2021 een naheffingsaanslag loonheffingen opgelegd over het tijdvak 1 juli 2020 tot en met 31 december 2020 van € 36.660. Daarbij heeft verweerder een verzuimboete opgelegd van € 3.666.



Aan het bezwaar tegen de naheffingsaanslag is verweerder gedeeltelijk tegemoet gekomen. De naheffingsaanslag is door verweerder bij uitspraak op bezwaar van 20 december 2021 verminderd tot € 36.122 en de verzuimboete tot € 3.612.




LEE 22/348 tot en met 22/353 en LEE 22/429 en 22/430

Eiseres heeft over de volgende tijdvakken op aangifte loonheffing afgedragen:









zaaknummer


tijdvak




LEE 22/348


april 2021




LEE 22/349


mei 2021




LEE 22/350


juni 2021




LEE 22/351


juli 2021




LEE 22/352


augustus 2021




LEE 22/353


september 2021




LEE 22/429


oktober 2021




LEE 22/430


november 2021







Tegen de afdrachten op aangifte over de hierboven vermelde tijdvakken heeft eiseres bezwaar gemaakt. Verweerder heeft deze bezwaren afgewezen.




Alle zaaknummers

Eiseres heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.



Eiseres en verweerder hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend.



Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2023.
Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 3] , bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam 4] , bijgestaan door mr. [naam 5] en [naam 6] .





Overwegingen



Feiten




1. De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan.



1.1.
Eiseres is een coöperatie van melkveehouders en is gevestigd in [vestigingsplaats] . Het doel van eiseres is het behartigen van belangen van haar leden, melkveehouders, bij het voor gezamenlijke rekening en risico afzetten van de door hen geproduceerde melk.



1.2.
Eiseres heeft een belang van 100% in de per 26 juni 2018 opgerichte dochter [A B.V.] Deze vennootschap wordt gebruikt voor de afzet van een gedeelte van de melk onder een eigen merk, genaamd [A B.V.] .



1.3.
In de statuten van eiseres is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:




“Organen


Artikel 4


De coöperatie kent de volgende organen:



- de algemene ledenvergadering;


- het algemeen bestuur, hierna ook te noemen: het bestuur;


- het dagelijks bestuur.




(…)





Bestuur
Artikel 13
1. Het bestuur bestaat uit ten minste drie natuurlijke personen, die door de algemene


ledenvergadering worden benoemd voor een periode van drie jaren.


De meerderheid van het bestuur dient te allen tijde uit leden van de coöperatie te


bestaan.


Indien een rechtspersoon lid van de coöperatie is, kan ieder natuurlijk persoon die


deel uitmaakt van de directie van die rechtspersoon bestuurder van de coöperatie


zijn. Hetzelfde geldt voor leden van personenassociaties.


Het aantal leden van het bestuur wordt door de algemene ledenvergadering


vastgesteld.


2. Tot lid van het bestuur kunnen niet worden gekozen degenen die in
dienstbetrekking tot de coöperatie staan.
3. Indien een bestuurslid komt te verkeren in een situatie, gemeld in lid 2 van dit


artikel, eindigt zijn bestuurslidmaatschap op de dag van de eerstvolgende


algemene ledenvergadering.


(…)


7. Het bestuur verdeelt zelf de bestuursfuncties. Het bestuur bestaat uit een


voorzitter, een secretaris en een penningmeester en eventuele leden-bestuurder.


De functies van secretaris en penningmeester kunnen in één persoon worden


verenigd. De functie van voorzitter is onverenigbaar met de functie van secretaris


of penningmeester. De secretaris is belast met de dagelijkse leiding over


administratie en het personeelsbeleid binnen de coöperatie. Het bestuur kan voor


de functies van voorzitter, secretaris en penningmeester eveneens vanuit zijn


midden plaatsvervangers aanwijzen.


