Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2023:363

2023-01-31 Civiel recht 10211753
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2023-01-31
Publicatiedatum
2023-02-06
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
10211753
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | AR-Updates.nl 2023-0210 | VAAN-AR-Updates.nl 2023-0210

Inhoudsindicatie

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verschil van inzicht over de manier waarop de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd - 7:669 lid 3, onderdeel h, BW.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.331 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND


Afdeling Privaatrecht



Locatie Groningen



Zaak\rolnummer: 10211763 AR VERZ 22-84



Beschikking van de kantonrechter van 31 januari 2023



inzake




Rijksuniversiteit Groningen,
gevestigd te Groningen,
verzoekende partij,
hierna ‘de RUG’ te noemen,
gemachtigde: mr. D. Lacevic, advocaat te Groningen,



tegen






[gedaagde],

wonende te [woonplaats],
hierna [gedaagde] te noemen,
gemachtigde: mr. J.W. Kastelein, advocaat te Groningen.






1Het procesverloop


1.1.
Het procesverloop blijkt uit:


het verzoekschrift van de RUG, ingekomen ter griffie op 25 november 2023;


het verweerschrift, ingekomen ter griffie op 17 januari 2023;


de bij brief van 20 januari 2023 nagezonden productie van de RUG;


de zitting op 23 januari 2023, in aanwezigheid van partijen (de RUG vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2]) en hun gemachtigden;


de door de griffier gemaakte aantekeningen van hetgeen partijen en hun gemachtigden ter zitting naar voren hebben gebracht.





1.2.
Tot slot is bepaald dat uitspraak zal worden gedaan op heden.





2De feiten


Het laatste onafgebroken dienstverband van [gedaagde] bij de RUG is gestart op 1 september 2003. De laatste functie die hij vervulde, is die van universitair hoofddocent voor 0,6 fte, met een salaris van € 4.417,- bruto per maand exclusief 8% vakantietoeslag en 8% eindejaarsuitkering.





3Het verzoek


3.1.
De RUG verzoekt ingevolge artikel 7:671b lid 1 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW) om de arbeidsovereenkomst tussen haar en [gedaagde] te ontbinden.



3.2.

[gedaagde] heeft verweer gevoerd.





4De beoordeling


4.1.
Uit artikel 7:669 lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In artikel 7:699 lid 3 BW is (limitatief) omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan.



4.2.
Gebleken is dat sprake is van een zodanig verschil van inzicht over de wijze waarop de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, dat van partijen niet kan worden verlangd dat zij de arbeidsverhouding voortzetten. Daarbij valt geen van partijen een verwijt te maken voor het ontstaan van dat verschil van inzicht. Voorts is gebleken dat herplaatsing niet in de rede ligt.



4.3.
Gelet op de standpunten van partijen is sprake van een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in artikel 6:671b lid 1sub a BW in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel h, BW.



4.4.
Partijen zijn het erover eens dat sprake is van een opzegtermijn van drie maanden na het indienen van het verzoekschrift, zodat de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 6:671b lid 8 onderdeel a BW zal worden ontbonden met ingang van 1 maart 2023.



4.5.
De proceskosten zullen worden gecompenseerd, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.





5Beslissing


De kantonrechter:



5.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 maart 2023;



5.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



5.3.
wijst af het meer of anders verzochte;



5.4.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.


Deze beschikking is gegeven door mr. E. Oostdijk, kantonrechter, en op 31 januari 2023 door mr. F. de Jong uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.