8. In het bestuur dat nodig oordeelt kan het overgaan tot het aanwijzen van een


dagelijks bestuur. De voorzitter, secretaris en penningmeester vormen tezamen het


dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de besluiten


van het algemeen bestuur en met de voorbereiding van de vergaderingen van het


algemeen bestuur. (…)





(…)





Artikel 15
1. Het bestuur is bevoegd, na verkregen toestemming van de algemene


ledenvergadering te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging


vervreemding of bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van


overeenkomsten waarbij de coöperatie zich als borg of hoofdelijk


medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt, zich tot


zekerheidstelling voor een schuld van een ander bindt en tot het aangaan van


participaties in of exploitatie van onderneming als bedoeld in artikel 2 lid 4.


2. Het bestuur vertegenwoordigt de coöperatie.
3. Vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan:

- de voorzitter tezamen handelende met de penningmeester;


- de voorzitter tezamen handelend met de secretaris;


- de secretaris tezamen handelende met de penningmeester.

4. Het bestuur is bevoegd reglementen op te stellen binnen het kader van het in art. 2


aangegeven doel van de coöperatie, mits de inhoud van die reglementen niet


strijdig is met de bepalingen uit de statuten.





Schorsing en ontslag van bestuursleden
Artikel 16
1. Te allen tijde kan een lid van het bestuur door de algemene ledenvergadering


worden ontslagen doch niet nadat de betrokkene de gelegenheid heeft gehad zich


in de algemene ledenvergadering te verantwoorden en te verdedigen.


2. Bij niet behoorlijke vervulling van zijn taak kan een bestuurslid door de overige
bestuursleden voor ten hoogste acht weken worden geschorst.
3. Binnen een maand na een besluit tot schorsing belegt het bestuur een algemene


ledenvergadering, welke, na zo mogelijk het geschorste lid te hebben gehoord, kan besluiten tot opheffing van de schorsing, ofwel verlenging van de schorsingstermijn.


met ten hoogste zes weken of tot ontslag.





Algemene Ledenvergadering
Artikel 17
1. Jaarlijks wordt binnen negen maanden na het einde van het boekjaar, behoudens


verlenging van deze termijn met ten hoogste vijf maanden door de algemene


ledenvergadering op grond van bijzondere omstandigheden, een algemene


ledenvergadering (de jaarvergadering) gehouden op een door het bestuur te


bepalen dag en uur.


2. In deze vergadering wordt onder meer:

a. door het bestuur schriftelijk verslag uitgebracht over het afgelopen coöperatiejaar;


b. rekening en verantwoording afgelegd over het financieel beheer in het

afgelopen coöperatiejaar, zoals nader in artikel 19 bepaald;

c. de jaarrekening vastgesteld;


d. een voorstel gedaan het bestuur kwijting en decharge te verlenen voor het

over het afgelopen jaar gevoerde bestuur en beheer;

e. voorzien in vacatures binnen het bestuur.

3. In de tweede helft van het jaar wordt ook een algemene ledenvergadering


gehouden. In deze vergadering wordt in elk geval de begroting voor het komende


jaar aan de leden ter goedkeuring voorgelegd.”



1.4.
Het bestuur van eiseres bestond in de tijdvakken waarop deze procedures zien uit de volgende leden:
- [naam 7] (voorzitter sinds 2014);
- [naam 8] (secretaris sinds 2007);
- [naam 9] (penningmeester sinds 2012);
- [naam 10] (bestuurslid sinds 2015);
- [naam 11] (bestuurslid sinds 2019);
- [naam 12] (bestuurslid sinds 2015).
Alle bestuursleden zijn statutair bestuurder en lid van eiseres en staan als zodanig ingeschreven in de Kamer van Koophandel. De coöperatie heeft sinds 2015 geen algemeen bestuur en directeur meer.



1.5.
De statutair bestuurders ontvangen een vaste basisvergoeding van € 1.100 per maand exclusief BTW. Naast de basisvergoeding ontvangen de statutair bestuurders een vergoeding voor extra uren. De vergoeding voor deze uren bedraagt € 68,75 per uur exclusief BTW. Aanvullend kunnen de statutair bestuurders gereisde kilometers declareren ad € 0,30 per kilometer. Tot de gedingstukken behoren drie facturen met datum 29 mei 2019 die door de statutair bestuurders aan eiseres zijn gefactureerd en waarop de eigen naam van de betreffende statutair bestuurder en een btw-nummer staan vermeld.



1.6.
Op 15 januari 2020 is door verweerder een controle uitgevoerd op het bedrijfsadres van de gemachtigde van eiseres. Daarbij is de fiscale kwalificatie van de arbeidsrelatie tussen eiseres en haar bestuurders onderzocht. De bestuurders van eiseres waren door eiseres op dat moment niet als werknemers gekwalificeerd.



1.7.
Verweerder heeft de gemachtigde van eiseres het concept controlerapport met datum 16 april 2020 toegestuurd. In het conceptrapport geeft verweerder een aanwijzing. Volgens verweerder kan de inhouding en afdracht van loonheffingen niet achterwege blijven, omdat de statutair bestuurders in dienstbetrekking werkzaam zijn bij eiseres. Eiseres wordt daarom de gelegenheid geboden inhouding en afdracht van loonheffingen toe te passen op het loon van de statutair bestuurders, dan wel de huidige werkwijze zodanig aan te passen dat buiten dienstbetrekking gewerkt kan worden. Hiervoor geldt een termijn van drie maanden na dagtekening van het definitieve rapport. Als geen loonheffing plaatsvindt en de huidige werkwijze niet wordt aangepast, dan zullen correctieverplichtingen volgen met terugwerkende kracht vanaf de datum van het definitieve rapport. Op 4 mei 2020 heeft de gemachtigde van eiseres per e-mail op het conceptrapport gereageerd en aangegeven dat de werkwijze zal worden aangepast.



1.8.
Met dagtekening 21 juli 2020 heeft verweerder het definitieve controlerapport aan de gemachtigde van eiseres gestuurd. Met dit rapport worden ook de aanwijzing (zie 1.7.) per 21 juli 2020 definitief.



1.9.
In de e-mail van 12 januari 2021 heeft verweerder, onder verwijzing naar het controlerapport van 21 juli 2020 en de e-mail van de gemachtigde van eiseres van 4 mei 2020, gevraagd of de werkwijze tussen eiseres en haar statutair bestuurders is aangepast. Op 21 januari 2021 heeft de gemachtigde van eiseres aangegeven dat de werkwijze is aangepast doordat tussen eiseres en de statutair bestuurders een overeenkomst is gesloten, namelijk de door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomst nr. 9015550000-06-2 (algemene modelovereenkomst geen werkgeversgezag). Daarop heeft verweerder op 26 en 27 januari 2021 verzocht om deze overeenkomsten en de door de bestuurders aan eiseres verstuurde facturen te verstrekken.



1.10.
Op 28 januari 2021 heeft de gemachtigde van eiseres de gevraagde overeenkomsten en facturen toegestuurd. De gemachtigde geeft aan dat de wijze van factureren is gewijzigd, want de statutair bestuurders zijn gaan factureren vanuit hun onderneming. Voor het overige is de werkwijze conform de gesloten overeenkomsten.



1.11.
Bij brief van 11 maart 2021 heeft verweerder aan eiseres medegedeeld dat haar een correctieverplichting zal worden opgelegd, waarmee eiseres wordt verplicht om door middel van correctieberichten alsnog de juiste en volledige gegevens te verstrekken met terugwerkende kracht naar 21 juli 2020. Verweerder heeft in deze brief onder meer het volgende geschreven:




“Beoordeling
De modelovereenkomst die is gehanteerd biedt zekerheid voor het werken buiten dienstbetrekking indien partijen in de praktijk handelen conform hetgeen zij overeen zijn gekomen in deze modelovereenkomst op grond waarvan geen sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking wegens het ontbreken van werkgeversgezag. In het geval van de arbeidsrelatie tussen de coöperatie en haar statutair bestuurders is dat echter niet mogelijk. Zoals uit het rapport met dagtekening 21 juli 2020 blijkt is het formele werkgeversgezag een gegeven in het geval van statutair bestuurders van een coöperatie. Uit het rapport blijkt ook dat sprake is van het verrichten van persoonlijke arbeid en dat de statutair bestuurders hiervoor loon ontvangen. Dit houdt in dat de aanwijzing in onvoldoende mate is opgevolgd en niet buiten dienstbetrekking wordt gewerkt.



(…)





Boete

Naast de correctieverplichting zal een verzuimboete worden opgelegd. ”



Geschil en beoordeling



2. In geschil is of verweerder de naheffingsaanslag, voor zover gehandhaafd bij uitspraak op bezwaar, terecht en op juiste gronden heeft opgelegd en of eiseres tot de juiste bedragen loonheffingen op aangifte heeft afgedragen. Meer specifiek is in geschil het antwoord op de vraag of de statutair bestuurders in dienstbetrekking zijn bij eiseres. Tevens is in geschil of de verzuimboete terecht is opgelegd.

3. Eiseres is van mening dat de statutair bestuurders niet bij haar in dienstbetrekking zijn en dat zij geen loonheffingen verschuldigd is ten aanzien van de aan de bestuurders uitbetaalde bedragen. Verweerder is van mening dat sprake is van een dienstbetrekking tussen eiseres en haar bestuurders en dat loonheffingen dienen te worden afgedragen over de beloningen van de bestuurders.



Dienstbetrekking


4. Volgens eiseres staan de statutair bestuurders niet in een privaatrechtelijke dienstbetrekking tot eiseres omdat geen sprake is van een materiële gezagsverhouding tussen het statutair bestuur en de Algemene Ledenvergadering (ALV). Eiseres geeft daarbij aan dat de gezagsverhouding geen vaststaand gegeven is en dat deze materieel getoetst moet worden. Eiseres verwijst in dit verband naar de uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden van 30 mei 2022. Daarnaast stelt eiseres dat als niet wordt voldaan aan de vereisten van een fictieve dienstbetrekking, niet alsnog ook een echte dienstbetrekking kan bestaan.

5. Verweerder stelt dat sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, omdat er een gezagsverhouding bestaat tussen eiseres en haar statutair bestuurders. Hij verwijst daarbij naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 5 juli 2013 en de uitspraak van de Hoge Raad van 22 maart 2013 waarin door beide instanties is geoordeeld dat het niet van belang is of er materieel sprake is van een gezagsverhouding. De statutair bestuurders van eiseres staan in formele zin in een gezagsverhouding tot de ALV en daarmee is, nu de andere twee elementen niet in geschil zijn, de dienstbetrekking een gegeven. Volgens verweerder wordt dan niet meer toegekomen aan een fictieve dienstbetrekking, gelet op de volgorde van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB).

6. De rechtbank oordeelt ten aanzien van de aanwezigheid van een dienstbetrekking als volgt. Of een rechtsverhouding als een privaatrechtelijke dienstbetrekking dient te worden aangemerkt moet worden getoetst aan de criteria die gelden voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek (BW).Ingevolge dat artikel is een overeenkomst een arbeidsovereenkomst als de ene partij, de werknemer, zich verbindt om in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. De drie essentiële kenmerken van de arbeidsovereenkomst zijn dus 1) het loon, 2) het verrichten van persoonlijke arbeid en 3) de gezagsverhouding. Bij de toetsing of een rechtsverhouding beantwoordt aan de criteria voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst moet acht worden geslagen op alle omstandigheden van het geval, in onderling verband bezien. Daarbij dienen niet alleen de rechten en verplichtingen in aanmerking te worden genomen die partijen bij het aangaan van de rechtsverhouding voor ogen stonden, maar dient ook acht te worden geslagen op de wijze waarop partijen uitvoering hebben gegeven aan hun rechtsverhouding en aldus daaraan inhoud hebben gegeven.
7. Zoals eiseres ter zitting heeft bevestigd is niet in geschil dat aan twee van de drie criteria van artikel 7:610 BW is voldaan, namelijk dat sprake is van loon en van het verrichten van persoonlijke arbeid,. De rechtbank zal bij de beoordeling of er sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking hierna daarom slechts toetsen of sprake is van een gezagsverhouding.

8. Aan het vereiste dat sprake moet zijn van een gezagsverhouding is volgens de rechtbank voldaan, omdat bestuurders van een coöperatieve vereniging onderworpen zijn aan het gezag van de ALV. In het geval van eiseres vindt dit zijn bevestiging in de statuten, waarin onder meer is bepaald dat de ALV statutair bevoegd is tot de benoeming, de schorsing en het ontslag van bestuurders en dat het bestuur jaarlijks rekening en verantwoording moet afleggen aan de ALV (zie 1.3.). Dit betekent dat, in tegenstelling tot wat eiseres meent, voor het bestaan van een gezagsverhouding tussen de statutair bestuurders en de ALV van eiseres al voldoende is dat de bestuurders op basis van de statuten formeel onder gezag van de ALV staan. Of materieel sprake is van een gezagsverhouding, is bij die beoordeling dan niet meer relevant.

9. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat, nu sprake is van een gezagsverhouding en de andere criteria van artikel 7:610 niet in geschil zijn, er dus een dienstbetrekking bestaat tussen de statutair bestuurders en eiseres. Hetgeen eiseres heeft aangevoerd met betrekking tot de fictieve dienstbetrekking volgt de rechtbank niet, gelet op de volgorde van de Wet LB.



Verzuimboete


10. Eiseres stelt onder verwijzing naar het handhavingsmoratorium dat een boete in dit geval misplaatst is. De werkwijze is volgens eiseres aangepast naar aanleiding van het controlerapport. De bestuurders zijn vanaf het moment van de aanwijzing namelijk gaan factureren en er is een overeenkomst van opdracht gesloten met de bestuurders. Daarmee zijn de aanwijzingen uit het controlerapport volgens eiseres volledig opgevolgd. Eiseres had verwacht dat, gezien de aanwijzing in het controlerapport, zij ervan uit mocht gaan dat indien de overeenkomst van opdracht volgens verweerder geen oplossing was, er andere opties besproken konden worden. Verweerder had naar aanleiding van de mededeling van eiseres in mei 2020 dat de werkwijze gewijzigd zou worden (zie 1.7.) al navraag kunnen doen naar de (voorgenomen) gewijzigde werkwijze. Verweerder heeft daar echter tot januari 2021 mee gewacht en eiseres vindt dat dat haar niet kan worden aangerekend. Ook kan er volgens eiseres geen boete worden opgelegd, omdat eiseres op de deskundigheid van haar adviseur mocht vertrouwen. Tot slot is gewezen op het tijdsverloop sinds de oplegging van de boete.

11. Volgens verweerder is de verzuimboete terecht opgelegd. Er is volgens verweerder geen sprake van een pleitbaar standpunt of afwezigheid van alle schuld (avas). Eiseres heeft de aanwijzing in het controlerapport niet in voldoende mate opgevolgd. Dat de aanpassingen die zij wel heeft verricht uiteindelijk onvoldoende zijn gebleken, komt voor rekening en risico van eiseres. Bovendien had eiseres zelf het initiatief kunnen nemen om over de voorgenomen aanpassingen in de werkwijze in (voor)overleg te treden met verweerder, maar zij heeft dit niet gedaan. Dat komt eveneens volledig voor haar risico en rekening. Dat eiseres een adviseur had en vertrouwde op diens deskundigheid maakt dit volgens verweerder niet anders.

12. De rechtbank overweegt als volgt. Voor het opleggen van een verzuimboete is geen plaats ingeval sprake is van een pleitbaar standpunt of avas. Er is sprake van avas als een belastingplichtige stelt en bij betwisting aannemelijk maakt dat hij alle in de gegeven omstandigheden van hem in redelijkheid te vergen zorg heeft betracht om te bewerkstelligen dat het verzuim niet zou worden begaan. Door alleen te wijzen op de inschakeling van een adviseur en het eigen gebrek aan kennis heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij de redelijkerwijs te vergen zorg heeft betracht om ervoor te zorgen dat de juiste bedragen aan loonheffingen zouden worden aangegeven en voldaan. Hetgeen door eiseres is aangevoerd ten aanzien van de aangepaste werkwijze, wat hier ook van zij, levert volgens de rechtbank ook geen pleitbaar standpunt of avas op. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat de boete terecht is opgelegd.

13. De rechtbank acht de boete van € 3.612 hier ook passend en geboden. Wel ziet de rechtbank aanleiding voor vermindering van de verzuimboete in verband met de overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak in eerste feitelijke instantie. Verweerder heeft de verzuimboete bij brief van 11 maart 2021 aan eiseres aangekondigd. De rechtbank stelt die datum vast als aanvangsmoment van de redelijke termijn. De rechtbank doet uitspraak op 19 oktober 2023. Sinds de aankondiging van de boete zijn twee jaren en (afgerond) acht maanden verstreken. De redelijke termijn is volgens vaste jurisprudentie vastgesteld op twee jaren en de rechtbank concludeert dan ook dat deze termijn is overschreden met afgerond acht maanden. De rechtbank zal de door verweerder reeds verminderde verzuimboete daarom verminderen met nog 10% tot € 3.250.



Conclusie


14. Het beroep tegen de boetebeschikking is gegrond. De rechtbank vermindert de boete tot € 3.250. Het beroep met zaaknummer LEE 22/347 is daarom gegrond, de overige beroepen zijn ongegrond.

15. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank, overeenkomstig hetgeen partijen ter zitting hebben afgestemd, op € 1.949 (€ 1.674 op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 837 en een wegingsfactor 1) en € 275 verletkosten).




Beslissing


De rechtbank:



verklaart de beroepen met zaaknummers LEE 22/348, 22/349, 22/350, 22/351, 22/352, 22/353, 22/429 en 22/430 ongegrond;


verklaart het beroep met zaaknummer LEE 22/347 gegrond;


vernietigt de uitspraak op bezwaar in zaaknummer LEE 22/347 voor zover deze betrekking heeft op de boetebeschikking;


vermindert de boetebeschikking tot € 3.250;


bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde gedeelte van de bestreden uitspraak op bezwaar in zaaknummer LEE 22/347;


draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 365 aan eiseres te vergoeden;


veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.949.




Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van den Bosch, voorzitter, en mr. A.M.A.M. Kager en mr. L.M. Praamstra, leden, in aanwezigheid van mr. A.A. van der Terp, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2023.






griffier voorzitter




Afschrift verzonden aan partijen op:





Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer).


U kunt digitaal hoger beroep instellen via www.rechtspraak.nl . Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.



Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).


ECLI:NL:GHARL:2022:4294.


ECLI:NL:CRVB:2013:884 r.o. 4.4


ECLI:NL:HR:2013:BY9295 r.o. 3.3.3


Hoge Raad 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1746.


Zie Centrale Raad van Beroep 5 juli 2013, r.o. 4.1.


Vergelijk Hof Arnhem-Leeuwarden 15 september 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:7357 en in cassatie Hoge Raad 18 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:282.


Vergelijk Hof Arnhem-Leeuwarden 12 juli 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:5895 r.o. 4.20 en 4.21.


Zie in deze zin Hof Amsterdam 2 juli 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1298, r.o. 5.7.3.7.